Atlantic Drive
Achill Island
Co. Mayo
Homepage De Cottage De schilderijen De tuin  Tuindagboek Contact


Op de rand van
                   land en zee


Een interview met Willem van Goor

Verschenen in
PALET 338 jaargang 64 dec/jan 2008/2009    Auteur Marie Oosterbaan

Foto's  Willem Vermaase.

 



Iedere morgen om half negen verdwijnt Van Goor in zijn atelier waar het met klassieke of meditatieve, seriële muziek goed werken is. ‘Bij de klanken van een enkel instrument of als een langgerekte  bourdontoon mijn werkruimte vult, is het de juiste atmosfeer om verf te mengen, kwasten te spoelen en stipjes of streepjes te zetten. Ik begin dagelijks met een schone lei en verricht routinehandelingen: lichtgrijze waarden moeten lichter worden gemaakt en donkere grijzen wat donkerder, en hele stukken krijgen laag voor laag regelmatige arceringen.’ Als er dan in die concentratie een natuurlijke dip ontstaat, gaat hij meestal aan het werk in de tuin. ‘Vonken van inspiratie komen op onverwachte momenten, maar altijd aan de hand van wat ik aan het doen ben.’

Spanningsboog
Willem van Goor (Zwolle, 1948) gelooft in ‘craftsmanship’, in de filosofie van het vakmanschap: ‘Het schilderij moet wel worden gemaakt en dat is een langdurig proces. Voordat een schilderij begint te lijken op het idee dat ik er tevoren van had, heb ik er heel wat lagen opgezet. Meestal zet ik dan een paneel een tijdje weg om het op een later tijdstip af te ronden.’
‘Per dag en ook per schilderij is er een spanningsboog. En  ook als ik een serie doeken maak voor een tentoonstelling, is er weer een spanningsboog waardoor ik geconcentreerd kan blijven tot en met de afronding.’

Van Goor woont en werkt sinds een jaar of elf op Achill, een eiland dat door een smalle brug met de westkust van Ierland is verbonden. 
‘Nadat ik hier met mijn vrouw en dochter twee jaar bezig was geweest om voor onszelf een “nest te krabben”, had ik heel sterk de behoefte om de schoonheid van onze omgeving vast te leggen. De overdonderende pracht van het ons omringende landschap was immers vooral de reden dat we hier naartoe waren geëmigreerd.
Maar ook op Achill Island is de vooruitgang doorgedrongen en dus verandert ook hier alles razendsnel.’ 
Vanwege het steeds wisselende Ierse licht maakt Van Goor veel foto’s en schetsjes. ‘Ik heb een goed visueel geheugen, maar ga toch vaak terug om te verifiëren of mijn interpretatie van een plek wel klopt.’

'Craftmanship'
Nog steeds wordt er op Achill met ‘curraughs’ gevist. Deze typisch Ierse bootjes met een dunne huid van canvas en teer zijn met één hand op te tillen. Op het schilderij ‘Curraughs’ is te zien hoe  luchtige schapenwolkjes een dreigende storm aankondigen: ‘Zo vlak voor de kust is het weer een 'meltingpot' van ellende, heldere luchten, en vele soorten grijs.’ 
Zoals dat al duizenden jaren de gewoonte is liggen de ‘curraughs’ ondersteboven met aan touwen geknoopte stenen verzwaard in speciaal gegraven holen. Waar ze zich tussen de stenen met  opgetrokken schouders en met hun kop in de ‘bog’ lijken teweer te stellen tegen de naderende storm.
Behalve prefab pastic kreeftenkorven worden er ook nog steeds overal handgemaakte kreeftenfuiken door de vissers uitgezet. Op ‘Lobsterpots’ zijn op een ruw betonnen kade een aantal korven te zien. ‘Je moet haast microscopische ogen hebben om door al die touwtjes heen te kunnen kijken. Ik had de meer naar achter staande manden kunnen suggereren door ze grijzig en wat wazig te maken. Maar dat vond ik niet aardig tegenover die jongens die die dingen met zoveel kunde zelf maken en onderhouden. Hier mocht niets worden afgeraffeld en moest alles precies en gedetailleerd worden getoond.’  Zo lijkt Willem van Goor met zijn liefde voor het ‘craftsmanship’ iets terug te willen geven aan de vakman.
‘Seaweed, Stones and Mud I’ maakte Van Goor in opdracht. ‘Mijn opdrachtgeefster woonde tijdelijk bij ons aan het water en wilde graag het uitzicht uit haar ‘cottage’ vereeuwigd hebben. Ik was bezig aan een zwart/witte serie van nachtschilderijen en heb toen het uitzicht vertaald naar het licht zoals het daar ‘s nachts is. Want als ‘s nacht de maan schijnt kan het ongelooflijk helder zijn. De lichtintentiteit is enorm, zodat je dan veel kleuren kunt waarnemen en een enkele keer zelfs  een regenboog bij maanlicht kunt zien. Dat is echt van een verbijsterende schoonheid.’

Potloodkrassen
Foto’s of schetsen zijn niet meer dan een aanleiding voor het werk van Van Goor dat vaak alleen uit een enorme hoeveelheid potloodkrassen op karton bestaat. Hij tekent en kerft structuren die ervoor zorgen dat natte verfsporen zich kunnen vasthaken. Hiervoor gebruikt hij allerlei soorten potloden: zachte, diep zwarte potloden voor de voorgrond en heel harde, grijze potloden voor de achtergrond. ‘Ik doorloop echt de hele range van 8 B tot 10 H en bouw het zo op dat op een zeker moment het schilderij zichzelf begint te schilderen. Er is dan een mal ontstaan die zijn eigen werkelijkheid creëert.’
Geregeld wordt door Van Goor de staalborstel gehanteerd en een enkele keer de schuurmachine. ‘Want soms dreigt de tuttigheid te ver door te slaan.’ Omdat bij zo’n grove behandeling het linnen heel makkelijk beschadigd  kan raken en kapot kan gaan, werkt Willem van Goor niet op doek maar op karton.

‘Tijdens mijn Groningse academietijd (1972 - 1978) maakte ik grote lyrisch-abstracte schilderijen. Ik werkte toen ook al op board en op houten panelen. Door alle bewerkingen werden dat een soort etsplaten waarop de later aangebrachte vloeibare verflagen mooi achterbleven. Toen hielp mij vooral de muziek van Steve Reich en Olivier Messiaen om heel geconcentreerd aan het werk te zijn.’
‘Destijds werd ik begeleid door kunstenaars die zelf weken achtereen met hun scherp gepunte potlood, een ‘postzegel’ van zo’n 10 bij 15 cm. maakten. Terwijl ík juist vanuit een “Flikker de verf er maar op” mentaliteit was begonnen grote schilderijen te maken en druk bezig dat gepriegel en die grote precisie van me af te schudden.’

Waanzinnig dun
Maar inmiddels maakt Willem van Goor zelf al weer heel wat jaren uiterst gedetailleerde voorstellingen. De lijnachtige schilderingen doet hij met Japanse penselen: ‘Die kun je tot op de draad tot een enkele haar slijpen om en dan is het mogelijk om er waanzinnig dun mee te schilderen. Met zo’n penseel kun je de potloodtekening die eronder zit precies volgen.’
Regelmatig legt Van Goor zijn schilderijen voor een verdere bewerkingen op de grond: ‘Ik  leg ze scheef, ik leg ze schuin, ik laat ze druipen en dan gebruik ik een brede kwast, een lapje  of een spons.’
Soms wast hij een liggend schilderij met een sopje waaraan hij wat verf heeft toegevoegd. ‘Door dan aan één kant onder het schilderij een munt of een stukje karton te leggen, is de richting van de vloeiende verf te manipuleren. Ook is een haardroger natuurlijk een fantastisch ding.’



Meer en meer is Van Goor zich gaan bezighouden met de huid en de rafelranden van het land, met het bij eb droogvallende gebied en met de spanning tussen wind en water.
Waar op ‘Helling I’ de leegte het onderwerp lijkt, is op ‘Helling III’, dat helemaal met potlood is opgebouwd, alle aandacht naar de huid van het aardoppervlak verschoven. Op dit werk heeft Van Goor de begroeiing vanaf zijn voeten in het veen tot aan de heuveltop tot onderwerp gemaakt. ‘Ik wilde hier vooral de structuur vangen in de methode van de arcering, zonder mij daarmee te houden aan wat er buiten echt te zien was. Zo’n 12.000 jaar geleden heeft een gesmolten gletsjer hier zijn sediment gedumpt en daarna is alles overgroeid met een veenlaag. Slechts enkele stenen die nog boven die ‘blanket bog’ uitsteken,  zijn nog te zien.’

Prachtig grijsgroen
Ter voorbereiding van het schilderen van ‘Helling III’ bewerkte Van Goor een groot stuk groen getint karton met een aantal lagen sterk verdund en aangekleurd bindmiddel: ‘Zo sla je twee vliegen in één klap: je krijgt een mooie glacis én de poriën van de ondergrond sluiten zich zodat  de verf niet wordt opgezogen.’ Maar toen hij op die bewerkte ondergrond aan de slag ging en nadat hij de luchtstrook met dunne laagjes acryl had opgezet, werd het werk uiteindelijk een pure potloodtekening waar  verder geen verf meer aan te pas kwam. ‘Dat kun je van tevoren echt niet bedenken.’ Omdat die ondergrond door de bewerkingen een prachtig  grijsgroen was geworden, kon Van Goor daarop zowel naar het licht als naar het donker toe werken. 

‘Je moet je eigen ‘mainstream’ volgen. In mijn werk diep ik mijn fascinatie voor de huid van het land steeds verder uit. Als ik daar zin in heb, laat ik mij verleiden door het moois dat om mij heen is te zien. Dat kan ik me nu wel permitteren, daar ben ik nu oud genoeg voor.’ En dan blijkt dat in dit moeilijke klimaat en onder deze harde omstandigheden, de rijkdom en de vitaliteit van de bodem, en het water en het licht, samenvallen met de totale desolaatheid van het landschap.

Het dorpsschooltje op ‘The Old School’ is sinds jaar en dag in onbruik. De achtergrond van ‘Stormgras’ is een zieltogende cottage met een verzameling roestige schuren, die door de Ieren ‘Dutch barns’ worden genoemd. ‘Die zijn indertijd overal in Ierland neergezet, met steun van de EU. Maar inmiddels zijn ze net zo vervallen als al die verlaten huisjes die je overal op Achill ziet.’
Met een enkele aanzet geeft Van Goor die herinnering van menselijke activiteit weer. ‘Het boerenbedrijf is ter ziele, de bewoners zijn weggetrokken, en alles is binnenkort overwoekerd.’ Die prachtige huid van het land krijgt uiteindelijk toch de overhand.

 

Marie Oosterbaan is beeldend kunstenaar schrijft artikelen en maakt illustraties. Meer over haar werk vindt u hier
Kijk ook eens op het blog van de
Polrannypirates

 
 

- omhoog -

 
Page designed by Ferdinand