Achill-Art-Garden
 
De tuin  
Gastenboek  
Homepage  
Tuindagboek 2005  
Tuindagboek 2007  
Tuindagboek 2008  
Tuindagboek 2009  
Tuindagboek 2010  


Tuindagboek Doutsje Nauta 2006
 


Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Andere jaargangen van het dagboek vanaf 2005 vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 


December 2006

Het waait en watert maar door in deze decembermaand. Door de regen loopt 30.000 hectare land onder water. De oceaan laat zich opzwepen en stuwen; enorme golven beuken de kust aan de kant van Ashleam, 2 kilometer verderop en puffholes spuiten wit schuimende vlokken torenhoog waarna de wind hen via de weg tot over de bergen jaagt. Wij merken het aan het hoge water bij ons in de baai, ondanks de lage tijen die er volgens het boekje zijn. Willem houdt het topje van de pier voortdurend angstvallig in het oog als de maan vol is. Aan de wolkenloze nachthemel schittert het van de sterren; de maan werpt een enorme schaduw van het huis over het gelig verlichte grasveld. Het zeewater komt maar tot halverwege de slipway en we rekenen uit of we het droog hadden gehouden als de tijen deze maand rond de 5 meter waren geweest. Ook in dat geval was een overstroming niet waarschijnlijk. Dat is tenminste geruststellend.

De meeste bladverliezende bomen en heesters zijn nu kaal, maar de taaie hortensia’s houden nog steeds blad vast en laten hier en daar zelfs nog een kleurige bloem zien. Wel stuit je overal in de tuin nog op bloeiende, geurende rozen en laten de allereerste narcissen hun bloemknoppen zien.
Timothy snoeit de enorme Escalonia die zich door de jaren heen als een eeuwig-groene deken om de stokoude appelboom had gewikkeld en ik ontblader de afgezaagde takken, waarmee de wallen weer opgehoogd kunnen worden.
Veel van onze eigen compost gaat naar de nu lege polytunnel. We gieten een desinfecterend middel over de bedden tegen schimmels en bacteriën en maken ook het plastic aan de binnenkant schoon. De Lysolstank blijft weken hangen in de steeds natter wordende tunnel. Er is geen aardigheid meer aan en zelfs onze poes Xena laat haar favoriete slaapplaats in de beschutte tunnel (onder de tafel op een stapeltje netten) voor wat het is.

Toch ineens weer een verrassing als ik nietsvermoedend uit het zicht-onttrekkende lover tevoorschijn kom en het pluizige ronde kaneelkleurige vogeltje juist op een tak van de ontluikende magnolia landt. Onze ontmoeting was zo onverwacht dat we elkaar geruime tijd verbaasd aankeken als kwamen we van verschillende planeten. Het is de eerste staartmees die ik tegenkom.

Nu maakt Ierland zich weer met vlag & vaandel op voor het jaarlijkse hoogtepunt: Christmas! Eigenlijk vieren de Ieren collectief hun verjaardag op eerste kerstdag en dus verkeert jong en oud in een permanente staat van opwinding. Het is alsof alles wordt uitvergroot voor de kerstdagen; als er iets rottigs gebeurt zeggen de mensen meewarig: “En dat dit nou nét voor de kerstdagen moet gebeuren…” en natuurlijk omgekeerd als er een meevaller is. De weeïge kerstmuzak komt je halverwege de maand al de oren uit en ik pruts zielig uitgevallen papieren kerststrikken aan de potten of dozen met Amaryllisbollen voor de Christmas Country Market. Gelukkig is Willem bereid me er een creatief handje mee te helpen zodat het uiteindelijk toch nog goed komt.  

De enorme pollen pampagras die we nog te danken hebben aan de vorige eigenaar, bloeien uitbundig mooi als tuinafscheiding langs de kant van de weg. Majestueuze wuivende witte pluimen groeten u: Dag, dag en een Gelukkig Nieuwjaar.
 

 
 
 
 
 
 
 
 


November 2006

Ach, de zomer is voorbij. Er hangen nog wat droefgeestig uitziende tomaten en een enkele druif in de Polytunnel. De tomaten komen niet meer op kleur en de laatste druiven vallen met dwarrelend blad spontaan op de grond. Het begint er nu ook een beetje muf te ruiken, naar rottend blad, schimmels en vooral vochtige grond. De Nieuw-Zeelandse spinazie is ijzersterk en daar zit zelfs nog wat groei in, maar de salieblaadjes zijn wit uitgeslagen en zien het echt niet meer zitten dit jaar. We zetten een aantal grote en kleinere potplanten terug in de tunnel voordat ze verzuipen in de regen of gewoon scheuren door de wind. Ik ga de kersthyacinten maar eens planten en de bollen uitzoeken die ik op de Country Market te koop aanbied. De verpakking van de bollen maakt me wat giechelig; op nagenoeg alle kaarten staat –zonder gegronde aanleiding vet in rood gedrukt “heel apart” en omdat de bollen uit het oosten van het land komen, lees ik alsmaar die diepe a, geprononceerde p en scherpe t  van “apart” in mijn hoofd: “héél apart”.

De heerlijke andijvie die buiten in de moestuin is aangeplant groeit als kool. Dat mag dus blijven staan maar verder wordt alles gerooid. Het wordt tijd dat de moes - en kruidentuin weer wordt bijgevuld met verse compost en grond. Ik heb het Zwitserse restaurant Ferndale hier op het eiland beloofd dat zij één van de verhoogde kruidenbedden volgend jaar naar eigen inzicht mogen inrichten en dan maar hopen dat het zaaigoed aanslaat.

We gaan stekken zetten. We hebben duizenden verzameld van verschillende heesters die bestand moeten zijn tegen de zeewind! Eerst moet Lady Beevir’s Nursery leeg van de stek die er nog staat van vorig jaar. Opgeteld zijn dat er ook nog een paar honderd. Timothy bundelt de meesten in bosjes van 10 en zet ze weg in een hoek van de kwekerij. Misschien wordt het niks omdat de wortels in elkaar kunnen groeien en moeten we ze alsnog weggooien, maar wie weet zijn ze het volgend vroege voorjaar nog te verkopen. Ik laat 20 zakken compost van 80 liter afleveren om ook nog allerlei restgoed op te potten en we richten een beschutte plek in voor de overwintering van deze potplanten.
Het ziet er allemaal professioneel genoeg uit maar ik zal toch iets aan marketing moeten doen om de handel kwijt te raken. Daarom eerst aan webmaster Ferdinand materiaal aangeleverd voor een nieuwe pagina voor onze website. Dat is een beste klus. Ferdinand helpt gelukkig met waarachtig engelengeduld. Als het klaar is zal ik de professionele tuinders in County Mayo een prijslijst sturen met een verwijzing naar de website.
Onze inspanningen worden in elk geval beloond door de vogeltjes: ik zie goudhaantjes, roodborsten, puttertjes en mezen tussen de potplanten scharrelen.

Koud wordt het niet echt. Maar wat een wind!
In de tweede helft van november waaien we bijna dagelijks uit ons hemd en er gebeurt dus weinig in de tuin. Blad harken en dan maar weer: blad harken en natuurlijk zorgen dat de drainage in de tuin blijft functioneren. Tussendoor pik ik het wier op dat tussen de spijlen van het zeehek is achtergebleven met de hoge tijen. 

Soms zien we –als het water in de baai rustig is – weer eens een zeehond zwemmen; zo nu en dan steekt de kop boven het water uit en kijkt het dier om zich heen. We signaleren ook twee otters die onafscheidelijk zijn en synchroon door het water dansen. Prachtig.

 

Oktober 2006
Onder één van de door Willem met takken opgebouwde wallen achter de grijze tuin is op een nacht een groot gat gegraven. Een dikke deken van aarde ligt slordig uitgespreid over het gras en de oppervlakkige wortels van de witte rododendron zijn zichtbaar. Een nadere inspectie leert dat het een uitgegraven wespennest is: dit is overduidelijk dassenwerk. Geagiteerde wespen vliegen van en naar de duisternis onder de wal en zijn actief bezig om de armzalige restanten van hun ingenieus, solide, groot rond paleis weer op te bouwen. En dat in oktober!
Ondanks de ravage hebben we de das graag in onze tuin. Sinds we hier wonen, is dit de derde die bij ons een kostje bij elkaar scharrelt. De eersten zijn op de weg doodgereden.

We zijn in de oktobermaand vaak in Nederland, maar omdat Willem volgend jaar in het laatste weekend van maart een expositie zal hebben, blijven we dit jaar thuis. Er moet geschilderd worden. Ondanks de druk voor de expositie ontwerpt Willem ook nog 2 tuinen voor mensen op het eiland. Wij zijn daarom een paar middagen met meetlinten en touwen in de weer bij de opdrachtgevers.

De slordige bossen asters zie ik nu eigenlijk voor ’t eerst in bloei. Het geeft nog wel wat kleur in de tuin, want aan mooie herfstkleuren komen we in Achill meestal niet toe. Voordat het blad kan verkleuren, blazen de herfststormen alles aan flarden of gewoon van de bomen. Dit jaar licht er hier & daar toch een spaarzaam mooi felrood blad op tussen het groen en bruin. Paddestoelen zijn er daarentegen volop en overal, zelfs in de polytunnel.  Ook heeft Timothy op mijn verzoek de in Nederland bestelde enten met de sporen van Shi Take paddestoelen en oesterzwammen in boomstammetjes geslagen. Ik hoop dat we ze rond de kerstdagen kunnen oogsten.

Meestal stouwen we de auto in Nederland vol met bloembollen voordat we weer terug rijden naar Achill, maar nu worden er drie grote dozen vol thuis bezorgd. De meeste bollen zijn tulpen die we voor volgend jaar in de grond zullen stoppen, maar er zijn ook nog al wat kerstcadeautjes bij, zoals Amaryllis en kersthyacint. Wij vinden de inhoud van 3 dozen een indrukwekkende hoeveelheid, maar het is niets vergeleken met de duizenden bollen die mijn grote broer Jan in de schoot zijn gevallen. Zijn tuin wordt volgend jaar voor marketing doeleinden van de bloembollenindustrie gebruikt en hij kon naar eigen inzicht bestellen; er kwamen zelfs drie heren helpen met de beplanting. Als het allemaal glorieus in bloei staat, komen de fotografen en is het overal in de wereld te bewonderen.

Hoewel er nog steeds wespen actief zijn en fladderende vlinders te zien, zet de herfst nu wel door. Zon, harde wind en heftige buien wisselen elkaar nu af. Als er een storm op komst is, loopt de baai voor het huis vol met vogels: we zien de reiger weer, een groep scholeksters, vijf groenpootruiters (die moesten we opzoeken in het vogelboek), de tureluur, de grote mantelmeeuw en uiteraard veel regenwulpen. Het is grappig te zien dat de schapen met de kont tegen de wind in gaan staan, maar alle vogels juist met de kop. Aan het einde van de maand vinden we ook de derde das dood langs de kant van de weg. Het was een prachtig, gezond glanzend groot dier. Helaas.

Langzamerhand verdwijnen de kleuren uit de tuin; de spanning wordt getransformeerd in laag licht en lange schaduwen, wit en zwart.

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
September 2006
Willem maakt zich wat zorgen over de komende equinox. Volgens het getijdenboek zal het hoge water dit jaar extra hoog zijn en met die klimaatverandering waar iedereen de mond vol over heeft…..Hij maakt dus weer eens een inspectietocht langs de muur, onderzoekt of de pompen in onze onvolprezen tanken waarin het regenwater zich verzamelt nog in goede staat zijn en laat Timothy het aggregaat checken.

Nu zitten we met een glaasje wijn in het botenhuis te kijken naar het opkomende water. Het is een prachtige avond en bladstil. Er is zelfs geen vis die het wateroppervlak doet sprankelen. Langzaam maar zeker komt de oceaan zachtjes kabbelend naar ons toe. Steen voor steen verdwijnt de bovenkant van de pier en dan krabbelt het water onder het zeehek door de slipway op. Prehistorische kreeftachtige wezens kruipen tegen de muur mijn moestuin in. We verrijzen van onze stoelen en lopen naar het gazon voor het huis om over de zeemuur te kijken. Hoe hoog staat het tegen de muur? Op het laagste punt van het gazon wordt het gras nu sompig van kwelwater. We loeren in onze verhoogde regenafvoerputten; de enige afwatering die nog door de muur heen gaat sinds we onze eigen Deltawerken hebben geïmplementeerd: daarbinnen spiegelt oceaanwater onze gezichten vriendelijk terug. Bij het botenhuis zien we dat het water er bijna binnen kwam, maar dan zakt het ook al weer.

Er wordt deze maand enorm geoogst in de Polytunnel: niet alleen de verschillende soorten sla en kruiden maar ik verkoop op de Country Market ook maar liefst 35 pakken met onze zoete sappige druiven en 60 met kleine tomaatjes.
Eindelijk komen er ook wat klanten op de zaterdagmiddagen en verkopen we wat van onze voorraad planten. Ik pas de prijzen een beetje aan want door de geringe aanloop staat er nog van alles dat we maanden geleden al hebben ingekocht of opgepot en de voorraad is ook al niet meer onkruidvrij. Bij goed weer komen er nu dames langs op de zondagmiddagen om zich te melden voor de “Grand Tour” door de tuin. Ik heb daar veel aardigheid aan want de visite is doorgaans geïnteresseerd in en goed op de hoogte van tuinieren en planten. Ondertussen bereidt Willem de thee in het botenhuis. Het 70 jaar oude geborduurde kleedje van tante Riek komt over de lelijke Blokkertafel, de cake wordt gesneden en de ansichtkaarten met Willem’s werk erop komen te koop. Het regent complimenten over de tuin, de unieke situering aan het water en de vormgeving. Ik merk dat mensen heel verschillend omgaan met het fenomeen “tuin”. Er was bijvoorbeeld een mevrouw uit Oostenrijk die het liefst een tijd stil in het midden van de Ronde Tuin wilde staan om helemaal tot rust te komen en misschien om het nooit meer te vergeten. Heel bijzonder was dat.

Het mag niet onvermeld blijven dat we de Big Gaelic Football Match hadden tussen Dublin en Mayo. Nu kan ons niet verweten worden ook maar iets van sport af te weten, maar zelfs wij hijsen de groenrode vlag hoog in onze vlaggenmast: “UP Mayo!” Iedereen verkeert in staat van grote opwinding. Vlaggen wapperen langs de weg, op auto’s, aan huizen, winkelwagentjes en lantaarnpalen. Tuinkabouters en baby’s dragen groenrode T-shirts en zelfs de beroemde fuchsia Magelanica die op Achill als onkruid langs de kant van de weg bloeit, doet heftig mee: groen & rood. Eén van onze gasten in het huisje vertelt kleurenblind te zijn en van de fuchsia nota bene alleen de kleur rood te zien. Dan weet je het wel: we moesten deze wedstrijd wel winnen.

Augustus 2006
Het vertrouwde sukkelige Ierse weertype keert in augustus terug en het is dus “wisselvallig”: beetje regen, beetje zon, beetje wind. Ons leven is momenteel ook van alles een beetje. Nu het eiland helemaal vol loopt met toeristen moeten wij, net als alle andere eilandbewoners proberen geld te verdienen. Ons weekritme is daarom afgestemd op Doe-Dingen en elke dag heeft een eigen taak. Ik voel me er wat versnipperd en ongeconcentreerd door en de tuin is in deze geagendeerde chaos een rustpunt. Een tamelijk chaotisch rustpunt weliswaar, maar toch…..  

Hoewel het nog echt zomert, wordt het in deze maand altijd overduidelijk dat de herfst is begonnen. De bladverliezers glanzen niet meer na een fikse regenbui, maar aan het eind van hun Latijn gekomen, worden ze er juist groezeliger van. Veel planten verliezen hun kracht, tuimelen over elkaar en versnellen zo hun eigen verval.

De lelies daarentegen zinderen nu van leven, geur en schoonheid en rijzen steeds hoger en hoger. De reusachtige tijgerlelies vormen weer het vertrouwde oranje dak in de Ronde Tuin. De Canna bloeit met felgekleurde bloemen op dikke stengels in rondom neergezette potten. Willem houdt van robuuste groeiers, zoals de Inula, Crinum en de Dahlia. De formaten zijn hier –zeker vergeleken met Nederland, nu eenmaal groter en hij buit dit gegeven uit in z’n plantenkeuze.

Hij weet trouwens zeker dat hij een Keizersmantel (Argynnis paphia) ziet vliegen in de Gele Tuin en vraagt of ik dat even wil melden. Hij kan daar helemaal opgewonden van raken. Voor onwetenden als ik: het betreft hier een vlinder die eerder thuis hoort in de subtropen dan aan de Atlantische kust. Behalve deze ene ongewone, wemelt het van vlinders om ons heen. Het is een echt vlinderjaar, terwijl er bijvoorbeeld vergeleken met vorige jaren niet veel wespen zijn.  

De sperwers zijn dit jaar ook terug. We dachten dat de onhoorbaarheid van zangvogels te wijten was aan de uitputtende taak om hun jongen te voeren. Wel was ik verbaasd dat de dieprode frambozen en de zwarte bessen onaangeraakt bleven, zodat ik die argeloos kon plukken en snoepen in het voorbijgaan. De nonchalante vanzelfsprekendheid waarmee de natuur mij de vruchten aanbiedt en ik op mijn beurt de visiterende bezoekers, raakt aan oeroude instincten.

Dan zien we sporen van vogellijkjes op het grasveld: verlaten hoopjes veren onder de beukenbomen, een dozijn blauwe vliegen op een in de oude wilg gespietst vogeltje. Een enkele roodborst volgt ons vanaf de onderste takken van de bomen en scharrelt onder onze hoede zijn kostje bij elkaar. Er is verder geen vogel te zien en van de eksters horen we alleen een onderdrukt gemopper. Zo nu en dan vult een hoge doordringende schreeuw de tuin. Dat moet het jong zijn. De sperwer houdt zich behoorlijk dicht bij ons op, maar als ik langduriger stil sta voor een nadere studie, vliegt hij of zij weg. Ik ga op zoek en vind het sperwernest in de hoge dennen aan de rand van de tuin. Dan op een dag maken de sperwers de hele dag veel kabaal en het lijkt erop dat de ouders vertrekken en het jong alleen laten. Wanhopig schreeuwt het jong één dag lang en daarna wordt het even stil. Even maar…, misschien een ochtend want dan nemen de zangvogels het koor weer over. Mijn zwarte bessen en frambozen zijn dezelfde middag allemaal opgegeten.

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Juli 2006
Het continent zucht, zweet en zanikt over de niet aflatende hittegolf. Het in deze tijd van het jaar gebruikelijke komkommernieuws doet onheilspellende profetieën over woestijnvorming, drinkwaterkwaliteit, oogsttegenvallers, naar het noorden oprukkende malaria en migrerende biotopen in een subtropische Waddenzee.
Hier is het nog steeds lekker weer en warmer dan voorgaande jaren.

De tuin is loom en voelt lauw, de planten maken een slaperige indruk, de groei is uit het gras en zelfs het onkruid houdt siësta. De bomen hangen hun blaadjes slap en laten er nu en dan eentje vallen. Ze vormen willekeurige stippen in de wuivende zonvlekken op de paden. ‘s Nachts doen we de kraan open bij de vijver en laten we water lopen in de belangrijkste greppels op het terrein in de hoop dat het water doorsijpelt in de tuin. Voor het eerst sinds we hier wonen, brengen we ook water naar onze “palmboom” op de hoek van de oprit -de 125 jaar oude Cordyline. Zelfs de midges laten het godzijdank afweten in de warme zomerwind en Willem snoeit dit jaar dus fluitend de beukenbomen. 

Op de 18e juli wordt er een warmterecord van 31* Celsius in Belmullet gemeten dat net ten noorden van Achill ligt. Ik ga die dag naar Castlebar om onze logé’s naar de trein te brengen en doe dan gelijk de boodschappen voor het maken van de soepen voor de Country Market. Het is onderweg uitkijken geblazen: teer smelt van het wegdek en zwaar vrachtverkeer neemt hele plakken kleverige wegdelen onder de wielen mee. Er vallen dus grote gaten en steeds hoor ik door het open raam het tikken van losse in teer gedompelde steentjes die tegen de wielen ketsen.

De gemeente probeert de schade te beperken en voor mij rijdt een grote tractor met een zandstrooier. Twee mannen in gele jackjes scheppen het zand in de strooier en voorzien het smeltend asfalt van een laagje kiezelzand.                                                       

De rozen in de tuin houden wel van de warmte en ze staan er prachtig bij. Natuurlijk is het rozentuintje dat dit voorjaar door de studenten is aangelegd nu op zijn mooist. Volgens goede Ierse traditie hebben een aantal rozen een heel andere kleur dan op de labels vermeld staat. Zo blijkt bij nader inzien één van de “Snow White”s toch perzikkleurig en is het bedoeld dieprode klimroosje uiteindelijk vaal lila. Ik heb afgeleerd me daar nog druk om te maken: ze bloeien en daar gaat het (ook) om.  

Willem besluit om de oude visnetten die de vorige eigenaar van het huis in gebruik had en die we in de schuur vonden, nu in de tuin toe te passen. Dit past in het concept: net als de scheepstrossen die de paden omzomen en de boeien die in de heggen zijn geweven benadrukken de netten onze connectie met de zee. Hij spant de enorme netten tussen de zwarte balken van de Grote Muur. Ze hebben een eigenwijze vorm en daarom doktert hij eerst uit op welke punten de overlappingen moeten komen in verband met de lichtval. Als het middaglicht er nu langs strijkt is het een monumentaal stukje architectuur. 

Het is de laatste week van juli en na alle warmte is het vandaag voor het eerst buiig. De regen en de wind creëren een nieuwe, maar heel vertrouwde stilte na de hitte die de tuin zo zwijgzaam maakte. De bladeren in de boomtoppen ruisen lawaaiig hun onnavolgbaar ritme van leven dat niet van mensen is.

Elk geluid dat ik toevoeg aan deze stilte maakt haar eigenheid intenser.

 

Juni 2006

De dagen worden nog steeds langer en zonniger. Er waait een lauwwarme bries. Het is allemaal, helemaal, door & door zomers: heerlijk.

Er is ook veel te doen. Willem knipt vooral en veel heggen in model, zet de palen van de Grote Muur in de carboleum en begint met de aanleg van een Iristuin. Onze juist gekochte nieuwe Irissoorten met de onnaspeurbare exotische namen, lijken nu ze bloeien verdacht veel op de gewone Iris Sibirica.

Ik zet de platte daken in de aluminium verf om te voorkomen dat het dakmastiek en de teer in de hitte niet zachtjes benedenwaarts gaan druppen. We stralen nu vast al van verre op Google Earth. Verder wied ik vooral en besteed ik elke dag bijna 4 uur aan het sproeien van water nu het niet alleen om de planten in de Polytunnel gaat, maar ook om het zaaigoed, de moestuin en alle potplanten.

Van de planten die ik dit jaar heb gezaaid en gepot heb ik nu veel te veel. Ik weet niet goed wat ik er mee zal doen. Het voelt vreemd om het zomaar weg te gooien, maar ik verkoop bijna niets tot dusver. De klanten blijven weg en we verkopen dus nauwelijks.

Jammer, maar toch betrap ik mezelf op een rare tegenstrijdigheid.

Als we open gaan voor de verkoop, plant ik eerst vol goede moed de groen/rode vlag van County Mayo aan het hek langs de weg. De vlag wappert en klappert. De ketting gaat los. Willem rijdt langs met een groot bord achter in de auto dat verderop langs de kant van de weg komt te staan: “Garden Centre Open Now!”

Ik zeul een wat ordinaire boodschappentas met daarin plantenboeken, een kopje en een thermoskan thee, een portemonnee met wisselgeld, een pen en wat papier naar de Polytunnel. Dan ga ik de modeltuintjes van de studenten wieden; een klusje dat ik speciaal reserveer voor de tijden van openstelling: praktisch en ter plaatse. De vogels fluiten, een windje laat het populierenblad ritselen, het wemelt van de vlinders, zo nu en dan sjeest er een auto langs en dan kijk ik even verlangend op. Willem komt langs en vraagt: “Niemand?” Ik schud m’n hoofd. Zo verstrijkt de tijd totdat de ketting weer om het hek gaat, de vlag binnen en Willem langs rijdt met de auto om het bord van de weg te halen. Maar dan komt dat rare: ineens maken mijn benen een sprongetje, mijn hoofd doet een gooi in de lucht, mijn armen gaan open, er verschijnt zomaar een grijns van oor tot oor en er danst een zinnetje in mijn bloed: “Al dit moois is van ons, van ons privé en ik hoef het met niemand te delen aan wie ik geen boodschap heb”. Dat is toch een beetje eigenaardig als zoiets je overkomt.

 

Aan het eind van de maand wacht ons een verrassing. Ank en Els, die een zomerhuis in The Burren hebben, komen met broer Huub en 2 hondjes in een grote rode bus langs om onze nieuwe brug te brengen. Vorig jaar hadden we het erover toen we bij een tuinwandeling tegen het oude totaal verrotte brugje in de Gele Tuin aanliepen. Alleen de vier gietijzeren griffioenen stonden nog in het gelid. De beide kunstenaressen wilden de klus wel klaren en nu brengen ze hun brug in onderdelen aan. Voor de 4 griffioenen is ruimte gespaard en ze passen precies. Een kunstzinnige windvaan geeft het extra cachet. 

 

Er lopen nu negen koeien over het wad; lekker koud aan de hoeven. Schapen zinderen in de schaduw van de drooggevallen pier. Een ekster ventileert met open snavel op de zeemuur. De kikkervisjes zijn al kleine kikkers.

Wie durft nog te beweren dat hier nooit iets gebeurt?

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mei 2006
Het is tot dusver tamelijk droog en daarom ook wat kouder dan normaal geweest. Wij danken er een verrukkelijk lang en langzaam voorjaar aan, dat al is begonnen in januari en nog steeds lekker door sukkelt. Het overvloedig geel van golvende narcissen heeft plaatsgemaakt voor de tulpen die we ieder najaar meenemen uit Nederland. Zorgvuldig geselecteerd op kleur en vorm hebben we ze eind december op voor de hand liggende en onverwachte plaatsen geplant. Tussen en over kwijnend blad van vroege voorjaarsbloeiers en grote pollen opkomend groen en onkruid eisen ze nu direct alle aandacht voor zich op. Niet door hun overmatige bloei zoals de knalrode grootbloemige rododendron, maar juist door hun eenvoud en waardigheid. Tulpen zijn discrete schoonheden; zo mooi! Zelfs geplant in een groep behoudt elke tulp haar individualiteit. Een aantal soorten is hier nu kennelijk geworteld en komt elk jaar terug. De fruitbomen bloeien wekenlang en beloven een rijke oogst. De stokoude sierappel ontvouwt haar jonge blad in een schuchter paarsbruin en we hebben daarom lang gedacht dat het een kersenboom was. De uitbundig roodbloeiende camelia die achter deze Malus staat, is dan juist op haar hoogtepunt en de kleuren rood/paars schurken adembenemend, bijna vloekend tegen elkaar aan, voordat ze versaaien tot een diversiteit aan groenen.

De azalea’s verspreiden hun overdonderende geur en kleur natuurlijk ook weer; daar kan ik niet langs lopen zonder ze bewust op te merken.

We gaan midden mei een week naar Nederland en op de avond dat we terug rijden van Dublin naar huis hebben we ineens winterse hagel en natte sneeuwbuien. Ondanks dit korte koude front zijn de zomerse “gordijnen” bij terugkomst weer dicht gegaan in de tuin. Zo noemt Willem dat altijd als de esdoorns en kastanjes hun bladen hebben open gevouwen: dan is het ineens weer donker en kun je niet meer van de ene kant naar de ander kant van de tuin kijken: muren van groen, groener, groenst.

Ik houd me bezig met het zaaien van groenten en bloemen. Ik besluit een stuk van de groentetuin te bestemmen voor snijbloemen omdat ik toch niet alle groente kwijt raak op de Country Market en de restaurants het laten afweten. Eén van de koude bakken staat vol met pril zaaigoed. Ik zet de jonge plantjes uit op industriële rijtjes. 

We gaan naar County Kildare om Irissen te kopen voor de nieuwe Iristuin die Willem heeft gepland in de oude blauwe border. Onderweg zie je nu zo prachtig en al van ver de witbloeiende meidoorns die overal eenzaam in het verder boomloze landschap staan. Van oudsher worden er magische krachten toegekend aan de meidoorn die hier “Fairy Tree” wordt genoemd. Deze boom behoort niet de mens maar het kleine volk en de elfen toe. De boeren durven de meidoorns daarom niet te kappen omdat ze zich hiermee de woede van het kleine volk op de hals halen en dat brengt uiteraard onheil.  

Tegen het eind van de maand wordt het buiten warm. Ik moet de vijver in om de bloeikolven weer uit de Gunnera te kappen. Gewapend met een lang scherp keukenmes trotseer ik het weinig uitnodigende water. Geel stuifmeel wolkt omhoog als ik het mes in de armdikke bloem zet. Ontelbare kikkervisjes krioelen op en onder het eendekroos. Elegante rode waterjuffers maken elkaar het hof en de libellen zoemen als helikopters over de boomkruinen hemelwaarts.

 

April 2006
De maand april begint met de komst van vier 4e jaar studenten van het Groen College uit Goes die hier 8 dagen een stage gaan doen. Ze worden begeleid door Marcel die als docent aan de Hoveniersopleiding van het college werkzaam is.
Het contact is een paar weken geleden gelegd via mijn oproep per e-mail om hier een werkstage te doen. Goes reageerde, de condities werden vastgelegd, ik maakte een projectvoorstel en nu zijn ze hier.
Wat een opwinding!

Het is de bedoeling dat de jongemannen 3 voorbeeldtuintjes realiseren bij de polytunnel waar onze plantenverkoop op de zaterdagmiddag weer van start zal gaan. Willem heeft ter voorbereiding de stukjes van ongeveer drie bij drieënhalve meter uitgezet met daartussen een paadje. De eerste fase is om buurvrouw Sheila en onze Timothy te interviewen over hun “ideale” tuin omdat wij weten dat zij elk voor zich heel andere ideeën hebben dan wij. Het 3e tuintje maken de studenten naar eigen goeddunken. De mannen hebben er zin in. Ze verwachten dat dit klusje snel geklaard zal zijn. Sheila verheugt zich er echt op en leest al weken verlekkerd het ene tuinboek na het andere.

Op die allereerste zonnige dinsdagochtend verschijnen Sheila en Timothy hier allebei om 9.00 uur. We drinken een kop koffie en splitsen de meute in twee groepen: “Zo dicht mogelijk aansluiten bij de klant” geef ik nog mee. Sheila wil dolgraag een Davidia (Zakdoekenboom) in een rozentuintje en de studenten tekenen alles zo goed mogelijk in en op. Maar zodra Tim ervan hoort begint hij te klagen over de schaduw die de boom zal werpen op zijn stukje tuin. “Bovendien” zegt hij plagend, “vult die boom je hele tuin en kan er geen plantje meer bij en dus kun je die rozen daar” … hij wuift met zijn hand over het schetsje, “verder wel vergeten”.  “Tja”, beamen de interviewers aarzelend: “daar zit wel wat in”. Ondanks haar teleurgestelde verwarring ziet Sheila bij nader inzien toch maar af van haar boom. ’s Middags staan de mannen al op de schop om de grond om te spitten. In pure turf vergroeid gras: dat is zwoegen en zweten.

De jongens laten zich enerzijds inspireren door het natuurlijk materiaal dat in de omgeving voorhanden is: turf, graszoden, een oude ton, boomstammetjes, wilgentenen en anderzijds door de niet-natuurlijke materialen die onze plaatselijke “Gamma-Sweeney” op voorraad heeft. De hoeveelheid werk valt dik tegen maar ze krijgen het uiteindelijk allemaal voor elkaar en het is erg mooi geworden. De dag voor vertrek maken we nog een reis naar het vergelijkbaar Greenmount College in Antrim (Noord-Ierland) en er worden afspraken gemaakt voor een werkstage bij ons volgend jaar voor studenten van beide colleges, zodat er een interculturele uitwisseling zal plaatsvinden. Vlak voor vertrek krijgen we een cadeau: een Davidia, die we “Sheila’s Gerechtigheid” zullen noemen.

Inmiddels zijn we twee zaterdagmiddagen open geweest en klanten reageren heel positief op het werk van de jongens; de tuintjes worden langdurig bewonderd en bestudeerd. Voor meer informatie over deze stage verwijs ik naar www.ierlandstage.web-log.nl.

De gaspeldoorn kleurt het landschap weer geel. De mediterrane heide in de beschutte valleien van Mulranny bloeit al maanden fonkelend paars. De zwaluwen zijn terug en de roep van de koekkoek is weer gehoord. Als de zon schijnt zomert het al in de tuin.

 
 
 
 
 
 
 
 

Maart 2006

Onmiskenbaar dringt het voorjaar zich op, ondanks kou en regelmatige hagelbuien. Een zee van geelwitte narcissen golft door de nog aarzelende tuin. Ik heb er al meer dan duizend geplukt. De eerste generatie kikkervisjes krioelt op ondiepe, zonnige plekken in de vijver en we spannen een dunne draad tussen bamboestokken om te voorkomen dat de reiger een slachting aanricht, zoals vorig jaar is gebeurd. Het mekkeren van de lammetjes en omgekeerd de roep van moederschaap naar kroost is bijna onophoudelijk hoorbaar. De contouren van overvliegende bonte kraaien nemen absurde vormen aan als hun snavel vol zit met takjes of ander nestmateriaal. Hoog op de kruinen van de grote oude cipressen schreeuwen ze boos en luid om een territorium veilig te stellen, vooral in de vroege ochtenduren. Onze (gesteriliseerde) poes Xena is rusteloos vanwege de belangstellende en rondstruinende katers die het terrein onveilig maken. Een witte (rouw)kwikstaart die we de hele winter op de zeemuur hebben gezien om op insecten te jagen, ontdekte kennelijk ineens de gemakken van het vogelhuisje en terroriseert nu alle vogels die gewend waren in het huisje te fourageren.

Wij gaan er een weekje tussenuit om samen met dochter Hesseltje de familiedag te vieren in Friesland. Bij mem in Sneek staan de sneeuwklokjes nog in bloei en steken de eerste narcissen net een decimeter boven het maaiveld uit. Het voorjaar lijkt hier nog ver; vorst en sneeuwbuien domineren en geven een winterse gezelligheid aan ons verblijf.

Terug naar het voorjaar in Ierland. Ook hier blaast de wind vaak uit het noorden. Dat betekent een lang en vooral droog voorjaar. Toch staan de eerste witte tulpen volop in bloei. De wilgenboom die langs de weg staat heeft in het voorjaar helderoranje takken waaraan katjes zitten. De ribes houdt meer van bescheiden roze. In de polytunnel verplanten we de jonge tomaten en courgettes in potten, de sla, dille en koriander wordt nu gezaaid en de druif loopt prachtig uit. Aan het eind van de maand beginnen de mannen met het plaatsen van de Grote Wand. Er worden 24 palen de grond ingegraven en vastgezet in beton langs de lijn die Willem heeft uitgezet tussen Lady Beevir’s Nursery en het Kabouterbosje. Elke paal steekt meer dan drieëneenhalve meter boven de grond uit en Timothy zorgt er voor dat ze in gelid en waterpas komen te staan. Als het betongaas wordt afgeleverd, moet dat aan de wand bevestigd worden waarna er klim(op)planten tegenaan worden gezet. Het is de bedoeling dat het functionele deel van de tuin hiermee afgescheiden wordt van het esthetisch deel. Het is tevens de start van een nieuw door Willem uitgedacht kunstproject, waarvan het Chinees keizerlijk echtpaar ook deel zal gaan uitmaken.

Op het wad voor het huis zijn drie mannen aan het werk. Ze snijden met een ouderwetse sikkel het zeewier van de stenen en verzamelen de natte bundels op hopen. Een van de mannen rijdt met een kleine tractor en aanhangwagen over het wad en daar worden de stapels zeewier opgeladen. Het zal worden verwerkt in cosmetische producten. Het is zwaar werk en het kan natuurlijk alleen bij eb gebeuren. De bedrijvigheid duurt een paar dagen maar dan heroveren de vogels de stilte voor het huis, worden de sporen van de tractorbanden door het tij beetje bij beetje uitgewist en is het uitzicht op de eeuwigheid hersteld.

Februari 2006
Nadat januari fluitend in voorjaarsstemming afscheid had genomen, wilde februari ons toch nog even aan de winter herinneren. De kou doet alle groei verstijven, alsof we van het medium film zijn overgestapt op een kapotte diaprojector. De veel te vroege prille blaadjes van de hortensia’s krijgen zwarte randjes, de knoppen van de narcissen houden hun bloem wat langer gekluisterd, de bloesem van de witte camelia en de eerste roze en roodbloeiende houden hun adem op de valreep in, de kikkerdril vriest vast in een ijl vliesje ijs en de gevallen engel krijgt iets hemels in een jurk van stralend sneeuw.

Ik vind het wel fijn; nu duurt het voorjaar langer en misschien vindt er een welkome genocide plaats onder de slakkenpopulatie. Bovendien krijgen we hierdoor meer tijd voor het bouwen van muurtjes, het aanleggen van paden en het vormgeven van de tuin. Op dit moment werkt Timothy hard aan de grijze tuin. Het middenpad in de border is af.

Vanuit de eetkamer kijken we op het vogelhuisje waar ik elke dag iets lekkers in leg om te kou te compenseren. De onderlinge machtsverhoudingen tussen de zangvogels vormen een interessant decor. Twee “peanut-feeders” bungelen aan weerszijden van de voederplaats. Een zwerm van 8 mannetjesputters doet zich er te goed aan; met hun sterrengestippelde vleugeltippen die heldergeel worden als ze opvliegen en hun rode kopjes zijn het net grote kleurige vlinders. Voor hun komst was de koolmees baas en moesten de pimpel -, zwartkopmezen het hebben van zijn onoplettende momenten. In het huisje zitten de vinken en roodborsten; soms een plompe merel.

Willem heeft de vleermuiskasten en vogelnestkasten in de bomen opgehangen. De mezen toonden met veel gekwetter direct grote belangstelling, totdat poes Xena besloot deze drukte eens nader te bestuderen en onder de betreffende bomen ging zitten. Dit had tot dusver een nogal ontmoedigende uitwerking op de vogeltjes.

We kijken de bloempotten –d.w.z. onze verkoopvoorraad - na. We zijn gewaarschuwd voor de Nieuw-Zeelandse en Australische platworm die wormen en pieren eet; leeg lebbert eigenlijk. Op het eerste gezicht lijkt het dier op een bloedzuiger, maar als je de engerd in je hand houdt komt er al gauw een roséoranje kronkelend vermicellisliertje naar buiten, als een tastend en ronddraaiend oog van een buitenaards wezen.

Het interview met Willem komt in de volgende “Compass”, het tijdschrift in Ierland voor de professionele tuinontwerpers. Stukken daarvan moeten nog op de website, om een idee te geven van zijn opvattingen als “Consultant garden design”.

Ik concentreer me al twee weken op het fatsoeneren van het gebiedje om de vijver en ben daar nog zeker een volle week zoet mee. De verwaarloosde blauwe tuin daarachter is nu gelukkig grotendeels opgeheven. Een paartje roodborsten volgen me op de voet als ik bij het wieden de aarde van de wortels schud; ze respecteren de dan in het rond vliegende kluiten en crocosmiaknolletjes maar we hebben de stilzwijgende afspraak dat ik regelmatig even stop zodat ze wat kunnen eten. Als het wachten hen te lang duurt, zingt hij een melodietje of begint geagiteerd te snerpen om mijn attentie te krijgen. Ze hebben me goed geconditioneerd en ik begin zelfs al oog te krijgen voor klein gewriemel. Zij vinden mij echter een totaal belachelijke roodborst en lopen letterlijk over me heen.

 
 
 
 
 
 
 
Januari 2006
 
 
 


In de winter zijn de getijden hoger dan in de zomer en dan spoelt bij een gunstige wind het vruchtbare zeewier aan waarmee we onze composthopen verrijken. Vandaag struin ik bij eb voor ons huis langs en scharrel ik met 3 emmers en een grote vork naar de kant van John Cooney op zoek naar het kakelverse tuinlekkers. De kruiwagen laat ik bij het zeehek staan, want met het wier komt ook de rommel mee: vooral glas en plastic en ik voorkom liever de zoveelste lekke band. Ik tel een groepje van 6 reigers die ineens geschrokken opvliegen als ze mij zien opdoemen met mijn drietand in Neptunus uitrusting. 

Ondertussen heeft Willem zijn voornemen in december gestand gedaan en de daad bij het woord gevoegd. Hij zette met uit de tuin geoogste bamboestokken een middenpad uit in de grote ronde border door met een touw een vaste afstand vanaf het midden van de buxus aan te houden. Nu is de echte cirkelvorm opnieuw benadrukt. De buitenste cirkel is nooit rond geweest want die doet overal concessies aan de “obstakels” die er altijd al waren, zoals de oude elzenbomen en de grote rododendrons. Het is een wonder hoeveel deze kleine ingreep doet met het ruimtelijk aanzien van de border!

Het zware werk gaat Timothy doen; planten uitsteken die in de weg liggen, grond afgraven, weer vullen met zand en dan de flagstones erop.  

Vorige week ontdekten we een dassenhol in de wal achter de composthoop. Het is niet helemaal duidelijk of het alleen een speelplek is of misschien toch het begin van een burcht. We zien al heel lang de sporen van de das door de tuin, maar ik heb hem of haar nog nooit in levende lijve gezien.  

Honderden sneeuwklokjes bloeien uitbundig langs het oprijlaantje. Ook de krokussen doen hun best: in paars en wit. Veel planten lopen nu al uit. De toverhazelaar is bedekt met gele bloemen en de echte hazelaar heeft katjes gemaakt. De allereerste bloeiende paardebloemen kan ik in het vroege voorjaar nog erg waarderen; ze schitteren dan als sterren in een slaperige omgeving, net als het speenkruid. De Magnolia heeft haar fluweelharige knoppen ontwikkeld. De Gunnera hurkt aan de rand van de vijver als een gebochelde kobold. De artisjok heeft groot lichtgroen blad dat de winter minachtend ontkent. Uiteraard bloeit ook de Helleborus nog. En de Bergenia natuurlijk, de eenvoudige schoenlapperplant die het hele jaar haar grote mooie roze bloemen produceert. 

Hoewel januari niet de beroerdste maand is qua regenval, krijgen we als toetje aan het eind van de maand tien dagen droog weer. Het hele universum klaart er van op en de enorme stapels hortensiatwijgen kunnen verbrand. Timothy zwoegt en het grote vuur brandt; smeult vervolgens nog 3 volle dagen. We ruiken het in huid en haar en in de kleren die we dragen. Er is weinig wind en de rook vermengt zich met doorsijpelende zonnestralen en danst dan als een deinend dun dekentje boven het gras en om de bomen.

 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                              Page designed by Ferdinand

- omhoog -