| |
December
De tuin vraagt weinig meer en geeft ook niets
terug. Liever kom ik er niet, want als ik over de
paden loop ervaar ik de ruimte als geïmplodeerde
onverschilligheid.
Er is geen interactie,
zelfs niet via vogels. Het is er kaal en koud en
elke reflectie van licht wordt een kostbaar
kleinood. Onvatbaar en vluchtig.
Ons werk van de zomer is onzichtbaar verstopt en
de tuin oogt als een afgebrande schuur met
zwartgeblakerde staketsels die druipen van regen.
Het voelt hier ineens ontheemd van tijd.
Herinneringen worden sterker en elke herinnering
heeft de smaak van afscheid. Is ouder worden
misschien buiten de tijd komen te staan. Is tijd
iets van ons of zijn wij van tijd?
Bestaat uniciteit van de mens in de kosmos of
kunnen we alleen overleven door geleefd te worden?
In deze stemming gekomen valt het
oog natuurlijk vooral op begonnen maar nooit
afgemaakte klussen en projecten en Willem en ik
krijgen een discussie over de organisatie van de
vormgeving, noem het maar “kunst”.
Is kunst te organiseren?
“Nee” zegt Willem, “kunst ontstaat door een idee
vorm te laten krijgen onder je handen”. Mijn
conclusie is dat vormgeving dan dus niet via een
uitwerking op papier over te dragen is naar
derden, dus niet gedelegeerd kan worden. Als
Willem deze conclusie bevestigt zijn bij mij de
rapen gaar, want ik ben een pragmaticus die in de
opkomst van een groene stengel nog geen bloem ziet
schitteren. Willem wel, die kan met
verbeeldingskracht en ruimtelijk inzicht een
bloemenzee voor zijn geestesoog toveren en heeft
daarom niet zoveel moeite met onaffe projecten. Ik
heb er echter schoon genoeg van en verordonneer
een pad van de Polytunnel naar de moestuin zodat
ik de rest van de tuin links kan laten liggen en
er geen verantwoordelijkheid meer voor hoef te
nemen: zoek het maar uit met die kunst! Maar mijn
boosheid maakt me ook heel verdrietig, want het is
immers juist de creativiteit die de echte kick
geeft aan mijn leven hier met de tuin. Het
verkopen van kruiden en planten en het plukken van
de sla is gewoon iets dat nu eenmaal moet. Zoals
naar kantoor gaan.
Mijn reactie maakt Willem ook overstuur en na een
paar dagen komen we tot een verzoenend compromis:
door meer samen te gaan werken met Timothy kunnen
de projecten sneller tot stand komen. Een goed
voornemen voor 2006!
Onze eigen visitekaartjes zijn
klaar! Hierop introduceert Willem zich in het
nieuwe jaar als “consultant
gardendesign” en ik
profileer “The Woods
Nursery” er mee.
Vriendin
Meike heeft samen met zoon
Ringo de supervisie
over het drukwerk en schrijft dat de kaartjes zich
spectaculair hebben vermenigvuldigd: “De eerste
druk was niet goed van kleur en dit was inderdaad
een fout van de drukkerij. Afgezien daarvan waren
er van elk 1000 i.p.v. bestelde 500 - ook een fout
van de drukkerij. Nu is de kleur goed, maar zijn
er van elk 5000 gedrukt. Er werkt daar kennelijk
iemand met discalculie.
Er zijn nu 12.000 kaartjes.” We kunnen ze altijd
nog gebruiken om planten mee te labelen.
Het is de hoogste tijd om buiten
rond de parkeerplaats de kerstlichtjes weer aan te
sluiten die in de bomen zijn gedrapeerd. Dansende
helderheid. De dagen worden alweer langer.
|
|
| |
|
|
|
November 2005
Nadat we die zaterdag op een
middernachtelijk uur waren thuis gekomen, gingen we
de volgende ochtend een kijkje in de tuin nemen.
Hoewel het zonnetje scheen (iets wat ik nu al dagen
ontbeer) openbaarde de tuin zich aan ons als
vleesgeworden herfst.
We dwaalden er nog wat onwennig in rond.
Het was gelukkig goed bijgehouden: het blad was
geharkt, de sla overgezet van de koude grond naar de
Polytunnel en de paden gewied. Timothy had grote
vuren gestookt, compost omgegooid, (toch nog weer)
gras gemaaid en op zijn manier de borders
winterklaar gemaakt. Willem is gewend de borders in
de winter gewoon met rust te laten: hij laat alle
afgestorven blad liggen voor de dieren, zaden,
insecten en het kan eventueel dienen als
beschermlaagje tegen vorst. In het voorjaar wordt
dan schoon schip gemaakt.
Timothy had echter alles in de
borders afgeschoren en weggevoerd en er vervolgens
een laag homemade compost op gebracht. Willem kreeg
de schrik van zijn leven bij het zien van zoveel
niets maar ik vond het wel aardig opgeruimd staan.
Bovendien lopen de seizoenen hier anders en
misschien moeten we in “den vreemde” wel leren met
andere werkwijzen om te gaan. We zullen in het
voorjaar maar eens kijken of deze wat ouderwets
aandoende methode bevalt.
De bomen zijn hun blad kwijt en
daarom is de hele structuur van de tuin nu weer
zichtbaar, bloot gelegd en het valt ineens op
hoeveel projecten er nog moeten worden afgemaakt.
Intussen ontdekte ik dat de boomvarens die 2 of 3
jaar geleden zijn aangeplant ineens een groeistuip
hebben gekregen. Op het oog zijn ze dit jaar zowat
even groot geworden als de
Dicksonia die we al in 1996 hebben geplant.
Het wordt nog dringen in die hoek.
In de Polytunnel woont een rat. Het gif sleept hij
of zij naar een voorraadplek; kennelijk verliest het
beest onderweg kleine stukjes van het gif en nu komt
er hier en daar iets van graan op; als je het
uittrekt blijkt de wortel omhult te zijn met dat
gifblauw.
Zucht, hoezo biologische teelt.
Wij kwamen terug met een nieuwe
trailer –gekocht in Nederland - die dienst moet gaan
doen als plantenvervoermiddel in het komende
seizoen, maar die we nu direct mooi konden gebruiken
voor het vervoer van de “loopse sofa” zoals een
vriendin de knalrode chaise longue noemde, die in
het nieuwe interieur van mijn zus overbodig was
geworden. Het bronzen beeld “De Gevallen Engel” werd
te groot en te woest bevonden in de tuin van mijn
broer en die mocht naast de sofa mee op reis. Deze
wat ongebruikelijke lading in de trailer werd
afgestouwd met vleermuis - en mezenkasten, gemaakt
op ons verzoek door een jonge timmerman die op deze
manier een centje bijverdient. Nu is de gewonde
engel zachtjes neergelegd op het gras. Zijn gebroken
vleugels wijzen bestraffend en puntig naar de hemel.
Tussen het geknakte hoofd en de kleine voetjes spant
de rug zich in een boog. Daaronder heeft Xena nu
haar lievelingsplekje als het regent; een
onaantastbaar stukje veilige, vernederlandste grond.
Willem heeft de kleine blauw/wit
porseleinen Chinese keizer en keizerin achter de
juist geplante populiertjes gezet. Ze komen nog op
een sokkel, maar zo kunnen ze vast wennen aan de
Ierse buien en het zuchten van de grote
esdoornbomen.
|
|
|
Oktober 2005
We gaan deze maand naar Nederland en voor
vertrek moet de koopwaar worden opgeruimd. Een storm
van een paar uur is genoeg om alle potten naar
omringende weilanden of de oceaan in te blazen en
dat moet maar niet. We zoeken overal beschutte
plekken en nu staan er keurig gelabelde planten in
bakken langs de heggen. In de hoek met de boomvarens
staan de meeste.
Als we weg zijn heeft Timothy de
supervisie over de tuin. Het is nog even afwachten
of dit ook echt wordt omgezet in het maken van uren.
De cultuur is hier nu eenmaal anders dan we in
Nederland gewend zijn en wij moeten altijd maar
afwachten of het “werkvolk” ook daadwerkelijk komt.
Dat hangt niet alleen af van het weer maar ook aan
de noodzaak om geld te verdienen, de kinderen,
echtgenote en de situatie thuis, de buren die een
klus gedaan moeten hebben, de hond die om de
haverklap naar de dierenarts moet of wat dan ook
maar.
De praktijk leert dat ik ’s ochtends vaak
tevergeefs reikhalzend uitkijk naar hulp; dat
betreft niet alleen Timothy, maar ook de
elektricien, de betonman of de loodgieter. Deze
gewoonte is voor het maken van een planning
desastreus, maar daar staat tegenover dat iedereen
direct komt aandraven in acute noodgevallen. Het
werk dat men dan op dat moment bij anderen onder
handen heeft wordt ogenblikkelijk uitgesteld. Ik heb
hier ontzettend aan moeten wennen maar me er
noodgedwongen bij neergelegd. Bij een chagrijnige
reactie komen ze misschien helemaal niet meer en
daarom toon ik altijd grote dankbaarheid.
Het is altijd even moeilijk om voor
langere tijd weg te gaan; het gevoel dat je nooit
kunt weten hoe je de situatie bij terugkeer aan zult
treffen. De nu nog uitbundig bloeiende hortensia’s
zullen dan in elk geval alleen nog kleurloze
verdroogde bloemen hebben. De waterlelies in de
vijver zijn er vast niet meer. Zouden de rozen nog
bloeien? Hoeveel blad zou er nog aan de bomen
zitten? Misschien waaien er zelfs bomen om…… De
groei is nu wel uit de heggen en het gras hoeft ook
vast niet meer gemaaid.
Enfin, we weten poes Xena in de
goede handen van buurvrouw Sheila en zij houdt het
huis en het terrein voortdurend in de gaten. We
zullen haar regelmatig vanuit Nederland bellen.
We vertrekken op een ochtend, heel
vroeg als Achill nog in diepe rust verkeert, naar de
ferry in Dublin. |
|
| |
|
|
|
September begint met dagen dat buiten alles precies
goed is: de zon schijnt en licht de bladeren van de
bomen op als een massa zilveren spiegeltjes, waarvan
de weerkaatsing bijna pijn doet aan je ogen. Net als
de golfjes in de baai. De wind is stevig en warm,
maar niets in de tuin waait om of krom. De atmosfeer
is vol energie en voelt licht en schoongewassen,
zoals heel vroeger toen de lakens nog op het
grasveld moesten bleken. Het zijn ochtenden waarop
mijn armen zich vanzelf spreiden en ik dan steeds
diep adem haal om deel te worden van al dit
transparante geluk; ik had het niet achter mijn
nuchtere zelf gezocht!
Natuurlijk gaan onze overlevingspogingen onverdroten
verder. De klandizie voor de plantenverkoop op
zaterdagmiddag wordt al minder want het seizoen
loopt af. Toch putten we moed uit de resultaten van
onze bescheiden plantenverkoop. Met het oog op
voortzetting van deze activiteiten volgend jaar
besluiten we derhalve de kwekerij uit te breiden. De
beste plek hiervoor is Lady Beevir’s Nursery.
Vijfendertig jaar geleden toen Sir Anthony Beevir en
zijn vrouw hier woonden, legde de Lady een moestuin
aan teneinde vitaminerijke gewassen te verkopen aan
de omwonenden. De moestuin situeerde zij in een hoek
langs de weg, naast het oudste tuingedeelte.
Inmiddels herinnert enkel een loos gietijzeren hekje
nog aan deze periode en is het een door hoge
volwassen bomen omsingeld duister verdomhoekje
geworden. We laten de bomen natuurlijk staan; zij
zullen binnenkort hun blad verliezen waardoor het
vanzelf veel lichter wordt. Het afgevallen blad kan
bovendien de stekken beschermen als een natuurlijk
laagje mulch. Maar goed, om te beginnen moet er
allereerst een “rotavator” worden gehuurd; een soort
handploeg met benzinemotor. Timothy heeft een zware
klus om de oude grond daarmee weer open te werken en
moet het apparaat laveren tussen dikke boomwortels.
Hierna komt er compost op. Mijn residu boerenbloed
gaat stromen als ik de kwaliteit van onze
biologische compost tussen mijn vingers verkruimel.
Honderden bruinrode wormen leiden er een op het oog
kwalitatief hoog en probleemloos bestaan.
Onze plannen voor de uitbreiding concentreren zich
op de verkoop van heggen. De eerste grote order in
juli gaf de aanzet. Op eilanden en langs de kust
legt menig plant het loodje in de zoute, krachtige
Atlantische wind. De eventuele bloemen zien er al
gauw verfrommeld uit of klappen op de grond waar ze
nog een kort bestaan hebben als slakkenmaaltijd; het
blad scheurt of klappert zichzelf, overgeleverd aan
de wind, inktzwart van ellende. “Wind-burn” noemen
ze dat hier.
Het worden dus heggen en we zetten er honderden
stekken van. Er gaan zo’n 450 in een hoekje van 3 x
2 meter: escalonia, griselinea, liguster, olearia,
hortensia, nitida en taxus.
Zo op het allereerste gezicht slaan ze allemaal aan.
Dat worden heel veel potjes in het vroege voorjaar……
September eindigt in een grote regenplas. Een
onvoorstelbare hoeveelheid water valt in relatief
korte tijd: naweeën van het onstuimig weer aan de
overkant van de oceaan. Regenbogen versieren de
hemel als de zon haar lichtstempels drukt op de
flanken van Curraun. De zwaluwen zijn nog net niet
op reis.
|
|
|
Augustus 2005
De maand begint warm en vochtig. Het
heeft een grandioos effect op de groei en bloei van
de meeste planten en groenten, veroorzaakt een ware
insectenplaag en dat houdt samen de vogelstand hoger
dan ooit in de tuin .Ook word ik in de vroege
ochtenduren vaak eventjes wakker van het klaaglijk
blaten van schapen achter de zeemuur. Ze schudden
vergeefs hun onbeschermde koppen en stampen op hun
iele zwarte poten tegen de bloedzuigende menigte die
hen belaagt. Zolang het eb is liggen ze het liefst
herkauwend tussen zeewier en zoeken ze verkoeling in
het briesje dat na de stilte van de nacht in de baai
opsteekt.
De borders zijn op dit moment
plaatjes om te zien, omdat Willem 3 weken achtereen
aan het snoeien is geweest. De heggen, heesters en
beukenbomen zien er gelikt uit en geven de bedoelde
structuur in de tuin: de balronde Buxus in het
centrum, kubussen Lonicera Nitida die hier en daar
naar de grond golven in een trapezevorm, een
trapsgewijs oplopende Griseliniaheg en vierkant
geschoren beukenkruinen om het licht in de tuin te
houden. De grijze tuin krijgt een definitief ontwerp
en daarachter zijn 4 ranke populiertjes geplant die
de zicht as op termijn naar de hemel verwijzen. De
boomvarens zijn imposant groot geworden en geven een
tropisch reliëf aan hun
beschutte hoekje.
Gelukkig komen er relatief veel
bewonderaars, vaak gewapend met stoere camera’s om
deze tijdelijke kunstwerken te vereeuwigen.
De winterse populatie op Achill
Island van 2600 zielen
mag zich deze maand verheugen in een wonderbaarlijke
tienvoudige vermeerdering. Op het lange strand in
Keel bouwen kinderen zandkastelen, teenagers
schrijven elkaars naam
in het zand, een witharige oma ligt op haar
surfboard en laat zich meevoeren op de golven van de
branding.
Wij
vinden overal schelpdiertjes op het strand; het zijn
zieltogende “boey
barnacles”, een soort
eendenmossel aan een zelf gecreëerd drijflichaam,
die door een invasie van rode algen gebrek aan
zuurstof hebben gekregen. Ze
doen qua vorm denken aan klassieke UFO’s. We nemen
een paar gave exemplaren mee die Willem thuis
conserveert in een plas wodka.
In Ierland begint het voorjaar
weliswaar al op 1 februari, maar de herfst valt
officieel op 1 augustus in. Het is merkbaar in de
tuin. De eerste bladeren vallen. Na de 15e vertraagt
de groei en ik moedig m’n jonge
sla-planten in het voorbijgaan aan om toch
nog groot te worden. De druiven in de Polytunnel
zijn rijp, zoet en sappig. Ik struikel er over de
slordig opgebonden maar overvloedig dragende
tomatenplanten en de wulps uitdijende courgette
planten.
In de boomgaard kleuren appels rood
en de eersten vallen al dan niet onder het gewicht
van begerige bonte kraaien en halfdronken lijsters.
De laatste uitbundige kleuren sieren
de bermen langs de weg: de oranje Crocosmia en de
witte pluimen van de moerasspirea wringen zich
tussen de massa’s roodpurperen bloemen van de
Fuchsia Magelanica en de
zeewindbestendige grijsbladige
Olearia Traversii. Niet
te verzinnen, onbedacht mooi. |
|
| |
|
|
|
Zomer!
Het eiland is op deze lange dagen op haar best:
extravert en actief. Scoil Acla, de zomerschool,
trekt ook nu weer veel publiek en overal hoor je
muziek. Er zijn lezingen, tentoonstellingen,
zeilwedstrijden en wandeltochten door de bergen. De
stranden worden druk bezocht en het plezier en goede
humeur van de bezoekers snuif je gewoon op.
Mij
stemt het korten van de dagen altijd een beetje
weemoedig. Het is alsof je op de terugweg bent van
een mooi feest dat nog veel langer had mogen duren;
heb ik er wel écht alles uit gehaald. Natuurlijk wil
ik hier vertellen over alle wonderen die zich in
onze borders voltrekken. Bijvoorbeeld over de
ongelooflijk oranje bloemen van de tijgerlelies, die
hoog boven mij uittorenen, net als de naar de hemel
wuivende Diarama. Of over de geurige rozen die
elkaar verdringen om over de gevlochten heggen te
kunnen tuimelen. Maar het gekke is, dat ik in feite
juist moeilijk contact krijg met de tuin: ik heb er
helemaal geen vat meer op. Dat doet maar!
Het zijn
niet alleen de vele soorten geraniums die zich
overal klimmend en kruipend manifesteren in een
eigengereide slordige mat, maar ik sluit ook het
liefst mijn ogen om het onkruid niet te hoeven zien.
Het schiet overal op en groeit in een waanzinnig
tempo tot zaad. De groene heggen dragen allemaal
ongekamde en onbedoelde pruiken. Het gras moet
eigenlijk twee keer per week gemaaid en dat lukt ons
écht niet. Dode bloemen plukken “om de groei van
meer bloemen te bevorderen” zoals het in de boekjes
staat, is er natuurlijk helemaal niet bij.
Ik
bedenk snuivend, dat ik mezelf anders wel graag in
een romantische jurk met een zilveren schaartje
bedauwde rozen in een mandje zou zien doen. Helaas
loop ik in werkelijkheid met mijn sokken over de
broekspijpen in een T-shirt met col waar ik de
onderkant in stop van de midgetcap die ik op mijn
hoofd draag en wied ik op mijn knieën met plastic
huishoudhandschoenen de brandnetels tussen –de
overigens prachtige bloeiende- Lychnis, Cosmea en
Inula’s uit. Om er een paar te noemen. Heb ik het
nog niet over de stokrozen, die wel drieëneenhalve
meter worden en over mijn lievelingen: Astilbe
Sprite. Ze staan langs het hoofdpad en hebben
vriendelijke losse roze pluimen die samen een
deinend filigrein vormen.
De plantenverkoop op zaterdagmiddagen gaat beter dan
verwacht. Na 3 weken vinden we dat het aanbod en de
keuze van planten zich uit moet breiden en we
besluiten ons licht op te steken in Kildare waar de
jaarlijkse Garden Trade Show wordt georganiseerd.
Het is allemaal erg informatief. Bij ons is de
eerste grote order binnen voor het aanleveren van
heggen. Zonder beschutting begin je op Achill niets
op het gebied van tuinieren. Willem maakt wat
ontwerpen en ik stel een offerte op.
We hebben dit jaar geen broedende sperwer in de tuin
gehad. In voorgaande jaren hoorden we rond deze tijd
de hele dag de jongen krijsen. Vlak voordat ze
uitvlogen zagen we 2 jonge sperwers oefenen boven de
borders, tussen de hoge elzen. Schitterend.
De
duiven in de tuin krijgen dit jaar dus de kans om te
overleven. Het koeren van de houtduif en het wat
kakelende lachje van de tortel geeft de tuin
parkachtige allures; alsof het de kinderschoenen is
ontgroeid. |
| |
|
|
Juni 2005
We besloten om met een bescheiden verkoop van
planten en heesters te starten; op zaterdagmiddagen
van 1 tot 5, ingang bij het 2e hek. Het initiatief
wordt niet ingegeven door een winstoogmerk en we
verwachten evenmin een indrukwekkende omzet;
de paar duizend inwoners
die op dit winderige Achill wonen worden niet
gehinderd door enige tuintraditie en/of
plantenkennis. De meeste autochtonen vinden bomen
doodeng omdat ze in een storm op je dak kunnen
vallen en houden het daarom op een grasveldje om het
huis dat zorgvuldig kort wordt gehouden door grazend
vee en een grote parkeerplaats van glanzend asfalt
voor de deur. Nee, we doen het vooral om te
onderzoeken of er via de tuin meer bekendheid kan
worden gegeven aan Willem’s naam als kunstenaar; de
tuin als kunstproject!
Het gebeuren
vraagt de nodige voorbereiding. Eerst moet er een
dure verzekering afgesloten worden voor ‘public
liability’. Dochter Hesseltje wordt gevraagd dit
tuindagboek te vertalen in het Engels en Willem moet
een introductie schrijven waarin een link kan worden
gelegd tussen zijn beeldend werk en de filosofie
achter de vormgeving van de tuin. Ik bestel een paar
ladingen zand bij de postbode voor een begaanbaar
talud bij het 2e hek, laat keurige borden maken om
aan het hek te bevestigen en stel alles in het werk
om een advertentie en een kort artikel in het
plaatselijke Sufferdje te krijgen. Als ik denk dat
ik het eindelijk voor elkaar heb, staat het er niet
in.
Maar goed, hoewel niemand nu kan
weten dat we iets organiseren, ga ik toch voor een
try-out en dus sta ik die eerste zaterdagmiddag in
juni om 1 uur paraat. Gelukkig schijnt de zon. Er is
natuurlijk niet veel te beleven en ik dokter een
systeempje uit voor het prijzen van de planten met
uit Aldi-dozen geknipte
kartonnetjes. Dan zie ik tot mijn verbazing dat onze
bejaarde buurvrouw Molly
van het kleine winkeltje op de hoek er aan komt
schuifelen. Ik rep me naar boven om het klaphek –
gemaakt naar het Nederlands model van
Natuurmonumenten- open
en dicht te doen, want ik vrees een ongeval.
Molly
heeft haar hoofdsjaaltje omgeknoopt, zodat het
gepermanente haar nog netjes is als ze naar de mis
gaat vanavond. Ze wil graag drie kleine plantjes,
want zo vertrouwt ze me toe: "I
know what
it is
to start a business and
I wish
you
good luck". Ik
krijg zelfs een Euro fooi.
Tegen vijven komt
Ray ook nog even langs.
"Wat heb jij nou?" roept
hij me toe vanaf het talud, "het is helemaal niet
duidelijk dat hier wat te doen is. Niemand ziet die
borden hier op het hek. Zo komt er natuurlijk geen
kip!" Hij stiefelt naar
binnen: "Aan het begin van de weg zet je een groot
bord" adviseert hij, en daar zet je op:
"Plantenverkoop; Nu Open. 1 mijl" en dan een pijl in
deze richting." "Het is 2 mijl vanaf de hoek"
verbeter ik. "In Ierland is het niet verder dan 1
mijl!, antwoordt hij resoluut, "Als je er 2 mijl op
zet, denken ze hier dat die planten ergens in de
buurt van Dublin te koop zijn." Hij
gaat weg met een lieve roze -bloeiende Pelargonium
voor z'n vrouw
Breeda. De borden komen
er en binnen de kortste keren weet iedereen op het
eiland van onze plantenverkoop.
Op deze zaterdagavond zitten we
uitgeteld (110 Euro) aan tafel te genieten van een
kopje soep. Ineens steekt er een warme wind op. De
vreselijke Blokker tuinstoelen komen over het gazon
langs gewaaid en eindigen in de hortensiaheg. De
golven in de baai vertonen witte koppen. De
prachtige witte kelken van de Zantedeschia zwiepen
tegen het vogelhuisje en zijn morgen dus helemaal
gescheurd. Dan denk ik een pimpelmees aan de
peanutfeeder te zien
hangen. Dat verbaast me in deze weersomstandigheden
en ik kijk nog eens goed. Nee, het blijkt een
kogelrond avontuurlijk muisje te zijn. Het klimt nu
op het vogelhuisje, aarzelt, schat de situatie in
met ronde, zwarte oogjes.,
aarzelt nog eens, springt dan met een gewaagde
sprong op het enorm Zantedeschia blad en roetsjt
langs de steel naar beneden. |
|
| |
|
|
De grote verrassing in deze maand is
de komst van een bronzen beeld van twee spelende
dassen, gemaakt door Taeke de Jong. We maakten een
paar jaar geleden kennis met elkaar toen hij met
zijn gezin de cottage huurde. In die week werd een
tweede das aangereden die op weg was naar onze tuin
om te eten. Al pratend ontstond het idee om een
dassenbeeld te maken in ruil voor een schilderij.
Taeke, Agaath, Sterre en Veerle brachten het
ontroerende beeldje naar ons toe en namen het
schilderij met de regenboog mee naar huis. Dit jaar
zien we bovendien voor het eerst sinds lange tijd
weer sporen van de echte, levende das in de tuin.
Overal
in het landschap van Achill duikt de Gunnera weer
op. Het is een enorme plant, waarvan het blad zich
opent als de palm van een reuzenhand, waar je
gemakkelijk onder kunt schuilen als het regent. Het
zaait zich uit als onkruid op vochtige vorstvrije
plaatsen. In onze tuin is daarom maar één Gunnera
plant geoorloofd en die staat bij de vijver. De
vijver is nu een plaatje om te zien met de talrijke
bloeiende witte en roze waterlelies. Verscholen
achter blauwe irissen, spetterend rozerode
etageprimula’s, siergrassen en grote hosta’s
krioelen inmiddels
ontelbare kikkervisjes. Rode waterjuffers vliegen
sierlijk over het wateroppervlak.Ik ga in een
geleende waadbroek en gewapend met een groot mes de
vijver in om de bloeikolven uit de Gunnera te
snijden voordat ze zaad kunnen zetten. De grootste
bloeikolf is ongeveer een meter lang en zo zwaar dat
Willem me moet helpen. Ik snij er meer dan 10 kolven
uit; een kruiwagen vol voor de brandstapel. De
bloeiende wilde rododendron staat hier langs de
wegen met opvallende grote lila bloemen. De meeste
hybride soorten in onze tuin bloeien dominant
knalrood. Twee oude azalea’s geuren zo sterk dat de
hommels ervan flauw vallen en voor lijk om de stam
heen liggen. De laatste tulpen zijn uit en één van
de boomvarens ontwikkelt schattige kleine baby’s op
de uiteinden van haar blad. In de herfst gaan de
bladeren liggen, zodat de kindjes zelfstandig kunnen
wortelen. Veel planten krijgen hier een reusachtig
formaat ondanks de zoute, soms harde winden. De
mooie zachtbladige
Lavatera Arborea
bijvoorbeeld is een één- of tweejarige die een stam
van 20 centimeter diameter kan ontwikkelen en de
prachtige aronskelk of Zantedeschia wordt
gemakkelijk manshoog.
Het is de laatste zondag in mei. Nu
de avond valt, sta ik over de zeemuur geleund naar
een in het voorbijgaan geplukte paardebloem te
kijken die ik eerder in het water gooide. Als een
geel zonnetje dobbert ze de hoek om bij de
bibliotheek; het tij komt in. Xena poes ligt
bevallig als een zwart pantertje naast me op de muur
en tuurt naar de lichtvlekjes op de golfjes. Ik volg
de zeepissebedden en andere veelbenige primitieve
wezens die nu het pleisterwerk op de muur beklimmen;
enkelen vermoeden in de donkere mouw van mijn jasje
een schuilplaats en hun voelsprieten betasten de
stof: nee…ze lopen toch maar liever door. De
paardebloem draait een vertwijfeld rondje; die is
kennelijk op het stroompje van de beek belandt en
wordt zo de zee weer ingeblazen. Ach, daar zie ik
duidelijk een grote grijze harder aan de oppervlakte
van het brakke water foerageren; de mooie, dikke
zilveren zoenlippen spugen steeds zwarte grommetjes
uit. Onder aan de muur zoeken tientallen krabbetjes
voedsel op de grens tussen water en lucht.
Xena gaat staan en rekt zich uit.
|
|
April
2005
De uitbundig
okergeel bloeiende gaspeldoorns
verzomeren het landschap en langs
de wegen laten wilde rododendrons
hun eerste lila bloemen zien.
April begint warm en in de tuin
zetten we 6 Kardinaalsmutsen uit.
We zijn er druk mee bezig als de
Paus overlijdt. Willem bouwt aan
een traditioneel muurtje met
gestapelde stenen langs de
parkeerplaats voor het huis.
Achter de nieuwe muur komt een
veldje voor grote potten. De oude
azalea die er staat wordt
ingebouwd, maar de struiken die
hier als onkruid floreren, worden
gerooid zoals hortensia, witte en
rode fuchsia. Als het klaar is,
kunnen we vanuit het huis veel
meer van de tuin zien.
Ik zaai, pot,
verpot, poot, poot uit en trek
onkruid.
Sheila’s cameliastekken
lijken allemaal aan te slaan dit
jaar. Timothy
helpt met het verbranden van
takken en onkruid. We maken grote
laaiende vuren, verzamelen de as
en strooien die uit in de tuin. De
appelbomen krijgen een kruiwagen
extra en zitten nu vol bloesem;
dat belooft veel goeds. In het
oudste deel van de tuin zijn de
circa 3000 narcissen
inmiddels
vervangen door het intense blauw
van de Blue Bells en de verscholen
maar grappige Arisarum, hier
“Mouseplant” genoemd. Vogeltjes
nemen een bad in de enorme witte
kelken van de Zantedeschia. In de
ronde tuin knallen hybride
rododendrons hun grote rode
bloemen in ons gezichtsveld en
overal staan tulpen. De
Judaspenning en de eerste
Osteospermum bloeien.
Timothy
maait het gras en niets ruikt zo
lekker als pas gemaaid gras in
april.
De esdoorns
ontwikkelen hier al in de herfst
dikke knoppen met een zichtbaar
gleufje groen om de moed erin te
houden. Pas daarna beginnen ze aan
een trage wintersluimer. In het
voorjaar komen eerst de wilgen in
bloei en blad, dan de kastanjes en
meidoorns; de wilde kers kleurt
wit, de ribes roze. Dan eindelijk,
aan het eind van de maand april,
komt dat speciale draaipunt in het
seizoen waarop “de gordijnen ’s
nachts zijn dicht gegaan” zoals
Willem het toch altijd weer
verrassende moment uitdrukt
wanneer de esdoorns hun grote
bladeren openvouwen. Op die
ochtend is de tuin ineens vol
schaduw en ik betwijfel of er ooit
nog een plant zal groeien in ‘Lady
Beevor’s Nursery’, terwijl het de
dag daarvoor nog
zo’n
geschikte plek leek om te stekken.
Tegelijkertijd signaleren we de
eerste zwaluwen in de tuin en
leggen we onze midgecaps klaar
voor gebruik. De zomer is
begonnen.
Op de laatste
zonnige zondagmiddag van april
verstomt het voortdurende geruzie,
gekwetter en gezang van de vogels
ineens. Er heerst even een
eendrachtige afwachting en ook ik
houd m’n pas in. Dan wordt de
intimiteit van stilte doorbroken
door de roep van de koekoek,
duidelijk en dichtbij. Dat de roep
van de koekoek regen brengt,
leerde ik vroeger al. Het is nu
inderdaad grijs, nat en
onaangenaam buiten. Laaghangende
wolken versomberen de overkant van
de leeglopende baai. Willem en ik
staan met de neus tegen het raam
gedrukt naar de reiger te kijken
die zoals gewoonlijk in het steeds
smaller wordend kreekje vist. Hij
lijkt onrustig en dan zien we de
otters weer. Twee prachtige,
soepele en onafscheidelijke
dieren. Hun lange staarten golven
zichtbaar in het ondiepe water en
ze wroeten in het zeewier. De
reiger waadt nu snel achter de
otters aan in de hoop wat slordig
opgewoeld voedsel te vinden. Dan
voegen drie wulpen zich bij het
tafereel en zij lopen vervolgens
achter de reiger aan. Zo zijn we
getuige van een bizarre optocht. |
|
| |
|
|
|
Nu de schemer valt ruikt de hele
omgeving naar zeep, honing en gardenia’s. Het is de
duizelig makende geur van de bloeiende
Pittosporum, een
groenblijvende boom die elk voorjaar op deze wijze
haar triomf over alle winterstormen uit het
noordoosten demonstreert. Soms met een gehavende
door de wind zwart geblakerde kruin, maar dat trekt
in de loop van de zomer altijd weer bij. Het zijn de
onaanzienlijke, dieppurperen, bijna zwarte bloemen
die de geur verspreiden; in het hart steekt het
lichtgroen stampertje
brutaal boven de bloemblaadjes uit, omkranst met
felgele meeldraden.
De vrolijke primula’s hebben in andere jaren vaak
het alleenrecht op bloei gedurende koudere periodes
en daar zijn ze me dierbaar om geworden; het zijn de
clowntjes in de tuin. Dit jaar hadden we echter een
echte warme maart en nu bloeit alles tegelijk: de
forsythia samen met de tulpen, de botanische fuchsia
(waarschijnlijk een
Skinnera)
tegelijk met de witte madeliefachtige
bloemetjes van de
Olearia heg. Onze zes
camelia’s botten uitbundig uit in roze, wit en rood.
De keizerskroon staat alweer te stinken in haar
oranje rokken en de kastanjeknoppen zien er even uit
om op te vreten als ze zich net ontworsteld hebben
aan hun kleverige strakke
jasje, zo sexy.
Honderden narcissen, vooral de echte
gelen, heb ik inmiddels
onthoofd. Er zijn nog steeds honderden –meest
witten- over. Ik ben ze
aan het tellen. Volgend jaar zal ik de verschillende
soorten op het terrein eens in kaart brengen.
De eerste tulpen zijn
zowat uitgebloeid en in dat eindstadium openen de
bloemen zich in het zonnetje tot een ordinair plat
vlak. Miraculeus, hoe ze zich ’s avonds toch nog min
of meer sluiten en er dan weer even uitzien als een
mooie frisse tulp. Wat een energie!
De mateloze
energie van de vogels blijft ook boeiend. Er hebben
zich nu allemaal paartjes gevormd die samen solidair
zijn maar anderen het licht in de ogen niet gunnen.
Groepen bonte kraaien en eksters houden zich op bij
de kuddes schapen om hen wol uit te trekken voor het
bouwen van hun nest. Ze pikken dan en passant nog
een hapje ongedierte mee uit de huid. De schapen
vinden dat heerlijk, houden kop en lijf uitnodigend
aan de vogels voor. De lammeren zijn geworpen; er is
de hele dag gemekker en geblaat over en weer. Elke
ochtend zijn er lammetjes
verdwenen. Het is maar goed dat we geen weet hebben
van wat zich afspeelt in de nacht.
Als het zonlicht in de vijver schijnt kun je zien
hoe de libellenlarven hun
prooien vangen als die zich roeren aan het
wateroppervlak. Gek genoeg zijn er nog helemaal geen
kikkervisjes. De roze waterlelie steekt al ferm 2
bloemknoppen boven water maar opent zich nog niet.
De witte doet het wat rustiger aan.
Een ijldunne nevel
zweeft over het water in de baai nu de avond is
gevallen. Het benadrukt de stilte, het in zichzelf
gekeerde na een druk paasweekend op het eiland. Een
paar sterren pinkelen hoog daarboven en aan de
overkant bloeien de lichtjes van de huizen. |
|
| |
Februari
2005
Let wel; de rollen
zullen ongetwijfeld nog worden omgekeerd, maar terwijl
jullie in Nederland momenteel door de sneeuw ploegen en
’s nachts met 20 graden vorst op de centrale verwarming
moeten zitten om het niet koud te krijgen, is hier het
voorjaar aangebroken.
De eerste vliegen
zitten op de zeemuur in het zonnetje. De bruine kikkers
bedrijven de liefde in de vijver. Hij blaast voor haar
zijn wangen op tot mooie bellen en maakt dan een vreemd
geluid, zodat ik eerst dacht dat er een enorme kater in
de buurt was met een diepe lage spinnende brom. Vaak
vind ik hun bergjes glazige dril met zwarte stippen
verkleefd op het natte gras en dan moeten ze, getuige de
droevige restanten die er naast liggen, de liefdesdaad
nogal eens met de dood bekopen. Tijdens het wieden zit
een paartje roodborsten zo nu en dan letterlijk op mijn
hand om al het slaperig lekkers dat uit de aarde wordt
omgewoeld te verorberen. Ik murmel dan zachte en
bemoedigende woorden en hij zingt me toe met een heel
zoet bedeesd melodietje. Een zwerm vinken kwettert in de
elzen. De abrikoos –het kan ook een perzik zijn- bloeit
op het naakte hout. De krokus, de maagdenpalm, het
longkruid, primula’s en honderden narcissen keren zich
naar de warmte en het licht. Op een dag als vandaag
beleef ik intens dat speciale moment waarop de wereld
ondanks alles haar armen wijd opent in het vertrouwen
dat het de moeite waard is om het nog een jaartje te
proberen. Het troostend en geruststellend ritme van de
eeuwigheid neem ik met alle zintuigen waar en het
verwarmt het zo vege lijf in haar omhelzing. In de tuin
adem ik die sfeer in van de
overal aanwezige opgewonden en nieuwsgierige verwachting
in, word ik er zelf deel van als een foetus van de
baarmoeder. Ik kan je nauwelijks zeggen hoe ik daar van
geniet. Met het verstrijken van onze jaren in Ierland
lijkt mijn seizoensgevoeligheid alleen maar toe te
nemen.
Timothy heeft de voorgetrokken doperwten onder
een kunstige piramide van stokken in de volle grond
uitgezet. Ook knutselt hij een laag kasje in elkaar van
stukken waterpijp en een lap plantenfolie. Daar staan de
sla-plantjes nu onder te broeien; die zullen wel hete
hoofdjes en koude voetjes hebben. Sheila poot de eerste
bosuien en geeft het zaaigoed in de folietunnel water.
Willem werkt op een ladder aan een constructie van
schapengaas en bamboestokken in de folietunnel om de
druif houvast te geven voor de nieuwe uitlopers. Hij zag
vandaag de eerste hommel. De tunnel staat vol met
zaaigoed en de eerste slablaadjes en radijzen kunnen
geoogst. Inmiddels loopt de baai geruisloos vol zout
water.
|
|
Januari 2005 |
|
|
|
|
Er waren
deze winter 3 stormen tot dusver en dat ging ten koste
van 2 oude bomen langs de oprit: een iep knakte gewoon
om en een els raakte los bij de wortels. We gaan ze
vervangen door Pinus Sylvestris, die hier Scotch Pine
wordt genoemd.
We hebben nu
voor Ierse begrippen althans, al een paar mooie dagen
gehad. In de tuin bloeien niet alleen honderden
sneeuwklokjes, maar ook de eerste soort narcissen. De
knoppen van de camelia's staan op barsten en de
helleborus is op z'n mooist, hoewel enigszins verwaaid.
Timothy, de
tuinman die ons meestal 1 dag in de week helpt, is druk
bezig met de fortificatie van de bedden in de moestuin.
Ze krijgen allemaal een stenen rand op een betonnen
gootje, zodat deze zomer de grond letterlijk binnen de
perken blijft als we moeten sproeien. Hij heeft ook
radijs en sla gezaaid in de folietunnel.
Sheila, de
buurvrouw, is al vanaf haar 12e vertrouwd met
deze tuin. Ze maakt graag stekken en is daar al mee
begonnen. Ook verzamelt ze het aangespoelde wier buiten
ons zeehek. Daarin poot ze haar aardappelen in rijen,
zoals dat hier al eeuwen gebruik is. Wij verzamelen het
zeewier omdat het onze composthopen verrijkt. De
stokroos werd er vorig jaar meer dan 4 meter hoog mee.
We kregen
voor Sinterklaas een glossy magazine toegestuurd met
prachtige, verleidelijke foto's van de Kardinaalsmuts (Euonymus).
We gingen allebei voor de bijl. Voor grotere en
specialistische bestellingen reizen we af naar County
Offaly waar de fam. Ravensberg een prachtige
boomkwekerij heeft. Zij kennen onze tuin. Eigenaar Jan
Ravensberg is heel deskundig en weet precies wat het wel
en niet zal doen bij ons. Hij houdt rekening met de
grond, zuur tot neutraal, en de weersomstandigheden,
veel wind maar nooit vorst.
We kwamen
o.a. thuis met een Aardbeiboom (Arbutus), die op sommige
plaatsen in Donegal 'wild' voorkomen, een rode
Magnolia, een geelbloeiende Kamperfoelie (Lonicera
trachophylla) en natuurlijk de Kardinaalsmutsen.
Willem leurt
met deze 20 nieuwe heesters en bomen door de tuin en
beslist op die manier welke waar het best kan staan.
Ik heb
vooral daslook gewied, dat met name in het oudste deel
van de tuin met handenvol gerooid kan worden. Het is
hier elk voorjaar een plaag en als ik hen wied in een
vroeg stadium kan ik hen nog onderscheiden van de Blue
Bells. De hele kruiwagen ruikt dan naar knoflook.
Verder
brengen Willem en ik nu en dan een kruiwagen grint van
onze grinthoop aan de weg naar beneden, waarmee de
‘grijze tuin’ stukje bij beetje wordt aangelegd. |
|
|
|
|
|
|
Geschiedenis
van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder,
in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van
ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen
wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken
en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de
Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn
deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline
van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of
andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling
van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.
Filosofie
achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische
tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben
op elkaar, dus:
- romantisch en gestructureerd,
- uitbundig kleurrijk en meditatief,
- nieuw maar met behoud van de bestaande en
volgroeide tuinelementen,
- creatief en zakelijk,
- speels en leeg, ingekeerd,
- architectonisch en praktisch tegelijk,
- met zowel formele als natuurlijke gedeelten.
Doutsje heeft de
supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen
liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden
beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en
een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier
herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte
vasthoudt.
|
|
|
| | |