Achill-Art-Garden
 
De tuin  
Gastenboek  
Homepage  
Tuindagboek 2006  
Tuindagboek 2007  
Tuindagboek 2008  
Tuindagboek 2009  
Tuindagboek 2010  


Tuindagboek Doutsje Nauta 2005
 



Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Volgende jaargangen van het dagboek vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 

December
De tuin vraagt weinig meer en geeft ook niets terug. Liever kom ik er niet, want als ik over de paden loop ervaar ik de ruimte als geïmplodeerde onverschilligheid.
Er is geen interactie, zelfs niet via vogels. Het is er kaal en koud en elke reflectie van licht wordt een kostbaar kleinood. Onvatbaar en vluchtig.
Ons werk van de zomer is onzichtbaar verstopt en de tuin oogt als een afgebrande schuur met zwartgeblakerde staketsels die druipen van regen.
Het voelt hier ineens ontheemd van tijd. Herinneringen worden sterker en elke herinnering heeft de smaak van afscheid. Is ouder worden misschien buiten de tijd komen te staan. Is tijd iets van ons of zijn wij van tijd?
Bestaat uniciteit van de mens in de kosmos of kunnen we alleen overleven door geleefd te worden?  

In deze stemming gekomen valt het oog natuurlijk vooral op begonnen maar nooit afgemaakte klussen en projecten en Willem en ik krijgen een discussie over de organisatie van de vormgeving, noem het maar “kunst”.
Is kunst te organiseren?
“Nee” zegt Willem, “kunst ontstaat door een idee vorm te laten krijgen onder je handen”. Mijn conclusie is dat vormgeving dan dus niet via een uitwerking op papier over te dragen is naar derden, dus niet gedelegeerd kan worden. Als Willem deze conclusie bevestigt zijn bij mij de rapen gaar, want ik ben een pragmaticus die in de opkomst van een groene stengel nog geen bloem ziet schitteren. Willem wel, die kan met verbeeldingskracht en ruimtelijk inzicht een bloemenzee voor zijn geestesoog toveren en heeft daarom niet zoveel moeite met onaffe projecten. Ik heb er echter schoon genoeg van en verordonneer een pad van de Polytunnel naar de moestuin zodat ik de rest van de tuin links kan laten liggen en er geen verantwoordelijkheid meer voor hoef te nemen: zoek het maar uit met die kunst! Maar mijn boosheid maakt me ook heel verdrietig, want het is immers juist de creativiteit die de echte kick geeft aan mijn leven hier met de tuin. Het verkopen van kruiden en planten en het plukken van de sla is gewoon iets dat nu eenmaal moet. Zoals naar kantoor gaan.
Mijn reactie maakt Willem ook overstuur en na een paar dagen komen we tot een verzoenend compromis: door meer samen te gaan werken met Timothy kunnen de projecten sneller tot stand komen. Een goed voornemen voor 2006! 

Onze eigen visitekaartjes zijn klaar! Hierop introduceert Willem zich in het nieuwe jaar als “consultant gardendesign” en ik profileer “The Woods Nursery” er mee.  

Vriendin Meike heeft samen met zoon Ringo de supervisie over het drukwerk en schrijft dat de kaartjes zich spectaculair hebben vermenigvuldigd: “De eerste druk was niet goed van kleur en dit was inderdaad een fout van de drukkerij. Afgezien daarvan waren er van elk 1000 i.p.v. bestelde 500 - ook een fout van de drukkerij. Nu is de kleur goed, maar zijn er van elk 5000 gedrukt. Er werkt daar kennelijk iemand met discalculie. Er zijn nu 12.000 kaartjes.” We kunnen ze altijd nog gebruiken om planten mee te labelen.  

Het is de hoogste tijd om buiten rond de parkeerplaats de kerstlichtjes weer aan te sluiten die in de bomen zijn gedrapeerd. Dansende helderheid. De dagen worden alweer langer.

 
 
 
 
 
 
 
 
 

November 2005
Nadat we die zaterdag op een middernachtelijk uur waren thuis gekomen, gingen we de volgende ochtend een kijkje in de tuin nemen. Hoewel het zonnetje scheen (iets wat ik nu al dagen ontbeer) openbaarde de tuin zich aan ons als vleesgeworden herfst.
We dwaalden er nog wat onwennig in rond.

Het was gelukkig goed bijgehouden: het blad was geharkt, de sla overgezet van de koude grond naar de Polytunnel en de paden gewied. Timothy had grote vuren gestookt, compost omgegooid, (toch nog weer) gras gemaaid en op zijn manier de borders winterklaar gemaakt. Willem is gewend de borders in de winter gewoon met rust te laten: hij laat alle afgestorven blad liggen voor de dieren, zaden, insecten en het kan eventueel dienen als beschermlaagje tegen vorst. In het voorjaar wordt dan schoon schip gemaakt.

Timothy had echter alles in de borders afgeschoren en weggevoerd en er vervolgens een laag homemade compost op gebracht. Willem kreeg de schrik van zijn leven bij het zien van zoveel niets maar ik vond het wel aardig opgeruimd staan. Bovendien lopen de seizoenen hier anders en misschien moeten we in “den vreemde” wel leren met andere werkwijzen om te gaan. We zullen in het voorjaar maar eens kijken of deze wat ouderwets aandoende methode bevalt.

De bomen zijn hun blad kwijt en daarom is de hele structuur van de tuin nu weer zichtbaar, bloot gelegd en het valt ineens op hoeveel projecten er nog moeten worden afgemaakt.

Intussen ontdekte ik dat de boomvarens die 2 of 3 jaar geleden zijn aangeplant ineens een groeistuip hebben gekregen. Op het oog zijn ze dit jaar zowat even groot geworden als de Dicksonia die we al in 1996 hebben geplant. Het wordt nog dringen in die hoek.
In de Polytunnel woont een rat. Het gif sleept hij of zij naar een voorraadplek; kennelijk verliest het beest onderweg kleine stukjes van het gif en nu komt er hier en daar iets van graan op; als je het uittrekt blijkt de wortel omhult te zijn met dat gifblauw.
Zucht, hoezo biologische teelt.

Wij kwamen terug met een nieuwe trailer –gekocht in Nederland - die dienst moet gaan doen als plantenvervoermiddel in het komende seizoen, maar die we nu direct mooi konden gebruiken voor het vervoer van de “loopse sofa” zoals een vriendin de knalrode chaise longue noemde, die in het nieuwe interieur van mijn zus overbodig was geworden. Het bronzen beeld “De Gevallen Engel” werd te groot en te woest bevonden in de tuin van mijn broer en die mocht naast de sofa mee op reis. Deze wat ongebruikelijke lading in de trailer werd afgestouwd met vleermuis - en mezenkasten, gemaakt op ons verzoek door een jonge timmerman die op deze manier een centje bijverdient. Nu is de gewonde engel zachtjes neergelegd op het gras. Zijn gebroken vleugels wijzen bestraffend en puntig naar de hemel. Tussen het geknakte hoofd en de kleine voetjes spant de rug zich in een boog. Daaronder heeft Xena nu haar lievelingsplekje als het regent; een onaantastbaar stukje veilige, vernederlandste grond.

Willem heeft de kleine blauw/wit porseleinen Chinese keizer en keizerin achter de juist geplante populiertjes gezet. Ze komen nog op een sokkel, maar zo kunnen ze vast wennen aan de Ierse buien en het zuchten van de grote esdoornbomen.
 

Oktober 2005
We gaan deze maand naar Nederland en voor vertrek moet de koopwaar worden opgeruimd. Een storm van een paar uur is genoeg om alle potten naar omringende weilanden of de oceaan in te blazen en dat moet maar niet. We zoeken overal beschutte plekken en nu staan er keurig gelabelde planten in bakken langs de heggen. In de hoek met de boomvarens staan de meeste.

Als we weg zijn heeft Timothy de supervisie over de tuin. Het is nog even afwachten of dit ook echt wordt omgezet in het maken van uren. De cultuur is hier nu eenmaal anders dan we in Nederland gewend zijn en wij moeten altijd maar afwachten of het “werkvolk” ook daadwerkelijk komt. Dat hangt niet alleen af van het weer maar ook aan de noodzaak om geld te verdienen, de kinderen, echtgenote en de situatie thuis, de buren die een klus gedaan moeten hebben, de hond die om de haverklap naar de dierenarts moet of wat dan ook maar.
De praktijk leert dat ik ’s ochtends vaak tevergeefs reikhalzend uitkijk naar hulp; dat betreft niet alleen Timothy, maar ook de elektricien, de betonman of de loodgieter. Deze gewoonte is voor het maken van een planning desastreus, maar daar staat tegenover dat iedereen direct komt aandraven in acute noodgevallen. Het werk dat men dan op dat moment bij anderen onder handen heeft wordt ogenblikkelijk uitgesteld. Ik heb hier ontzettend aan moeten wennen maar me er noodgedwongen bij neergelegd. Bij een chagrijnige reactie komen ze misschien helemaal niet meer en daarom toon ik altijd grote dankbaarheid.

Het is altijd even moeilijk om voor langere tijd weg te gaan; het gevoel dat je nooit kunt weten hoe je de situatie bij terugkeer aan zult treffen. De nu nog uitbundig bloeiende hortensia’s zullen dan in elk geval alleen nog kleurloze verdroogde bloemen hebben. De waterlelies in de vijver zijn er vast niet meer. Zouden de rozen nog bloeien? Hoeveel blad zou er nog aan de bomen zitten? Misschien waaien er zelfs bomen om…… De groei is nu wel uit de heggen en het gras hoeft ook vast niet meer gemaaid. 

Enfin, we weten poes Xena in de goede handen van buurvrouw Sheila en zij houdt het huis en het terrein voortdurend in de gaten. We zullen haar regelmatig vanuit Nederland bellen.

We vertrekken op een ochtend, heel vroeg als Achill nog in diepe rust verkeert, naar de ferry in Dublin.

 
 
 
 
September 2005
 
 
 

September begint met dagen dat buiten alles precies goed is: de zon schijnt en licht de bladeren van de bomen op als een massa zilveren spiegeltjes, waarvan de weerkaatsing bijna pijn doet aan je ogen. Net als de golfjes in de baai. De wind is stevig en warm, maar niets in de tuin waait om of krom. De atmosfeer is vol energie en voelt licht en schoongewassen, zoals heel vroeger toen de lakens nog op het grasveld moesten bleken.  Het zijn ochtenden waarop mijn armen zich vanzelf spreiden en ik dan steeds diep adem haal om deel te worden van al dit transparante geluk; ik had het niet achter mijn nuchtere zelf gezocht!

Natuurlijk gaan onze overlevingspogingen onverdroten verder. De klandizie voor de plantenverkoop op zaterdagmiddag wordt al minder want het seizoen loopt af. Toch putten we moed uit de resultaten van onze bescheiden plantenverkoop. Met het oog op voortzetting van deze activiteiten volgend jaar besluiten we derhalve de kwekerij uit te breiden. De beste plek hiervoor is Lady Beevir’s Nursery. Vijfendertig jaar geleden toen Sir Anthony Beevir en zijn vrouw hier woonden, legde de Lady een moestuin aan teneinde vitaminerijke gewassen te verkopen aan de omwonenden. De moestuin situeerde zij in een hoek langs de weg, naast het oudste tuingedeelte. Inmiddels herinnert enkel een loos gietijzeren hekje nog aan deze periode en is het een door hoge volwassen bomen omsingeld duister verdomhoekje geworden. We laten de bomen natuurlijk staan; zij zullen binnenkort hun blad verliezen waardoor het vanzelf veel lichter wordt. Het afgevallen blad kan bovendien de stekken beschermen als een natuurlijk laagje mulch. Maar goed, om te beginnen moet er allereerst een “rotavator” worden gehuurd; een soort handploeg met benzinemotor. Timothy heeft een zware klus om de oude grond daarmee weer open te werken en moet het apparaat laveren tussen dikke boomwortels. Hierna komt er compost op. Mijn residu boerenbloed gaat stromen als ik de kwaliteit van onze biologische compost tussen mijn vingers verkruimel. Honderden bruinrode wormen leiden er een op het oog kwalitatief hoog en probleemloos bestaan.  

Onze plannen voor de uitbreiding concentreren zich op de verkoop van heggen. De eerste grote order in juli gaf de aanzet. Op eilanden en langs de kust legt menig plant het loodje in de zoute, krachtige Atlantische wind. De eventuele bloemen zien er al gauw verfrommeld uit of klappen op de grond waar ze nog een kort bestaan hebben als slakkenmaaltijd; het blad scheurt of klappert zichzelf, overgeleverd aan de wind, inktzwart van ellende. “Wind-burn” noemen ze dat hier.

Het worden dus heggen en we zetten er honderden stekken van. Er gaan zo’n 450 in een hoekje van 3 x 2 meter: escalonia, griselinea, liguster, olearia, hortensia, nitida en taxus.
Zo op het allereerste gezicht slaan ze allemaal aan. Dat worden heel veel potjes in het vroege voorjaar……

September eindigt in een grote regenplas. Een onvoorstelbare hoeveelheid water valt in relatief korte tijd: naweeën van het onstuimig weer aan de overkant van de oceaan. Regenbogen versieren de hemel als de zon haar lichtstempels drukt op de flanken van Curraun. De zwaluwen zijn nog net niet op reis.
 

Augustus 2005
De maand begint warm en vochtig. Het heeft een grandioos effect op de groei en bloei van de meeste planten en groenten, veroorzaakt een ware insectenplaag en dat houdt samen de vogelstand hoger dan ooit in de tuin .Ook word ik in de vroege ochtenduren vaak eventjes wakker van het klaaglijk blaten van schapen achter de zeemuur. Ze schudden vergeefs hun onbeschermde koppen en stampen op hun iele zwarte poten tegen de bloedzuigende menigte die hen belaagt. Zolang het eb is liggen ze het liefst herkauwend tussen zeewier en zoeken ze verkoeling in het briesje dat na de stilte van de nacht in de baai opsteekt.  

De borders zijn op dit moment plaatjes om te zien, omdat Willem 3 weken achtereen aan het snoeien is geweest. De heggen, heesters en beukenbomen zien er gelikt uit en geven de bedoelde structuur in de tuin: de balronde Buxus in het centrum, kubussen Lonicera Nitida die hier en daar naar de grond golven in een trapezevorm, een trapsgewijs oplopende Griseliniaheg en vierkant geschoren beukenkruinen om het licht in de tuin te houden. De grijze tuin krijgt een definitief ontwerp en daarachter zijn 4 ranke populiertjes geplant die de zicht as op termijn naar de hemel verwijzen. De boomvarens zijn imposant groot geworden en geven een tropisch reliëf aan hun beschutte hoekje.

Gelukkig komen er relatief veel bewonderaars, vaak gewapend met stoere camera’s om deze tijdelijke kunstwerken te vereeuwigen.   

De winterse populatie op Achill Island van 2600 zielen mag zich deze maand verheugen in een wonderbaarlijke tienvoudige vermeerdering. Op het lange strand in Keel bouwen kinderen zandkastelen, teenagers schrijven elkaars naam in het zand, een witharige oma ligt op haar surfboard en laat zich meevoeren op de golven van de branding.

Wij vinden overal schelpdiertjes op het strand; het zijn zieltogende “boey barnacles”, een soort eendenmossel aan een zelf gecreëerd drijflichaam, die door een invasie van rode algen gebrek aan zuurstof hebben gekregen. Ze doen qua vorm denken aan klassieke UFO’s. We nemen een paar gave exemplaren mee die Willem thuis conserveert in een plas wodka. 

In Ierland begint het voorjaar weliswaar al op 1 februari, maar de herfst valt officieel op 1 augustus in. Het is merkbaar in de tuin. De eerste bladeren vallen. Na de 15e vertraagt de groei en ik moedig m’n jonge sla-planten in het voorbijgaan aan om toch nog groot te worden. De druiven in de Polytunnel zijn rijp, zoet en sappig. Ik struikel er over de slordig opgebonden maar overvloedig dragende tomatenplanten en de wulps uitdijende courgette planten.

In de boomgaard kleuren appels rood en de eersten vallen al dan niet onder het gewicht van begerige bonte kraaien en halfdronken lijsters. 

De laatste uitbundige kleuren sieren de bermen langs de weg: de oranje Crocosmia en de witte pluimen van de moerasspirea wringen zich tussen de massa’s roodpurperen bloemen van de Fuchsia Magelanica en de zeewindbestendige grijsbladige Olearia Traversii. Niet te verzinnen, onbedacht mooi.

 
 
 
 
 
 
Juli 2005
 
 
 
 

Zomer! Het eiland is op deze lange dagen op haar best: extravert en actief. Scoil Acla, de zomerschool, trekt ook nu weer veel publiek en overal hoor je muziek. Er zijn lezingen, tentoonstellingen, zeilwedstrijden en wandeltochten door de bergen. De stranden worden druk bezocht en het plezier en goede humeur van de bezoekers snuif je gewoon op.

Mij stemt het korten van de dagen altijd een beetje weemoedig. Het is alsof je op de terugweg bent van een mooi feest dat nog veel langer had mogen duren; heb ik er wel écht alles uit gehaald. Natuurlijk wil ik hier vertellen over alle wonderen die zich in onze borders voltrekken. Bijvoorbeeld over de ongelooflijk oranje bloemen van de tijgerlelies, die hoog boven mij uittorenen, net als de naar de hemel wuivende Diarama. Of over de geurige rozen die elkaar verdringen om over de gevlochten heggen te kunnen tuimelen. Maar het gekke is, dat ik in feite juist moeilijk contact krijg met de tuin: ik heb er helemaal geen vat meer op. Dat doet maar!

Het zijn niet alleen de vele soorten geraniums die zich overal klimmend en kruipend manifesteren in een eigengereide slordige mat, maar ik sluit ook het liefst mijn ogen om het onkruid niet te hoeven zien. Het schiet overal op en groeit in een waanzinnig tempo tot zaad. De groene heggen dragen allemaal ongekamde en onbedoelde pruiken. Het gras moet eigenlijk twee keer per week gemaaid en dat lukt ons écht niet. Dode bloemen plukken “om de groei van meer bloemen te bevorderen” zoals het in de boekjes staat, is er natuurlijk helemaal niet bij.

Ik bedenk snuivend, dat ik mezelf anders wel graag in een romantische jurk met een zilveren schaartje bedauwde rozen in een mandje zou zien doen. Helaas loop ik in werkelijkheid met mijn sokken over de broekspijpen in een T-shirt met col waar ik de onderkant in stop van de midgetcap die ik op mijn hoofd draag en wied ik op mijn knieën met plastic huishoudhandschoenen de brandnetels tussen –de overigens prachtige bloeiende-  Lychnis, Cosmea en Inula’s uit. Om er een paar te noemen. Heb ik het nog niet over de stokrozen, die wel drieëneenhalve meter worden en over mijn lievelingen: Astilbe Sprite. Ze staan langs het hoofdpad en hebben vriendelijke losse roze pluimen die samen een deinend filigrein vormen.

De plantenverkoop op zaterdagmiddagen gaat beter dan verwacht. Na 3 weken vinden we dat het aanbod en de keuze van planten zich uit moet breiden en we besluiten ons licht op te steken in Kildare waar de jaarlijkse Garden Trade Show wordt georganiseerd. Het is allemaal erg informatief. Bij ons is de eerste grote order binnen voor het aanleveren van heggen. Zonder beschutting begin je op Achill niets op het gebied van tuinieren. Willem maakt wat ontwerpen en ik stel een offerte op.

We hebben dit jaar geen broedende sperwer in de tuin gehad. In voorgaande jaren hoorden we rond deze tijd de hele dag de jongen krijsen. Vlak voordat ze uitvlogen zagen we 2 jonge sperwers oefenen boven de borders, tussen de hoge elzen. Schitterend.

De duiven in de tuin krijgen dit jaar dus de kans om te overleven. Het koeren van de houtduif en het wat kakelende lachje van de tortel geeft de tuin parkachtige allures; alsof het de kinderschoenen is ontgroeid.

 

Juni 2005
We besloten om met een bescheiden verkoop van planten en heesters te starten; op zaterdagmiddagen van 1 tot 5, ingang bij het 2e hek. Het initiatief wordt niet ingegeven door een winstoogmerk en we verwachten evenmin een indrukwekkende omzet; de paar duizend inwoners die op dit winderige Achill wonen worden niet gehinderd door enige tuintraditie en/of plantenkennis. De meeste autochtonen vinden bomen doodeng omdat ze in een storm op je dak kunnen vallen en houden het daarom op een grasveldje om het huis dat zorgvuldig kort wordt gehouden door grazend vee en een grote parkeerplaats van glanzend asfalt voor de deur. Nee, we doen het vooral om te onderzoeken of er via de tuin meer bekendheid kan worden gegeven aan Willem’s naam als kunstenaar; de tuin als kunstproject!

Het gebeuren vraagt de nodige voorbereiding. Eerst moet er een dure verzekering afgesloten worden voor ‘public liability’. Dochter Hesseltje wordt gevraagd dit tuindagboek te vertalen in het Engels en Willem moet een introductie schrijven waarin een link kan worden gelegd tussen zijn beeldend werk en de filosofie achter de vormgeving van de tuin. Ik bestel een paar ladingen zand bij de postbode voor een begaanbaar talud bij het 2e hek, laat keurige borden maken om aan het hek te bevestigen en stel alles in het werk om een advertentie en een kort artikel in het plaatselijke Sufferdje te krijgen. Als ik denk dat ik het eindelijk voor elkaar heb, staat het er niet in.

Maar goed, hoewel niemand nu kan weten dat we iets organiseren, ga ik toch voor een try-out en dus sta ik die eerste zaterdagmiddag in juni om 1 uur paraat. Gelukkig schijnt de zon. Er is natuurlijk niet veel te beleven en ik dokter een systeempje uit voor het prijzen van de planten met uit Aldi-dozen geknipte kartonnetjes. Dan zie ik tot mijn verbazing dat onze bejaarde buurvrouw Molly van het kleine winkeltje op de hoek er aan komt schuifelen. Ik rep me naar boven om het klaphek – gemaakt naar het Nederlands model van Natuurmonumenten- open en dicht te doen, want ik vrees een ongeval. Molly heeft haar hoofdsjaaltje omgeknoopt, zodat het gepermanente haar nog netjes is als ze naar de mis gaat vanavond. Ze wil graag drie kleine plantjes, want zo vertrouwt ze me toe: "I know what it is to start a business and I wish you good luck". Ik krijg zelfs een Euro fooi.

Tegen vijven komt Ray ook nog even langs. "Wat heb jij nou?" roept hij me toe vanaf het talud, "het is helemaal niet duidelijk dat hier wat te doen is. Niemand ziet die borden hier op het hek. Zo komt er natuurlijk geen kip!" Hij stiefelt naar binnen: "Aan het begin van de weg zet je een groot bord" adviseert hij, en daar zet je op: "Plantenverkoop; Nu Open. 1 mijl" en dan een pijl in deze richting." "Het is 2 mijl vanaf de hoek" verbeter ik. "In Ierland is het niet verder dan 1 mijl!, antwoordt hij resoluut, "Als je er 2 mijl op zet, denken ze hier dat die planten ergens in de buurt van Dublin te koop zijn." Hij gaat weg met een lieve roze -bloeiende Pelargonium voor z'n vrouw Breeda. De borden komen er en binnen de kortste keren weet iedereen op het eiland van onze plantenverkoop.

Op deze zaterdagavond zitten we uitgeteld (110 Euro) aan tafel te genieten van een kopje soep. Ineens steekt er een warme wind op. De vreselijke Blokker tuinstoelen komen over het gazon langs gewaaid en eindigen in de hortensiaheg. De golven in de baai vertonen witte koppen. De prachtige witte kelken van de Zantedeschia zwiepen tegen het vogelhuisje en zijn morgen dus helemaal gescheurd. Dan denk ik een pimpelmees aan de peanutfeeder te zien hangen. Dat verbaast me in deze weersomstandigheden en ik kijk nog eens goed. Nee, het blijkt een kogelrond avontuurlijk muisje te zijn. Het klimt nu op het vogelhuisje, aarzelt, schat de situatie in met ronde, zwarte oogjes., aarzelt nog eens, springt dan met een gewaagde sprong op het enorm Zantedeschia blad en roetsjt langs de steel naar beneden.

 
 
 
 
 
 
Mei 2005
 
 
 



De grote verrassing in deze maand is de komst van een bronzen beeld van twee spelende dassen, gemaakt door Taeke de Jong. We maakten een paar jaar geleden kennis met elkaar toen hij met zijn gezin de cottage huurde. In die week werd een tweede das aangereden die op weg was naar onze tuin om te eten. Al pratend ontstond het idee om een dassenbeeld te maken in ruil voor een schilderij. Taeke, Agaath, Sterre en Veerle brachten het ontroerende beeldje naar ons toe en namen het schilderij met de regenboog mee naar huis. Dit jaar zien we bovendien voor het eerst sinds lange tijd weer sporen van de echte, levende das in de tuin.  

Overal in het landschap van Achill duikt de Gunnera weer op. Het is een enorme plant, waarvan het blad zich opent als de palm van een reuzenhand, waar je gemakkelijk onder kunt schuilen als het regent. Het zaait zich uit als onkruid op vochtige vorstvrije plaatsen. In onze tuin is daarom maar één Gunnera plant geoorloofd en die staat bij de vijver. De vijver is nu een plaatje om te zien met de talrijke bloeiende witte en roze waterlelies. Verscholen achter blauwe irissen, spetterend rozerode etageprimula’s, siergrassen en grote hosta’s krioelen inmiddels ontelbare kikkervisjes. Rode waterjuffers vliegen sierlijk over het wateroppervlak.Ik ga in een geleende waadbroek en gewapend met een groot mes de vijver in om de bloeikolven uit de Gunnera te snijden voordat ze zaad kunnen zetten. De grootste bloeikolf is ongeveer een meter lang en zo zwaar dat Willem me moet helpen. Ik snij er meer dan 10 kolven uit; een kruiwagen vol voor de brandstapel. De bloeiende wilde rododendron staat hier langs de wegen met opvallende grote lila bloemen. De meeste hybride soorten in onze tuin bloeien dominant knalrood. Twee oude azalea’s geuren zo sterk dat de hommels ervan flauw vallen en voor lijk om de stam heen liggen. De laatste tulpen zijn uit en één van de boomvarens ontwikkelt schattige kleine baby’s op de uiteinden van haar blad. In de herfst gaan de bladeren liggen, zodat de kindjes zelfstandig kunnen wortelen. Veel planten krijgen hier een reusachtig formaat ondanks de zoute, soms harde winden. De mooie zachtbladige Lavatera Arborea bijvoorbeeld is een één- of tweejarige die een stam van 20 centimeter diameter kan ontwikkelen en de prachtige aronskelk of Zantedeschia wordt gemakkelijk manshoog.  

Het is de laatste zondag in mei. Nu de avond valt, sta ik over de zeemuur geleund naar een in het voorbijgaan geplukte paardebloem te kijken die ik eerder in het water gooide. Als een geel zonnetje dobbert ze de hoek om bij de bibliotheek; het tij komt in. Xena poes ligt bevallig als een zwart pantertje naast me op de muur en tuurt naar de lichtvlekjes op de golfjes. Ik volg de zeepissebedden en andere veelbenige primitieve wezens die nu het pleisterwerk op de muur beklimmen; enkelen vermoeden in de donkere mouw van mijn jasje een schuilplaats en hun voelsprieten betasten de stof: nee…ze lopen toch maar liever door. De paardebloem draait een vertwijfeld rondje; die is kennelijk op het stroompje van de beek belandt en wordt zo de zee weer ingeblazen. Ach, daar zie ik duidelijk een grote grijze harder aan de oppervlakte van het brakke water foerageren; de mooie, dikke zilveren zoenlippen spugen steeds zwarte grommetjes uit. Onder aan de muur zoeken tientallen krabbetjes voedsel op de grens tussen water en lucht.
Xena gaat staan en rekt zich uit.

 
April 2005
De uitbundig okergeel bloeiende gaspeldoorns verzomeren het landschap en langs de wegen laten wilde rododendrons hun eerste lila bloemen zien. April begint warm en in de tuin zetten we 6 Kardinaalsmutsen uit. We zijn er druk mee bezig als de Paus overlijdt. Willem bouwt aan een traditioneel muurtje met gestapelde stenen langs de parkeerplaats voor het huis. Achter de nieuwe muur komt een veldje voor grote potten. De oude azalea die er staat wordt ingebouwd, maar de struiken die hier als onkruid floreren, worden gerooid zoals hortensia, witte en rode fuchsia. Als het klaar is, kunnen we vanuit het huis veel meer van de tuin zien.

Ik zaai, pot, verpot, poot, poot uit en trek onkruid. Sheila’s cameliastekken lijken allemaal aan te slaan dit jaar. Timothy helpt met het verbranden van takken en onkruid. We maken grote laaiende vuren, verzamelen de as en strooien die uit in de tuin. De appelbomen krijgen een kruiwagen extra en zitten nu vol bloesem; dat belooft veel goeds. In het oudste deel van de tuin zijn de circa 3000 narcissen inmiddels vervangen door het intense blauw van de Blue Bells en de verscholen maar grappige Arisarum, hier “Mouseplant” genoemd. Vogeltjes nemen een bad in de enorme witte kelken van de Zantedeschia. In de ronde tuin knallen hybride rododendrons hun grote rode bloemen in ons gezichtsveld en overal staan tulpen. De Judaspenning en de eerste Osteospermum bloeien. Timothy maait het gras en niets ruikt zo lekker als pas gemaaid gras in april.

De esdoorns ontwikkelen hier al in de herfst dikke knoppen met een zichtbaar gleufje groen om de moed erin te houden. Pas daarna beginnen ze aan een trage wintersluimer. In het voorjaar komen eerst de wilgen in bloei en blad, dan de kastanjes en meidoorns; de wilde kers kleurt wit, de ribes roze. Dan eindelijk, aan het eind van de maand april, komt dat speciale draaipunt in het seizoen waarop “de gordijnen ’s nachts zijn dicht gegaan” zoals Willem het toch altijd weer verrassende moment uitdrukt wanneer de esdoorns hun grote bladeren openvouwen. Op die ochtend is de tuin ineens vol schaduw en ik betwijfel of er ooit nog een plant zal groeien in ‘Lady Beevor’s Nursery’, terwijl het de dag daarvoor nog zo’n geschikte plek leek om te stekken. Tegelijkertijd signaleren we de eerste zwaluwen in de tuin en leggen we onze midgecaps klaar voor gebruik. De zomer is begonnen.

Op de laatste zonnige zondagmiddag van april verstomt het voortdurende geruzie, gekwetter en gezang van de vogels ineens. Er heerst even een eendrachtige afwachting en ook ik houd m’n pas in. Dan wordt de intimiteit van stilte doorbroken door de roep van de koekoek, duidelijk en dichtbij. Dat de roep van de koekoek regen brengt, leerde ik vroeger al. Het is nu inderdaad grijs, nat en onaangenaam buiten. Laaghangende wolken versomberen de overkant van de leeglopende baai. Willem en ik staan met de neus tegen het raam gedrukt naar de reiger te kijken die zoals gewoonlijk in het steeds smaller wordend kreekje vist. Hij lijkt onrustig en dan zien we de otters weer. Twee prachtige, soepele en onafscheidelijke dieren. Hun lange staarten golven zichtbaar in het ondiepe water en ze wroeten in het zeewier. De reiger waadt nu snel achter de otters aan in de hoop wat slordig opgewoeld voedsel te vinden. Dan voegen drie wulpen zich bij het tafereel en zij lopen vervolgens achter de reiger aan. Zo zijn we getuige van een bizarre optocht.

 
 
 
 
 
   
Maart 2005
 
 
 
 

Nu de schemer valt ruikt de hele omgeving naar zeep, honing en gardenia’s. Het is de duizelig makende geur van de bloeiende Pittosporum, een groenblijvende boom die elk voorjaar op deze wijze haar triomf over alle winterstormen uit het noordoosten demonstreert. Soms met een gehavende door de wind zwart geblakerde kruin, maar dat trekt in de loop van de zomer altijd weer bij. Het zijn de onaanzienlijke, dieppurperen, bijna zwarte bloemen die de geur verspreiden; in het hart steekt het lichtgroen stampertje brutaal boven de bloemblaadjes uit, omkranst met felgele meeldraden.

De vrolijke primula’s hebben in andere jaren vaak het alleenrecht op bloei gedurende koudere periodes en daar zijn ze me dierbaar om geworden; het zijn de clowntjes in de tuin. Dit jaar hadden we echter een echte warme maart en nu bloeit alles tegelijk: de forsythia samen met de tulpen, de botanische fuchsia (waarschijnlijk een Skinnera) tegelijk met de witte madeliefachtige bloemetjes van de Olearia heg. Onze zes camelia’s botten uitbundig uit in roze, wit en rood. De keizerskroon staat alweer te stinken in haar oranje rokken en de kastanjeknoppen zien er even uit om op te vreten als ze zich net ontworsteld hebben aan hun kleverige strakke jasje, zo sexy.

Honderden narcissen, vooral de echte gelen, heb ik inmiddels onthoofd. Er zijn nog steeds honderden –meest witten- over. Ik ben ze aan het tellen. Volgend jaar zal ik de verschillende soorten op het terrein eens in kaart brengen.

De eerste tulpen zijn zowat uitgebloeid en in dat eindstadium openen de bloemen zich in het zonnetje tot een ordinair plat vlak. Miraculeus, hoe ze zich ’s avonds toch nog min of meer sluiten en er dan weer even uitzien als een mooie frisse tulp. Wat een energie!

De mateloze energie van de vogels blijft ook boeiend. Er hebben zich nu allemaal paartjes gevormd die samen solidair zijn maar anderen het licht in de ogen niet gunnen. Groepen bonte kraaien en eksters houden zich op bij de kuddes schapen om hen wol uit te trekken voor het bouwen van hun nest. Ze pikken dan en passant nog een hapje ongedierte mee uit de huid. De schapen vinden dat heerlijk, houden kop en lijf uitnodigend aan de vogels voor. De lammeren zijn geworpen; er is de hele dag gemekker en geblaat over en weer. Elke ochtend zijn er lammetjes verdwenen. Het is maar goed dat we geen weet hebben van wat zich afspeelt in de nacht.

Als het zonlicht in de vijver schijnt kun je zien hoe de libellenlarven hun prooien vangen als die zich roeren aan het wateroppervlak. Gek genoeg zijn er nog helemaal geen kikkervisjes. De roze waterlelie steekt al ferm 2 bloemknoppen boven water maar opent zich nog niet. De witte doet het wat rustiger aan.

Een ijldunne nevel zweeft over het water in de baai nu de avond is gevallen. Het benadrukt de stilte, het in zichzelf gekeerde na een druk paasweekend op het eiland. Een paar sterren pinkelen hoog daarboven en aan de overkant bloeien de lichtjes van de huizen.

 
Februari 2005
Let wel; de rollen zullen ongetwijfeld nog worden omgekeerd, maar terwijl jullie in Nederland momenteel door de sneeuw ploegen en ’s nachts met 20 graden vorst op de centrale verwarming moeten zitten om het niet koud te krijgen, is hier het voorjaar aangebroken.

De eerste vliegen zitten op de zeemuur in het zonnetje. De bruine kikkers bedrijven de liefde in de vijver. Hij blaast voor haar zijn wangen op tot mooie bellen en maakt dan een vreemd geluid, zodat ik eerst dacht dat er een enorme kater in de buurt was met een diepe lage spinnende brom. Vaak vind ik hun bergjes glazige dril met zwarte stippen verkleefd op het natte gras en dan moeten ze, getuige de droevige restanten die er naast liggen, de liefdesdaad nogal eens met de dood bekopen. Tijdens het wieden zit een paartje roodborsten zo nu en dan letterlijk op mijn hand om al het slaperig lekkers dat uit de aarde wordt omgewoeld te verorberen. Ik murmel dan zachte en bemoedigende woorden en hij zingt me toe met een heel zoet bedeesd melodietje. Een zwerm vinken kwettert in de elzen. De abrikoos –het kan ook een perzik zijn- bloeit op het naakte hout. De krokus, de maagdenpalm, het longkruid, primula’s en honderden narcissen keren zich naar de warmte en het licht. Op een dag als vandaag beleef ik intens dat speciale moment waarop de wereld ondanks alles haar armen wijd opent in het vertrouwen dat het de moeite waard is om het nog een jaartje te proberen. Het troostend en geruststellend ritme van de eeuwigheid neem ik met alle zintuigen waar en het verwarmt het zo vege lijf in haar omhelzing. In de tuin adem ik die sfeer in van de overal aanwezige opgewonden en nieuwsgierige verwachting in, word ik er zelf deel van als een foetus van de baarmoeder. Ik kan je nauwelijks zeggen hoe ik daar van geniet. Met het verstrijken van onze jaren in Ierland lijkt mijn seizoensgevoeligheid alleen maar toe te nemen.

Timothy heeft de voorgetrokken doperwten onder een kunstige piramide van stokken in de volle grond uitgezet. Ook knutselt hij een laag kasje in elkaar van stukken waterpijp en een lap plantenfolie. Daar staan de sla-plantjes nu onder te broeien; die zullen wel hete hoofdjes en koude voetjes hebben. Sheila poot de eerste bosuien en geeft het zaaigoed in de folietunnel water. Willem werkt op een ladder aan een constructie van schapengaas en bamboestokken in de folietunnel om de druif houvast te geven voor de nieuwe uitlopers. Hij zag vandaag de eerste hommel. De tunnel staat vol met zaaigoed en de eerste slablaadjes en radijzen kunnen geoogst. Inmiddels loopt de baai geruisloos vol zout water.

 

 

 


Januari 2005
 

Er waren deze winter 3 stormen tot dusver en dat ging ten koste van 2 oude bomen langs de oprit: een iep knakte gewoon om en een els raakte los bij de wortels. We gaan ze vervangen door Pinus Sylvestris, die hier Scotch Pine wordt genoemd.

We hebben nu voor Ierse begrippen althans, al een paar mooie dagen gehad. In de tuin bloeien niet alleen honderden sneeuwklokjes, maar ook de eerste soort narcissen. De knoppen van de camelia's staan op barsten en de helleborus is op z'n mooist, hoewel enigszins verwaaid.

Timothy, de tuinman die ons meestal 1 dag in de week helpt, is druk bezig met de fortificatie van de bedden in de moestuin. Ze krijgen allemaal een stenen rand op een betonnen gootje, zodat deze zomer de grond letterlijk binnen de perken blijft als we moeten sproeien. Hij heeft ook radijs en sla gezaaid in de folietunnel.

Sheila, de buurvrouw, is al vanaf haar 12e vertrouwd met deze tuin. Ze maakt graag stekken en is daar al mee begonnen. Ook verzamelt ze het aangespoelde wier buiten ons zeehek. Daarin poot ze haar aardappelen in rijen, zoals dat hier al eeuwen gebruik is. Wij verzamelen het zeewier omdat het onze composthopen verrijkt. De stokroos werd er vorig jaar meer dan 4 meter hoog mee.

We kregen voor Sinterklaas een glossy magazine toegestuurd met prachtige, verleidelijke foto's van de Kardinaalsmuts (Euonymus). We gingen allebei voor de bijl. Voor grotere en specialistische bestellingen reizen we af naar County Offaly waar de fam. Ravensberg een prachtige boomkwekerij heeft. Zij kennen onze tuin. Eigenaar Jan Ravensberg is heel deskundig en weet precies wat het wel en niet zal doen bij ons. Hij houdt rekening met de grond, zuur tot neutraal, en de weersomstandigheden, veel wind maar nooit vorst.

We kwamen o.a. thuis met een Aardbeiboom (Arbutus), die op sommige plaatsen in Donegal  'wild' voorkomen, een rode Magnolia, een geelbloeiende Kamperfoelie (Lonicera trachophylla) en natuurlijk de Kardinaalsmutsen. 

Willem leurt met deze 20 nieuwe heesters en bomen door de tuin en beslist op die manier welke waar het best kan staan.

Ik heb vooral daslook gewied, dat met name in het oudste deel van de tuin met handenvol gerooid kan worden. Het is hier elk voorjaar een plaag en als ik hen wied in een vroeg stadium kan ik hen nog onderscheiden van de Blue Bells. De hele kruiwagen ruikt dan naar knoflook.

Verder brengen Willem en ik nu en dan een kruiwagen grint van onze grinthoop aan de weg naar beneden, waarmee de ‘grijze tuin’ stukje bij beetje wordt aangelegd.

 
 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                        Page designed by Ferdinand

- omhoog -