Achill-Art-Garden
 
De tuin  
Gastenboek  
Homepage  
Tuindagboek 2005  
Tuindagboek 2006  
Tuindagboek 2008  
Tuindagboek 2009  
Tuindagboek 2010  


Tuindagboek Doutsje Nauta 2007
 


Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Andere jaargangen van het dagboek vanaf 2005 vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 

December 2007
In het begin van december waait het veel te hard om in de tuin te werken. Al op de eerste dag waarschuwt de radio voor golven van 8 tot 14 meter hoog. We gaan natuurlijk even kijken vanaf de kustweg bij ons achter, die over de rotsen loopt. Spectaculaire golven komen aanrollen vanaf de horizon en het is alsof een ouderwets zeegezicht in olieverf van middelmatige kwaliteit zo bij je op schoot zal springen. Het gelige schuim spat hoog in de lucht in vlokken uit elkaar waar de wind er vat op krijgt en het als sneeuw over het landschap, de weg, de auto sproeit. De ruitenwissers laten witte zoutige strepen achter.
Hierna begint het zo verschrikkelijk te regenen dat de brandweer de enorme plassen van de weg moet zuigen om te voorkomen dat er nog meer bumpers, wieldoppen en andere auto-onderdelen in verdrinken. Behalve de gebruikelijke afgebroken takken, hebben wij gelukkig geen schade. Dan komen de dagen waarop zon en buien elkaar voortdurend afwisselen, zodat er steeds vette strepen in alle kleuren van de regenboog over het landschap trekken. Halverwege december verschijnt er ’s ochtends een koude rode, maar weldadige zon aan de zuidoostelijke hemel, beschrijft een kwart van de cirkel en gaat in het zuidwesten weer onder. Als ik in de ochtendzon de was buiten ophang hoor ik een zware vleugelslag achter me en automatisch draai ik mijn hoofd om. Tot mijn verbazing kijk ik zó op de prachtige donzige gespikkelde buik van een sperwer. Geschrokken van mijn plotselinge beweging maakt de vogel rechtsomkeer en vliegt de hemel in.

De hortensia’s moeten weer gesnoeid. Twee jaar geleden hebben we de helft van alle struiken in het “bos” tot op een halve meter van de grond afgeknipt. Consequentie was dat we er vorig jaar geen bloemen in kregen, alleen enorme groene bladeren aan snelgroeiende takken. Dit jaar bloeiden de struiken wel maar nu zijn ze in hun ontembare groei weer even hoog als 2 jaar geleden. Daarom doen we het deze keer anders: we knippen alle takken die dit jaar bloemen hadden af tot op een halve meter, dan kunnen de andere takken volgend jaar bloeien en die knippen we daarna af. Eens kijken of dit werkt.
De jaarlijkse snoeibeurt van bomen & struiken langs de kant van de weg houdt tenminste 4 mannen aan het werk. Ze dragen allemaal een geel fluorescerend jack waar “CoCo” achterop staat; dat is de afkorting van County Counsel, zoiets als een gemeente. Een tractor met een rijdende zeis die de bomen en struiken met grof geweld kortwiekt, vormt het dramatisch middelpunt. Aan beide kanten van de tractor staat een ambtenaar met een tweezijdig bord: aan de ene kant staat STOP in rood en aan de andere kant GO in groen. Daarmee regelen ze het spaarzame verkeer. De vierde man tenslotte kijkt of alles volgens plan verloopt. Ik passeer de ravage die ze aanrichten ook dit najaar weer met ergernis en ongeloof want alle bloemknoppen van de wilde rododendron gaan er aan. Ook in het voorjaar van 2008 zullen de bermen het zonder de prachtige grote lila bloeiende bloemen moeten doen.

Sommige planten schijnen alles te overleven. In de ronde tuin staat een eenzame rode stokroos van tenminste 2 meter hoog. Ondanks alle verwoestende herfstwinden steekt ze haar bloemen fier op tegen een koude blauwe hemel die zich achter de bladerloze takken van hoge bomen verbergt. De laatste bloemen van het veldje eenjarigen voor het raam van de cottage maken een verslagen indruk maar de snelgroeiende tweejarige Malva arboreum die nu al boven de dakgoot uitkomt, vertoont nog geen enkel bladscheurtje.
De eerste bloeiende witte bloem aan de Camelia laat zich alweer zien.
Wij doen onze kleine winterklusjes en zetten het oranjeboompje, de olijf en enkele Canna’s in de folietunnel. De beeldjes worden van de zuilen gehaald om in huis te overwinteren.
Na onze jaarlijkse kerstronde waarbij we Amaryllis en Hyacint cadeau geven, maakt het botenhuis een desolate indruk met de laatste droevige restanten.
Ik zie in de buurt van Castlebar de eerste lammeren in de wei.

 
 
 
 
 
 
November 2007
 
 
 


Half november wordt het toch te koud voor het onoverwinnelijke wespennest bij de varentuin. Op 13 november ga ik er een tijdje voor staan; het lijkt er uitgestorven en ik buig me over de heg om te kijken of ik het nest kan zien. Maar dan komen er toch nog wespen tevoorschijn, meer dood dan levend en niet in staat om te vliegen, kruipen ze vallend en struikelend over de gevlochten heg en op het pad. Willem vertelt dat de koninginnen het nest moeten hebben verlaten. De wespen die ik zie zijn waarschijnlijk de oudsten van het volk geweest. Een werkster leeft 4 tot 6 weken en in haar eerste vitale tijd vliegt ze steeds voor voedsel. Aan het eind van haar leven doet ze onderhoudsklusjes aan het nest en is ze bewaakster. De jongere generaties werksters wriemelen nu in honderdtallen op de zoet geurende en honingvolle bloemen van de klimop waar ze zich in hun laatste levensdagen aan laven tot ze er dronken van sterven. 

Het barst van de paddestoelen in de tuin. De niet zo welkome honingzwam staat overal tussen de bomen, er zijn verschillende boleten en in het gras vinden we de “magic mushroom” waar je high van schijnt te worden. Ik hoorde dat het eten van deze kleine paddestoelen veel dieren de dood injaagt omdat ze niet meer uitkijken en alert kunnen reageren. Met het boek op schoot probeer ik de soorten te determineren, maar eten durf ik ze niet. Als we gaan wandelen langs The Atlantic Drive bij Ashleam fotografeer ik de paddestoelen die we onderweg tegenkomen. Het lijken er veel meer te zijn dan voorgaande jaren wat ongetwijfeld met het natte zomerweer te maken heeft.  

In onze kleine boomgaard zijn een paar jaar terug 2 perensoorten aangeplant, de Nassi - en de bloedpeer. Timothy suggereert dat we die kunnen laten groeien in de vorm van “perentafels”. Dat is vast weer een Victoriaanse uitvinding. Hij verzwaart de takken van de jonge perenboompjes met keien aan een touwtje. Door dat consequent te doen gaan de boompjes horizontaal groeien en Timothy schotelt ons voor hoe eenvoudig het is om in de toekomst peren te plukken. 

Willem bedacht deze zomer een ingenieuze, duurzame en betaalbare manier om palen te plaatsen in het gedeelte waar het schaakpatroon zichtbaar wordt. Hij slaat 4 dikke vierkante hekpalen in de grond, verlijmt ze met elkaar en verft ze daarna grijs. Nu zijn er 3 van deze kolommen geplaatst allemaal van verschillende hoogte. Ze hebben hun plek gevonden voor de Grote Muur bij het Kabouterbosje. Op de hoogste paal staat het Chinese keizerlijk echtpaar nu de tuin te overzien. Op de laagste hebben we een prachtige, door Els Mikx gebeeldhouwde curragh van leisteen gezet. Een curragh is het type roeiboot waarmee bewoners in Ierland al 5000 jaar tot op de dag van vandaag de oceaan bevaren. Op de middelste wilden we de Vogel van Corneille (uit een serie van 1500 en gekregen van broers Jan & Sible) neerzetten maar de verf vertoonde al vrij gauw blaasjes en er pronkt nu een keramische vaas van Hindrik de Vries.   

Meestal zijn mooie herfstkleuren in de tuin ons niet gegund door storm en ontij, maar dit jaar is het rood van de bessenstruiken, het goud van de beuken en het roodkoper van de Amerikaanse eik stralend ten onder gegaan. Nu, aan het eind van de maand is al het blad wel van de bomen gewaaid en alles wijst weer op de Ierse winter.

 

Oktober 2007
De vroege pluk van handappels ligt nu al weer een paar weken in een grote doos te verpieteren in het botenhuis. Ik probeerde ze te verkopen op de Country Market maar iedereen met een appelboom in de tuin (en iedereen die iemand kent met een appelboom) heeft er al genoeg; de oogst is rijk en overvloedig dit jaar. Wij kunnen ze ook niet op en veel appeltjes komen op de composthoop terecht. Nu zijn de moesappels aan de beurt. Vorig jaar zijn de oude bomen gesnoeid en serieus genomen. Het is de vruchten aan te zien; dikke, gezonde en niet eens echt zure exemplaren staan verrukkelijk geurend te pruttelen in de grote pan. Er zal de hele winter appelmoes uit de vriezer zijn. Heerlijk.
Ook de vijgenbomen hebben tientallen vruchten. Ik weet niet goed wat er mee te doen, want ze kleuren nooit naar die paarse kleur van lekker zoet en sappig, maar blijven groen en hard. Onrijp en onvruchtbaar laten ze zich uiteindelijk vallen.  

Timothy heeft het “Kabouterbosje” opgeschoond. Deze naam werd dit lapje tuin ruim 10 jaar geleden door onze dochter gegund, omdat de grote esdoorns, een paar oude omgevallen wilgen en de enorme varens het een wat duistere en geheimzinnige sfeer geven. De Rosa Rugosa is drastisch teruggesnoeid en met de brandnetel, het kleefkruid en de haagwinde die onaantastbaar tussen de dorens van de rozenbottel groeiden, is korte metten gemaakt op de brandstapel. Toen leek het ineens een kale bedoening en plantte Willem een handvol bomen en struiken met ingewikkelde namen als Eucryphia Cordifolia en Hydrangea Quercifolia. Het Kabouterbosje zal terug keren in zichzelf, maar dan met een interessante variëteit aan plantengroei. 

De hele zomer door is er stukje bij beetje gewerkt aan het opkrikken van de parkeerplaats. Ik wilde al heel lang en graag een betere, optische verbinding tussen de tuin en het huis. Willem vond de parkeerplaats onduidelijk en rommelig en beoogde een strakkere vormgeving. Een typische Timothy-klus dus, want die man kan echt alles. Tussen de bedrijven door begon hij de los gestapelde natuurstenen muur te metselen in een mooie strakke lijn, wat meer parkeerruimte geeft. Het wiebelige muurtje was ooit bedoeld om een soort hoger gelegen terras vast te houden. Op Willem’s aanwijzing werd de toevallige beplanting daar aangepakt. De Crocosmia, Hortensia en de witte Fuchsia die het doorzicht naar de tuin belemmerden gingen er allemaal uit. De grond werd met zand geëgaliseerd en daarna met worteldoek afgedekt. Tenslotte werden er kruiwagens vol grint op het doek gestort. Het geheel werd afgemaakt met een heus trapje naar dit nieuwe terras en nu staan er potten op met verschillende soorten Phormium

We hebben elk jaar weer wespennesten, waar we overigens nooit veel van merken. De meesten zijn door ingrijpen van de das geen lang leven beschoren. Nesten die aan een tak hogerop in een boom zijn bevestigd, ontdekken we vaak aan de late kant als de activiteit van een steeds groter wespenvolk op gaat vallen. Meestal worden deze hoog hangende kunstwerkjes rond september verlaten want ze zijn niet weerbestendig. Dit jaar ontdekken we echter een onaantastbaar nest. Het ligt verscholen bij de boomvarentuin achter de gevlochten heg die Willem jaren geleden maakte van Rododendrontakken en de das kan er gewoon niet bij; snuit en poten zijn te groot. Ook is het nest beschermd tegen wind en regen. Nu is het al eind oktober en nog zijn er ontelbare wespen actief. Volgens Willem moet het nest enorm zijn en we durven er niet meer goed langs te lopen.

 
 
 
 
 
September 2007
 
 


Het is zo langzamerhand een beetje vervreemdend om een tuindagboek bij te houden en te weten dat niemand het voorlopig zal lezen. Kán lezen, want de Amerikaanse organisatie die jaarlijks betaald wordt om in haar oneindige goedheid onze website een plaatsje te garanderen op het internet is gefuseerd, opgeheven of wat dan ook. Het vraagt om veel bureaucratische handelingen om over te stappen naar een andere provider.
Het zal ooit wel weer in orde komen; dus…. hoe was het hier in september?

Na alle regen in augustus begint september heerlijk zonnig, stil en warm. Voor alle kinderen die nu weer terug gaan naar school en hun ouders die moeten werken, is het vreselijk sneu. Maar de tuin herademt en krijgt de tijd om orde op zaken te stellen.
Wij verhuren onze cottage in deze eerste weken nog aan een bevriend echtpaar dat hier nu voor de vierde keer is. Ze sjouwen allerlei boodschappen, eigengemaakte jams, likeurtjes en ook nog 2 bakken vol Alstroemeria van eigen kweek mee. Die wil ik het liefst aan de zeekant bij de cottage uitplanten, omdat het daar zoveel lichter is dan in de tuin. Ze moeten nu echter eerst overwinteren in hun potten want ik durf hen niet direct bloot te stellen aan de te verwachten stormen, buien en kou.
Onze vrienden zoeken bijna dagelijks de klippen bij Keem op, want hij is een verwoed visser. Er worden een aantal hengels met het nieuwste aas om de vis te verleiden in de diepe oceaan gegooid. Een zoemertje dat aan de hengels is bevestigd houdt hem wakker voor het geval de vis mocht bijten. Zij nestelt zich in zijn buurt op een stoel met een boek op schoot. De visvangst is dit jaar onverwacht goed. Dikke ronde, platte, witte, grijze en zelfs goudkleurige vissen worden opgehaald en van de grootsten worden foto’s gemaakt. Als ze terug gaan naar Nederland nemen ze het mooie weer in hun kielzog mee en krijgen wij pardoes te maken met een “flash flood”. Het stort van de regen in de nacht van 15 september. Door de huizenbouw losgeraakt puin, zand en grint donderen langs het kleine weggetje aan de overkant naar beneden, steken de weg over en eindigen in onze grote afwateringsgreppel die we jaren geleden hebben laten graven om ons in te dekken voor dit soort situaties. Er zijn grote gaten in het weggetje geslagen dat naar de huizen aan de overkant voert en we bekijken de schade. Het zonnetje schijnt alsof er niets is gebeurd. Hierna wordt het veel kouder en wisselvalliger.

Wieden en snoeien houden je wangen wel lekker fris maar geven weinig beweging en nu het rustiger is op het eiland wandelen wij graag op Keel Strand. Het strekt zich over een lengte van 5 kilometer uit van Keel naar Dukinella. Het is het mooiste (zand)strand van het eiland en verandert voortdurend onder invloed van de stromingen, wind en het tij. Direct achter het strand bouwt de oceaan een natuurlijke borstwering op van kiezels en keien, de meeste rond geslepen door het rollen in de golven. Niet ver daarachter ligt Keel Lake waarin het overtollige water van de berg Slievemore zich verzamelt. Als het hard geregend heeft, raakt het meertje overvol en stroomt het via een rivier uit in de zee. Door de druk op de stenen wal breekt deze vaak door en dan bruist het zoete water over het strand de golven in. Er ontstaan diepe geulen die alleen bij eb en met laarzen aan zijn over te steken. Strandlopertjes, veelsoortige meeuwen en scholeksters markeren de plaats. Het is elke keer weer afwachten wie er gewonnen heeft: het zoete of het zoute water. Ik kan het niet laten om die prachtige steentjes op het strand tijdens elke wandeling op te pikken. De mooisten liggen nu in een sierlijke cirkel in de grijze tuin.

 

Augustus 2007
Niets gaat vanzelf. Ook het aantrekken van tuinbezoekers niet.
In het voorjaar had het landelijk toeristenbureau “Bord Failte” aan het plaatselijk “Achill Tourism” gevraagd of er een tuinbezoek op het eiland mogelijk zou zijn. Ze waren namelijk bezig een tuinenreis samen te stellen voor West Ierland.
“Nee” hebben ze hier geantwoord, “Er zijn geen tuinen op Achill.” Er ligt daar al twee jaar lang een geplastificeerde informatiefolder over onze tuin op de schappen!
De manager was zo stom om het me te vertellen toen ik in mei langs kwam met een van onze gasten. Ik was woedend en teleurgesteld. We hebben nu een A5 folder laten drukken waarin een tuinvisitatie aantrekkelijk wordt gepresenteerd. Daarnaast werkt Deidre freelance voor ons om de marketing van de tuin te doen. Ze legt deze maand contact met bijna alle hotels in Castlebar en Westport. Het plan is nu om samen met Ferndale Restaurant een dagtrip aan te bieden onder de noemer “An exclusive taste of Achill”. Het project is nog niet rond en het zal wel 2008 worden voordat het werkelijk van start gaat.   

Er valt alsmaar regen, heel veel regen. De grasmaaier blijft steken in het zompige gras en wij houden alleen in laarzen onze voeten nog droog. Ik heb hier door de jaren geleerd om me niet druk te maken in overmachtsituaties. De zomermaanden zijn altijd hectisch en als het minder hard zou regenen, zou er ook te weinig tijd zijn om alles bij te houden.
We kunnen nu echter nog minder in de tuin doen en het onkruid bloeit dus in alle borders en paden. Er staan pieken op de heggen en veel planten maken een verzopen indruk. Door alle nattigheid zijn er ook veel meer piepkleine venijnig stekende mugjes, de beruchte midges, die het werken op een zonloze, windstille maar zo zeldzaam droge dag toch nog onaangenaam weten te maken. Willem wordt er chagrijnig van en houdt het scheren van de heggen maar een dikke meter vol. Ik spuit de hele dag “Goodbye Mr. Mosquito” over me heen, mijn hoofd gehuld in de treurig aandoende muskietenkap.
Voor de enkele tuinbezoekers die we ondanks alles hebben, neem ik de spuitbus altijd mee en deel er gul geurend van uit. Verder probeer ik iedereen zoveel mogelijk omhoog te laten kijken. In de ronde border wijs ik op het “Oranje boven” van de twee meter hoge tijgerlelie’s en de geurende lila Madonnalelie. In de gele tuin gaat de aandacht uit naar de zachtgele Kirengeshoma en de Inula Magnificat met het enorme blad. Eenmaal in de Iristuin beland, loods ik de bezoekers snel naar het tafereeltje van de roze dikke Marco Polo rozen, de blauwe Clematis en de dieprode Lathyrus om vervolgens met een knikje op de Artisjok te wijzen. Het kopje thee dat Willem na afloop van de rondleiding altijd liefdevol met koekjes, bloemen en strikjes in het botenhuis heeft klaar gezet, maakt dat de gasten toch weer tevreden vertrekken. 

We hebben gelukkig weinig last van bladluis nu de mieren zijn verdronken, maar de borders hebben de slakken en oorwurmen een verrukkelijk feestmaal bereid. Vooral Crinum, Hosta en Lelie staan op het menu. De druivenoogst in de Polytunnel is weliswaar overvloedig maar de meeste trossen lopen helaas schimmel op. De appels zijn een maand eerder dan gewoonlijk klaar voor de pluk en de groei van tomaten kent geen einde. De Hortensia’s blaken van gezondheid; ze ontwikkelen veel stevig, groot donkergroen blad aan lange takken en barsten van de enorme prachtige bloemen.
Ik stort me op het maken van tientallen soepen en quiche die ik op de Country Market hoop te verkopen aan de duizenden toeristen die weer op het eiland zijn.

 
 
 
 
 
 
Juli 2007
 
 
 

De tuin is wilder dan ooit. De groei is niet te stoppen nu het bijna dagelijks een halve dag regent en de andere helft zonnig is. Elke maand maken de heggen en beuken scheuten van 30 cm. Als dat een heel groeiseizoen door zou gaan, is dat omgerekend al gauw anderhalve meter en Willem blijft dus snoeien om de paden open en beloopbaar te houden. Ik kijk graag vanaf het lager gelegen grasveld bij de bronzen dassen naar de wat hoger liggende ronde tuin waar de meeste planten ongekende hoogtes bereiken. Vooral aan het einde van de dag wanneer de late zomerzon er op schijnt en ik in het tegenlicht alleen maar een zwart-wit lijnenspel kan zien. Al die nieuwe, nog onbedorven en schone aanwas van bladeren, pluimen, bloemen en stengels lichten op in een verblindend wit; lichtval weerkaatst op de planten en bomen en maakt de schaduwen dieper. Het beeld van de gevallen engel vangt dit wonderlijke, unieke noordelijk licht op alsof het wordt beroerd door een troostende warme hand en het treft me in het voorbijgaan met grote ontroering. 

We besteden aandacht aan de bijna verlaten en overwoekerde blauwe tuin achter de beuken. Willem besluit om er meer Iris-soorten aan te gaan planten.

De ouderwetse jaren zeventig bielzen zijn bij de plaatselijke Sinkel-Winkel van Sweeney te koop en daarmee wordt waterpas een border afgezoomd die de achteloze wandelaar naar de vijver leidt. Hier hebben de blauwe Irissen nu plaatsgemaakt voor de bloeiende Hosta's die al door de vorige bewoner zijn aangeplant. Door hun ouderdom zijn de planten zo kolossaal dat ze ogenschijnlijk een lage heg vormen waarachter de vijver met de bloeiende waterlelies schuil gaat. Ik zeg tegen Willem dat er minder waterjuffers en libellen zijn dan andere jaren. Hij weet me te vertellen dat de larven op het oog jagen. De dikke laag eendekroos laat mogelijk te weinig licht door in de vijver waardoor de dieren al in een pril stadium verhongeren. "Sterven in het paradijs", denk ik terwijl ik de zoveelste generatie krioelende kikkervisjes met opgevist kroos op het droge mik. Ook heb ik wel duizenden slakken vermoord want de weersomstandigheden van dit jaar produceerde een legioenen leger met onstuitbare vraatzucht.  

Er moet een foto worden genomen van de rode Rambler die nu boven de rododendron uit is geklommen en daar op eenzame hoogte uitbundig bloeit. In de ronde tuin wordt de woekerende Vinca gerooid om plaats te maken voor de lupine, roos, siergrassen en de blauwe geranium met het donkere blad.  

Een valk jaagt regelmatig boven de tuin. De geluiden van de wadvogels komen terug nu hun broedseizoen erop zit. Boven mijn hoofd mengt de roep van de wulp zich vanuit de baai met het koeren van de dikke duiven uit het Kabouterbosje. Zouden de duiven eindelijk, nu de sperwer er niet meer is, een nest groot brengen op ons terrein of vallen ze deze keer ten prooi aan de katten die overal rondstruinen en die onze poes Xena nerveus maken? Het eksterpaar dat al jaren bij ons woont, heeft ergens in een hoge boom 3 jongen groot gebracht. Nu zitten die drie op de zeemuur te babbelen en te ruziën. Ze leren van hun ouders om bonte kraaien en meeuwen te slim af te zijn als ik voedselresten over de muur gooi, kunnen al schooien en maken een rotzooi van de composthopen. Eksters zijn slim, mooi om te zien en brutaal als de beul. Ze maken ons vaak aan het lachen; zelfs Xena ligt schaterend, rollebollend van plezier op de zeemuur naar het spektakel te kijken.

 

Juni 2007
De maand begon met de visite van twee, in Ierland gerenommeerde tuinarchitecten. Wij waren dus druk in de weer om zo goed en veel mogelijk te wieden, heggen te scheren en gras te maaien. Maar het blijft allemaal veel te veel werk en ik leg me er uiteindelijk noodgedwongen bij neer dat onze tuin wel altijd een super “botanische” indruk zal blijven maken.Tuinarchitect Susan had de dag voor een bezoek aan ons net zilver gewonnen voor haar tuin in “Bloom Gardens”, wat de Ierse tegenhanger is van het Chelsea tuinfestival. Gordon, de achterneef van Alexander Williams, (de kunstenaar die hier 100 jaar geleden woonde), heeft zich gespecialiseerd in watertuinen en verwierf zich daarmee internationale faam. Zij beiden namen een Frans tuinminnend echtpaar in hun kielzog mee. De dames en heren dwaalden bijna 3 uur in een zonovergoten tuin rond en waren er toen eigenlijk nog niet op uitgekeken.  

Het is een tijd geleden definitief duidelijk geworden dat de sperwer dit jaar niet in onze tuin broedt. Timothy had ons bij thuiskomst uit Nederland al verteld, dat hij enkele weken eerder een aan de poot gewonde roofvogel in de gele tuin vond. Hij was met het arme dier vergeefs naar de dierenarts en toen van hot naar haar gereden om het tenslotte op een adres in Castlebar achter te laten. Toen hij de volgende dag belde werd hem verteld dat ze het dier hadden laten inslapen. Tim reageerde nog steeds teleurgesteld: “Als hij dat had geweten, zou hij zelf geprobeerd hebben de vogel te redden door het kleine beetjes rundergehakt te voeren.”
Nu wemelt het van de jonge vogels in de tuin die bij onze nadering wat onhandig hippend en fladderend het gebladerte induiken. Ik zie een merel die een kolibrie imiteert door heftig klapwiekend de gele vrucht uit het topje van een wilde framboos te pikken.  

Door het uitbundige weer bloeit en groeit alles tegelijk. Het is zorgelijk ongewoon want zelfs de hortensia’s staan deze maand al te pronken. Die van Lady Beckett is blauw en roze in één struik. Wij noemen haar zo omdat een nazaat van Samuel Beckett de plant ooit cadeau gaf aan de vorige bewoner van het huis.
De Olearia Macrodonta langs de oprit en de parkeerplaats is wit van de kleine madeliefachtige bloemen en geurt door de brievenbus het huis binnen. Maar juni is uiteraard vooral de maand van bloeiende rozen. Overal in de tuin domineert hun vormpracht en de lucht die we inademen is doordrenkt van haar natuurlijk parfum. Ondanks de romantiek die er om rozen zweeft vind ik die overweldigende prikkeling van de zintuigen niet altijd sympathiek. Er is nog zoveel meer, allerlei moois dat bescheiden achter blijft. Als ik wied zie ik ze weer; O, ja hier staan nog havikskruidjes, verscholen in een veld met Persicaria dat vooral staat bij te dragen aan de glorie van de hoge rozen. Een paar felrode Geums leggen een aksentje ergens tussen de geraniums die zo gewoon zijn dat je ze niet ziet maar mist als ze er niet zijn. Willem heeft nu een paar opvallende roodbruinbladige geraniums aan de ronde tuin toegevoegd.
De moestuin is al net zo uitbundig en we oogsten handenvol sla, kruiden, peulen en aardbeien. De aardbeien zet ik op wodka en suiker.  

Op 23 juni worden de vuren van Sint Jan ontstoken. Wij zien aan de overkant van de baai hoe een onwezenlijk oranje gloed de zerken op het kerkhof verlicht.

 
 
 
 
 
 
Mei 2007
 
 
 
 
 

Ach, zou het lyrisch prozagedicht "Mei" van Herman Gorter nog gelezen worden op de middelbare school? Ik herinner me daarvan nu alleen nog een gevoelig beschreven mythe van leed en verloren liefde op eindeloos rijm, maar destijds vond het gedicht in mijn verward 17 jarig bestaan een hartstochtelijke weerklank.

Mei heeft in onze tuin geen romantische symboliek nodig om er sprookjesachtig uit te zien. Elk jaar weer beleef ik het wonder van de steeds dikker wordende knoppen, hoe die bundeltjes samengebalde energie meer en meer onder druk komen te staan, totdat het blad onstuitbaar wordt geboren, zich stapje voor stapje ingenieus openvouwt en onthult. Sommige bomen op ons terrein vernieuwen zich al voor de 125ste keer en ze lijken zelf vrolijk verbaasd te zijn over het tintelende leven dat ze elk jaar teweeg brengen, zonder zich iets aan te trekken van allerlei en eventuele omstandigheden. Deze eeuwig durende cyclus geeft me die ontroerende troost van het "gewone", wetend dat ook mijn leven er eventjes deel van uitmaakt. Datzelfde besef geven wandelingen in de stad Rome me ook. We waren er een paar dagen op bezoek deze meimaand en ik ervaar een grote vreugde als mijn voetstappen worden gezet over die miljoenen stappen die mij voortgingen en vooruitlopen op de miljoenen die na mij zullen volgen: de stoeptegels herkennen mijn DNA en ik slijt de traptreden in de kathedralen. Het is niets bijzonders en toch is het uniek.

In het begin van de maand wiegen de keizerskronen, kwetsbaar op het oog, maar statig en hoog opgericht boven de nog tamelijk lege borders van de ronde tuin.

De tulpen stonden er wat later haastig te puffen van de warmte en toen het jaarlijkse vroege zomerstormpje woei, gingen veel van hen er bij liggen. Datzelfde overkwam de horde verkiezingsborden die aan elke lantaarnpaal te zien waren. In de strijd om de stemmen heeft elke politieke boef zich zo vriendelijk mogelijk achter een grijns verschanst, maar nu zijn alle gezichten door de wind gedraaid en op zee gericht zodat we ze niet meer hoeven te zien. Wij mogen ook stemmen.

De azalea's en de rododendrons waren dit jaar in topvorm. De felrode enorme bloemen van de gecultiveerde rododendrons in de tuin knallen in je blikveld zodat je de bescheiden sieruien echt moet willen zien. Dan verschijnen ietsje later de lila boeketten van de wilde variant overal in het landschap en langs de wegen. Het is nu niet te geloven dat deze soort rododendrons hier als geïmporteerd onkruid wordt gezien.

Op ons veldje bij de appelbomen die hun bloemen al verliezen, komt de door ons gestutte, stokoude meidoorn nu ook in actie; ze overlaadt zich met prille witkanten, geurende bloesem die als een grote waaier afsteekt tegen de blauwe lucht. Ik fotografeer de bloem van de rode kastanje en zie nu pas eigenlijk goed hoe ingewikkeld de kaars is opgebouwd.

Er loopt een kudde koeien voor ons huis langs om het wad over te steken. De springerige, nieuwsgierige, kalveren volgen hun moeder en tantes en garanderen de inprenting van dit oude spoor in het instinctief weten van de nieuwe generatie.

Timothy en Willem maaien en trimmen weer gras, veel gras. Ik doe mijn jaarlijkse stoere toer in de vijver en snijd met een scherp keukenmes de bloeikolven uit de Gunnera.
 

   

April 2007
We vertrekken na de Pasen uit een kurkdroog Nederland. In de 5 weken van ons verblijf is er amper regen gevallen en we zagen hoe de narcissen daar verdorden, de vroege tulpen in een moordend tempo hun hele cyclus voltooiden en de Magnolia Stellata in bloei kwam en haar bloesem weer verloor. Natuurlijk heb ik mij verrukt gelaafd aan dit weldadige warme voorjaar, maar er knaagt ook een verontrust wormpje aan de rand van m’n bewustzijn: is dit het gevolg van “global warming”? De altijd sappige groene weilanden van Friesland zullen toch niet in een woestijn veranderen? Op onze terugreis, op weg naar de ferry in Europoort, zie ik hoe de boeren in de Noord-Hollandse polders hun beregeningsinstallaties uitzetten.

De avond daarop rijden we over de inmiddels bekende Ierse wegen in westelijke richting terug naar huis. Onderweg proberen we in de duisternis vergeefs te ontdekken of de kastanjebomen al in blad zitten, maar de volgende ochtend zien we dat de natuur het hier wat rustiger aan heeft gedaan. Zo blijkt de Stellata nog volop te bloeien tussen de laatste witte narcissen. Enkele vroege tulpen zijn uit en ik ontdek ook de bescheiden gewone kievitsbloem. Haar grote zus, de Keizerskroon moet nog gaan bloeien evenals de meidoorn en de appelbomen. In zekere zin maken we het voorjaar dus twee keer mee, dankzij het door & door gematigd zeeklimaat in dit mooie land. Gelukkig ontwikkelt de aprilmaand zich ook hier lekker warm en droog, met nu en dan een buitje, bij voorkeur op de zondagochtend. 

De grond is door de droogte lekker rul zodat het wieden in de borders een eitje is. Ik maak dankbaar gebruik van deze uitzonderlijke omstandigheid. Terwijl ik op m’n knieën kleefkruid en paardebloem verzamel, word ik omringd door een kakofonie van geluiden. Het regelmatig passeren van een auto of een tractor geeft een vluchtige gewaarwording. Een doordringend tsjirpen, het waarschuwingssignaal van de broedende zangvogels vertelt me dat onze poes Xena in mijn buurt is en aan het nerveus hippen door de takken van struik naar struik zie ik zelfs welke route ze volgt. Iemand maait het gras maar de locatie is door de echo’s en akoestiek van de omringende heuvels moeilijk vast te stellen. Het is door het over en weer aanhoudend roepen van moeder en kind om ons heen onmogelijk om je niet af te vragen op welke leeftijd een lam ophoudt met blèren en volwassen begint te blaten; krijgen ze de baard in de keel?
Over het wad klinkt de felle kreet van een meeuw en soms laat de bonte kraai zich horen als er geruzie is over voedsel. Op dit moment zijn kraaien en eksters te druk aan het nestelen om veel lawaai te maken. De territoria zijn al lang ingenomen.

Ik erger me weer eens aan de eindeloze hoge jankende piep van een achteruit rijdende vrachtwagen, waardoor ik me herinner dat de tankauto die ons dieselolie brengt, de verlichting aan onze oprit heeft vernield toen we in Nederland waren. De hond van de buren slaat aan en in de verte roept de koekoek. Een paar geleden maakten de mannetjes nog ruzie met elkaar boven onze parkeerplaats maar nu zijn ze alleen hoorbaar in de verte. Dan balkt wederom de ezel zijn karakteristieke aanloop tot een huilen die altijd eindigt in werkelijk hartverscheurende snik waarin alle leed en eenzaamheid van de wereld is samengebald en ik voel hoe een vertederd medeleven in mijn buik resoneert. Misschien komt het omdat de das in de wintermaanden 3 enorme nesten heeft uitgegraven, dat ik dit jaar het zoemen en gezellig brommen van de hommels en bijen zo mis. Hopelijk herstelt de populatie zich voordat de appelbloesem nog niet bestoven valt.

 
 
 
 
 
 
Maart 2007
 
 
 
 
 

Nu we onze speciale vogelkijker op statief in de eetkamer hebben staan kunnen we alle vogelbewegingen in de baai duidelijk bekijken. Er is bijvoorbeeld een paartje fuutachtige duikers actief, vermoedelijk zijn het Zaagbekken. Op 3 maart kijken we er door naar de maansverduistering; de schaduw van de aarde geeft het de kleur van gloeiend as.
Willem denkt dat de zeespiegel in de bijna 10 jaar dat we hier nu wonen 5 cm. is gestegen. Het hoogste waterpeil in de afgelopen winter bracht de zee tot op de drempel van het botenhuis en dat is nog steeds niet zo hoog als toen we zijn ondergelopen. Toch zit de schrik er nog steeds in en wordt de getijdentabel door Willem even vaak geraadpleegd als de Bijbel door mijn grootvader. In de tabel komt het tij nooit hoger dan 5 meter maar in de praktijk is dat cijfer heel betrekkelijk omdat de hoogte van de waterspiegel enorm beïnvloed is door de kracht van de wind en de hoek waaruit die waait. Voorlopig hoeven we ons geen zorgen te maken want er zijn flinke voorzorgsmaatregelen in onze borstwering aangebracht. De afgelopen winter hebben we veel stormen gehad en dit blijft zo als de klimaatsverandering doorzet: onrust zaait onrust en dat is in deze uithoek op de rand van de wereld als pannenkoek, een hachelijk vooruitzicht.
Hoe dan ook: het ritme van de seizoenen lijkt in de war. Op de allereerste maart zien we een vroege vlinder; het is een Kleine Vos. Een vlieg is de badkamer binnengevlogen, weliswaar nog traag van de kou, maar toch…  Ik had die week ervoor in Ballycroy al bijen gehoord en gezien, hoewel de wespen bij wijze van spreken nog maar net weg zijn: die waren eind oktober hun door de das vernielde nesten nog aan het repareren.  

Momenteel manifesteert de das zich ook nadrukkelijk door onze moeizaam verworven en geplante tulpenbollen eerst met de snuit op te drukken om ze vervolgens uit te graven en op te eten. Daar lijkt het tenminste op en er is weinig tegen te doen. Ik hoop dat hij of zij er op den duur buikpijn van krijgt, net als de mensen in de hongerwinter van 1944. De speurtocht naar insecten en ander lekkers door de das heeft dus wel gevolgen voor de tuin. De enorme gaten die onder de boomwortels zijn gegraven is ook dassenwerk. Vooral het blote wortelgestel van de berk is erg mooi, zowel van vorm als kleur.
Deze maand staat in het teken van de exposities die Willem in Nederland heeft van een prachtige collectie schilderijen.
Teruggekeerd is het de hoogste tijd om weer iets aan de tuin te doen. De wallen, die de tuin aan de westkant beschermen tegen binnendringende hongerige schapen en lammeren moeten hoognodig worden bijgewerkt, gerepareerd en verhoogd, het snoeiwerk moet gedaan en we moeten ons bezig houden met potten en verspenen.
Natuurlijk staan de uien in de grond, is de sla gezaaid en zijn de levenstekenen van courgette, tomaat en paprika goed zichtbaar. De tuin viert het voorjaar met grote toeven gele, geelwitte en witte narcissen; vlekken zonlicht in het nog zompige gras. Alle tekenen van een onstuitbaar voorjaar zijn volop aanwezig.

Vanochtend hing er in de kamers van ons huis een onmiskenbare vislucht, meegebracht van ver door een stevige, lauwwarme zuidwester. Het ruikt naar nat, wind en regen. Buiten is het zonlicht gevangen in allerlei kleuren bleek wit dat zich uitstrekt tot aan de overkant over het leeggelopen wad. Een oplichtende kaarsrechte streep scheidt Corraun nog van ons

 

Februari 2007

Het verlangen naar knisperige ochtenden zoals voorafgaand is verwoord, wordt in de tweede week van februari vervuld. Alleen onder een enorme wolkenloze sterrenhemel, ver weg met een oneindige helderheid in de richting van het noorden, kan de vochtige lucht een beetje aanvriezen. Aan de dichtstbijzijnde overkant van de baai, dat is van onder de begraafplaats steeds meer oceaanwaarts tot aan de uitstekende punt, kleumen ijsrandjes langs de vloedlijn. Dat is natuurlijk het zoete water dat rijkelijk van de omringende heuvels via beken en rivieren de baai instroomt.
Zout en zoet vermengen niet goed. Althans, niet in de baai.
Een ijl vliesje wit op het gras voor het huis schittert in alle kleuren van de regenboog bij het opgaan van de zon. Ik zie dat de veel te vroege eerste bloemknop van de roze waterlelie nu is vastgevroren in het wateroppervlak van de vijver.
Meende daar in januari ook al de eerste kikkerdril te zien.

Er drijft een gaaf, maar dood schaap mee op de hoge golven bij vloed en het komt vlakbij onze pier terecht. Waarschijnlijk een slachtoffer van de storm.
Zodra het arme dier bevrijd van water op de wal blijft liggen, komt er van alles in beweging. Meeuwen en kraaien storten zich ogenblikkelijk op het kadaver. Een zeehond de eerste die we sinds lange tijd signaleren, zwemt zowat de moestuin binnen; misschien op jacht naar aasetende vis. Na ongeveer 12 uur vloeit de baai weer vol, nog voller dan het was want het schaap wordt opnieuw door de golven verzwolgen. Grote meeuwen vliegen rusteloos boven het water met het dode dier mee –als waren het rouwende nabestaanden die de kist vergezellen. De volgende dag blijkt ze weer aangespoeld te zijn, nu wat hogerop.
Ik zie dat de witte vacht, de huid er steeds meer als een platte slappe zak uit is gaan zien, volledig leeg geslobberd. Zes bonte kraaien en een grote mantelmeeuw doen zich nog aan het restant tegoed; dan komt er een tweede mantelmeeuw bij die een metertje naast de vogels landt. Ze kennen elkaar want de etende meeuw doet al mompelend een paar stappen in de richting van de nieuwkomer. Die blijft staan en zegt wat terug. Hun snavels beroeren elkaar. Dan vliegen ze gelijktijdig op om even verderop weer neer te strijken. De aasetende meeuw wast de naar dood riekende kop gedurig in het water op de vloedlijn. De partner kijkt goedkeurend toe.
Zo gaat het in de natuur. Ik heb ook al de eerste lammeren gezien. Een boer in Westport geeft de zuigelingen opvallende feloranje gekleurde jasjes tegen de kou; aandoenlijk. 

Er kwam weer eens een enorme hoeveelheid zeewier met de oostenwind mee. Ik haal het binnen met kruiwagens vol; allemaal groeistimulerend lekkers voor de tuin.
De krokussen bloeien nu onder de bomen in het oudste deel van de tuin en de botanische irisjes fleuren verschillende potten op. Ook staan de allereerste narcissen in hun nieuwe gele jurkjes te stralen. Maar na enkele dagen vrieskoude helderheid begint de wind weer aan te wakkeren en de regen neer te jakkeren en veel bloeiende narcissen waaien om.
Er is een grote bestelling voor bewortelde heggenstekken, die ik samen met Timothy klaar maak. Met de hulp van mijn vriendin die hier uit Nederland op vakantie dacht te zijn, spit ik ter completering van de order tientallen mini wilde rododendrons uit in de vredige, onbewoonde contreien van Ballycroy.

 
 
 
 
 
 
Januari 2007
 
 
 


Traditiegetrouw gaan we op Nieuwjaarsdag even kijken naar de nieuwjaarsduik op het strand van Dugort. Wij laten het bij kijken, want het oceaanwater vind ik op de 1e juli nog te koud en dus zeker op de 1e januari. Op het strand laten ongeveer 70 dapperen, jong en oud, hun witte buiken bibberen: grote dikke en kleine dunne. Voor ik het goed & wel besef is mij het startlint in de handen gedrukt. Iemand blaast op een fluitje, ik laat het prompt vallen en daar gaan ze. Rennen naar de golven, plonzen onder water, keihard gillen en zo snel mogelijk terug. Een enkeling ploegt en poedelt nog wat langer door; het ijskoude water kleurt hun huid rood als was het hoogzomer. Maar niets is minder waar op Nieuwjaarsdagen en het vale zonnetje maakt plaats voor wolken en een prachtige regenboog. De stevige bries wordt een windvlaag en voordat de laatsten het water uit zijn stort er een zware hagelbui over ons uit. Iedereen rent naar de auto's, maar we zijn tot op de huid doorweekt van top tot teen: hoezo, niet zwemmen!

In de beschutting van de polytunnel bloeit de hazelaar met zachtgeel pluizige katjes. Daarachter schemeren de knalrode takken van de Cornus door; een onopvallende saaie struik in de zomer, maar 's winters een welkome kleurige blikvanger. In de tuin zijn hier en daar nog steeds bloemen van vorig jaar, die er nu kleurloos verlept en verwaaid misstaan. De Helleborus is op z'n mooist en de eerste Camelia bloeit ook al weer. De oude Fuchsia Excorticata heeft kleine zwarte bloempjes op het nog kale hout.

Het weer was de laatste maanden werkelijk nat, stormachtig en waardeloos. De oude dode iep langs de oprijlaan is in één van de vele stormen omgewaaid. De boom overleefde de Dutch Elm Disease (Iepenziekte), waarschijnlijk dankzij de zoute winden maar legde enkele jaren geleden alsnog het loodje. Gelukkig viel de boom naar de goede kant de tuin in. Toch knapte de top uit één van de beuken, werden een aantal bejaarde, ouderwetse Senecio's in de val meegenomen en sloeg de kruin nog een groep hortensia's plat. Nou ja, ik ben wel blij dat de dode boom nu ligt en daardoor behandelbaar wordt voor opruiming.

Tussen de buien en harde wind door heb ik nog bollen geplant. Dat kan hier nog in januari, omdat het nooit vriest (bij jullie dit jaar ook nog niet begreep ik van ingewijden). Ik was ook bang dat de tulpenbollen zouden verrotten en beschimmelen voordat er een groen sprietje te zien zou zijn met die eindeloze regen; rivieren komen hier loodrecht uit de hemel of nog erger: waaien ons horizontaal met een snelheid van 150 km per uur voor het open haardvuur.

Ondanks al deze schone oceaanregen heb ik niet het gevoel dat die de verfrissende werking van de winter heeft. Ik verlang naar knisperige ochtenden rond het vriespunt met een dun bevroren wit laagje op het gras en op de autoruiten, zodat het ritme van de seizoenen zich kan herstellen. De slakken lijken nauwelijks weg te zijn geweest en vreten nu al weer allerlei pril groen aan. Tot dusver is er maar uiterst zelden een mooie dag, dat wil zeggen: droog en zonder direct uit je hemd te waaien. Ik kom nauwelijks in de tuin gedurende de eerste weken van januari. Gelukkig is het deze laatste januariweek voor het eerst zonnig, beetje kouder en zowaar veel droger. Ik raap de vele kleine en paar hele grote afgewaaide takken van de grasvelden en stapel die op de berg tuinafval die al weer hoog opgetast voor de vuurplaats ligt.

 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                                       Page designed by Ferdinand

- omhoog -