Achill-Art-Garden
 
De tuin
Gastenboek
Homepage
Tuindagboek 2005
Tuindagboek 2006
Tuindagboek 2007
Tuindagboek 2008
Tuindagboek 2009


Tuindagboek Doutsje Nauta 2010
 


Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Voorgaande jaargangen van het dagboek vanaf 2005 vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 

Januari 2010

De trailer is afgestouwd met isolatiemateriaal waarin appelbomen, bessenstruiken en frambozen verpakt zitten, als we aan het begin van de maand terug gaan naar Ierland. Het is bitter koud. De media raden mensen voortdurend af om te reizen. De rit door Engeland gaat daarom zelfs voorspoediger dan gewoonlijk. Dagenlang was het onmogelijk om de steiltes tussen Leeds en Manchester te rijden, maar de weg is nu schoongeveegd. Het zonnetje schijnt en de verse sneeuwstormen hollen achter ons aan maar halen ons niet in. Eenmaal aangekomen in de haven van Dublin houdt de beschaving op. Hier laat de recessie zelfs de stoutmoedigste automobilist stranden in een gladde sneeuwsmurrie en diepe, dodelijk diepe gaten in de weg. Gelukkig blijft de beschermengel bij ons totdat we rond middernacht de glibberige oprit afglijden en de auto thuis parkeren. Sneeuw en ijs op Achill? We hebben voor vertrek geen water afgesloten, want het vriest hier immers nooit? De volgende ochtend nemen we de situatie in ogenschouw. De cottage vloer staat blank want er is een waterpijp ontdooid nu de centrale verwarming weer aan is. Er komt geen water uit de kranen in de slaapkamers van het huis, maar gelukkig ontdooit dat alles gestaag zonder schade aan te richten. In de tuin liggen de vrolijke Alstroemeria’s die in oktober aan hun 2e of zelfs 3e bloei waren begonnen, nu als hoopjes groene snot op de besneeuwde grond. Over de dijkjes bij de slipway kun je niet lopen zonder je nek te breken. Corraun aan de overkant is van top tot teen bedekt met sneeuw. We kunnen over de vijver lopen, waar de dieppaarse bladknoppen van de waterlelie uit het ijs steken.
Op de televisie hebben ze het voortdurend over “The Big Freeze”. De ravange is enorm.

“De verzekering betaalt waarschijnlijk niets uit”, zegt de ambtenaar die de schade in de cottage opneemt, “U had het water moeten afsluiten; nu moet de verwarming tenminste 3 weken onafgebroken aan.”

Als de stopcontacten in de cottage geen waterdruppels meer druipen, krijgen we een plaatselijke orkaan op ons dak. De dikke eucalyptus waait om en geurt nog dagen naar middeltjes tegen verkoudheid. Er sneuvelen ook 3 dennen. Het zijn allemaal groenblijvende bomen met veel blad en dat vangt allemaal wind.
Het nieuwe jaar begint dus voor ons direct met allerlei karweitjes: dweilen, bomen verzagen, de takken van blad strippen, twijgen en blad door de houtversnipperaar duwen. Willem verstevigt de wallen met de takken.
Gelukkig hebben we hulp van Franse Gabrielle die 14 dagen bij ons Wooft.

Overal in de tuin vinden we dode koperwieken. “We call them snow birds” vertelt Sheila.
Ze komen inderdaad uit het noorden. Waarschijnlijk zijn ze van uitputting en honger gestorven. Toch staan de paar vogels die het overleefd hebben, voortdurend aan gevaar bloot, want ze vliegen nauwelijks. Ze hippen als kwartels over het terrein op zoek naar wormen en insecten. We gaan de vogels extra voeren.
Intussen is “The Big Freeze” voorbij en in het hele land ontdooien de bevroren hoofdleidingen. We krijgen mannen op bezoek die willen weten of er bij ons ook water wegspuit, want er is geen druk meer op het net. In de grote steden wordt het water wekenlang huis aan huis bezorgd.

Bij ons komen duizenden sneeuwklokjes in bloei.


 

Februari 2010

Als er een heldere ochtend is na een uitbundige sterrenhemel, heeft het gevroren. Het gras is dan wit, de zee een donkere spiegel die het eerste licht reflecteert. Vooral op een zondagochtend is de stilte intens. Ik loop de tuin door. Een zwerm puttertjes zit in de elzenboom. Ze tsjirpen. Een bonte kraai schreeuwt. Een ekster vliegt over met een twijgje in de snavel.
De vos eet het gestrooide vogelvoer en kijkt schuw in de spiegelende ramen van ons huis.

Het is Aswoensdag. Vandaag gaan de lokale priesters bij alle scholen langs om de leerlingen een askruisje op het voorhoofd te tekenen; de vastentijd is ingegaan.
De Ierse bisschoppen zijn net op tijd terug uit Rome waar ze een onderhoud hadden met paus Ratzinger over de vraag hoe om te gaan met het wijd verspreide seksueel misbruik door de clerus. Paus Ratzinger was erg boos geweest.
Dat is dus de opmars naar Pasen.

De folietunnel ruikt naar kranten. Het is een vochtige geur; mengeling van inkt en verrotting. Het beschermt alle planten die binnen overwinteren tegen de vorst.
Ik geniet van deze koude, zonnige en droge dagen en voel hoe de natuur de adem inhoudt. De niet te stuiten energie van het seizoen welt op uit de grond, ondanks de kou. De sneeuwklokken hebben nog nooit zo lang gebloeid. De eerste narcissen maken knoppen. De Camellia’s bibberen.

Wij wachten op de mannen die het dak gaan vernieuwen. De hele maand februari is er voor ingeruimd. We wachten op actie, net als de narcissen op de warmte.


Maart 2010

Het is bijna St. Patrick’s Day. Officieel gaat de tuin dan open, maar we hebben er geen enkele ruchtbaarheid aan gegeven. Het is te vroeg. De tuin is nog in diepe winterslaap.

De hele maand staat in het teken van Zagen en Opruimen. Onze vriend Andy is een ervaren bergbeklimmer en hij hijst zich met touwen en ankers in de hoogste boomtoppen om te snoeien en te kappen. Het moet gebeuren voordat de sappen weer beginnen te vloeien, maar ondanks de kou “bloedt” de esdoorn nog dagen na de behandeling. Overal liggen stammen en reuzentakken.
Jamie en Alfred zijn onze nieuwe WWOOFers. Ze werken als  rangers in de ongerepte natuurgebieden van Montana (USA).  Alfred’s moeder is “a native american”, dus een indiaanse. Via zijn computer leerde hij Iers in de wildernis van Montana en het is verbazingwekkend en prachtig om het voor mij onverstaanbare Gaelic uit zijn mond te horen als hij met een buurvrouw converseert.
Alfred klooft kachelhout en Jamie maakt mulch met de houtversnipperaar. Ze verft de palen die Willem heeft geheid om de nieuwe appelbomen langs te leiden. Timothy stort zich op het planten van de frambozen en bessenstruiken.
De tomaten, courgettes, meloenen, pompoenen en paprika’s in de folietunnel verkennen met groene scheutjes voorzichtig het koude voorjaarslicht.

Op een mooie zaterdagochtend staan er ineens 6 mannen op het dak te stampvoeten. Ons hart staat bijna stil: gaan ze dan toch met het werk beginnen?  De werklui zijn van het eiland en net als er 3 mannen een paar dagen aan de gang zijn geweest, sterft oma van  94.  Alle werkzaamheden stoppen direct. Het respect voor de doden is hier groot en er gebeurt niets meer tot na de begrafenis. Het wachten op familie uit Amerika vraagt opnieuw geduld. De plaatselijke Praxis levert bovendien het verkeerde hout: “We brengen het goede hout volgende week op onze ronde” beloven ze. Excuses maken en direct service verlenen is niet aan de orde. Zo gaat dat hier.  Mocht er nog meer tegenslag komen, dan blijven de werklui wellicht voorgoed thuis, omdat er dan een vloek op de klus lijkt te rusten en dat brengt ongeluk.
Net voor Goede Vrijdag is de laatste hand aan het dak gelegd. Het is nu geïsoleerd en een beetje scheef zodat het water er afrolt. Hopelijk komt er nog eens een regenwaterbak om al dat goeds in op te vangen.

Het is zover: de nachttemperatuur gaat iets omhoog. Binnen twee dagen zijn alle sneeuwklokken verdwenen en barsten de narcissen eindelijk open. Spetterend geel overal, ook buiten de tuin, waar de gaspeldoorn in het landschap zomaar, erg laat dit seizoen, los knalt en haar kokosgeur overal in het landschap verspreidt.

   
 
 

April 2010

De zon wordt steeds warmer en hoewel het nog koud is met een noordenwind, is het heerlijk in de luwte.
Willem is op m.i. onzalige idee gekomen om naast al het hout dat we hebben liggen, ook nog 2 ladingen complete rododendronbomen van het oude kerkhof in Achill Sound te accepteren. “Ze werken zo lekker in de wallen” zegt hij opgewekt. Rododendron geeft haken en ogen aan het weefwerk van de houtwallen. Hun grillige groei inspireerde Marten Toonder bij het  mystieke “Eenzame Woud” in de Bommel strips.
Gelukkig komen de nieuwe WWOOFers Tibo en Chloë om een helpende hand te bieden. Ze hebben beiden veel kennis van landschapsarchitectuur, tuinieren en planten en blijven 3 bezige en gezellige weken. Naast het verwerken van “tuinafval” werken de twee hard om de studententuintjes die in 2006 zijn aangelegd op te ruimen. Ik vind de tuintjes te kneuterig geworden en omdat we de plantenverkoop bij de tunnel al eerder hebben opgeheven hebben ze geen functie meer. Alle planten die erin staan krijgen een plaats in de tuin of gaan in potten voor de verkoop. De heide komt onder de dennen en Chloë schikt de bloeiende struiken in de grond als bloemen in een vaas.
Tibo heeft een idee uitgewerkt om een onzichtbaar pad te maken vanaf de grote drain naar de folietunnel omdat de kruiwagen er wegzakt in het gras bij veel regen. Het is een grote klus, maar “L’Avenue du Tibot” wordt gerealiseerd.

Dan komt de grote bus van Ank en Els weer langs. Ze brengen de bewegwijzering in de tuin die de mensen met hulp van de kersvers gedrukte rondleiding op papier vanzelf in het botenhuis doet uitkomen. Het is ingenieus en mooi gedaan; op betonijzers die wiegen in de wind is een versiering en een kaartje met een nummer aangebracht dat correspondeert met de gedrukte rondleiding. Ook brengen ze een complete collectie beelden om in de tuin tentoon te stellen, zoals de hond, enkele boten en een engel. Alles in Ank Lauvenberg’s kenmerkende stijl, kunst die ze zelf ornamentaal noemt. De “Garden People” zijn gemaakt van leisteen en “gevonden voorwerpen” zoals schelpen, roestige dingetjes, kleurige steentjes. We ruilen 8 Garden People tegen een schilderij.

Ze kunnen gelijk worden bewonderd want we hebben weer een Open dag ter ondersteuning van de Lifeboat. Er komen ongeveer 70 mensen op deze mooie zondagmiddag en er wordt € 320.-- gedoneerd.
Later in de maand geven buurvrouw Anne en ik samen een workshop. We gebruiken de ruimte in de cottage in afwachting van de markies die er gaat komen.

De Camellia’s bloeien dit jaar allemaal tegelijk. Dat heb ik nog nooit eerder gezien. Eerst komt altijd de witte, dan –soms wel 4 weken later- de roze en tenslotte de rode.De narcissen leven kort en heftig. De Blue Bells nemen het over. De eerste botanische tulpjes stralen. Alles barst van ongeduld. De eerste vlinders zijn overal te zien, maar het blad is nog niet aan de bomen. Wij wachten op hommels en bijen.


 

Mei 2010

De hommels en bijen zijn eindelijk gekomen. Gelukkig maar, want de appelbomen bloeien overal uitbundig. Het is een prachtig gezicht al die roze en witte bloemetjes tussen dat hele nog zachte groen. De bomen komen erg traag in blad.
Het is droog en warm. Dit is al het vijfde achtereenvolgende jaar dat in mei de zomer begint. Dat is eigenlijk wel logisch als het voorjaar –zoals ze hier al sinds eeuwen beweren- in Ierland begint op de 1ste februari.
De tuin verkeert in dezelfde conditie als alle meimaanden in de voorgaande jaren. Het is van een absolute en volkomen schoonheid. 

Wat in Nederland meivakantie heet, wordt hier gevierd met de komst van moeder, tante en 2 nichtjes. Ze nemen de pagina mee uit dagblad Trouw met een strip van Margreet de Heer. Zij verzorgt een tekenstrip over filosofie en er is net een boek van haar gepubliceerd. Vorige maand werd Willem door haar geinterviewd over zijn tuinfilosofie. De tuin, Willem en Margreet zijn heel herkenbaar getekend. Hesseltje vertaalt de strip in het Engels.
Met alle familie gaan we er een paar dagen tussenuit om in Dublin, samen met dochter Hesseltje het museum van “Decorative Arts” te bezoeken. Het is allemaal erg gezellig en als we een beetje eenzaam terugkeren, is Timothy er ineens met 4 kleine goudvisjes in een plastic zak. Willem laat ze behoedzaam in de vijver zakken. Het is nu de kunst om de visjes in de komende dagen te spotten. Helaas, na ongeveer 3 weken zie ik er geen meer. “Waarschijnlijk is de zuurgraad van het water te hoog” zegt Willem wijsgerig.
We gaan dit het volgend jaar weer proberen; dan met grotere goudvissen of misschien een andere soort. 

De “marquee” oftewel party-tent zoals het in goed Nederlands heet, is aangekomen. De mannen zijn weken bezig om het onderframe te maken waarop de tent waterpas kan staan. We spijkeren er worteldoek op zodat er geen midges door de onderkant in kunnen komen. Tot onze vreugde is er al aardig wat tuinbezoek en kunnen we de kosten deels betalen met de opbrengst uit de tuin. Nu sparen om de tent nog in te kunnen richten. 

Allerlei soorten irissen bloeien volop naast de primula candelabra, libertia en pioenroos.
Willem maakt er een fotogalerij van.

U kunt meer lezen over onze tuin en onze activiteiten op www.facebook.com/achillsecretgarden

   

 

Juni 2010

Willem gaf in deze maand z’n eerste workshop “Botanical Drawing”.
Een van de cursisten was Sophia. Ze was hier al eens eerder geweest, samen met haar man in onze B&B. Nu kwam ze alleen.
Sophia komt uit voormalig Joegoslavië. Haar ouders groeiden op onder het communistische regime. Na de middelbare school  studeerde ze 6 jaar met een beurs in Rome. Ze trouwde met een Ierse man en koos er voor om 7e Dag Adventist te worden. Deze stroming probeert zich zo letterlijk mogelijk aan de Bijbel te houden.
Tijdens de workshop spraken Willem en Sophia  regelmatig “de Taal der Heren” en wisselden zij opvattingen uit. Zo ook op de zaterdagnamiddag toen ik Sophia had aangeboden om met haar een tochtje over het eiland te maken en eventueel te gaan wandelen. Ik hield me afzijdig in het gesprek en keek naar het opkomende tij en de grijze hemel daarboven. Ineens hoorde ik Sophia zeggen: “Dying to self”. Ik was verrast, want deze term is mij alleen bekend vanuit de meditatiegroep waar ik aan meedoe. Zou er misschien een verband zijn tussen de Bijbel en de Boeddha: “Staat dat in de Bijbel?” vroeg ik.
“Ik zoek het wel even voor je op in de auto” zei ze en vroeg Willem om een Bijbel. Wij hebben maar één Engelstalige Bijbel. Een mooie grote met een rood kaft en romantische illustraties. Het is een King James Bijbel.
Sophia probeerde in de auto de tekst te vinden, maar ze wist na 2 kilometer al, dat de term niet in deze vertaling voorkwam. We reden keuvelend naar de rollende stenen op het strand van Dukinella.  Het woei behoorlijk en er was een hoge zee die de stenen in de branding lawaaiig maakte. Onder aan de voet van de klippen stond een man. Hij had zich uitgedost in de Ierse-arme-jaren-kleding-van weleer: kapotte jas, verschoten broek in rubber laarzen, een muts over de oren en de onverzorgde haardos. Hij stond met de rug naar ons toe en ik zag schapen springen en buitelen op de steilte van de helling. Daarna de hond die de schapen de berg op dreef. Helemaal in z’n eentje, de oren gespitst, de ogen gericht op de commando’s van de man, aangegeven door verschillende fluitjes en armbewegingen. Het is altijd een fascinerend gezicht. Toen de klus geklaard was, riep de man de hond bij zich. Mijn gaste draaide het autoraampje open: “Wat voor hond is dat?” riep ze. Een paarsrood gezicht draaide zich naar haar en mij toe.
“Daar gaan we weer” dacht ik gelaten, toen de man ondanks zijn kapotte en verschoten kleren, ondanks de hond die met de staart tussen de benen een meter voor hem was gaan zitten en ondanks de vreemde haardos die vettig geplakt leek tussen de schedel en het mutsje, naar de auto kwam gelopen met de gezichtsuitdrukking en de tred van de herenboer. Hij plantte z’n elleboog op het neergedraaide raampje. Sophia keek op en hij keek neer. Net toen hij van wal wou steken, viel z’n blik op de schoot van Sophia waar de mooie rode King James nog lag. Hij deinsde achteruit, de woorden stokten , z’n ogen werden groot van verbazing en ergernis: “The Holy Bible?” riep hij uit. 

Zowel Sophia als ik waren het boek totaal vergeten; ze liefkoosde het kaft beschermend.
“Ben je van de Jehovah’s? vroeg de man vol afgrijzen.
“Nee” zei ze, “ik ben een christen”.
“Ah, u bent zo’n christen” constateerde hij, “Ik ben rooms-katholiek; dat zit daar niet eens zo ver vanaf. Maar mij bekeert u niet”.
“Ik kan u helemaal niet bekeren” zei Sophia vroom, “Dat kan alleen de Heilige Geest.”
Ze spraken een tijdje over de hond die er tamelijk ongelukkig bij zat.
Toen kwam de man terug op het vorig onderwerp: “Niet dat de katholieke kerk veel soeps is….. Ik vind dat priesters moeten kunnen trouwen” zei hij.
Ik was direct weer op m’n hoede: zelden voeren mannen van 50 plus een gesprek met vrouwen zonder uitdagende opmerkingen van seksuele aard. Het thema van overspelige katholieke priesters is vaak de opmars naar meer persoonlijke seksuele verwijzingen.
“Heeft u hier nog dolfijnen gezien in de afgelopen week?” bemoeide ik me met het gesprek.
De man keek me zwijgend aan, toen zei hij: “U bent hier al vaker geweest”.
“Dat is zo” zei ik, “Kom op, we gaan”.
De man groette ons toen ik de auto draaide. De hond volgde hem op de hielen.

 
 
 
 
 


 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                Page designed by Ferdinand

- omhoog -