|
|
|
December 2007
In het begin van december waait het veel te hard om
in de tuin te werken. Al op de eerste dag waarschuwt
de radio voor golven van 8 tot 14 meter hoog. We
gaan natuurlijk even kijken vanaf de kustweg bij ons
achter, die over de rotsen loopt. Spectaculaire
golven komen aanrollen vanaf de horizon en het is
alsof een ouderwets zeegezicht in olieverf van
middelmatige kwaliteit zo bij je op schoot zal
springen. Het gelige schuim spat hoog in de lucht in
vlokken uit elkaar waar de wind er vat op krijgt en
het als sneeuw over het landschap, de weg, de auto
sproeit. De ruitenwissers laten witte zoutige
strepen achter.
Hierna begint het zo verschrikkelijk te regenen dat
de brandweer de enorme plassen van de weg moet
zuigen om te voorkomen dat er nog meer bumpers,
wieldoppen en andere auto-onderdelen in verdrinken.
Behalve de gebruikelijke afgebroken takken, hebben
wij gelukkig geen schade. Dan komen de dagen waarop
zon en buien elkaar voortdurend afwisselen, zodat er
steeds vette strepen in alle kleuren van de
regenboog over het landschap trekken. Halverwege
december verschijnt er ’s ochtends een koude rode,
maar weldadige zon aan de zuidoostelijke hemel,
beschrijft een kwart van de cirkel en gaat in het
zuidwesten weer onder. Als ik in de ochtendzon de
was buiten ophang hoor ik een zware vleugelslag
achter me en automatisch draai ik mijn hoofd om. Tot
mijn verbazing kijk ik zó op de prachtige donzige
gespikkelde buik van een sperwer. Geschrokken van
mijn plotselinge beweging maakt de vogel
rechtsomkeer en vliegt de hemel in.
De hortensia’s moeten weer gesnoeid. Twee jaar
geleden hebben we de helft van alle struiken in het
“bos” tot op een halve meter van de grond afgeknipt.
Consequentie was dat we er vorig jaar geen bloemen
in kregen, alleen enorme groene bladeren aan
snelgroeiende takken. Dit jaar bloeiden de struiken
wel maar nu zijn ze in hun ontembare groei weer even
hoog als 2 jaar geleden. Daarom doen we het deze
keer anders: we knippen alle takken die dit jaar
bloemen hadden af tot op een halve meter, dan kunnen
de andere takken volgend jaar bloeien en die knippen
we daarna af. Eens kijken of dit werkt.
De jaarlijkse snoeibeurt van bomen & struiken langs
de kant van de weg houdt tenminste 4 mannen aan het
werk. Ze dragen allemaal een geel fluorescerend jack
waar “CoCo” achterop staat; dat is de afkorting van
County Counsel, zoiets als een gemeente. Een tractor
met een rijdende zeis die de bomen en struiken met
grof geweld kortwiekt, vormt het dramatisch
middelpunt. Aan beide kanten van de tractor staat
een ambtenaar met een tweezijdig bord: aan de ene
kant staat STOP in rood en aan de andere kant GO in
groen. Daarmee regelen ze het spaarzame verkeer. De
vierde man tenslotte kijkt of alles volgens plan
verloopt. Ik passeer de ravage die ze aanrichten ook
dit najaar weer met ergernis en ongeloof want alle
bloemknoppen van de wilde rododendron gaan er aan.
Ook in het voorjaar van 2008 zullen de bermen het
zonder de prachtige grote lila bloeiende bloemen
moeten doen.
Sommige planten schijnen alles te overleven. In de
ronde tuin staat een eenzame rode stokroos van
tenminste 2 meter hoog. Ondanks alle verwoestende
herfstwinden steekt ze haar bloemen fier op tegen
een koude blauwe hemel die zich achter de bladerloze
takken van hoge bomen verbergt. De laatste bloemen
van het veldje eenjarigen voor het raam van de
cottage maken een verslagen indruk maar de
snelgroeiende tweejarige Malva arboreum die nu al
boven de dakgoot uitkomt, vertoont nog geen enkel
bladscheurtje.
De eerste bloeiende witte bloem aan de Camelia laat
zich alweer zien.
Wij doen onze kleine winterklusjes en zetten het
oranjeboompje, de olijf en enkele Canna’s in de
folietunnel. De beeldjes worden van de zuilen
gehaald om in huis te overwinteren.
Na onze jaarlijkse kerstronde waarbij we Amaryllis
en Hyacint cadeau geven, maakt het botenhuis een
desolate indruk met de laatste droevige restanten.
Ik zie in de buurt van Castlebar de eerste lammeren
in de wei. |
|
|
|
|
|
|
Half
november wordt het toch te koud voor het
onoverwinnelijke wespennest bij de varentuin. Op 13
november ga ik er een tijdje voor staan; het lijkt
er uitgestorven en ik buig me over de heg om te
kijken of ik het nest kan zien. Maar dan komen er
toch nog wespen tevoorschijn, meer dood dan levend
en niet in staat om te vliegen, kruipen ze vallend
en struikelend over de gevlochten heg en op het pad.
Willem vertelt dat de koninginnen het nest moeten
hebben verlaten. De wespen die ik zie zijn
waarschijnlijk de oudsten van het volk geweest. Een
werkster leeft 4 tot 6 weken en in haar eerste
vitale tijd vliegt ze steeds voor voedsel. Aan het
eind van haar leven doet ze onderhoudsklusjes aan
het nest en is ze bewaakster. De jongere generaties
werksters wriemelen nu in honderdtallen op de zoet
geurende en honingvolle bloemen van de klimop waar
ze zich in hun laatste levensdagen aan laven tot ze
er dronken van sterven.
Het
barst van de paddestoelen in de tuin. De niet zo
welkome honingzwam staat overal tussen de bomen, er
zijn verschillende boleten en in het gras vinden we
de “magic mushroom” waar je high van schijnt te
worden. Ik hoorde dat het eten van deze kleine
paddestoelen veel dieren de dood injaagt omdat ze
niet meer uitkijken en alert kunnen reageren. Met
het boek op schoot probeer ik de soorten te
determineren, maar eten durf ik ze niet. Als we gaan
wandelen langs The Atlantic Drive bij Ashleam
fotografeer ik de paddestoelen die we onderweg
tegenkomen. Het lijken er veel meer te zijn dan
voorgaande jaren wat ongetwijfeld met het natte
zomerweer te maken heeft.
In onze
kleine boomgaard zijn een paar jaar terug 2
perensoorten aangeplant, de Nassi - en de bloedpeer.
Timothy suggereert dat we die kunnen laten groeien
in de vorm van “perentafels”. Dat is vast weer een
Victoriaanse uitvinding. Hij verzwaart de takken van
de jonge perenboompjes met keien aan een touwtje.
Door dat consequent te doen gaan de boompjes
horizontaal groeien en Timothy schotelt ons voor hoe
eenvoudig het is om in de toekomst peren te
plukken.
Willem
bedacht deze zomer een ingenieuze, duurzame en
betaalbare manier om palen te plaatsen in het
gedeelte waar het schaakpatroon zichtbaar wordt. Hij
slaat 4 dikke vierkante hekpalen in de grond,
verlijmt ze met elkaar en verft ze daarna grijs. Nu
zijn er 3 van deze kolommen geplaatst allemaal van
verschillende hoogte. Ze hebben hun plek gevonden
voor de Grote Muur bij het Kabouterbosje. Op de
hoogste paal staat het Chinese keizerlijk echtpaar
nu de tuin te overzien. Op de laagste hebben we een
prachtige, door Els Mikx gebeeldhouwde curragh van
leisteen gezet. Een curragh is het type roeiboot
waarmee bewoners in Ierland al 5000 jaar tot op de
dag van vandaag de oceaan bevaren. Op de middelste
wilden we de Vogel van Corneille (uit een serie van
1500 en gekregen van broers Jan & Sible) neerzetten
maar de verf vertoonde al vrij gauw blaasjes en er
pronkt nu een keramische vaas van Hindrik de Vries.
Meestal
zijn mooie herfstkleuren in de tuin ons niet gegund
door storm en ontij, maar dit jaar is het rood van
de bessenstruiken, het goud van de beuken en het
roodkoper van de Amerikaanse eik stralend ten onder
gegaan. Nu, aan het eind van de maand is al het blad
wel van de bomen gewaaid en alles wijst weer op de
Ierse winter. |
|
|
|
|
Oktober 2007
De vroege pluk van handappels ligt nu al weer een
paar weken in een grote doos te verpieteren in het
botenhuis. Ik probeerde ze te verkopen op de Country
Market maar iedereen met een appelboom in de tuin
(en iedereen die iemand kent met een appelboom)
heeft er al genoeg; de oogst is rijk en overvloedig
dit jaar. Wij kunnen ze ook niet op en veel
appeltjes komen op de composthoop terecht. Nu zijn
de moesappels aan de beurt. Vorig jaar zijn de oude
bomen gesnoeid en serieus genomen. Het is de
vruchten aan te zien; dikke, gezonde en niet eens
echt zure exemplaren staan verrukkelijk geurend te
pruttelen in de grote pan. Er zal de hele winter
appelmoes uit de vriezer zijn. Heerlijk.
Ook de vijgenbomen hebben tientallen vruchten. Ik
weet niet goed wat er mee te doen, want ze kleuren
nooit naar die paarse kleur van lekker zoet en
sappig, maar blijven groen en hard. Onrijp en
onvruchtbaar laten ze zich uiteindelijk vallen.
Timothy
heeft het “Kabouterbosje”
opgeschoond. Deze naam werd dit lapje tuin
ruim 10 jaar geleden door onze dochter gegund, omdat
de grote esdoorns, een paar oude omgevallen wilgen
en de enorme varens het een wat duistere en
geheimzinnige sfeer geven. De
Rosa Rugosa is
drastisch teruggesnoeid en met de brandnetel, het
kleefkruid en de haagwinde die onaantastbaar tussen
de dorens van de rozenbottel groeiden, is korte
metten gemaakt op de brandstapel. Toen leek het
ineens een kale bedoening en plantte Willem een
handvol bomen en struiken met ingewikkelde namen als
Eucryphia
Cordifolia en
Hydrangea
Quercifolia. Het
Kabouterbosje zal terug keren in zichzelf, maar dan
met een interessante variëteit aan plantengroei.
De hele zomer door is er stukje bij
beetje gewerkt aan het opkrikken van de
parkeerplaats. Ik wilde al heel lang en graag een
betere, optische verbinding tussen de tuin en het
huis. Willem vond de parkeerplaats onduidelijk en
rommelig en beoogde een strakkere vormgeving. Een
typische Timothy-klus
dus, want die man kan echt alles. Tussen de
bedrijven door begon hij de los gestapelde
natuurstenen muur te metselen in een mooie strakke
lijn, wat meer parkeerruimte geeft. Het wiebelige
muurtje was ooit bedoeld om een soort hoger gelegen
terras vast te houden. Op Willem’s aanwijzing werd
de toevallige beplanting daar aangepakt. De
Crocosmia, Hortensia en de witte Fuchsia die het
doorzicht naar de tuin belemmerden gingen er
allemaal uit. De grond werd met zand geëgaliseerd en
daarna met worteldoek afgedekt.
Tenslotte werden er kruiwagens vol grint op
het doek gestort. Het geheel werd afgemaakt met een
heus trapje naar dit nieuwe terras en nu staan er
potten op met verschillende soorten
Phormium.
We hebben elk jaar weer
wespennesten, waar we overigens nooit veel van
merken. De meesten zijn
door ingrijpen van de das geen lang leven beschoren.
Nesten die aan een tak hogerop in een boom zijn
bevestigd, ontdekken we vaak aan de late kant als de
activiteit van een steeds groter wespenvolk op gaat
vallen. Meestal worden deze hoog hangende
kunstwerkjes rond september verlaten want ze zijn
niet weerbestendig. Dit jaar ontdekken we echter een
onaantastbaar nest. Het ligt verscholen bij de
boomvarentuin achter de gevlochten heg die Willem
jaren geleden maakte van Rododendrontakken en de das
kan er gewoon niet bij; snuit en poten zijn te
groot. Ook is het nest beschermd tegen wind en
regen. Nu is het al eind oktober en nog zijn er
ontelbare wespen actief. Volgens Willem moet het
nest enorm zijn en we durven er niet meer goed langs
te lopen. |
|
|
|
|
|
|
|
Het is
zo langzamerhand een beetje vervreemdend om een
tuindagboek bij te houden en te weten dat niemand
het voorlopig zal lezen. Kán lezen, want de
Amerikaanse organisatie die jaarlijks betaald wordt
om in haar oneindige goedheid onze website een
plaatsje te garanderen op het internet is gefuseerd,
opgeheven of wat dan ook. Het vraagt om veel
bureaucratische handelingen om over te stappen naar
een andere provider.
Het zal ooit wel weer in orde komen; dus…. hoe was
het hier in september?
Na alle regen in augustus begint september heerlijk
zonnig, stil en warm. Voor alle kinderen die nu weer
terug gaan naar school en hun ouders die moeten
werken, is het vreselijk sneu. Maar de tuin herademt
en krijgt de tijd om orde op zaken te stellen.
Wij verhuren onze cottage in deze eerste weken nog
aan een bevriend echtpaar dat hier nu voor de vierde
keer is. Ze sjouwen allerlei boodschappen,
eigengemaakte jams, likeurtjes en ook nog 2 bakken
vol Alstroemeria van eigen kweek mee. Die wil ik het
liefst aan de zeekant bij de cottage uitplanten,
omdat het daar zoveel lichter is dan in de tuin. Ze
moeten nu echter eerst overwinteren in hun potten
want ik durf hen niet direct bloot te stellen aan de
te verwachten stormen, buien en kou.
Onze vrienden zoeken bijna dagelijks de klippen bij
Keem op, want hij is een verwoed visser. Er worden
een aantal hengels met het nieuwste aas om de vis te
verleiden in de diepe oceaan gegooid. Een zoemertje
dat aan de hengels is bevestigd houdt hem wakker
voor het geval de vis mocht bijten. Zij nestelt zich
in zijn buurt op een stoel met een boek op schoot.
De visvangst is dit jaar onverwacht goed. Dikke
ronde, platte, witte, grijze en zelfs goudkleurige
vissen worden opgehaald en van de grootsten worden
foto’s gemaakt. Als ze terug gaan naar Nederland
nemen ze het mooie weer in hun kielzog mee en
krijgen wij pardoes te maken met een “flash flood”.
Het stort van de regen in de nacht van 15 september.
Door de huizenbouw losgeraakt puin, zand en grint
donderen langs het kleine weggetje aan de overkant
naar beneden, steken de weg over en eindigen in onze
grote afwateringsgreppel die we jaren geleden hebben
laten graven om ons in te dekken voor dit soort
situaties. Er zijn grote gaten in het weggetje
geslagen dat naar de huizen aan de overkant voert en
we bekijken de schade. Het zonnetje schijnt alsof er
niets is gebeurd. Hierna wordt het veel kouder en
wisselvalliger.
Wieden en snoeien houden je wangen wel lekker fris
maar geven weinig beweging en nu het rustiger is op
het eiland wandelen wij graag op Keel Strand. Het
strekt zich over een lengte van 5 kilometer uit van
Keel naar Dukinella. Het is het mooiste (zand)strand
van het eiland en verandert voortdurend onder
invloed van de stromingen, wind en het tij. Direct
achter het strand bouwt de oceaan een natuurlijke
borstwering op van kiezels en keien, de meeste rond
geslepen door het rollen in de golven. Niet ver
daarachter ligt Keel Lake waarin het overtollige
water van de berg Slievemore zich verzamelt. Als het
hard geregend heeft, raakt het meertje overvol en
stroomt het via een rivier uit in de zee. Door de
druk op de stenen wal breekt deze vaak door en dan
bruist het zoete water over het strand de golven in.
Er ontstaan diepe geulen die alleen bij eb en met
laarzen aan zijn over te steken. Strandlopertjes,
veelsoortige meeuwen en scholeksters markeren de
plaats. Het is elke keer weer afwachten wie er
gewonnen heeft: het zoete of het zoute water. Ik kan
het niet laten om die prachtige steentjes op het
strand tijdens elke wandeling op te pikken. De
mooisten liggen nu in een sierlijke cirkel in de
grijze tuin. |
|
|
|
|
|
|
Augustus 2007
Niets gaat vanzelf. Ook het
aantrekken van tuinbezoekers niet.
In het voorjaar had het
landelijk toeristenbureau “Bord
Failte” aan het
plaatselijk “Achill Tourism”
gevraagd of er een tuinbezoek op het eiland mogelijk
zou zijn. Ze waren namelijk bezig een tuinenreis
samen te stellen voor West Ierland.
“Nee” hebben ze hier geantwoord, “Er zijn geen
tuinen op Achill.” Er ligt daar al twee jaar lang
een geplastificeerde informatiefolder over onze tuin
op de schappen!
De manager was zo stom om het me te vertellen toen
ik in mei langs kwam met een van onze gasten. Ik was
woedend en teleurgesteld. We hebben nu een A5 folder
laten drukken waarin een tuinvisitatie aantrekkelijk
wordt gepresenteerd. Daarnaast werkt Deidre
freelance voor ons om de marketing van de tuin te
doen. Ze legt deze maand contact met bijna alle
hotels in Castlebar en Westport.
Het plan is nu om samen met Ferndale Restaurant een
dagtrip aan te bieden onder de noemer “An
exclusive taste of
Achill”. Het project is nog niet rond en het zal wel
2008 worden voordat het werkelijk van start gaat.
Er valt alsmaar regen, heel veel
regen. De grasmaaier blijft steken in het zompige
gras en wij houden alleen in laarzen onze voeten nog
droog. Ik heb hier door de jaren geleerd om me niet
druk te maken in overmachtsituaties. De zomermaanden
zijn altijd hectisch en als het minder hard zou
regenen, zou er ook te weinig tijd zijn om alles bij
te houden.
We kunnen nu echter nog minder in de tuin doen en
het onkruid bloeit dus in alle borders en paden. Er
staan pieken op de heggen en veel planten maken een
verzopen indruk. Door alle nattigheid zijn er ook
veel meer piepkleine venijnig stekende mugjes, de
beruchte midges, die het
werken op een zonloze, windstille maar zo zeldzaam
droge dag toch nog onaangenaam weten te maken.
Willem wordt er chagrijnig van en houdt het scheren
van de heggen maar een dikke meter vol. Ik spuit de
hele dag “Goodbye Mr.
Mosquito” over me heen,
mijn hoofd gehuld in de treurig aandoende
muskietenkap.
Voor de enkele tuinbezoekers die we ondanks alles
hebben, neem ik de spuitbus altijd mee en deel er
gul geurend van uit. Verder probeer ik iedereen
zoveel mogelijk omhoog te laten kijken. In de ronde
border wijs ik op het “Oranje boven” van de twee
meter hoge tijgerlelie’s en de geurende lila
Madonnalelie. In de gele tuin gaat de aandacht uit
naar de zachtgele Kirengeshoma en de Inula
Magnificat met het enorme blad. Eenmaal in de
Iristuin beland, loods ik de bezoekers snel naar het
tafereeltje van de roze dikke
Marco Polo rozen, de blauwe Clematis en de
dieprode Lathyrus om vervolgens met een knikje op de
Artisjok te wijzen. Het kopje thee dat Willem na
afloop van de rondleiding altijd liefdevol met
koekjes, bloemen en strikjes in het botenhuis heeft
klaar gezet, maakt dat de gasten toch weer tevreden
vertrekken.
We hebben gelukkig weinig last van
bladluis nu de mieren zijn verdronken, maar de
borders hebben de slakken en oorwurmen een
verrukkelijk feestmaal bereid. Vooral Crinum, Hosta
en Lelie staan op het menu. De druivenoogst in de
Polytunnel is weliswaar overvloedig maar de meeste
trossen lopen helaas schimmel op. De appels zijn een
maand eerder dan gewoonlijk klaar voor de pluk en de
groei van tomaten kent geen einde. De Hortensia’s
blaken van gezondheid; ze ontwikkelen veel stevig,
groot donkergroen blad aan lange takken en barsten
van de enorme prachtige bloemen.
Ik stort me op het maken van tientallen soepen en
quiche die ik op de Country Market hoop te verkopen
aan de duizenden toeristen die weer op het eiland
zijn. |
|
|
|
|
|
De tuin is wilder dan ooit. De groei is niet te
stoppen nu het bijna dagelijks een halve dag regent
en de andere helft zonnig is. Elke maand maken de
heggen en beuken scheuten van 30 cm. Als dat een
heel groeiseizoen door zou gaan, is dat omgerekend
al gauw anderhalve meter en Willem blijft dus
snoeien om de paden open en beloopbaar te houden. Ik
kijk graag vanaf het lager gelegen grasveld bij de
bronzen dassen naar de wat hoger liggende ronde tuin
waar de meeste planten ongekende hoogtes bereiken.
Vooral aan het einde van de dag wanneer de late
zomerzon er op schijnt en ik in het tegenlicht
alleen maar een zwart-wit lijnenspel kan zien. Al
die nieuwe, nog onbedorven en schone aanwas van
bladeren, pluimen, bloemen en stengels lichten op in
een verblindend wit; lichtval weerkaatst op de
planten en bomen en maakt de schaduwen dieper. Het
beeld van de gevallen engel vangt dit wonderlijke,
unieke noordelijk licht op alsof het wordt beroerd
door een troostende warme hand en het treft me in
het voorbijgaan met grote ontroering.
We besteden
aandacht aan de bijna verlaten en overwoekerde
blauwe tuin achter de beuken. Willem besluit om er
meer Iris-soorten aan te gaan planten.
De ouderwetse
jaren zeventig bielzen zijn bij de plaatselijke
Sinkel-Winkel van Sweeney te koop en daarmee wordt
waterpas een border afgezoomd die de achteloze
wandelaar naar de vijver leidt. Hier hebben de
blauwe Irissen nu plaatsgemaakt voor de bloeiende
Hosta's die al door de vorige bewoner zijn
aangeplant. Door hun ouderdom zijn de planten zo
kolossaal dat ze ogenschijnlijk een lage heg vormen
waarachter de vijver met de bloeiende waterlelies
schuil gaat. Ik zeg tegen Willem dat er minder
waterjuffers en libellen zijn dan andere jaren. Hij
weet me te vertellen dat de larven op het oog jagen.
De dikke laag eendekroos laat mogelijk te weinig
licht door in de vijver waardoor de dieren al in een
pril stadium verhongeren. "Sterven in het paradijs",
denk ik terwijl ik de zoveelste generatie krioelende
kikkervisjes met opgevist kroos op het droge mik.
Ook heb ik wel duizenden slakken vermoord want de
weersomstandigheden van dit jaar produceerde een
legioenen leger met onstuitbare vraatzucht.
Er moet een
foto worden genomen van de rode Rambler die nu boven
de rododendron uit is geklommen en daar op eenzame
hoogte uitbundig bloeit. In de ronde tuin wordt de
woekerende Vinca gerooid om plaats te maken voor de
lupine, roos, siergrassen en de blauwe geranium met
het donkere blad.
Een valk
jaagt regelmatig boven de tuin. De geluiden van de
wadvogels komen terug nu hun broedseizoen erop zit.
Boven mijn hoofd mengt de roep van de wulp zich
vanuit de baai met het koeren van de dikke duiven
uit het Kabouterbosje. Zouden de duiven eindelijk,
nu de sperwer er niet meer is, een nest groot
brengen op ons terrein of vallen ze deze keer ten
prooi aan de katten die overal rondstruinen en die
onze poes Xena nerveus maken? Het eksterpaar dat al
jaren bij ons woont, heeft ergens in een hoge boom 3
jongen groot gebracht. Nu zitten die drie op de
zeemuur te babbelen en te ruziën. Ze leren van hun
ouders om bonte kraaien en meeuwen te slim af te
zijn als ik voedselresten over de muur gooi, kunnen
al schooien en maken een rotzooi van de
composthopen. Eksters zijn slim, mooi om te zien en
brutaal als de beul. Ze maken ons vaak aan het
lachen; zelfs Xena ligt schaterend, rollebollend van
plezier op de zeemuur naar het spektakel te kijken. |
|
|
|
|
|
Juni
2007
De maand begon met de visite van twee, in Ierland
gerenommeerde tuinarchitecten. Wij waren dus druk in
de weer om zo goed en veel mogelijk te wieden,
heggen te scheren en gras te maaien. Maar het blijft
allemaal veel te veel werk en ik leg me er
uiteindelijk noodgedwongen bij neer dat onze tuin
wel altijd een super “botanische” indruk zal blijven
maken.Tuinarchitect Susan had de dag voor een bezoek
aan ons net zilver gewonnen voor haar tuin in “Bloom
Gardens”, wat de Ierse tegenhanger is van het
Chelsea tuinfestival. Gordon, de achterneef van
Alexander Williams, (de kunstenaar die hier 100 jaar
geleden woonde), heeft zich gespecialiseerd in
watertuinen en verwierf zich daarmee internationale
faam. Zij beiden namen een Frans tuinminnend
echtpaar in hun kielzog mee. De dames en heren
dwaalden bijna 3 uur in een zonovergoten tuin rond
en waren er toen eigenlijk nog niet op uitgekeken.
Het is
een tijd geleden definitief duidelijk geworden dat
de sperwer dit jaar niet in onze tuin broedt.
Timothy had ons bij thuiskomst uit Nederland al
verteld, dat hij enkele weken eerder een aan de poot
gewonde roofvogel in de gele tuin vond. Hij was met
het arme dier vergeefs naar de dierenarts en toen
van hot naar haar gereden om het tenslotte op een
adres in Castlebar achter te laten. Toen hij de
volgende dag belde werd hem verteld dat ze het dier
hadden laten inslapen. Tim reageerde nog steeds
teleurgesteld: “Als hij dat had geweten, zou hij
zelf geprobeerd hebben de vogel te redden door het
kleine beetjes rundergehakt te voeren.”
Nu wemelt het van de jonge vogels in de tuin die bij
onze nadering wat onhandig hippend en fladderend het
gebladerte induiken. Ik zie een merel die een
kolibrie imiteert door heftig klapwiekend de gele
vrucht uit het topje van een wilde framboos te
pikken.
Door het
uitbundige weer bloeit en groeit alles tegelijk. Het
is zorgelijk ongewoon want zelfs de hortensia’s
staan deze maand al te pronken. Die van Lady Beckett
is blauw en roze in één struik. Wij noemen haar zo
omdat een nazaat van Samuel Beckett de plant ooit
cadeau gaf aan de vorige bewoner van het huis.
De Olearia Macrodonta langs de oprit en de
parkeerplaats is wit van de kleine madeliefachtige
bloemen en geurt door de brievenbus het huis binnen.
Maar juni is uiteraard vooral de maand van bloeiende
rozen. Overal in de tuin domineert hun vormpracht en
de lucht die we inademen is doordrenkt van haar
natuurlijk parfum. Ondanks de romantiek die er om
rozen zweeft vind ik die overweldigende prikkeling
van de zintuigen niet altijd sympathiek. Er is nog
zoveel meer, allerlei moois dat bescheiden achter
blijft. Als ik wied zie ik ze weer; O, ja hier staan
nog havikskruidjes, verscholen in een veld met
Persicaria dat vooral staat bij te dragen aan de
glorie van de hoge rozen. Een paar felrode Geums
leggen een aksentje ergens tussen de geraniums die
zo gewoon zijn dat je ze niet ziet maar mist als ze
er niet zijn. Willem heeft nu een paar opvallende
roodbruinbladige geraniums aan de ronde tuin
toegevoegd.
De moestuin is al net zo uitbundig en we oogsten
handenvol sla, kruiden, peulen en aardbeien. De
aardbeien zet ik op wodka en suiker.
Op 23
juni worden de vuren van Sint Jan ontstoken. Wij
zien aan de overkant van de baai hoe een onwezenlijk
oranje gloed de zerken op het kerkhof verlicht.
|
|
| |
|
|
|
Ach, zou het lyrisch prozagedicht
"Mei" van Herman Gorter nog gelezen worden op de
middelbare school? Ik herinner me daarvan nu alleen
nog een gevoelig beschreven mythe van leed en
verloren liefde op eindeloos rijm, maar destijds
vond het gedicht in mijn verward 17 jarig bestaan
een hartstochtelijke weerklank.
Mei heeft in onze tuin geen
romantische symboliek nodig om er sprookjesachtig
uit te zien. Elk jaar weer beleef ik het wonder van
de steeds dikker wordende knoppen, hoe die
bundeltjes samengebalde energie meer en meer onder
druk komen te staan, totdat het blad onstuitbaar
wordt geboren, zich stapje voor stapje ingenieus
openvouwt en onthult. Sommige bomen op ons terrein
vernieuwen zich al voor de 125ste keer en ze lijken
zelf vrolijk verbaasd te zijn over het tintelende
leven dat ze elk jaar teweeg brengen, zonder zich
iets aan te trekken van allerlei en eventuele
omstandigheden. Deze eeuwig durende cyclus geeft me
die ontroerende troost van het "gewone", wetend dat
ook mijn leven er eventjes deel van uitmaakt.
Datzelfde besef geven wandelingen in de stad Rome me
ook. We waren er een paar dagen op bezoek deze
meimaand en ik ervaar een grote vreugde als mijn
voetstappen worden gezet over die miljoenen stappen
die mij voortgingen en vooruitlopen op de miljoenen
die na mij zullen volgen: de stoeptegels herkennen
mijn DNA en ik slijt de traptreden in de
kathedralen. Het is niets bijzonders en toch is het
uniek.
In het begin van de maand wiegen de
keizerskronen, kwetsbaar op het oog, maar statig en
hoog opgericht boven de nog tamelijk lege borders
van de ronde tuin.
De tulpen stonden er wat later
haastig te puffen van de warmte en toen het
jaarlijkse vroege zomerstormpje woei, gingen veel
van hen er bij liggen. Datzelfde overkwam de horde
verkiezingsborden die aan elke lantaarnpaal te zien
waren. In de strijd om de stemmen heeft elke
politieke boef zich zo vriendelijk mogelijk achter
een grijns verschanst, maar nu zijn alle gezichten
door de wind gedraaid en op zee gericht zodat we ze
niet meer hoeven te zien. Wij mogen ook stemmen.
De azalea's en de rododendrons waren
dit jaar in topvorm. De felrode enorme bloemen van
de gecultiveerde rododendrons in de tuin knallen in
je blikveld zodat je de bescheiden sieruien echt
moet willen zien. Dan verschijnen ietsje later de
lila boeketten van de wilde variant overal in het
landschap en langs de wegen. Het is nu niet te
geloven dat deze soort rododendrons hier als
geïmporteerd onkruid wordt gezien.
Op ons veldje bij de appelbomen die
hun bloemen al verliezen, komt de door ons gestutte,
stokoude meidoorn nu ook in actie; ze overlaadt zich
met prille witkanten, geurende bloesem die als een
grote waaier afsteekt tegen de blauwe lucht. Ik
fotografeer de bloem van de rode kastanje en zie nu
pas eigenlijk goed hoe ingewikkeld de kaars is
opgebouwd.
Er loopt een kudde koeien voor ons
huis langs om het wad over te steken. De
springerige, nieuwsgierige, kalveren volgen hun
moeder en tantes en garanderen de inprenting van dit
oude spoor in het instinctief weten van de nieuwe
generatie.
Timothy en Willem maaien en trimmen
weer gras, veel gras. Ik doe mijn jaarlijkse stoere
toer in de vijver en snijd met een scherp keukenmes
de bloeikolven uit de Gunnera.
|
|
|
|
|
|
|
|
April
2007
We
vertrekken na de Pasen uit een kurkdroog Nederland.
In de 5 weken van ons verblijf is er amper regen
gevallen en we zagen hoe de narcissen daar
verdorden, de vroege tulpen in een moordend tempo
hun hele cyclus voltooiden en de Magnolia Stellata
in bloei kwam en haar bloesem weer verloor.
Natuurlijk heb ik mij verrukt gelaafd aan dit
weldadige warme voorjaar, maar er knaagt ook een
verontrust wormpje aan de rand van m’n bewustzijn:
is dit het gevolg van “global warming”? De altijd
sappige groene weilanden van Friesland zullen toch
niet in een woestijn veranderen? Op onze terugreis,
op weg naar de ferry in Europoort, zie ik hoe de
boeren in de Noord-Hollandse polders hun
beregeningsinstallaties uitzetten.
De avond
daarop rijden we over de inmiddels bekende Ierse
wegen in westelijke richting terug naar huis.
Onderweg proberen we in de duisternis vergeefs te
ontdekken of de kastanjebomen al in blad zitten,
maar de volgende ochtend zien we dat de natuur het
hier wat rustiger aan heeft gedaan. Zo blijkt de
Stellata nog volop te bloeien tussen de laatste
witte narcissen. Enkele vroege tulpen zijn uit en ik
ontdek ook de bescheiden gewone kievitsbloem. Haar
grote zus, de Keizerskroon moet nog gaan bloeien
evenals de meidoorn en de appelbomen. In zekere zin
maken we het voorjaar dus twee keer mee, dankzij het
door & door gematigd zeeklimaat in dit mooie land.
Gelukkig ontwikkelt de aprilmaand zich ook hier
lekker warm en droog, met nu en dan een buitje, bij
voorkeur op de zondagochtend.
De grond
is door de droogte lekker rul zodat het wieden in de
borders een eitje is. Ik maak dankbaar gebruik van
deze uitzonderlijke omstandigheid. Terwijl ik op m’n
knieën kleefkruid en paardebloem verzamel, word ik
omringd door een kakofonie van geluiden. Het
regelmatig passeren van een auto of een tractor
geeft een vluchtige gewaarwording. Een doordringend
tsjirpen, het waarschuwingssignaal van de broedende
zangvogels vertelt me dat onze poes Xena in mijn
buurt is en aan het nerveus hippen door de takken
van struik naar struik zie ik zelfs welke route ze
volgt. Iemand maait het gras maar de locatie is door
de echo’s en akoestiek van de omringende heuvels
moeilijk vast te stellen. Het is door het over en
weer aanhoudend roepen van moeder en kind om ons
heen onmogelijk om je niet af te vragen op welke
leeftijd een lam ophoudt met blèren en volwassen
begint te blaten; krijgen ze de baard in de keel?
Over het wad klinkt de felle kreet van een meeuw en
soms laat de bonte kraai zich horen als er geruzie
is over voedsel. Op dit moment zijn kraaien en
eksters te druk aan het nestelen om veel lawaai te
maken. De territoria zijn al lang ingenomen.
Ik erger
me weer eens aan de eindeloze hoge jankende piep van
een achteruit rijdende vrachtwagen, waardoor ik me
herinner dat de tankauto die ons dieselolie brengt,
de verlichting aan onze oprit heeft vernield toen we
in Nederland waren. De hond van de buren slaat aan
en in de verte roept de koekoek. Een paar geleden
maakten de mannetjes nog ruzie met elkaar boven onze
parkeerplaats maar nu zijn ze alleen hoorbaar in de
verte. Dan balkt wederom de ezel zijn
karakteristieke aanloop tot een huilen die altijd
eindigt in werkelijk hartverscheurende snik waarin
alle leed en eenzaamheid van de wereld is
samengebald en ik voel hoe een vertederd medeleven
in mijn buik resoneert. Misschien komt het omdat de
das in de wintermaanden 3 enorme nesten heeft
uitgegraven, dat ik dit jaar het zoemen en gezellig
brommen van de hommels en bijen zo mis. Hopelijk
herstelt de populatie zich voordat de appelbloesem
nog niet bestoven valt. |
|
| |
|
|
|
Nu we onze speciale vogelkijker op
statief in de eetkamer hebben staan kunnen we alle vogelbewegingen in de baai
duidelijk bekijken. Er is bijvoorbeeld een paartje fuutachtige duikers actief,
vermoedelijk zijn het Zaagbekken. Op 3 maart kijken we er door naar de
maansverduistering; de schaduw van de aarde geeft het de kleur van gloeiend
as.
Willem denkt dat de zeespiegel in de
bijna 10 jaar dat we hier nu wonen 5 cm. is gestegen. Het hoogste waterpeil in
de afgelopen winter bracht de zee tot op de drempel van het botenhuis en dat
is nog steeds niet zo hoog als toen we zijn ondergelopen. Toch zit de schrik
er nog steeds in en wordt de getijdentabel door Willem
even vaak geraadpleegd als de Bijbel door mijn grootvader. In de tabel komt
het tij nooit hoger dan 5 meter maar in de praktijk is dat cijfer heel
betrekkelijk omdat de hoogte van de waterspiegel enorm beïnvloed is door de
kracht van de wind en de hoek waaruit die waait. Voorlopig hoeven we ons geen
zorgen te maken want er zijn flinke voorzorgsmaatregelen in onze borstwering
aangebracht. De afgelopen winter hebben we veel stormen gehad en dit blijft zo
als de klimaatsverandering doorzet: onrust zaait onrust en dat is in deze
uithoek op de rand van de wereld als pannenkoek, een hachelijk vooruitzicht.
Hoe dan ook: het ritme van de
seizoenen lijkt in de war. Op de allereerste maart zien we een vroege vlinder;
het is een Kleine Vos. Een vlieg is de badkamer binnengevlogen, weliswaar nog
traag van de kou, maar toch… Ik had die week ervoor in
Ballycroy al bijen gehoord en gezien, hoewel de wespen bij wijze van
spreken nog maar net weg zijn: die waren eind oktober hun door de das
vernielde nesten nog aan het repareren.
Momenteel manifesteert de das zich ook
nadrukkelijk door onze moeizaam verworven en geplante tulpenbollen eerst met
de snuit op te drukken om ze vervolgens uit te graven en op te eten. Daar
lijkt het tenminste op en er is weinig tegen te
doen. Ik hoop dat hij of zij er op den duur buikpijn van krijgt, net als de
mensen in de hongerwinter van 1944. De speurtocht naar insecten en ander
lekkers door de das heeft dus wel gevolgen voor de tuin. De enorme gaten die
onder de boomwortels zijn gegraven is ook dassenwerk. Vooral het blote
wortelgestel van de berk is erg mooi, zowel van vorm als kleur.
Deze maand staat in het teken van de
exposities die Willem in Nederland heeft van een
prachtige collectie schilderijen.
Teruggekeerd is het de hoogste tijd om
weer iets aan de tuin te doen. De wallen, die de tuin aan de westkant
beschermen tegen binnendringende hongerige schapen en lammeren moeten
hoognodig worden bijgewerkt, gerepareerd en verhoogd, het snoeiwerk moet
gedaan en we moeten ons bezig houden met potten en verspenen.
Natuurlijk staan de uien in de grond,
is de sla gezaaid en zijn de levenstekenen van courgette, tomaat en paprika
goed zichtbaar. De tuin viert het voorjaar met grote toeven gele, geelwitte en
witte narcissen; vlekken zonlicht in het nog zompige gras. Alle tekenen van
een onstuitbaar voorjaar zijn volop aanwezig.
Vanochtend hing er in de kamers van
ons huis een onmiskenbare vislucht, meegebracht van ver door een stevige,
lauwwarme zuidwester. Het ruikt naar nat, wind en regen. Buiten is het
zonlicht gevangen in allerlei kleuren bleek wit dat zich uitstrekt tot aan de
overkant over het leeggelopen wad. Een oplichtende kaarsrechte streep scheidt
Corraun nog van ons
|
|
|
|
|
|
Februari
2007
Het verlangen naar knisperige ochtenden zoals
voorafgaand is verwoord, wordt in de tweede week
van februari vervuld. Alleen onder een enorme
wolkenloze sterrenhemel, ver weg met een oneindige
helderheid in de richting van het noorden, kan de
vochtige lucht een beetje aanvriezen. Aan de
dichtstbijzijnde overkant van de baai, dat is van
onder de begraafplaats steeds meer oceaanwaarts
tot aan de uitstekende punt, kleumen ijsrandjes
langs de vloedlijn. Dat is natuurlijk het zoete
water dat rijkelijk van de omringende heuvels via
beken en rivieren de baai instroomt.
Zout en
zoet vermengen niet goed. Althans, niet in de
baai.
Een ijl
vliesje wit op het gras voor het huis schittert in
alle kleuren van de regenboog bij het opgaan van
de zon. Ik zie dat de veel te vroege eerste
bloemknop van de roze waterlelie nu is
vastgevroren in het wateroppervlak van de vijver.
Meende
daar in januari ook al de eerste kikkerdril te
zien.
Er drijft
een gaaf, maar dood
schaap mee op de hoge golven bij vloed en het komt
vlakbij onze pier terecht. Waarschijnlijk een
slachtoffer van de storm.
Zodra het
arme dier bevrijd van water op de wal blijft
liggen, komt er van alles in beweging. Meeuwen en
kraaien storten zich ogenblikkelijk op het
kadaver. Een zeehond de eerste die we sinds lange
tijd signaleren, zwemt zowat de moestuin binnen;
misschien op jacht naar aasetende vis. Na ongeveer
12 uur vloeit de baai weer vol, nog voller dan het
was want het schaap wordt opnieuw door de golven
verzwolgen. Grote meeuwen vliegen rusteloos boven
het water met het dode dier mee –als waren het
rouwende nabestaanden die de kist vergezellen. De
volgende dag blijkt ze weer aangespoeld te zijn,
nu wat hogerop.
Ik zie dat
de witte vacht, de huid er steeds meer als een
platte slappe zak uit is gaan zien, volledig leeg
geslobberd. Zes bonte kraaien en een grote
mantelmeeuw doen zich nog aan het restant tegoed;
dan komt er een tweede mantelmeeuw bij die een
metertje naast de vogels landt. Ze kennen elkaar
want de etende meeuw doet al mompelend een paar
stappen in de richting van de nieuwkomer. Die
blijft staan en zegt wat terug. Hun snavels
beroeren elkaar. Dan vliegen ze gelijktijdig op om
even verderop weer neer te strijken. De aasetende
meeuw wast de naar dood riekende kop gedurig in
het water op de vloedlijn. De partner kijkt
goedkeurend toe.
Zo gaat
het in de natuur. Ik heb ook al de eerste lammeren
gezien. Een boer in Westport
geeft de zuigelingen opvallende feloranje
gekleurde jasjes tegen de kou; aandoenlijk.
Er kwam
weer eens een enorme hoeveelheid zeewier met de
oostenwind mee. Ik haal het binnen met kruiwagens
vol; allemaal groeistimulerend lekkers voor de
tuin.
De
krokussen bloeien nu onder de bomen in het oudste
deel van de tuin en de botanische irisjes fleuren
verschillende potten op. Ook staan de allereerste
narcissen in hun nieuwe gele jurkjes te stralen.
Maar na enkele dagen vrieskoude helderheid begint
de wind weer aan te wakkeren en de regen neer te
jakkeren en veel bloeiende narcissen waaien om.
Er is een
grote bestelling voor bewortelde heggenstekken,
die ik samen met Timothy
klaar maak. Met de hulp van mijn vriendin die hier
uit Nederland op vakantie dacht te zijn, spit ik
ter completering van de order tientallen mini
wilde rododendrons uit in de vredige, onbewoonde
contreien van Ballycroy.
|
|
|
|
|
|
|
Traditiegetrouw gaan we op Nieuwjaarsdag even kijken
naar de nieuwjaarsduik op het strand van Dugort. Wij
laten het bij kijken, want het oceaanwater vind ik op de
1e juli nog te koud en dus zeker op de 1e januari. Op
het strand laten ongeveer 70 dapperen, jong en oud, hun
witte buiken bibberen: grote dikke en kleine dunne. Voor
ik het goed & wel besef is mij het startlint in de
handen gedrukt. Iemand blaast op een fluitje, ik laat
het prompt vallen en daar gaan ze. Rennen naar de
golven, plonzen onder water, keihard gillen en zo snel
mogelijk terug. Een enkeling ploegt en poedelt nog wat
langer door; het ijskoude water kleurt hun huid rood als
was het hoogzomer. Maar niets is minder waar op
Nieuwjaarsdagen en het vale zonnetje maakt plaats voor
wolken en een prachtige regenboog. De stevige bries
wordt een windvlaag en voordat de laatsten het water uit
zijn stort er een zware hagelbui over ons uit. Iedereen
rent naar de auto's, maar we zijn tot op de huid
doorweekt van top tot teen: hoezo, niet zwemmen!
In de beschutting van de polytunnel bloeit de hazelaar
met zachtgeel pluizige katjes. Daarachter schemeren de
knalrode takken van de Cornus door; een onopvallende
saaie struik in de zomer, maar 's winters een welkome
kleurige blikvanger. In de tuin zijn hier en daar nog
steeds bloemen van vorig jaar, die er nu kleurloos
verlept en verwaaid misstaan. De Helleborus is op z'n
mooist en de eerste Camelia bloeit ook al weer. De oude
Fuchsia Excorticata heeft kleine zwarte bloempjes op het
nog kale hout.
Het weer was
de laatste maanden werkelijk nat, stormachtig en
waardeloos. De oude dode iep langs de oprijlaan is in
één van de vele stormen omgewaaid. De boom overleefde de
Dutch Elm Disease (Iepenziekte), waarschijnlijk dankzij
de zoute winden maar legde enkele jaren geleden alsnog
het loodje. Gelukkig viel de boom naar de goede kant de
tuin in. Toch knapte de top uit één van de beuken,
werden een aantal bejaarde, ouderwetse Senecio's in de
val meegenomen en sloeg de kruin nog een groep
hortensia's plat. Nou ja, ik ben wel blij dat de dode
boom nu ligt en daardoor behandelbaar wordt voor
opruiming.
Tussen de
buien en harde wind door heb ik nog bollen geplant. Dat
kan hier nog in januari, omdat het nooit vriest (bij
jullie dit jaar ook nog niet begreep ik van ingewijden).
Ik was ook bang dat de tulpenbollen zouden verrotten en
beschimmelen voordat er een groen sprietje te zien zou
zijn met die eindeloze regen; rivieren komen hier
loodrecht uit de hemel of nog erger: waaien ons
horizontaal met een snelheid van 150 km per uur voor het
open haardvuur.
Ondanks al
deze schone oceaanregen heb ik niet het gevoel dat die
de verfrissende werking van de winter heeft. Ik verlang
naar knisperige ochtenden rond het vriespunt met een dun
bevroren wit laagje op het gras en op de autoruiten,
zodat het ritme van de seizoenen zich kan herstellen. De
slakken lijken nauwelijks weg te zijn geweest en vreten
nu al weer allerlei pril groen aan. Tot dusver is er
maar uiterst zelden een mooie dag, dat wil zeggen: droog
en zonder direct uit je hemd te waaien. Ik kom
nauwelijks in de tuin gedurende de eerste weken van
januari. Gelukkig is het deze laatste januariweek voor
het eerst zonnig, beetje kouder en zowaar veel droger.
Ik raap de vele kleine en paar hele grote afgewaaide
takken van de grasvelden en stapel die op de berg
tuinafval die al weer hoog opgetast voor de vuurplaats
ligt.
|
|
|
|
|
Geschiedenis
van Bleanáskill
Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder,
in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van
ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen
wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken
en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de
Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn
deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline
van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of
andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling
van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.
Filosofie
achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische
tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben
op elkaar, dus:
- romantisch en
gestructureerd,
- uitbundig
kleurrijk en meditatief,
- nieuw maar met
behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
- creatief en
zakelijk,
- speels en leeg,
ingekeerd,
- architectonisch
en praktisch tegelijk,
- met zowel
formele als natuurlijke gedeelten.
Doutsje heeft de
supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen
liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden
beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en
een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier
herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte
vasthoudt.
|
|
|
| | |