|
|
|
|
Januari 2010
De trailer is afgestouwd met
isolatiemateriaal waarin appelbomen, bessenstruiken en
frambozen verpakt
zitten,
als we aan het begin van de maand terug gaan naar Ierland.
Het is bitter koud. De media raden mensen voortdurend af om
te reizen. De rit door Engeland gaat daarom zelfs
voorspoediger dan gewoonlijk. Dagenlang was het onmogelijk
om de steiltes tussen Leeds en Manchester te rijden, maar de
weg is nu schoongeveegd. Het zonnetje schijnt en de verse
sneeuwstormen hollen achter ons aan maar halen ons niet in.
Eenmaal aangekomen in de haven van Dublin houdt de
beschaving op. Hier laat de recessie zelfs de stoutmoedigste
automobilist stranden in een gladde sneeuwsmurrie en diepe,
dodelijk diepe gaten in de weg. Gelukkig blijft de
beschermengel bij ons totdat we rond middernacht de
glibberige oprit afglijden en de auto thuis parkeren. Sneeuw
en ijs op Achill? We hebben voor vertrek geen water
afgesloten, want het vriest hier immers nooit? De volgende
ochtend nemen we de situatie in ogenschouw. De cottage vloer
staat blank want er is een waterpijp ontdooid nu de centrale
verwarming weer aan is.
Er
komt geen water uit de kranen in de slaapkamers van het
huis, maar gelukkig ontdooit dat alles gestaag zonder schade
aan te richten. In de tuin liggen de vrolijke Alstroemeria’s
die in oktober aan hun 2e of zelfs 3e
bloei waren begonnen, nu als hoopjes groene snot op de
besneeuwde grond. Over de dijkjes bij de slipway kun je niet
lopen zonder je nek te breken. Corraun aan de overkant is
van top tot teen bedekt met sneeuw. We kunnen over de vijver
lopen, waar de dieppaarse bladknoppen van de waterlelie uit
het ijs steken.
Op de televisie hebben ze het voortdurend over “The Big
Freeze”. De ravange is enorm.
“De verzekering betaalt waarschijnlijk niets uit”, zegt de
ambtenaar die de schade in de cottage opneemt, “U had het
water moeten afsluiten; nu moet de verwarming tenminste 3
weken onafgebroken aan.”
Als
de stopcontacten in de cottage geen waterdruppels meer
druipen, krijgen we een plaatselijke orkaan op ons dak. De
dikke eucalyptus waait om en geurt nog dagen naar middeltjes
tegen verkoudheid. Er sneuvelen ook 3 dennen. Het zijn
allemaal groenblijvende bomen met veel blad en dat vangt
allemaal wind.
Het nieuwe jaar begint dus voor ons direct met allerlei
karweitjes: dweilen, bomen verzagen, de takken van blad
strippen, twijgen en blad door de houtversnipperaar duwen.
Willem verstevigt de wallen met de takken.
Gelukkig hebben we hulp van Franse Gabrielle die 14 dagen
bij ons Wooft.
Overal in de tuin vinden we dode koperwieken.
“We
call them snow birds” vertelt Sheila.
Ze komen inderdaad uit het noorden. Waarschijnlijk
zijn ze van uitputting en honger gestorven. Toch staan de
paar vogels die het overleefd hebben, voortdurend aan gevaar
bloot, want ze vliegen nauwelijks. Ze hippen als kwartels
over het terrein op zoek naar wormen en insecten. We gaan de
vogels extra voeren.
Intussen is “The Big Freeze” voorbij en in het hele land
ontdooien de bevroren hoofdleidingen. We krijgen mannen op
bezoek die willen weten of er bij ons ook water wegspuit,
want er is geen druk meer op het net. In de grote steden
wordt het water wekenlang huis aan huis bezorgd.
Bij ons komen duizenden sneeuwklokjes in bloei. |
|
|
Februari 2010
Als er een
heldere ochtend is na een uitbundige sterrenhemel, heeft het
gevroren. Het gras is dan wit, de zee een donkere spiegel
die het eerste licht reflecteert. Vooral op een
zondagochtend is de stilte intens. Ik loop de tuin door. Een
zwerm puttertjes zit in de elzenboom. Ze tsjirpen. Een bonte
kraai schreeuwt. Een ekster vliegt over met een twijgje in
de snavel.
De vos eet het gestrooide vogelvoer en kijkt schuw in de
spiegelende ramen van ons huis.
Het is Aswoensdag. Vandaag gaan de lokale priesters bij alle
scholen langs om de leerlingen een askruisje op het
voorhoofd te tekenen; de vastentijd is ingegaan.
De Ierse bisschoppen zijn net op tijd terug uit Rome waar ze
een onderhoud hadden met paus Ratzinger over de vraag hoe om
te gaan met het wijd verspreide seksueel misbruik door de
clerus. Paus Ratzinger was erg boos geweest.
Dat is dus de opmars naar Pasen.
De folietunnel ruikt naar kranten. Het is een vochtige geur;
mengeling van inkt en verrotting. Het beschermt alle planten
die binnen overwinteren tegen de vorst.
Ik geniet van deze koude, zonnige en droge dagen en voel hoe
de natuur de adem inhoudt. De niet te stuiten energie van
het seizoen welt op uit de grond, ondanks de kou. De
sneeuwklokken hebben nog nooit zo lang gebloeid. De eerste
narcissen maken knoppen. De Camellia’s bibberen.
Wij wachten op de mannen die het dak gaan vernieuwen. De
hele maand februari is er voor ingeruimd. We wachten op
actie, net als de narcissen op de warmte.
Maart 2010
Het
is bijna St. Patrick’s Day. Officieel gaat de tuin dan open,
maar we hebben er geen enkele ruchtbaarheid aan gegeven. Het
is te vroeg. De tuin is nog in diepe winterslaap.
De hele maand staat in het teken van Zagen en Opruimen. Onze
vriend Andy is een ervaren bergbeklimmer en hij hijst zich
met touwen en ankers in de hoogste boomtoppen om te snoeien
en te kappen. Het moet gebeuren voordat de sappen weer
beginnen te vloeien, maar ondanks de kou “bloedt” de esdoorn
nog dagen na de behandeling. Overal liggen stammen en
reuzentakken.
Jamie en Alfred zijn onze nieuwe WWOOFers. Ze werken als
rangers in de ongerepte natuurgebieden van Montana (USA).
Alfred’s
moeder is “a native american”, dus een indiaanse. Via zijn
computer leerde hij Iers in de wildernis van Montana en het
is verbazingwekkend en prachtig om het voor mij
onverstaanbare Gaelic uit zijn mond te horen als hij met een
buurvrouw converseert.
Alfred klooft kachelhout en Jamie maakt mulch met de
houtversnipperaar. Ze verft de palen die Willem heeft geheid
om de nieuwe appelbomen langs te leiden. Timothy stort zich
op het planten van de frambozen en bessenstruiken.
De tomaten, courgettes, meloenen, pompoenen en paprika’s in
de folietunnel verkennen met groene scheutjes voorzichtig
het koude voorjaarslicht.
Op een mooie zaterdagochtend staan er ineens 6 mannen op het
dak te stampvoeten. Ons hart staat bijna stil: gaan ze dan
toch met het werk beginnen? De werklui zijn van het eiland
en net als er 3 mannen een paar dagen aan de gang zijn
geweest, sterft oma van 94. Alle werkzaamheden stoppen
direct. Het respect voor de doden is hier groot en er
gebeurt niets meer tot na de begrafenis. Het wachten op
familie uit Amerika vraagt opnieuw geduld. De plaatselijke
Praxis levert bovendien het verkeerde hout: “We brengen het
goede hout volgende week op onze ronde” beloven ze. Excuses
maken en direct service verlenen is niet aan de orde. Zo
gaat dat hier. Mocht er nog meer tegenslag komen, dan
blijven de werklui wellicht voorgoed thuis, omdat er dan een
vloek op de klus lijkt te rusten en dat brengt ongeluk.
Net voor Goede Vrijdag is de laatste hand aan het dak
gelegd. Het is nu geïsoleerd en een beetje scheef zodat het
water er afrolt. Hopelijk komt er nog eens een regenwaterbak
om al dat goeds in op te vangen.
Het is zover: de nachttemperatuur gaat iets omhoog. Binnen
twee dagen zijn alle sneeuwklokken verdwenen en barsten de
narcissen eindelijk open. Spetterend geel overal, ook buiten
de tuin, waar de gaspeldoorn in het landschap zomaar, erg
laat dit seizoen, los knalt en haar kokosgeur overal in het
landschap verspreidt.
|
|
|
|
April 2010
De
zon wordt steeds warmer en hoewel het nog koud is met een
noordenwind, is het heerlijk in de luwte.
Willem is op m.i. onzalige idee gekomen om naast al het hout
dat we hebben liggen, ook nog 2 ladingen complete
rododendronbomen van het oude kerkhof in Achill Sound te
accepteren. “Ze werken zo lekker in de wallen” zegt hij
opgewekt. Rododendron geeft haken en ogen aan het weefwerk
van de houtwallen. Hun grillige groei inspireerde Marten
Toonder bij het mystieke “Eenzame Woud” in de Bommel
strips.
Gelukkig komen de nieuwe WWOOFers Tibo en Chloë om een
helpende hand te bieden. Ze hebben beiden veel kennis van
landschapsarchitectuur, tuinieren en planten en blijven 3
bezige en gezellige weken.
Naast
het verwerken van “tuinafval” werken de twee hard om de
studententuintjes die in 2006 zijn aangelegd op te ruimen.
Ik vind de tuintjes te kneuterig geworden en omdat we de
plantenverkoop bij de tunnel al eerder hebben opgeheven
hebben ze geen functie meer. Alle planten die erin staan
krijgen een plaats in de tuin of gaan in potten voor de
verkoop. De heide komt onder de dennen en Chloë schikt de
bloeiende struiken in de grond als bloemen in een vaas.
Tibo heeft een idee uitgewerkt om een onzichtbaar pad te
maken vanaf de grote drain naar de folietunnel omdat de
kruiwagen er wegzakt in het gras bij veel regen. Het is een
grote klus, maar “L’Avenue du Tibot” wordt gerealiseerd.
Dan komt de grote bus van Ank en Els weer langs.
Ze
brengen de bewegwijzering in de tuin die de mensen met hulp
van de kersvers gedrukte rondleiding op papier vanzelf in
het botenhuis doet uitkomen. Het is ingenieus en mooi
gedaan; op betonijzers die wiegen in de wind is een
versiering en een kaartje met een nummer aangebracht dat
correspondeert met de gedrukte rondleiding. Ook brengen ze
een complete collectie beelden om in de tuin tentoon te
stellen, zoals de hond, enkele boten en een engel. Alles in
Ank Lauvenberg’s kenmerkende stijl, kunst die ze zelf
ornamentaal noemt. De “Garden People” zijn gemaakt van
leisteen en “gevonden voorwerpen” zoals schelpen, roestige
dingetjes, kleurige steentjes. We ruilen 8 Garden People
tegen een schilderij.
Ze
kunnen gelijk worden bewonderd want we hebben weer een Open
dag ter ondersteuning van de Lifeboat. Er komen ongeveer 70
mensen op deze mooie zondagmiddag en er wordt € 320.--
gedoneerd.
Later in de maand geven buurvrouw Anne en ik samen een
workshop. We gebruiken de ruimte in de cottage in afwachting
van de markies die er gaat komen.
De Camellia’s bloeien dit jaar allemaal tegelijk. Dat heb ik
nog nooit eerder gezien. Eerst komt altijd de witte, dan
–soms wel 4 weken later- de roze en tenslotte de rode.De
narcissen leven kort en heftig. De Blue Bells nemen het
over. De eerste botanische tulpjes stralen. Alles barst van
ongeduld. De eerste vlinders zijn overal te zien, maar het
blad is nog niet aan de bomen. Wij wachten op hommels en
bijen. |
|
|
Mei 2010
De hommels en
bijen zijn eindelijk gekomen. Gelukkig maar, want de
appelbomen bloeien overal uitbundig.
Het
is een prachtig gezicht al die roze en witte bloemetjes
tussen dat hele nog zachte groen. De bomen komen erg traag
in blad.
Het is droog en warm. Dit is al het vijfde achtereenvolgende
jaar dat in mei de zomer begint. Dat is eigenlijk wel
logisch als het voorjaar –zoals ze hier al sinds eeuwen
beweren- in Ierland begint op de 1ste februari.
De tuin verkeert in dezelfde conditie als alle meimaanden in
de voorgaande jaren. Het is van een absolute en volkomen
schoonheid.
Wat in
Nederland meivakantie heet, wordt hier gevierd met de komst
van moeder, tante en 2 nichtjes. Ze nemen de pagina mee uit
dagblad Trouw met een strip van Margreet de Heer. Zij
verzorgt een tekenstrip over filosofie en er is net een boek
van haar gepubliceerd. Vorige maand werd Willem door haar
geinterviewd over zijn tuinfilosofie. De tuin, Willem en
Margreet zijn heel herkenbaar getekend. Hesseltje vertaalt
de strip in het Engels.
Met alle familie gaan we er een paar dagen tussenuit om in
Dublin, samen met dochter Hesseltje het museum van
“Decorative Arts” te bezoeken. Het is allemaal erg gezellig
en als we een beetje eenzaam terugkeren, is Timothy er
ineens met 4 kleine goudvisjes in een plastic zak. Willem
laat ze behoedzaam in de vijver zakken. Het is nu de kunst
om de visjes in de komende dagen te spotten.
Helaas,
na ongeveer 3 weken zie ik er geen meer. “Waarschijnlijk is
de zuurgraad van het water te hoog” zegt Willem wijsgerig.
We gaan dit het volgend jaar weer proberen; dan met grotere
goudvissen of misschien een andere soort.
De “marquee”
oftewel party-tent zoals het in goed Nederlands heet, is
aangekomen. De mannen zijn weken bezig om het onderframe te
maken waarop de tent waterpas kan staan. We spijkeren er
worteldoek op zodat er geen midges door de onderkant in
kunnen komen. Tot onze vreugde is er al aardig wat
tuinbezoek en kunnen we de kosten deels betalen met de
opbrengst uit de tuin. Nu sparen om de tent nog in te kunnen
richten.
Allerlei
soorten irissen bloeien volop naast de primula candelabra,
libertia en pioenroos.
Willem maakt er een fotogalerij van.
U kunt meer lezen over onze tuin en onze activiteiten op
www.facebook.com/achillsecretgarden
|
|
|
Juni 2010
|
Willem gaf
in deze maand z’n eerste workshop “Botanical Drawing”.
Een van de cursisten was Sophia. Ze was hier al eens
eerder geweest, samen met haar man in onze B&B. Nu kwam
ze alleen.
Sophia komt uit voormalig Joegoslavië. Haar ouders
groeiden op onder het communistische regime. Na de
middelbare school studeerde ze 6 jaar met een beurs in
Rome. Ze trouwde met een Ierse man en koos er voor om 7e
Dag Adventist te worden. Deze stroming probeert zich zo
letterlijk mogelijk aan de Bijbel te houden.
Tijdens de workshop spraken Willem en Sophia regelmatig
“de Taal der Heren” en wisselden zij opvattingen uit. Zo
ook op de zaterdagnamiddag toen ik Sophia had aangeboden
om met haar een tochtje over het eiland te maken en
eventueel te gaan wandelen. Ik hield me afzijdig in het
gesprek en keek naar het opkomende tij en de grijze
hemel daarboven. Ineens hoorde ik Sophia zeggen: “Dying
to self”. Ik was verrast, want deze term is mij alleen
bekend vanuit de meditatiegroep waar ik aan meedoe. Zou
er misschien een verband zijn tussen de Bijbel en de
Boeddha: “Staat dat in de Bijbel?” vroeg ik.
“Ik zoek het wel even voor je op in de auto” zei ze en
vroeg Willem om een Bijbel. Wij hebben maar één
Engelstalige Bijbel. Een mooie grote met een rood kaft
en romantische illustraties. Het is een King James
Bijbel.
Sophia probeerde in de auto de tekst te vinden, maar ze
wist na 2 kilometer al, dat de term niet in deze
vertaling voorkwam. We reden keuvelend naar de rollende
stenen op het strand van Dukinella. Het woei behoorlijk
en er was een hoge zee die de stenen in de branding
lawaaiig maakte. Onder aan de voet van de klippen stond
een man. Hij had zich uitgedost in de
Ierse-arme-jaren-kleding-van weleer: kapotte jas,
verschoten broek in rubber laarzen, een muts over de
oren en de onverzorgde haardos. Hij stond met de rug
naar ons toe en ik zag schapen springen en buitelen op
de steilte van de helling. Daarna de hond die de schapen
de berg op dreef. Helemaal in z’n eentje, de oren
gespitst, de ogen gericht op de commando’s van de man,
aangegeven door verschillende fluitjes en armbewegingen.
Het is altijd een fascinerend gezicht. Toen de klus
geklaard was, riep de man de hond bij zich. Mijn gaste
draaide het autoraampje open: “Wat voor hond is dat?”
riep ze. Een paarsrood gezicht draaide zich naar haar en
mij toe.
“Daar gaan we weer” dacht ik gelaten, toen de man
ondanks zijn kapotte en verschoten kleren, ondanks de
hond die met de staart tussen de benen een meter voor
hem was gaan zitten en ondanks de vreemde haardos die
vettig geplakt leek tussen de schedel en het mutsje,
naar de auto kwam gelopen met de gezichtsuitdrukking en
de tred van de herenboer. Hij plantte z’n elleboog op
het neergedraaide raampje. Sophia keek op en hij keek
neer. Net toen hij van wal wou steken, viel z’n blik op
de schoot van Sophia waar de mooie rode King James nog
lag. Hij deinsde achteruit, de woorden stokten , z’n
ogen werden groot van verbazing en ergernis: “The Holy
Bible?” riep hij uit.
Zowel
Sophia als ik waren het boek totaal vergeten; ze
liefkoosde het kaft beschermend.
“Ben je van de Jehovah’s? vroeg de man vol afgrijzen.
“Nee” zei ze, “ik ben een christen”.
“Ah, u bent zo’n christen” constateerde hij, “Ik ben
rooms-katholiek; dat zit daar niet eens zo ver vanaf.
Maar mij bekeert u niet”.
“Ik kan u helemaal niet bekeren” zei Sophia vroom, “Dat
kan alleen de Heilige Geest.”
Ze spraken een tijdje over de hond die er tamelijk
ongelukkig bij zat.
Toen kwam de man terug op het vorig onderwerp: “Niet dat
de katholieke kerk veel soeps is….. Ik vind dat
priesters moeten kunnen trouwen” zei hij.
Ik was direct weer op m’n hoede: zelden voeren mannen
van 50 plus een gesprek met vrouwen zonder uitdagende
opmerkingen van seksuele aard. Het thema van overspelige
katholieke priesters is vaak de opmars naar meer
persoonlijke seksuele verwijzingen.
“Heeft u hier nog dolfijnen gezien in de afgelopen
week?” bemoeide ik me met het gesprek.
De man keek me zwijgend aan, toen zei hij: “U bent hier
al vaker geweest”.
“Dat is zo” zei ik, “Kom op, we gaan”.
De man groette ons toen ik de auto draaide. De hond
volgde hem op de hielen. |
|
|
|
|
|
Geschiedenis
van Bleanáskill
Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder,
in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van
ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen
wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken
en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de
Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn
deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline
van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of
andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling
van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.
Filosofie
achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische
tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben
op elkaar, dus:
- romantisch en
gestructureerd,
- uitbundig
kleurrijk en meditatief,
- nieuw maar met
behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
- creatief en
zakelijk,
- speels en leeg,
ingekeerd,
- architectonisch
en praktisch tegelijk,
- met zowel
formele als natuurlijke gedeelten.
Doutsje heeft de
supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen
liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden
beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en
een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier
herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte
vasthoudt.
|
|
|
| | |