|
|
|
December 2006
Het waait en watert maar door in deze decembermaand.
Door de regen loopt 30.000 hectare land onder water.
De oceaan laat zich opzwepen en stuwen; enorme
golven beuken de kust aan de kant van
Ashleam, 2 kilometer
verderop en puffholes
spuiten wit schuimende vlokken torenhoog waarna de
wind hen via de weg tot over de bergen jaagt. Wij
merken het aan het hoge water bij ons in de baai,
ondanks de lage tijen die er volgens het boekje
zijn. Willem houdt het
topje van de pier voortdurend angstvallig in het oog
als de maan vol is. Aan de wolkenloze nachthemel
schittert het van de sterren; de maan werpt een
enorme schaduw van het huis over het gelig verlichte
grasveld. Het zeewater komt maar tot halverwege de
slipway en we rekenen
uit of we het droog hadden gehouden als de tijen
deze maand rond de 5 meter waren geweest. Ook in dat
geval was een overstroming niet waarschijnlijk. Dat
is tenminste
geruststellend.
De meeste bladverliezende bomen en
heesters zijn nu kaal, maar de taaie hortensia’s
houden nog steeds blad vast en laten hier en daar
zelfs nog een kleurige bloem zien. Wel stuit je
overal in de tuin nog op bloeiende, geurende rozen
en laten de allereerste narcissen hun bloemknoppen
zien.
Timothy
snoeit de enorme Escalonia die zich door de jaren
heen als een eeuwig-groene
deken om de stokoude appelboom had gewikkeld en ik
ontblader de afgezaagde takken, waarmee de wallen
weer opgehoogd kunnen worden.
Veel van onze eigen compost gaat
naar de nu lege polytunnel. We gieten een
desinfecterend middel over de bedden tegen schimmels
en bacteriën en maken ook het plastic aan de
binnenkant schoon. De Lysolstank blijft weken hangen
in de steeds natter wordende tunnel. Er is geen
aardigheid meer aan en zelfs onze poes Xena laat
haar favoriete slaapplaats in de beschutte tunnel
(onder de tafel op een stapeltje netten) voor wat
het is.
Toch ineens weer een verrassing als
ik nietsvermoedend uit het zicht-onttrekkende lover
tevoorschijn kom en het pluizige ronde
kaneelkleurige vogeltje juist op een tak van de
ontluikende magnolia landt. Onze ontmoeting was zo
onverwacht dat we elkaar geruime tijd verbaasd
aankeken als kwamen we van verschillende planeten.
Het is de eerste staartmees die ik tegenkom.
Nu maakt Ierland zich weer met vlag
& vaandel op voor het jaarlijkse hoogtepunt:
Christmas!
Eigenlijk vieren de Ieren
collectief hun verjaardag op eerste kerstdag en dus
verkeert jong en oud in een permanente staat van
opwinding. Het is alsof alles wordt uitvergroot voor
de kerstdagen; als er iets rottigs gebeurt zeggen de
mensen meewarig: “En dat dit nou nét voor de
kerstdagen moet gebeuren…” en natuurlijk omgekeerd
als er een meevaller is. De weeïge kerstmuzak komt
je halverwege de maand al de oren uit en ik
pruts zielig uitgevallen
papieren kerststrikken aan de potten of dozen met
Amaryllisbollen voor de
Christmas Country Market.
Gelukkig is Willem
bereid me er een creatief handje mee te helpen zodat
het uiteindelijk toch nog goed komt.
De enorme pollen pampagras die we
nog te danken hebben aan de vorige eigenaar, bloeien
uitbundig mooi als tuinafscheiding langs de kant van
de weg. Majestueuze wuivende witte pluimen groeten
u: Dag, dag en een Gelukkig Nieuwjaar.
|
|
| |
|
|
|
November 2006
Ach, de zomer is voorbij. Er
hangen nog wat droefgeestig uitziende tomaten en een
enkele druif in de Polytunnel. De tomaten komen niet
meer op kleur en de laatste druiven vallen met
dwarrelend blad spontaan op de grond. Het begint er
nu ook een beetje muf te ruiken, naar rottend blad,
schimmels en vooral vochtige grond. De
Nieuw-Zeelandse spinazie is ijzersterk en daar zit
zelfs nog wat groei in, maar de salieblaadjes zijn
wit uitgeslagen en zien het echt niet meer zitten
dit jaar. We zetten een aantal grote en kleinere
potplanten terug in de tunnel voordat ze verzuipen
in de regen of gewoon scheuren door de wind. Ik ga
de kersthyacinten maar eens planten en de bollen
uitzoeken die ik op de Country Market te koop
aanbied. De verpakking van de bollen maakt me wat
giechelig; op nagenoeg alle kaarten staat –zonder
gegronde aanleiding vet in rood gedrukt “heel apart”
en omdat de bollen uit het oosten van het land
komen, lees ik alsmaar die diepe
a,
geprononceerde p
en scherpe t
van “apart”
in mijn hoofd: “héél apart”.
De heerlijke andijvie die buiten in de moestuin is
aangeplant groeit als kool. Dat mag dus blijven
staan maar verder wordt alles gerooid. Het wordt
tijd dat de moes - en kruidentuin weer wordt
bijgevuld met verse
compost en grond. Ik heb het Zwitserse restaurant
Ferndale hier op het eiland beloofd dat zij één van
de verhoogde kruidenbedden volgend jaar naar eigen
inzicht mogen inrichten en dan maar hopen dat het
zaaigoed aanslaat.
We gaan stekken zetten. We hebben duizenden
verzameld van verschillende heesters die bestand
moeten zijn tegen de zeewind! Eerst moet Lady
Beevir’s Nursery leeg
van de stek die er nog staat van vorig jaar.
Opgeteld zijn dat er ook nog een paar honderd.
Timothy bundelt de meesten in bosjes van 10 en zet
ze weg in een hoek van de kwekerij. Misschien wordt
het niks omdat de wortels in elkaar kunnen groeien
en moeten we ze alsnog weggooien, maar wie weet zijn
ze het volgend vroege voorjaar nog te verkopen. Ik
laat 20 zakken compost van 80 liter afleveren om ook
nog allerlei restgoed op te potten en we richten een
beschutte plek in voor de overwintering van deze
potplanten.
Het ziet er allemaal professioneel genoeg uit maar
ik zal toch iets aan marketing moeten doen om de
handel kwijt te raken. Daarom eerst aan
webmaster Ferdinand
materiaal aangeleverd voor een nieuwe pagina voor
onze website. Dat is een beste klus. Ferdinand helpt
gelukkig met waarachtig engelengeduld. Als het klaar
is zal ik de professionele tuinders in County Mayo
een prijslijst sturen met een verwijzing naar de
website.
Onze inspanningen worden in elk geval beloond door
de vogeltjes: ik zie goudhaantjes, roodborsten,
puttertjes en mezen tussen de potplanten scharrelen.
Koud wordt het niet echt. Maar wat een wind!
In de tweede helft van november waaien we bijna
dagelijks uit ons hemd en er gebeurt dus weinig in
de tuin. Blad harken en dan maar weer: blad harken
en natuurlijk zorgen dat de drainage in de tuin
blijft functioneren. Tussendoor pik ik het wier op
dat tussen de spijlen van het zeehek is
achtergebleven met de hoge tijen.
Soms zien we –als het water in de
baai rustig is – weer eens een zeehond zwemmen; zo
nu en dan steekt de kop boven het water uit en kijkt
het dier om zich heen. We signaleren ook twee otters
die onafscheidelijk zijn en synchroon door het water
dansen. Prachtig. |
|
|
|
|
Oktober 2006
Onder één van de door Willem met takken opgebouwde
wallen achter de grijze tuin is op een nacht een
groot gat gegraven. Een dikke deken van aarde ligt
slordig uitgespreid over het gras en de
oppervlakkige wortels van de witte rododendron zijn
zichtbaar. Een nadere inspectie leert dat het een
uitgegraven wespennest is: dit is overduidelijk
dassenwerk. Geagiteerde wespen vliegen van en naar
de duisternis onder de wal en zijn actief bezig om
de armzalige restanten van hun
ingenieus, solide, groot rond paleis weer op
te bouwen. En dat in oktober!
Ondanks de ravage hebben we de das graag in onze
tuin. Sinds we hier wonen, is dit de derde die bij
ons een kostje bij elkaar scharrelt. De eersten zijn
op de weg doodgereden.
We zijn in de oktobermaand vaak in
Nederland, maar omdat Willem volgend jaar in het
laatste weekend van maart een expositie zal hebben,
blijven we dit jaar thuis. Er moet geschilderd
worden. Ondanks de druk voor de expositie ontwerpt
Willem ook nog 2 tuinen voor mensen op het eiland.
Wij zijn daarom een paar middagen met meetlinten en
touwen in de weer bij de opdrachtgevers.
De slordige bossen asters zie ik nu
eigenlijk voor ’t eerst
in bloei. Het geeft nog wel wat kleur in de tuin,
want aan mooie herfstkleuren komen we in Achill
meestal niet toe. Voordat het blad kan verkleuren,
blazen de herfststormen alles aan flarden of gewoon
van de bomen. Dit jaar licht er hier & daar toch een
spaarzaam mooi felrood blad op tussen het groen en
bruin. Paddestoelen zijn er
daarentegen volop en overal, zelfs in de
polytunnel. Ook heeft Timothy op mijn verzoek de in
Nederland bestelde enten met de sporen van
Shi
Take paddestoelen en oesterzwammen in
boomstammetjes geslagen. Ik hoop dat we ze rond de
kerstdagen kunnen oogsten.
Meestal stouwen we de auto in
Nederland vol met bloembollen voordat we weer terug
rijden naar Achill, maar nu worden er drie grote
dozen vol thuis bezorgd. De meeste bollen zijn
tulpen die we voor volgend jaar in de grond zullen
stoppen, maar er zijn ook nog al wat kerstcadeautjes
bij, zoals Amaryllis en kersthyacint. Wij vinden de
inhoud van 3 dozen een indrukwekkende hoeveelheid,
maar het is niets vergeleken met de duizenden bollen
die mijn grote broer Jan in de schoot zijn gevallen.
Zijn tuin wordt volgend jaar voor marketing
doeleinden van de bloembollenindustrie gebruikt en
hij kon naar eigen inzicht bestellen; er kwamen
zelfs drie heren helpen met de beplanting. Als het
allemaal glorieus in bloei staat, komen de
fotografen en is het overal in de wereld te
bewonderen.
Hoewel er nog steeds wespen actief
zijn en fladderende vlinders te zien, zet de herfst
nu wel door. Zon, harde wind en heftige buien
wisselen elkaar nu af. Als er een storm op komst is,
loopt de baai voor het huis vol met vogels: we zien
de reiger weer, een groep scholeksters, vijf
groenpootruiters (die moesten we opzoeken in het
vogelboek), de tureluur, de grote mantelmeeuw en
uiteraard veel regenwulpen. Het is grappig te zien
dat de schapen met de kont tegen de wind in gaan
staan, maar alle vogels juist met de kop. Aan het
einde van de maand vinden we ook de derde das dood
langs de kant van de weg. Het was een prachtig,
gezond glanzend groot dier. Helaas.
Langzamerhand verdwijnen de kleuren
uit de tuin; de spanning wordt getransformeerd in
laag licht en lange schaduwen, wit en zwart.
|
|
|
|
|
September 2006
Willem maakt zich wat zorgen over de
komende equinox. Volgens het getijdenboek zal het hoge water dit jaar extra
hoog zijn en met die klimaatverandering waar iedereen de mond vol over
heeft…..Hij maakt dus weer eens een inspectietocht langs de muur, onderzoekt
of de pompen in onze onvolprezen tanken waarin het regenwater zich verzamelt
nog in goede staat zijn en laat Timothy het aggregaat checken.
Nu zitten we met een glaasje wijn in het botenhuis te kijken naar het opkomende water. Het is een prachtige avond
en bladstil. Er is zelfs geen vis die het wateroppervlak doet sprankelen.
Langzaam maar zeker komt de oceaan zachtjes kabbelend naar ons toe. Steen voor
steen verdwijnt de bovenkant van de pier en dan krabbelt het water onder het
zeehek door de slipway op. Prehistorische
kreeftachtige wezens kruipen tegen de muur mijn moestuin in. We verrijzen van
onze stoelen en lopen naar het gazon voor het huis om over de zeemuur te
kijken. Hoe hoog staat het tegen de muur? Op het laagste punt van het gazon
wordt het gras nu sompig van kwelwater. We loeren in onze verhoogde
regenafvoerputten; de enige afwatering die nog door de muur heen gaat sinds we
onze eigen Deltawerken hebben geïmplementeerd: daarbinnen spiegelt oceaanwater
onze gezichten vriendelijk terug. Bij het botenhuis zien we dat het water er
bijna binnen kwam, maar dan zakt het ook al weer.
Er wordt deze maand enorm geoogst in
de Polytunnel: niet alleen de verschillende soorten sla en kruiden maar ik
verkoop op de Country Market ook maar liefst 35 pakken met onze zoete sappige
druiven en 60 met kleine tomaatjes.
Eindelijk komen er ook wat klanten op
de zaterdagmiddagen en verkopen we wat van onze voorraad planten. Ik pas de
prijzen een beetje aan want door de geringe aanloop staat er nog van alles dat
we maanden geleden al hebben ingekocht of opgepot en de voorraad is ook al
niet meer onkruidvrij.
Bij goed weer komen er nu dames langs
op de zondagmiddagen om zich te melden voor de “Grand Tour” door de tuin. Ik
heb daar veel aardigheid aan want de visite is doorgaans geïnteresseerd in en
goed op de hoogte van tuinieren en planten. Ondertussen bereidt Willem de thee
in het botenhuis. Het 70 jaar oude geborduurde kleedje van tante Riek komt
over de lelijke Blokkertafel, de cake wordt gesneden en de ansichtkaarten met Willem’s werk erop komen te koop. Het regent complimenten over de tuin, de
unieke situering aan het water en de vormgeving. Ik merk dat mensen heel
verschillend omgaan met het fenomeen “tuin”. Er was bijvoorbeeld een mevrouw
uit Oostenrijk die het liefst een tijd stil in het midden van de Ronde Tuin
wilde staan om helemaal tot rust te komen en misschien om het nooit meer te
vergeten. Heel bijzonder was dat.
Het mag niet onvermeld blijven dat we
de Big Gaelic Football Match hadden tussen Dublin en Mayo. Nu kan ons niet
verweten worden ook maar iets van sport af te weten, maar zelfs wij hijsen de
groenrode vlag hoog in onze vlaggenmast: “UP Mayo!”
Iedereen verkeert in staat van grote
opwinding. Vlaggen wapperen langs de weg, op auto’s, aan huizen,
winkelwagentjes en lantaarnpalen. Tuinkabouters en baby’s dragen groenrode
T-shirts en zelfs de beroemde fuchsia Magelanica
die op Achill als onkruid langs de kant van de weg bloeit, doet heftig mee:
groen & rood. Eén van onze gasten in het huisje vertelt kleurenblind te zijn
en van de fuchsia nota bene alleen de kleur rood te zien. Dan weet je het wel:
we moesten deze wedstrijd wel winnen. |
|
|
|
|
|
Augustus 2006
Het
vertrouwde sukkelige Ierse weertype keert in
augustus terug en het is dus “wisselvallig”: beetje
regen, beetje zon, beetje wind. Ons leven is
momenteel ook van alles een beetje. Nu het eiland
helemaal vol loopt met toeristen moeten wij, net als
alle andere eilandbewoners proberen geld te
verdienen. Ons weekritme is daarom afgestemd op
Doe-Dingen en elke dag
heeft een eigen taak. Ik voel me er wat versnipperd
en ongeconcentreerd door en de tuin is in deze
geagendeerde chaos een rustpunt. Een tamelijk
chaotisch rustpunt weliswaar, maar toch…..
Hoewel het nog echt zomert, wordt
het in deze maand altijd overduidelijk dat de herfst
is begonnen. De bladverliezers glanzen niet meer na
een fikse regenbui, maar aan het eind van hun Latijn
gekomen, worden ze er juist groezeliger van. Veel
planten verliezen hun kracht, tuimelen over elkaar
en versnellen zo hun eigen verval.
De lelies
daarentegen zinderen nu van leven, geur en
schoonheid en rijzen steeds hoger en hoger. De
reusachtige tijgerlelies vormen weer het vertrouwde
oranje dak in de Ronde Tuin. De
Canna bloeit met felgekleurde bloemen op
dikke stengels in rondom neergezette potten. Willem
houdt van robuuste groeiers, zoals de Inula,
Crinum en de Dahlia. De
formaten zijn hier –zeker vergeleken met Nederland,
nu eenmaal groter en hij buit dit gegeven uit in
z’n plantenkeuze.
Hij weet trouwens zeker dat hij een
Keizersmantel (Argynnis
paphia) ziet
vliegen in de Gele Tuin en vraagt of ik dat even wil
melden. Hij kan daar helemaal opgewonden van raken.
Voor onwetenden als ik: het betreft hier een vlinder
die eerder thuis hoort in de subtropen dan aan de
Atlantische kust. Behalve deze ene ongewone, wemelt
het van vlinders om ons heen. Het is een echt
vlinderjaar, terwijl er bijvoorbeeld vergeleken met
vorige jaren niet veel wespen zijn.
De sperwers zijn dit jaar ook terug.
We dachten dat de onhoorbaarheid van zangvogels te
wijten was aan de uitputtende taak om hun jongen te
voeren. Wel was ik verbaasd dat de dieprode
frambozen en de zwarte bessen onaangeraakt bleven,
zodat ik die argeloos kon plukken en snoepen in het
voorbijgaan. De nonchalante vanzelfsprekendheid
waarmee de natuur mij de vruchten aanbiedt en ik op
mijn beurt de visiterende bezoekers, raakt aan
oeroude instincten.
Dan zien we sporen van vogellijkjes
op het grasveld: verlaten hoopjes veren onder de
beukenbomen, een dozijn blauwe vliegen op een in de
oude wilg gespietst vogeltje. Een enkele roodborst
volgt ons vanaf de onderste takken van de bomen en
scharrelt onder onze hoede zijn kostje bij elkaar.
Er is verder geen vogel te zien en van de eksters
horen we alleen een onderdrukt gemopper. Zo nu en
dan vult een hoge doordringende schreeuw de tuin.
Dat moet het jong zijn. De sperwer houdt zich
behoorlijk dicht bij ons op, maar als ik langduriger
stil sta voor een nadere studie, vliegt hij of zij
weg. Ik ga op zoek en vind het sperwernest in de
hoge dennen aan de rand van de tuin. Dan op een dag
maken de sperwers de hele dag veel kabaal en het
lijkt erop dat de ouders vertrekken en het jong
alleen laten. Wanhopig schreeuwt
het jong één dag lang en daarna wordt het
even stil. Even maar…, misschien een ochtend want
dan nemen de zangvogels het koor weer over. Mijn
zwarte bessen en frambozen zijn dezelfde middag
allemaal opgegeten. |
|
|
|
|
|
|
Juli
2006
Het
continent zucht, zweet en zanikt over de niet
aflatende hittegolf. Het in deze tijd van het jaar
gebruikelijke komkommernieuws doet onheilspellende
profetieën over woestijnvorming,
drinkwaterkwaliteit, oogsttegenvallers, naar het
noorden oprukkende malaria en migrerende biotopen in
een subtropische Waddenzee.
Hier is
het nog steeds lekker weer en warmer dan voorgaande
jaren.
De tuin
is loom en voelt lauw, de planten maken een
slaperige indruk, de groei is uit het gras en zelfs
het onkruid houdt siësta. De bomen hangen hun
blaadjes slap en laten er nu en dan eentje vallen.
Ze vormen willekeurige stippen in de wuivende
zonvlekken op de paden. ‘s Nachts doen we de kraan
open bij de vijver en laten we water lopen in de
belangrijkste greppels op het terrein in de hoop dat
het water doorsijpelt in de tuin. Voor het eerst
sinds we hier wonen, brengen we ook water naar onze
“palmboom” op de hoek van de oprit -de 125 jaar oude
Cordyline. Zelfs de midges laten het godzijdank
afweten in de warme zomerwind en Willem snoeit dit
jaar dus fluitend de beukenbomen.
Op de
18e juli wordt er een warmterecord van 31* Celsius
in Belmullet gemeten dat net ten noorden van Achill
ligt. Ik ga die dag naar Castlebar om onze logé’s
naar de trein te brengen en doe dan gelijk de
boodschappen voor het maken van de soepen voor de
Country Market. Het is onderweg uitkijken geblazen:
teer smelt van het wegdek en zwaar vrachtverkeer
neemt hele plakken kleverige wegdelen onder de
wielen mee. Er vallen dus grote gaten en steeds hoor
ik door het open raam het tikken van losse in teer
gedompelde steentjes die tegen de wielen ketsen.
De
gemeente probeert de schade te beperken en voor mij
rijdt een grote tractor met een zandstrooier. Twee
mannen in gele jackjes scheppen het zand in de
strooier en voorzien het smeltend asfalt van een
laagje kiezelzand.
De rozen
in de tuin houden wel van de warmte en ze staan er
prachtig bij. Natuurlijk is het rozentuintje dat dit
voorjaar door de studenten is aangelegd nu op zijn
mooist. Volgens goede Ierse traditie hebben een
aantal rozen een heel andere kleur dan op de labels
vermeld staat. Zo blijkt bij nader inzien één van de
“Snow White”s toch perzikkleurig en is het bedoeld
dieprode klimroosje uiteindelijk vaal lila. Ik heb
afgeleerd me daar nog druk om te maken: ze bloeien
en daar gaat het (ook) om.
Willem
besluit om de oude visnetten die de vorige eigenaar
van het huis in gebruik had en die we in de schuur
vonden, nu in de tuin toe te passen. Dit past in het
concept: net als de scheepstrossen die de paden
omzomen en de boeien die in de heggen zijn geweven
benadrukken de netten onze connectie met de zee. Hij
spant de enorme netten tussen de zwarte balken van
de Grote Muur. Ze hebben een eigenwijze vorm en
daarom doktert hij eerst uit op welke punten de
overlappingen moeten komen in verband met de
lichtval. Als het middaglicht er nu langs strijkt is
het een monumentaal stukje architectuur.
Het is
de laatste week van juli en na alle warmte is het
vandaag voor het eerst buiig. De regen en de wind
creëren een nieuwe, maar heel vertrouwde stilte na
de hitte die de tuin zo zwijgzaam maakte. De
bladeren in de boomtoppen ruisen lawaaiig hun
onnavolgbaar ritme van leven dat niet van mensen is.
Elk
geluid dat ik toevoeg aan deze stilte maakt haar
eigenheid intenser. |
|
|
|
|
|
|
Juni 2006
De dagen worden nog steeds langer en
zonniger. Er waait een lauwwarme bries. Het is
allemaal, helemaal, door & door zomers: heerlijk.
Er is ook veel te doen. Willem knipt
vooral en veel heggen in model, zet de palen van de
Grote Muur in de carboleum en begint met de aanleg
van een Iristuin. Onze juist gekochte nieuwe
Irissoorten met de onnaspeurbare exotische namen,
lijken nu ze bloeien verdacht veel op de gewone Iris
Sibirica.
Ik zet de platte daken in de
aluminium verf om te voorkomen dat het dakmastiek en
de teer in de hitte niet zachtjes benedenwaarts gaan
druppen. We stralen nu vast al van verre op Google
Earth. Verder wied ik vooral en besteed ik elke dag
bijna 4 uur aan het sproeien van water nu het niet
alleen om de planten in de Polytunnel gaat, maar ook
om het zaaigoed, de moestuin en alle potplanten.
Van de planten die ik dit jaar heb
gezaaid en gepot heb ik nu veel te veel. Ik weet
niet goed wat ik er mee zal doen. Het voelt vreemd
om het zomaar weg te gooien, maar ik verkoop bijna
niets tot dusver. De klanten blijven weg en we
verkopen dus nauwelijks.
Jammer, maar toch betrap ik mezelf
op een rare tegenstrijdigheid.
Als we open gaan voor de verkoop,
plant ik eerst vol goede moed de groen/rode vlag van
County Mayo aan het hek langs de weg. De vlag
wappert en klappert. De ketting gaat los. Willem
rijdt langs met een groot bord achter in de auto dat
verderop langs de kant van de weg komt te staan:
“Garden Centre Open Now!”
Ik zeul een wat ordinaire
boodschappentas met daarin plantenboeken, een kopje
en een thermoskan thee, een portemonnee met
wisselgeld, een pen en wat papier naar de Polytunnel.
Dan ga ik de modeltuintjes van de studenten wieden;
een klusje dat ik speciaal reserveer voor de tijden
van openstelling: praktisch en ter plaatse. De
vogels fluiten, een windje laat het populierenblad
ritselen, het wemelt van de vlinders, zo nu en dan
sjeest er een auto langs en dan kijk ik even
verlangend op. Willem komt langs en vraagt:
“Niemand?” Ik schud m’n hoofd. Zo verstrijkt de tijd
totdat de ketting weer om het hek gaat, de vlag
binnen en Willem langs rijdt met de auto om het bord
van de weg te halen. Maar dan komt dat rare: ineens
maken mijn benen een sprongetje, mijn hoofd doet een
gooi in de lucht, mijn armen gaan open, er
verschijnt zomaar een grijns van oor tot oor en er
danst een zinnetje in mijn bloed: “Al dit moois is
van ons, van ons privé en ik hoef het met niemand te
delen aan wie ik geen boodschap heb”. Dat is toch
een beetje eigenaardig als zoiets je overkomt.
Aan het eind van de maand wacht ons
een verrassing. Ank en Els, die een zomerhuis in The
Burren hebben, komen met broer Huub en 2 hondjes in
een grote rode bus langs om onze nieuwe brug te
brengen. Vorig jaar hadden we het erover toen we bij
een tuinwandeling tegen het oude totaal verrotte
brugje in de Gele Tuin aanliepen. Alleen de vier
gietijzeren griffioenen stonden nog in het gelid. De
beide kunstenaressen wilden de klus wel klaren en nu
brengen ze hun brug in onderdelen aan. Voor de 4
griffioenen is ruimte gespaard en ze passen precies.
Een kunstzinnige windvaan geeft het extra cachet.
Er lopen nu negen koeien over het
wad; lekker koud aan de hoeven. Schapen zinderen in
de schaduw van de drooggevallen pier. Een ekster
ventileert met open snavel op de zeemuur. De
kikkervisjes zijn al kleine kikkers.
Wie durft nog te beweren dat hier
nooit iets gebeurt? |
|
| |
|
|
|
Mei 2006
Het is tot dusver tamelijk droog en daarom ook wat
kouder dan normaal geweest. Wij danken er een
verrukkelijk lang en langzaam voorjaar aan, dat al
is begonnen in januari en nog steeds lekker door
sukkelt.
Het overvloedig geel van golvende narcissen heeft
plaatsgemaakt voor de tulpen die we ieder najaar
meenemen uit Nederland. Zorgvuldig geselecteerd op
kleur en vorm hebben we ze eind december op voor de
hand liggende en onverwachte plaatsen geplant.
Tussen en over kwijnend blad van vroege
voorjaarsbloeiers en grote pollen opkomend groen en
onkruid eisen ze nu direct alle aandacht voor zich
op. Niet door hun overmatige bloei zoals de knalrode
grootbloemige rododendron, maar juist door hun
eenvoud en waardigheid. Tulpen zijn discrete
schoonheden; zo mooi! Zelfs geplant in een groep
behoudt elke tulp haar individualiteit. Een aantal
soorten is hier nu kennelijk geworteld en komt elk
jaar terug. De fruitbomen bloeien wekenlang en
beloven een rijke oogst. De stokoude sierappel
ontvouwt haar jonge blad in een schuchter paarsbruin
en we hebben daarom lang gedacht dat het een
kersenboom was. De uitbundig roodbloeiende camelia
die achter deze Malus staat, is dan juist op haar
hoogtepunt en de kleuren rood/paars schurken
adembenemend, bijna vloekend tegen elkaar aan,
voordat ze versaaien tot een diversiteit aan
groenen.
De azalea’s verspreiden hun
overdonderende geur en kleur natuurlijk ook weer;
daar kan ik niet langs lopen zonder ze bewust op te
merken.
We gaan midden mei een week naar
Nederland en op de avond dat we terug rijden van
Dublin naar huis hebben we ineens winterse hagel en
natte sneeuwbuien. Ondanks dit korte koude front
zijn de zomerse “gordijnen” bij terugkomst weer
dicht gegaan in de tuin. Zo noemt Willem dat altijd
als de esdoorns en kastanjes hun bladen hebben open
gevouwen: dan is het ineens weer donker en kun je
niet meer van de ene kant naar de ander kant van de
tuin kijken: muren van groen, groener, groenst.
Ik houd me bezig met het zaaien van
groenten en bloemen. Ik besluit een stuk van de
groentetuin te bestemmen voor snijbloemen omdat ik
toch niet alle groente kwijt raak op de Country
Market en de restaurants het laten afweten. Eén van
de koude bakken staat vol met pril zaaigoed. Ik zet
de jonge plantjes uit op industriële rijtjes.
We gaan naar County Kildare om
Irissen te kopen voor de nieuwe Iristuin die Willem
heeft gepland in de oude blauwe border. Onderweg zie
je nu zo prachtig en al van ver de witbloeiende
meidoorns die overal eenzaam in het verder boomloze
landschap staan. Van oudsher worden er magische
krachten toegekend aan de meidoorn die hier “Fairy
Tree” wordt genoemd. Deze boom behoort niet de mens
maar het kleine volk en de elfen toe. De boeren
durven de meidoorns daarom niet te kappen omdat ze
zich hiermee de woede van het kleine volk op de hals
halen en dat brengt uiteraard onheil.
Tegen het eind van de maand wordt
het buiten warm. Ik moet de vijver in om de
bloeikolven weer uit de Gunnera te kappen. Gewapend
met een lang scherp keukenmes trotseer ik het weinig
uitnodigende water. Geel stuifmeel wolkt omhoog als
ik het mes in de armdikke bloem zet. Ontelbare
kikkervisjes krioelen op en onder het eendekroos.
Elegante rode waterjuffers maken elkaar het hof en
de libellen zoemen als helikopters over de
boomkruinen hemelwaarts. |
|
|
|
|
April
2006
De maand april begint met de komst van vier 4e jaar
studenten van het Groen College uit Goes die hier 8
dagen een stage gaan doen. Ze worden begeleid door
Marcel die als docent aan de Hoveniersopleiding van
het college werkzaam is.
Het contact is een paar weken geleden gelegd via
mijn oproep per e-mail om hier een werkstage te
doen. Goes reageerde, de condities werden
vastgelegd, ik maakte een projectvoorstel en nu zijn
ze hier.
Wat een opwinding!
Het is
de bedoeling dat de jongemannen 3 voorbeeldtuintjes
realiseren bij de polytunnel waar onze
plantenverkoop op de zaterdagmiddag weer van start
zal gaan. Willem heeft ter voorbereiding de stukjes
van ongeveer drie bij drieënhalve meter uitgezet met
daartussen een paadje. De eerste fase is om
buurvrouw Sheila en onze Timothy te interviewen over
hun “ideale” tuin omdat wij weten dat zij elk voor
zich heel andere ideeën hebben dan wij. Het 3e
tuintje maken de studenten naar eigen goeddunken. De
mannen hebben er zin in. Ze verwachten dat dit
klusje snel geklaard zal zijn. Sheila verheugt zich
er echt op en leest al weken verlekkerd het ene
tuinboek na het andere.
Op die
allereerste zonnige dinsdagochtend verschijnen
Sheila en Timothy hier allebei om 9.00 uur. We
drinken een kop koffie en splitsen de meute in twee
groepen: “Zo dicht mogelijk aansluiten bij de klant”
geef ik nog mee. Sheila wil dolgraag een Davidia
(Zakdoekenboom) in een rozentuintje en de studenten
tekenen alles zo goed mogelijk in en op. Maar zodra
Tim ervan hoort begint hij te klagen over de schaduw
die de boom zal werpen op zijn stukje tuin.
“Bovendien” zegt hij plagend, “vult die boom je hele
tuin en kan er geen plantje meer bij en dus kun je
die rozen daar” … hij wuift met zijn hand over het
schetsje, “verder wel vergeten”. “Tja”, beamen de
interviewers aarzelend: “daar zit wel wat in”.
Ondanks haar teleurgestelde verwarring ziet Sheila
bij nader inzien toch maar af van haar boom. ’s
Middags staan de mannen al op de schop om de grond
om te spitten. In pure turf vergroeid gras: dat is
zwoegen en zweten.
De
jongens laten zich enerzijds inspireren door het
natuurlijk materiaal dat in de omgeving voorhanden
is: turf, graszoden, een oude ton, boomstammetjes,
wilgentenen en anderzijds door de niet-natuurlijke
materialen die onze plaatselijke “Gamma-Sweeney” op
voorraad heeft. De hoeveelheid werk valt dik tegen
maar ze krijgen het uiteindelijk allemaal voor
elkaar en het is erg mooi geworden. De dag voor
vertrek maken we nog een reis naar het vergelijkbaar
Greenmount College in Antrim (Noord-Ierland) en er
worden afspraken gemaakt voor een werkstage bij ons
volgend jaar voor studenten van beide colleges,
zodat er een interculturele uitwisseling zal
plaatsvinden. Vlak voor vertrek krijgen we een
cadeau: een Davidia, die we “Sheila’s Gerechtigheid”
zullen noemen.
Inmiddels zijn we twee zaterdagmiddagen open geweest
en klanten reageren heel positief op het werk van de
jongens; de tuintjes worden langdurig bewonderd en
bestudeerd.
Voor meer informatie over deze
stage verwijs ik naar
www.ierlandstage.web-log.nl.
De
gaspeldoorn kleurt het landschap weer geel. De
mediterrane heide in de beschutte valleien van
Mulranny bloeit al maanden fonkelend paars. De
zwaluwen zijn terug en de roep van de koekkoek is
weer gehoord. Als de zon schijnt zomert het al in de
tuin. |
|
| |
|
|
|
Maart 2006
Onmiskenbaar dringt het voorjaar zich op, ondanks
kou en regelmatige hagelbuien. Een zee van geelwitte
narcissen golft door de nog aarzelende tuin. Ik heb
er al meer dan duizend geplukt. De eerste generatie
kikkervisjes krioelt op ondiepe, zonnige plekken in
de vijver en we spannen een dunne draad tussen
bamboestokken om te voorkomen dat de reiger een
slachting aanricht, zoals vorig jaar is gebeurd. Het
mekkeren van de lammetjes en omgekeerd de roep van
moederschaap naar kroost is bijna onophoudelijk
hoorbaar. De contouren van overvliegende bonte
kraaien nemen absurde vormen aan als hun snavel vol
zit met takjes of ander nestmateriaal. Hoog op de
kruinen van de grote oude cipressen schreeuwen ze
boos en luid om een territorium veilig te stellen,
vooral in de vroege ochtenduren. Onze
(gesteriliseerde) poes Xena is rusteloos vanwege de
belangstellende en rondstruinende katers die het
terrein onveilig maken. Een witte (rouw)kwikstaart
die we de hele winter op de zeemuur hebben gezien om
op insecten te jagen, ontdekte kennelijk ineens de
gemakken van het vogelhuisje en terroriseert nu alle
vogels die gewend waren in het huisje te fourageren.
Wij gaan er een weekje tussenuit om
samen met dochter Hesseltje de familiedag te vieren
in Friesland. Bij mem in Sneek
staan de sneeuwklokjes nog in bloei en steken de
eerste narcissen net een decimeter boven het
maaiveld uit. Het voorjaar lijkt hier nog ver; vorst
en sneeuwbuien domineren en geven een winterse
gezelligheid aan ons verblijf.
Terug naar het voorjaar in Ierland.
Ook hier blaast de wind vaak uit het noorden. Dat
betekent een lang en vooral droog voorjaar. Toch
staan de eerste witte tulpen volop in bloei. De
wilgenboom die langs de weg staat heeft in het
voorjaar helderoranje takken waaraan
katjes zitten. De ribes
houdt meer van bescheiden roze. In de
polytunnel verplanten we
de jonge tomaten en courgettes in potten, de sla,
dille en koriander wordt nu gezaaid en de druif
loopt prachtig uit. Aan het eind van de maand
beginnen de mannen met het plaatsen van de Grote
Wand. Er worden 24 palen de grond ingegraven en
vastgezet in beton langs de lijn die
Willem heeft uitgezet
tussen Lady Beevir’s Nursery
en het Kabouterbosje. Elke paal steekt meer dan
drieëneenhalve meter boven de grond uit en
Timothy zorgt er voor
dat ze in gelid en waterpas komen te staan. Als het
betongaas wordt afgeleverd, moet dat aan de wand
bevestigd worden waarna er klim(op)planten tegenaan
worden gezet. Het is de bedoeling dat het
functionele deel van de tuin hiermee afgescheiden
wordt van het esthetisch deel. Het is tevens de
start van een nieuw door Willem
uitgedacht kunstproject, waarvan het Chinees
keizerlijk echtpaar ook deel zal gaan uitmaken.
Op het
wad voor het huis zijn drie mannen aan het werk. Ze
snijden met een ouderwetse sikkel het zeewier van de
stenen en verzamelen de natte bundels op hopen. Een
van de mannen rijdt met een kleine tractor en
aanhangwagen over het wad en daar worden de stapels
zeewier opgeladen. Het zal worden verwerkt in
cosmetische producten. Het is zwaar werk en het kan
natuurlijk alleen bij eb gebeuren. De bedrijvigheid
duurt een paar dagen maar dan heroveren de vogels de
stilte voor het huis, worden de sporen van de
tractorbanden door het tij beetje bij beetje
uitgewist en is het uitzicht op de eeuwigheid
hersteld.
|
|
|
|
Februari 2006
Nadat januari fluitend in voorjaarsstemming
afscheid had genomen, wilde februari ons toch nog
even aan de winter herinneren. De kou doet alle
groei verstijven, alsof we van het medium film zijn
overgestapt op een kapotte diaprojector. De veel te
vroege prille blaadjes van de hortensia’s krijgen
zwarte randjes, de knoppen van de narcissen houden
hun bloem wat langer gekluisterd, de bloesem van de
witte camelia en de eerste roze en roodbloeiende
houden hun adem op de valreep in, de kikkerdril
vriest vast in een ijl vliesje ijs en de gevallen
engel krijgt iets hemels in een jurk van stralend
sneeuw.
Ik vind
het wel fijn; nu duurt het voorjaar langer en
misschien vindt er een welkome genocide plaats onder
de slakkenpopulatie. Bovendien krijgen we hierdoor
meer tijd voor het bouwen van muurtjes, het
aanleggen van paden en het vormgeven van de tuin. Op
dit moment werkt Timothy hard aan de grijze tuin.
Het middenpad in de border is af.
Vanuit
de eetkamer kijken we op het vogelhuisje waar ik
elke dag iets lekkers in leg om te kou te
compenseren. De onderlinge machtsverhoudingen tussen
de zangvogels vormen een interessant decor. Twee
“peanut-feeders” bungelen aan weerszijden van de
voederplaats. Een zwerm van 8 mannetjesputters doet
zich er te goed aan; met hun sterrengestippelde
vleugeltippen die heldergeel worden als ze opvliegen
en hun rode kopjes zijn het net grote kleurige
vlinders. Voor hun komst was de koolmees baas en
moesten de pimpel -, zwartkopmezen het hebben van
zijn onoplettende momenten. In het huisje zitten de
vinken en roodborsten; soms een plompe merel.
Willem
heeft de vleermuiskasten en vogelnestkasten in de
bomen opgehangen. De mezen toonden met veel
gekwetter direct grote belangstelling, totdat poes
Xena besloot deze drukte eens nader te bestuderen en
onder de betreffende bomen ging zitten. Dit had tot
dusver een nogal ontmoedigende uitwerking op de
vogeltjes.
We
kijken de bloempotten –d.w.z. onze verkoopvoorraad -
na. We zijn gewaarschuwd voor de Nieuw-Zeelandse en
Australische platworm die wormen en pieren eet; leeg
lebbert eigenlijk. Op het eerste gezicht lijkt het
dier op een bloedzuiger, maar als je de engerd in je
hand houdt komt er al gauw een roséoranje kronkelend
vermicellisliertje naar buiten, als een tastend en
ronddraaiend oog van een buitenaards wezen.
Het
interview met Willem komt in de volgende “Compass”,
het tijdschrift in Ierland voor de professionele
tuinontwerpers. Stukken daarvan moeten nog op de
website, om een idee te geven van zijn opvattingen
als “Consultant garden design”.
Ik
concentreer me al twee weken op het fatsoeneren van
het gebiedje om de vijver en ben daar nog zeker een
volle week zoet mee. De verwaarloosde blauwe tuin
daarachter is nu gelukkig grotendeels opgeheven. Een
paartje roodborsten volgen me op de voet als ik bij
het wieden de aarde van de wortels schud; ze
respecteren de dan in het rond vliegende kluiten en
crocosmiaknolletjes maar we hebben de stilzwijgende
afspraak dat ik regelmatig even stop zodat ze wat
kunnen eten. Als het wachten hen te lang duurt,
zingt hij een melodietje of begint geagiteerd te
snerpen om mijn attentie te krijgen. Ze hebben me
goed geconditioneerd en ik begin zelfs al oog te
krijgen voor klein gewriemel. Zij vinden mij echter
een totaal belachelijke roodborst en lopen
letterlijk over me heen. |
|
| |
|
|
|
|
|
In de winter zijn de getijden hoger dan in de zomer en
dan spoelt bij een gunstige wind het vruchtbare zeewier
aan waarmee we onze composthopen verrijken. Vandaag
struin ik bij eb voor ons huis langs en scharrel ik met
3 emmers en een grote vork naar de kant van
John
Cooney op zoek naar het
kakelverse tuinlekkers. De kruiwagen laat ik bij het
zeehek staan, want met het wier komt ook de rommel mee:
vooral glas en plastic en ik voorkom liever de zoveelste
lekke band. Ik tel een groepje van 6 reigers die ineens
geschrokken opvliegen als ze mij zien opdoemen met mijn
drietand in Neptunus uitrusting.
Ondertussen heeft Willem zijn voornemen
in december gestand gedaan en de daad bij het woord
gevoegd. Hij zette met uit de tuin geoogste
bamboestokken een middenpad uit in de grote ronde border
door met een touw een vaste afstand vanaf het midden van
de buxus aan te houden. Nu is de echte cirkelvorm
opnieuw benadrukt. De buitenste cirkel is nooit rond
geweest want die doet overal concessies aan de
“obstakels” die er altijd al waren, zoals de oude
elzenbomen en de grote rododendrons. Het is een wonder
hoeveel deze kleine ingreep doet met het
ruimtelijk aanzien van de
border!
Het zware werk gaat Timothy doen;
planten uitsteken die in de weg liggen, grond afgraven,
weer vullen met zand en dan de flagstones erop.
Vorige week ontdekten we een dassenhol
in de wal achter de composthoop. Het is niet helemaal
duidelijk of het alleen een speelplek is of misschien
toch het begin van een burcht. We zien al heel lang de
sporen van de das door de tuin, maar ik heb hem of haar
nog nooit in levende lijve
gezien.
Honderden sneeuwklokjes bloeien
uitbundig langs het oprijlaantje. Ook de krokussen doen
hun best: in paars en wit. Veel planten lopen nu al uit.
De toverhazelaar is bedekt met gele bloemen en de echte
hazelaar heeft katjes
gemaakt. De allereerste bloeiende paardebloemen kan ik
in het vroege voorjaar nog erg waarderen; ze schitteren
dan als sterren in een slaperige omgeving, net als het
speenkruid. De Magnolia heeft haar fluweelharige knoppen
ontwikkeld. De Gunnera hurkt aan de rand van de vijver
als een gebochelde kobold. De artisjok heeft groot
lichtgroen blad dat de winter minachtend ontkent.
Uiteraard bloeit ook de Helleborus nog. En de Bergenia
natuurlijk, de eenvoudige schoenlapperplant die het hele
jaar haar grote mooie roze bloemen produceert.
Hoewel januari niet de beroerdste maand
is qua regenval, krijgen we als toetje aan het eind van
de maand tien dagen droog weer. Het hele universum
klaart er van op en de enorme stapels hortensiatwijgen
kunnen verbrand. Timothy zwoegt en het grote vuur
brandt; smeult vervolgens nog 3 volle dagen. We ruiken
het in huid en haar en in de kleren die we dragen. Er is
weinig wind en de rook vermengt zich met doorsijpelende
zonnestralen en danst dan als een deinend dun dekentje
boven het gras en om de bomen.
|
|
|
|
|
Geschiedenis
van Bleanáskill
Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder,
in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van
ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen
wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken
en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de
Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn
deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline
van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of
andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling
van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.
Filosofie
achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische
tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben
op elkaar, dus:
- romantisch en
gestructureerd,
- uitbundig
kleurrijk en meditatief,
- nieuw maar met
behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
- creatief en
zakelijk,
- speels en leeg,
ingekeerd,
- architectonisch
en praktisch tegelijk,
- met zowel
formele als natuurlijke gedeelten.
Doutsje heeft de
supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen
liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden
beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en
een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier
herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte
vasthoudt.
|
|
|
| | |