|

Iedere morgen om half negen verdwijnt Van Goor in
zijn atelier waar het met klassieke of meditatieve,
seriële muziek goed werken is. ‘Bij de klanken van
een enkel instrument of als een langgerekte
bourdontoon mijn werkruimte vult, is het de juiste
atmosfeer om verf te mengen, kwasten te spoelen en
stipjes of streepjes te zetten. Ik begin dagelijks
met een schone lei en verricht routinehandelingen:
lichtgrijze waarden moeten lichter worden gemaakt en
donkere grijzen wat donkerder, en hele stukken
krijgen laag voor laag regelmatige arceringen.’ Als
er dan in die concentratie een natuurlijke dip
ontstaat, gaat hij meestal aan het werk in de tuin.
‘Vonken van inspiratie komen op onverwachte momenten,
maar altijd aan de hand van wat ik aan het doen ben.’
Spanningsboog
Willem van Goor (Zwolle,
1948) gelooft in ‘craftsmanship’, in de filosofie
van het vakmanschap: ‘Het schilderij moet wel worden
gemaakt en dat is een langdurig proces. Voordat een
schilderij begint te lijken op het idee dat ik er
tevoren van had, heb ik er heel wat lagen opgezet.
Meestal zet ik dan een paneel een tijdje weg om het
op een later tijdstip af te ronden.’
‘Per dag en ook per schilderij is er een
spanningsboog. En ook als ik een serie doeken maak
voor een tentoonstelling, is er weer een
spanningsboog waardoor ik geconcentreerd kan blijven
tot en met de afronding.’
Van Goor woont en werkt sinds een jaar of elf op
Achill, een eiland dat door een smalle brug met de
westkust van Ierland is verbonden.
‘Nadat ik hier met mijn vrouw en dochter twee jaar
bezig was geweest om voor onszelf een “nest te
krabben”, had ik heel sterk de behoefte om de
schoonheid van onze omgeving vast te leggen. De
overdonderende pracht van het ons omringende
landschap was immers vooral de reden dat we hier
naartoe waren geëmigreerd.
Maar
ook op Achill Island is de vooruitgang doorgedrongen
en dus verandert ook hier alles razendsnel.’
Vanwege het steeds wisselende Ierse licht maakt Van
Goor veel foto’s en schetsjes. ‘Ik heb een goed
visueel geheugen, maar ga toch vaak terug om te
verifiëren of mijn interpretatie van een plek wel
klopt.’
'Craftmanship'
Nog steeds wordt er
op Achill met ‘curraughs’ gevist. Deze typisch Ierse
bootjes met een dunne huid van canvas en teer zijn
met één hand op te tillen. Op het schilderij
‘Curraughs’ is te zien hoe luchtige schapenwolkjes
een dreigende storm aankondigen: ‘Zo vlak voor de
kust is het weer een 'meltingpot' van ellende,
heldere luchten, en vele soorten grijs.’
Zoals dat al duizenden jaren de gewoonte is liggen
de ‘curraughs’ ondersteboven met aan touwen
geknoopte stenen verzwaard in speciaal gegraven
holen. Waar ze zich tussen de stenen met
opgetrokken schouders en met hun kop in de ‘bog’
lijken teweer te stellen tegen de naderende storm.
Behalve prefab pastic kreeftenkorven worden er ook
nog steeds overal handgemaakte kreeftenfuiken door
de vissers uitgezet. Op ‘Lobsterpots’ zijn op een
ruw betonnen kade een aantal korven te zien. ‘Je
moet haast microscopische ogen hebben om door al die
touwtjes heen te kunnen kijken. Ik had de meer naar
achter staande manden kunnen suggereren door ze
grijzig en wat wazig te maken. Maar dat vond ik niet
aardig tegenover die jongens die die dingen met
zoveel kunde zelf maken en onderhouden. Hier mocht
niets worden afgeraffeld en moest alles precies en
gedetailleerd worden getoond.’ Zo lijkt Willem van
Goor met zijn liefde voor het ‘craftsmanship’ iets
terug te willen geven aan de vakman.
‘Seaweed,
Stones and Mud I’ maakte Van Goor in opdracht. ‘Mijn
opdrachtgeefster woonde tijdelijk bij ons aan het
water en wilde graag het uitzicht uit haar ‘cottage’
vereeuwigd hebben. Ik was bezig aan een zwart/witte
serie van nachtschilderijen en heb toen het uitzicht
vertaald naar het licht zoals het daar ‘s nachts is.
Want als ‘s nacht de maan schijnt kan het
ongelooflijk helder zijn. De lichtintentiteit is
enorm, zodat je dan veel kleuren kunt waarnemen en
een enkele keer zelfs een regenboog bij maanlicht
kunt zien. Dat is echt van een verbijsterende
schoonheid.’
Potloodkrassen
Foto’s of schetsen
zijn niet meer dan een aanleiding voor het werk van
Van Goor dat vaak alleen uit een enorme hoeveelheid
potloodkrassen op karton bestaat. Hij tekent en
kerft structuren die ervoor zorgen dat natte
verfsporen zich kunnen vasthaken. Hiervoor gebruikt
hij allerlei soorten potloden: zachte, diep zwarte
potloden voor de voorgrond en heel harde, grijze
potloden voor de achtergrond. ‘Ik doorloop echt de
hele range van 8 B tot 10 H en bouw het zo op dat op
een zeker moment het schilderij zichzelf begint te
schilderen. Er is dan een mal ontstaan die zijn
eigen werkelijkheid creëert.’
Geregeld wordt door Van Goor de staalborstel
gehanteerd en een enkele keer de schuurmachine.
‘Want soms dreigt de tuttigheid te ver door te slaan.’
Omdat bij zo’n grove behandeling het linnen heel
makkelijk beschadigd kan raken en kapot kan gaan,
werkt Willem van Goor niet op doek maar op karton.
‘Tijdens mijn Groningse academietijd (1972 - 1978)
maakte ik grote lyrisch-abstracte schilderijen.
Ik werkte toen ook al op board en op houten panelen.
Door alle bewerkingen werden dat een soort etsplaten
waarop de later aangebrachte vloeibare verflagen
mooi achterbleven. Toen hielp mij vooral de muziek
van Steve Reich en Olivier Messiaen om heel
geconcentreerd aan het werk te zijn.’
‘Destijds werd ik begeleid door kunstenaars die zelf
weken achtereen met hun scherp gepunte potlood, een
‘postzegel’ van zo’n 10 bij 15 cm. maakten. Terwijl
ík juist vanuit een “Flikker de verf er maar op”
mentaliteit was begonnen grote schilderijen te maken
en druk bezig dat gepriegel en die grote precisie
van me af te schudden.’
Waanzinnig dun
Maar inmiddels maakt
Willem van Goor zelf al weer heel wat jaren uiterst
gedetailleerde voorstellingen. De lijnachtige
schilderingen doet hij met Japanse penselen: ‘Die
kun je tot op de draad tot een enkele haar slijpen
om en dan is het mogelijk om er waanzinnig dun mee
te schilderen. Met zo’n penseel kun je de
potloodtekening die eronder zit precies volgen.’
Regelmatig legt Van Goor zijn schilderijen voor een
verdere bewerkingen op de grond: ‘Ik leg ze scheef,
ik leg ze schuin, ik laat ze druipen en dan gebruik
ik een brede kwast, een lapje of een spons.’
Soms wast hij een liggend schilderij met een sopje
waaraan hij wat verf heeft toegevoegd. ‘Door dan aan
één kant onder het schilderij een munt of een stukje
karton te leggen, is de richting van de vloeiende
verf te manipuleren. Ook is een haardroger
natuurlijk een fantastisch ding.’

Meer en meer is Van Goor zich gaan bezighouden met
de huid en de rafelranden van het land, met het bij
eb droogvallende gebied en met de spanning tussen
wind en water.
Waar op ‘Helling I’ de leegte het onderwerp lijkt,
is op ‘Helling III’, dat helemaal met potlood is
opgebouwd, alle aandacht naar de huid van het
aardoppervlak verschoven. Op dit werk heeft Van Goor
de begroeiing vanaf zijn voeten in het veen tot aan
de heuveltop tot onderwerp gemaakt. ‘Ik wilde hier
vooral de structuur vangen in de methode van de
arcering, zonder mij daarmee te houden aan wat er
buiten echt te zien was. Zo’n 12.000 jaar geleden
heeft een gesmolten gletsjer hier zijn sediment
gedumpt en daarna is alles overgroeid met een
veenlaag. Slechts enkele stenen die nog boven die
‘blanket bog’ uitsteken, zijn nog te zien.’
Prachtig grijsgroen
Ter voorbereiding van het schilderen van ‘Helling
III’ bewerkte Van Goor een groot stuk groen getint
karton met een aantal lagen sterk verdund en
aangekleurd bindmiddel: ‘Zo sla je twee vliegen in
één klap: je krijgt een mooie glacis én de poriën
van de ondergrond sluiten zich zodat de verf niet
wordt opgezogen.’ Maar toen hij op die bewerkte
ondergrond aan de slag ging en nadat hij de
luchtstrook
met dunne laagjes acryl had opgezet, werd het werk
uiteindelijk een pure potloodtekening waar verder
geen verf meer aan te pas kwam. ‘Dat kun je van
tevoren echt niet bedenken.’ Omdat die ondergrond
door de bewerkingen
een prachtig grijsgroen was geworden, kon Van Goor
daarop zowel naar het licht als naar het donker toe
werken.
‘Je moet je eigen
‘mainstream’ volgen. In mijn werk diep ik mijn
fascinatie voor de huid van het land steeds verder
uit. Als ik daar zin in heb, laat ik mij verleiden
door het moois dat om mij heen is te zien. Dat kan
ik me nu wel permitteren, daar ben ik nu oud genoeg
voor.’ En dan blijkt dat in dit moeilijke klimaat en
onder deze harde omstandigheden, de rijkdom en de
vitaliteit van de bodem, en het water en het licht,
samenvallen met de totale desolaatheid van het
landschap.
Het dorpsschooltje op ‘The Old School’ is sinds jaar
en dag in onbruik. De achtergrond van ‘Stormgras’ is
een zieltogende cottage met een verzameling roestige
schuren, die door de Ieren ‘Dutch barns’ worden
genoemd. ‘Die zijn indertijd overal in Ierland
neergezet, met steun van de EU. Maar inmiddels zijn
ze net zo vervallen als al die verlaten huisjes die
je overal op Achill ziet.’
Met een enkele aanzet geeft Van Goor die herinnering
van menselijke activiteit weer. ‘Het boerenbedrijf
is ter ziele, de bewoners zijn weggetrokken, en
alles is binnenkort overwoekerd.’ Die prachtige huid
van het land krijgt uiteindelijk toch de overhand.

Marie Oosterbaan is beeldend
kunstenaar schrijft artikelen en maakt illustraties.
Meer over haar werk vindt u
hier
Kijk ook eens op het blog van de
Polrannypirates |