Achill-Art-Garden
 
De tuin
Gastenboek
Homepage
Tuindagboek 2005
Tuindagboek 2006
Tuindagboek 2007
Tuindagboek 2009
Tuindagboek 2010


Tuindagboek Doutsje Nauta 2008
 


Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Voorgaande jaargangen van het dagboek vanaf 2005 vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 

December 2008

De hele maand stond in het teken van kerst, nu anders dan voorgaande jaren, omdat de recessie een mengeling van fatalisme en voorzichtigheid teweeg bracht. De huizen werden pas vanaf de 20ste in lichterlaaie gezet met dansende kerstmannen en duizenden flikkerlichtjes. Sommigen hebben in hun voortuin waanzinnige kuddes van lichtgevende frames die beesten voorstellen. We konden best een beetje extra verwarmend licht gebruiken, want de dagen waren grijs en somber en ik kwam nauwelijks de deur uit.

Tijdens de feestdagen landt er godzijdank een hogedrukgebied op de wereld van hier tot Tokio. Warm gekleed ga ik naar buiten, om de herinneringen een plek te geven in het hier en nu en langzaam, stap voor stap hervind ik de tuin.

Het heeft een beetje gevroren. De blaadjes op het pad knisperen onder mijn voeten. Kleine mugjes worden zwarte stipjes in het helderwitte zonlicht en vormen nu een samenhangend beven boven de verhoogde bedden als zichtbaar gebalde energie. Meeuwen scheren boven de droogvallende baai en hun witte buiken vangen zonlicht. Twaalf Rotganzen scharrelen over het wad en de anders zo forse regenwulp lijkt er kleintjes bij. Aan de pindavoerbakjes in het vogelhuisje hangen mezen en vinken; ze pikken verwoed door het gaas en er springen kleine spetterende pindastukjes tussen de grote bladeren van de Zantedeschia waar ongetwijfeld muizen huizen, maar de roodborst houdt het ook in de gaten en pikt ze van de grond. 

De slakkenkorrels die we begin september op de dahlia’s in het botenhuis hadden achtergelaten, zijn getransformeerd tot een dikke witte schimmellaag. Alles is er afwerend vochtig, koud en muf en de poster op de deur van de w.c. met de belofte van een “Secret Garden” hangt daar nu slap, als een verlepte bloem, als een vaag souvenir uit de dagen van olim.


In de folietunnel heerst chaos. Toen ik er bijna vier maanden geleden voor het laatst was, waren de veelbelovende paprika’s groen en glanzend en de aubergines hadden schattige purperviolette bloempjes. Het is duidelijk dat Timothy zich tijdens onze afwezigheid niet met de folietunnel heeft beziggehouden. De aubergines zijn verrot in hun pot. De paprika laat uitgeput het blad vallen en de vruchten zijn weinig uitnodigend naar een doforanje verkleurd. De druif, passiebloem, salie en lavendel moeten nog gesnoeid en de warrige bos Nieuw-Zeelandse spinazie gekortwiekt.
Er ligt een beetje sneeuw op het gras langs de grote afvoergreppel. De das heeft er met z’n snuit putten in gemaakt op zoek naar voedsel.  Ik volg zijn spoor langs de grote schutting en loop achter de Griseliniaheg die toch nog behoorlijk is doorgeschoten. De bamboe is bijna zomers groen en op de vijver ligt een vliesje ijs, waarin het blad van de grote roze waterlelie is bevroren. Er steken groene punten uit de zwarte grond in de borders en natuurlijk is er overal onkruid. Er is genoeg te doen.

De dagen zijn nog steeds kort, maar er is ’s nachts een sterrenhemel zo oneindig en licht dat onze dromen zich erin opgetild weten.
 

 
 
 
 

 
 
 
 
 

November 2008
Aan het eind van de maand maken we een moeizame terugreis naar Achill; een sneeuwstorm van Hoorn tot Europoort beneemt elk zicht, gladde wegen in het oosten van Engeland vertragen het zondagsverkeer en een storm op de Ierse Zee laat de geplande ferry uitvallen zodat we 13 uur later in het holst van de nacht de oversteek maken. Rond het middaguur ontwaren we eindelijk de nieuwe brug over The Sound. Het is een rond gebogen gevaarte van wit geverfde stalen buizen die ongetwijfeld fluiten als het hard waait. De brug is nog steeds niet helemaal klaar en we moeten net als op de heenreis wachten voor het verkeerslicht: dat voelt weer als thuis.


De auto wordt uitgepakt en we stallen de meegenomen bloembollen uit in het huisje op de gerenoveerde divan van wijlen John de tuinman. Vrolijk gekleurde verpakkingen suggereren de mooiste borders. Nog even wachten met planten, want het is bitter koud, erg nat en de sneeuw op de toppen van de heuvels bevestigen de noodzaak van geduld. Inmiddels weet het eiland dat we terug zijn en heet ons welkom. Vrienden komen langs of bellen en buren schudden mijn hand in de dorpswinkel. 

Pas als Timothy op een redelijk droge dag langs komt om te werken ga ik de tuin even in om te zien wat hij allemaal heeft gedaan. Het winterklaar maken van de ronde tuin kreeg de meeste aandacht, het gras is nog een keer gemaaid en hij kortwiekte de wilgen achter de moestuin tijdens het verbranden van snoeihout en onkruid. Om ons te verrassen maakte hij in het kleine schuurtje twee planken met haken waaraan nu heel keurig het tuingereedschap hangt. Ik haast me het huis weer in en maak koffie. Mijn broekspijpen zijn grijs van opgespatte natte grond.  

Willem heeft zich voorgenomen om de 12 beuken in de oude tuin voor de kortste dag aan te pakken. Deze zomer was er geen tijd om ze tot een vierkant te snoeien en het leken net punks in smoking.met die steile ongeoorloofde bosjes op hun kruin. Ik was opgelucht dat Willem niet 3 weken lang op een wiebelig keukentrapje met een grote zaag in de weer kon zijn. Ben altijd bang dat er iets mis gaat en had daarom de goede raad van onze boomdeskundige vriend Jan ingewonnen. Hij ried aan om de beuken in de winter drastisch te knippen en af te zagen tot een bereikbare werkhoogte. Nu worden de slapende bomen gehalveerd en ineens lijken ze heel klein als ik hogerop, achter de vijver over hen heen kan kijken.  

Gelukkig bloeien er nog steeds bloemen en ik maak boeketjes van Amarant, graspluimen, Alstroemeria, goudsbloemen en andere eenjarigen. Oogst de peterselie, selderij en broccoli, maar bewaar de rode kropjes radicchio voor later. Ze zien er geteisterd uit, maar worstelen zich nog steeds door alle bedreigingen heen.  

Na elf weken strooi ik weer eens broodkorsten over de muur voor de grote vogels. De geconditioneerde herinnering stroomt als een levende energie door de baai en in een oogwenk zijn er lawaaierige meeuwen, kraaien en eksters. Ik denk dat ik een jonge sperwer zie die aan komt duiken, dan als het ware steigert in de vlucht bij het zien wat de opwinding veroorzaakt en als de bliksem rechtsomkeer maakt.
 

Oktober 2008

Het is oktober en ik ben in Zuid Frankrijk. Natuurlijk schijnt de zon en is het hier buiten rond het middaguur warmer, dan het op Achill kan zijn in juli. Roerloze cipressen springen naar de blauwe hemel vanaf de glooiende flanken die ons omringen. De grond zweet kalk en slaat wit uit. Een schichtig muisgrijs vogeltje verstopt zich tussen de grote vijgenbladeren en pikt zich dronken aan alle dieppaarse zoetigheid. In Achill blijven de vijgen altijd groen en onrijp.
Zonet heb ik buiten een schaaltje druiven geplukt. De oogst van sappige druiven in onze folietunnel mag weliswaar tot de wereldwonderen gerekend worden, maar de vruchten missen deze fruitige smaak van gegiste hitte. Nu loop ik hier in m’n hemd door de boomgaard, snoep nog maar eens een paar vijgen uit de boom en warm heerlijk op in de zon. 

Ik stel me voor dat Sheila op dit zelfde moment de grasvelden in onze tuin harkt, mopperend op het grote blad van de Catalpa en op de ontelbare kleintjes van de berken. Misschien gaat het harken niet, omdat regen en wind er een Sisyfusarbeid van maken. Atlantische herfststormen dwingen de tuin vaak tot een vroege winterslaap en jagen Xena de poes doodsbang naar de duisternis onder de zwiepende laurierboom. Hier krijgt het najaar alle tijd die nodig is. Alleen de geluiden zijn hetzelfde: ruziënde eksters, blaffende honden en het notoire gebrom van werkende tractoren. Heb me -dom natuurlijk- eigenlijk nooit gerealiseerd dat ook Franse boeren moeten ploegen en oogsten. Frankrijk wordt altijd gepresenteerd als een intellectualistische samenleving waar geleefd wordt in de grote stad en waar het daarbuiten eeuwig vakantie is.  

In de bermen staan de Ecinops en de vaste Lathyrus, de wilde artisjok, peen, tijm, lavendel en Ruta. Naast de roos en braam, schieten buxus en eikenbomen op als onkruid.
Willem benoemt de vlinders die we tegenkomen: de distelvlinder en de rouwmantel, blauwtjes in verschillende kleuren en het groot koolwitje, de luzerne, het hooibeestje en een rood weeskind. De enorme zwarte spinnendoder speurt de muur af en sluipwespen in oranjeroze maillots waaieren in en uit door het open raam.
Dan krijgen we een regendag en schuilt een grote schorpioen op de muur van de w.c. Ook brengt de regen liefdestragedie voor de zwartgele salamanders die op het bergweggetje zijn platgereden. Bovendien blijken we een prachtige bruine hagedis te hebben geplet op het raamkozijn. Het moet gisteren aan het eind van de middag zijn gebeurd, toen we de ramen sloten. Het wordt ‘s avonds koud, zodat het dier geen snelheid meer kon ontwikkelen om weg te komen. Dan is het net als in het sprookje van Doornroosje; zodra de kou invalt, staat alles stil. De prooi en de jager bevriezen als in een dia.

In het midden van de maand gaan we met een boemeltreintje naar Nice. Manshoge cactussen staan in de spoorwegberm. Palmbomen, bougainville en oleander bij de Mediterrane waarin enkele mensen zwemmen en anderen er vanaf de promenade naar kijken.
Een krekel op de muur van het hotel, slijpt elke avond keihard de vleugels.
 

 
 
 
 

 
 
 
 
 

 

September 2008
Met excuses aan de trouwe lezer voor de late publicatie.

Op 1 september ben ik letterlijk en figuurlijk uitgeteld: officieel is de tuin dicht en een zekere seizoensmoeheid loert om de hoek. Bovendien heeft de regen in augustus kletsnatte grasvelden en zompige bloemenhoofdjes in de borders achtergelaten, vooral bij asters en dahlia’s. Sommige bloemen zijn al in de knop verdronken en zullen nooit bloeien. De Inula Magnifica heeft het ook opgegeven en zakt langzaam in elkaar. Haar bladeren, groot als roeispanen maar zacht als verendonsjes hebben menigeen vertederd doen glimlachen. Zelfs het blad van de stralende tijgerlelie vergeelt vroegtijdig van een teveel door vocht.
Het zou treurig stemmen als ik de tijd had om het te worden, maar die tijd heb ik niet.
We besluiten namelijk om voor de aftocht naar Nederland een “private view” aan huis te organiseren van Willem’s nieuwe werk. Onze lange gang wordt voor deze gelegenheid ingericht en in het botenhuis wacht de ongeveer 50 belangstellenden een drankje.

Vlak voor ons vertrek krijgen we ineens het verzoek om de tuin alsnog open te stellen voor een bus toeristen. Die betreffende donderdag regent het ‘s ochtends zo hard, dat ik de vakantiegangers per mobiel adviseer om naar een museum te gaan. Maar ze komen toch, zij het veel te laat na een dwaaltocht op Corraun Peninsula. Tegen die tijd schijnt de zon als een geschenk aan de hemel.
Ik sluit de tuin en maak de balans op: er kwamen bijna 300 mensen bij ons langs.
Ik heb er plezier aan beleefd en ontdekte dat de meeste mensen vooral vreugde beleven aan de sfeer in de tuin en de onderlinge gesprekken. De soortenrijkdom bijvoorbeeld is van minder invloed en mijn kennis kan zelfs hinderlijk zijn.  

De knalrode lange bottels van de Rosa Geranium sieren de blauwe border samen met de Ecinops. Toch is er te weinig blauwe nazomerbloei en volgend jaar wil ik graag meer Agapantus. Achter de vijver bloeit de heide op het enige stukje natuurlijk veen dat de tuin rijk is. Het beeld van de vogelvrouw, gemaakt door Corneille, staat pront en keurig in het gelid van de slanke populieren die als zuilen zullen gaan groeien. De wilde rododendrons begonnen aan een tweede bloei en hun lila bloemen verkennen schuchter de herfst.
Wij moeten gaan en laten de tuin achter. Het is er nog steeds zo groen. Duizenden hortensiabloemen zwaaien ons uit. Het was een rijke, mooie zomer.

Door het gefilterde licht hangt Willem’s werk erg mooi in de Kunsthal van Slochteren. Peti zal de opening van de tentoonstelling weer verrichten, maar eerst is er een grootse ontvangst die broer Jan en zwager Sible bereid hebben. Iedere genodigde die kans ziet om te komen, is present.
De tafels buiten zijn overvloedig gedekt met de heerlijkste Italiaanse anti-pasti en wijnen. Tussen de Buxus en bloeiende Cosmea’s bewegen de gasten zich zichtbaar genietend. Een bescheiden geelbloeiende Clematis tuimelt over oude bessenstruiken. Door het plukken van de bessen is hier, op deze plek mijn relatie met tuinen begonnen en kijk wat er van mij geworden is.

De koele avondzon kleurt de omringende akkers roze-grijs.
 

Augustus 2008
De regen in het begin van augustus veranderde allengs in hoosbuien, ging geleidelijk over in een waterval die zich uit de hemel stortte op het oosten van Ierland, zodat Dublin dreigde te verzuipen en ondergelopen viaducten de snelwegen afsloten.
Zo’n regenachtige en winderige augustusmaand verandert de tuin meestal in een treurig druipend kleurenpalet, waarin hoog opschietende planten over elkaar heen waaien en in elkaar verstrikt op de grond vallen om daar als slakkenvoer te dienen.
Toch valt het deze maand reuze mee. De tuin raakt steeds meer beschut en Willem heeft het zo druk met de voorbereiding van de expositie dat hij veel meer aan Timothy moet overlaten. Die is weliswaar minder precies maar hij kan de heggen in no time terugscheren tot de gewenste proporties. Willem knipt het dan soms nog bij. Ook schoffelt Tim paden en plant hij allerlei los goed tussen de planten in de borders. 

Omdat augustus van oudsher de drukste vakantiemaand is, besluiten we om tot september elke dag een rondleiding door de tuin aan te bieden. Anne slooft zich dus opnieuw uit met het ontwerpen, laten drukken en bezorgen van een speciale augustus-folder in Achill en omgeving. Tijdens mijn wandelingen door de tuin met allerlei mensen, zie ik wekenlang hoe de knoppen van de tijgerlelie beloftevol opzwellen en hun dikke stelen zich naar boven boren. Nu ze in volle bloei zijn, torenen ze weer hoog boven me uit en verbinden daarboven de 4 kwartieren van de ronde tuin tot een prachtige cirkel. De lila lelies geuren tot in de grijze tuin. 

Er vallen stukken wespennest op het nieuwe brugje dat Timothy maakte tussen de boomgaard en de gele tuin. We laten het een paar dagen liggen maar er is geen wesp meer te zien. De nesten zijn inmiddels verlaten en verregend. Het enige dat aan hen herinnert is dit ingenieuze bouwwerk dat nu als een natte krant op de traptreden ligt. Ik vertel bezoekers altijd iets over het leven van wespen, want de meeste mensen hebben een blinde afkeer van het insect. Eén keer hield een dame op leeftijd een tak omhoog en vroeg: “Wat is dit?”
Dat nest was zo dicht bij het pad dat Willem de kolonie heeft vernietigd.
Het is leuk om met kinderen door de tuin te gaan. Ik vertel hen over onze eigen fairy tree, de oude meidoorn bij de appelbomen. Volgens de mensen hier verbindt deze boom hemel en aarde waardoor je gebeden rechtstreeks naar de hemel gaan. Sommige kinderen vouwen na het verhaal vroom hun handen. Met de hele kleintjes loop ik soms fluisterend tussen de hoge esdoorns op zoek naar kabouters en dan leggen we ons oor te luisteren op de grond.  

De folietunnel is zoals altijd weer een feest. De passiebloem bloeit elke dag met grote nieuwe bloemen en maakt daarvan gelige vruchten, die weliswaar intrigeren maar oneetbaar blijken. Ik heb ooit gladioolbollen in de tunnel geplant en die steken nu vloekend zuurstokroze af tegen het geel van de courgette bloemen. Buurvrouw Sheila maakt pakjes van alle rode tomaten die naar de Country Market kunnen om de inkomsten wat bij te spijkeren. Aan het ronde dak verstoppen de druiven zware, glanzende trossen tussen hun bladeren. Daarboven zoemen voor mij onzichtbare hommels en hoor ik het tikken van allerlei vlinders, die ongedurig naar het in plastic gesloten licht willen doordringen.

 
 
 
 
 
 
Juli 2008
 
 
 
 

Juli begint druk want de Achill Marathon wordt gehouden en er komen duizenden mensen op af. Iedereen op het eiland is op de een of andere manier betrokken in de organisatie. Het toeristenbureau blijft maar vragen om vrijwilligers die het verkeer regelen, aan de deelnemers flesjes water geven, bananen uitdelen, blaren verzorgen, kaarten afstempelen, hamburgers heet bakken, massages kunnen geven enzovoorts. De strenge veiligheidseisen en de laissez faire houding van de eilanders bezorgt de organisatie veel stress, maar dankzij improvisatie en provisorische maatregelen komt alles op het allerlaatste moment weer dik voor elkaar. Alleen de mensen achter de schermen weten dat de ogenschijnlijke samenhang letterlijk en figuurlijk bijeen wordt gehouden door plakband en veiligheidsspelden.
Het is winderig, behoorlijk koud, zelfs grauw in dit eerste weekend van juli. Ik sta die dag samen met Anne te blauwbekken in een kraam achter het strand om reclame te maken voor de “Secret Garden” en om haar handgemaakte juwelen te verkopen. Die ochtend stond ik vroeg op om mijn eerste officiële ontbijtjes te serveren, zowel op de nieuwe B&B kamer als in de cottage. Eerder die week had Heidi van het restaurant mij de finesses van een “Full Irish” en “scrambled eggs” onthuld.

De eenjarige zaailingen in het bedje voor het raam van de cottage beginnen ook weer op te komen. Het wordt net zo mooi als vorig jaar. Daarvan is toen de foto genomen die nu bij mijn verhaal in het zomernummer van Onze Eigen Tuin staat. Het (avond)licht op die foto is echt, vooral in augustus en dus niet gemanipuleerd zoals sommigen denken. Links van het cottage raam, naast het leeggegeten aardbeienbed, bloeit de Alstroemeria samen met de laatste lupines en de eerste Achillea. Voorbij de slipway en de dijkjes staat de sterk geurende en veelkleurige lathyrus als een lust voor de zintuigen tussen de broccoli. De peulen overgroeien het voor hen gespannen net en tuimelen over elkaar heen in een wirwar van vruchten, bloemen en zoekende tastsprieten voor een houvast nog weer verder, hoger. Oost-Indische kers, goudsbloemen en komkommerkruid hebben zich overal in de moestuin als onkruid verspreid, maar de wat stijve, gekochte afrikaantjes worden door de slakken opgegeten.
Timothy oogstte eerder 3 tot 4 meter hoge bamboestokken en maakte hiervan tipi’s voor de boontjes, waarvan de ranken nu hoog en boven de dakgoot van het botenhuis reiken. We kunnen een behoorlijke oogst van de aardappelen in Lady Beevir’s Nursery achter de Grote Muur dit jaar wel vergeten; de planten staan veel te donker nu de jungle van esdoornblad zich in de volle gloria boven hun hoofdjes heeft opengevouwen en de takken nog dichter en dikker zijn geworden. Zelfs de lobelia’s in hun pot voor de Muur blijven armetierig in deze eeuwige schemer.

Ik heb dit jaar als experiment bloemen in de moestuin om boeketten op de Country Market te kunnen verkopen, maar de klanten hebben er kennelijk niet € 4.-- voor over. Nu geniet ik zelf van hun schoonheid en geef ik deze & gene een boeketje cadeau.

De vijver tintelt van leven: Willem plant een Rheum tegenover de Gunnera, zodat beide majestueuze giganten over het water naar elkaar staan te kijken. De Rodgersia bloeit er met zachtroze pluimen en iedereen wil ineens weten wie zij is. De lelies bloeien op levendig water achter de laatste Primula Candelabra. De ooit in een storm gesneuvelde esdoorn ontwikkelt giga paddestoelen op de stam. Bij de vijver is altijd wel iets te beleven.

Juni 2008
Er waait een zwoel warm windje door de tuin op deze eerste dag in juni. De cipressen staan torenhoog te zwaaien naar de azuurblauwe hemel om zo een groet over te brengen naar hun verwanten in de subtropen. De borders geuren, de sneeuwklokjesboom bloeit met witte hangende trosjes, de “wilde” rododendron bedekt de grond met lila bloesem, dommelende jonge vogels wanen zich veilig en sperren hun oogjes nieuwsgierig bij elk insect dat overvliegt. Het sperwerjong imiteert de eksters met klikkende geluidjes en zweeft van een hoge wiebelige eucalyptustak naar de stevige roodgloeiende beuk. Vandaag kan het nergens op de wereld mooier zijn dan hier en ik wied tussen de rozenbottels allerlei behalve brandnetels want die zijn voor de rupsen van de dagpauwoog. Dan trekt er ineens een huivering door de hitte. Kippenvel op m’n armen en ik kijk op. Gebiologeerd staar ik naar de heuvels tussen de Atlantische Oceaan en The Sound (d.i. de zeestraat tussen Achill en Corraun). Een sliert mist danst daar onderlangs de hellingen door het dal op de golven van een oceaanbries, steekt in vertraagd ritme The Sound over op weg naar het vasteland en blijft vervolgens plakken tegen de heuvels van Corraun. Ik begrijp later dat het verschijnsel zich ook aan de Noordzeekust voordoet, waar het de mooie naam “zeevlam” heeft.

In de afgelopen weken leerde ik Anne, de bevriende buurvrouw van de stille meditatie steeds beter kennen. We praatten over het organiseren van workshops en trainingen, wat aansluit op mijn werk van Hollands weleer, maar haar man Robert zei: “alles goed & wel dames, maar eerst moet er wat verdiend worden. De tuin moet naamsbekendheid krijgen; zelfs op Achill weten ze niet van het bestaan af.” Dit was allemaal op een zondagmiddag toen hij foto’s stond te nemen in de tuin voor een goeddoekalender voor 2010. Robert bedacht de naam “Achill Secret Garden”.

Ons marketingplan voorzag in de uitnodiging van de voorzitter van Achill Tourism om zelf eerst te komen kijken, gevolgd door een etentje. Met een goed glas wijn bij de hand gidste ik het gezelschap door de tuin. Jon van het Zwitserse restaurant was er ook, want –zo redeneerde hij: “we doen veel samen en ik weet dat hij dol is op struisvogelbiefstuk. Ik help je met koken.” De struisvogel was inderdaad verrukkelijk gemarineerd en werd geserveerd met een dressing van blauwe kaas.
Het gevolg is dat Achill Tourism aanbood om de boekingen voor een “garden tour” te doen. Anne ontwierp, printte en bezorgde in elke kroeg, hotel en B&B op het eiland een nieuwe kleurige poster voor “Achill Secret Garden”. Willem schilderde de nieuwe naam op de buitenmuur bij de entree. Met de trouwe ondersteuning van Ferdinand kwam er een nieuwe (voorlopige) website www.achillsecretgarden.com en schreef ik een rondleiding voor de tuin. Al deze samengebalde energie maakt de tuin nu, zomaar ineens bekend en laat de mensen verbaasd staan. Toch wil ik de bijzondere sfeer van de tuin bewaken door tijd in te ruimen om op adem te komen na zoveel populariteit.

De mensen die het huisje huren nadat ze mijn verhaal in Onze Eigen Tuin hebben gelezen, maken een foto van de jonge vos die voor hun raam onze aardbeien eet.

Ik zie in Keem Bay voor het eerst in mijn leven 4 reuzenhaaien. Ze zwemmen zij aan zij, hun vinnen vangen het zonlicht en veranderen van zwart in zilver. Te veel, te mooi voor woorden.
 

 
 
 
 

 
Mei 2008
 
 
 

 


Veel mensen zijn vrij in de eerste week van mei en het stralende weer maakt er een nationaal vakantiefeest van. In het kielzog van de toeristen arriveert ook onze dochter met enkele vrienden om haar verjaardag hier te vieren.
We besluiten om naar Achill Beg (“Klein Achill”) te gaan. Dat kan, omdat de “Heinrich Böll Foundation” de trip mogelijk maakt. Deze organisatie biedt elk eerste meiweekend een aantal activiteiten aan op Achill.
Wij zijn geen van allen ooit naar Achill Beg geweest, het eilandje dat als een voetbal onder de tenen van Achill Island ligt. Hemelsbreed is het vlakbij want ons huis zit ongeveer in de knieholte. We gaan er met nog 80 andere mensen in een speedbootje vanaf het oude haventje in Cloughmore naar toe. Het is er adembenemend stil, vredig en prachtig. We wandelen over de oude ongeplaveide wegen langs de verlaten huizen naar de vuurtoren. Via de heilige bron van St. Dympna naar de “Promontory forts” die dateren uit de IJzertijd. Onaanzienlijke, maar niet natuurlijke verhogingen in het landschap verraden hun vindplaats. Het blijft gissen waarom er zoveel langs de kust werden aangelegd en hoe de mensen hier destijds, tenminste 5000 jaar geleden, hebben geleefd.

De zondag hierop wordt de tuin bezocht door een groep vrouwen, die een stilteworkshop volgen bij een bevriende buurvrouw. Ze lopen via de kustlijn van haar naar ons huis en spreken geen woord. Ik wied kleefkruid in het Kabouterbos, terwijl de dames zich in de tuin vertreden. Sommigen knikken me vriendelijk gedag, anderen vermijden oogcontact om hun innerlijke -misschien schuwe stilte niet te laten verstoren. Bij de vijver valt iemand op het gras in slaap. Van de weeromstuit word ik me zomaar ook bewust van de communicatie binnen het zwijgen en het opent een heel nieuwe wereld. Het daglicht lijkt ineens intenser en verdiept de kleuren, de gebruikelijke mengelmoes van geluiden onderscheidt zich in prettige klanken en vervelende herrie en ik voel me letterlijk en figuurlijk verlicht door de mij omringende energie. Wat een wonderlijke ervaring.

Het is een drukte van belang in en rond het huis, met mem (mijn moeder) en vriendin Lineke die bij ons logeren, huurders in de cottage, 2 mannen die het huis in de verf zetten en Timothy die lange dagen maakt omdat er een bus met 25 Duitsers langs zal komen om de tuin te zien. Ank en Els, onze vriendinnen die een huis in de Burren hebben, vullen het parkeerterrein met hun grote bus als zij de prachtige leisteen brengen om daarmee de drie bankjes in de tuin te gaan bouwen die we hadden besteld.
Alles, behalve mijn Duits, is perfect als de grote groep arriveert. De bankjes zijn direct een groot succes; mem en Lineke serveren koude muntthee in het botenhuis na de rondleiding. Hun rode zomerhoedjes lijken te dansen door de menigte en zo zijn ze altijd te vinden.

Ik heb mijn jaarlijkse confrontatie met de Gunnera aan de rand van de vijver weer en druk korrels waterlelievoer in een onzichtbare donkere diepte. Het zomert vroeg dit voorjaar en de bloesem van meidoorn, appels, rododendrons en azalea’s leeft kort, heftig en uitbundig.

Het is heel warm op de laatste dag van mei als we terug keren van een bezoek aan Dublin. Op het grote zandstrand van Mulranny staat een kudde koeien roerloos af te koelen; hun hoeven omspoeld door het oceaanwater van Clew Bay. Onderweg laten de buien een spoor van mist na op het hete asfalt.

 

April 2008
Na de vroege Pasen die we dit jaar hebben, klaart alles op. In de eerste week van april is de grond nog zeiknat en koud, maar toch is het hard werken geblazen, want ik heb het in m’n hoofd gehaald om een open tuindag te organiseren in het weekend van 19/20 april. De bezoekers krijgen een rondleiding van ondergetekende, daarna zijn er koekjes en een kopje thee in het botenhuis en als toegift krijgen de tuinliefhebbers een jong plantje mee naar huis. De entree die we gaan heffen is bestemd voor de Achill Lifeboat en hun secretariaat vertelt over ons voornemen in het plaatselijke R.K. kerkblad. Dat wordt door iedereen in Achill gelezen en hopelijk geeft het de tuin wat meer bekendheid.
Ter voorbereiding maakt Timothy veilige bruggetjes over de greppels door antisliptegels op trottoirbanden te metselen. Willem strooit zand op de nog natste plekken van de paden die bewandeld moeten worden. Will, die bij ons logeert, trekt emmers vol onkruid uit de borders, Sheila, de buurvrouw stort zich op het wieden van de grintpaden en ik plant nu de eenjarigen uit.
Als het zover is, wachten we op de mensen van de Lifeboat die volgens afspraak de bezoekers welkom heten en de thee zullen serveren, maar er draaft niemand van de organisatie op. Gelukkig wordt de taak overgenomen door vriendinnen die een helpende hand reiken. Er komen ongeveer 40 mensen en we dragen 350 euro aan de Lifeboat af. Dat is bepaald geen overdonderend succes en aanvankelijk zijn we teleurgesteld in de ongeïnteresseerdheid van de Lifeboat organisatie en het geringe aantal belangstellenden. Dat is gauw over als we genieten van de schoonheid in de tuin en ach, het werk had immers evengoed gedaan moeten worden.

Elk jaar in april denk ik dit wel de mooiste maand van het jaar zal zijn. De hele tuin staat op barsten. De solitaire schoonheid van de tulpen siert elke border en hier en daar duiken ze trots op uit het gras. De azalea’s bloeien in een extravagant kleurenpalet en geuren door de hele tuin. De meidoorns hullen hun doornachtige naaktheid in een zachtgroene jas en de kastanje opent behoedzaam haar groot handvormig blad. De essen en esdoorns zijn echter nog niet helemaal wakker.
“Never a dull day” zeggen ze hier als het gaat zomeren. En zo is het.
Niet alleen de natuur, maar ook het eiland en de mensen laten de introversie van de winter achter zich en maken zich letterlijk en figuurlijk op voor de zomergasten.

Wij verwachten onze eerste gasten in de nieuwe B&B kamer aan het eind van de maand. Willem timmert aan een boekenkast en maakt in de hoek een keurig rond kastje waar de kleren in kunnen hangen. Zwitserse Jon drapeert lange lappen boven en om het bed, zodat het er uit gaat zien als een hemelbed. De rode chaise-longue die we een paar jaar gelden op een kar uit Nederland verscheepten, maakt het romantische tafereeltje helemaal af.

Door het prachtige weer wordt het voorjaar al snel verdreven door een vroege zomer. Timothy had de rabarberplant onder een grote zwarte pot gezet en die heeft nu zachtroze stengels, zacht & zoet van smaak.
Uit nieuwsgierigheid en om te kunnen snoeven, hield ik vanaf 14 februari de jaarlijkse narcissenboekhouding bij. Aan het eind van deze maand is het echt gedaan met de bloei en ik kom op 3445 gesnelde hoofdjes.
 

 
 

 
 
Maart 2008
 
 
 
 
 

Harde wind en hagelbuien. Dat is een korte samenvatting van het buitenleven in deze maartmaand. Het valt niet mee om iets positiefs over de tuin te vertellen. Honderden narcissen zijn gesneuveld: de bloemblaadjes gekneusd door de beukende wind en regen, regen, regen…. Halverwege de maand was de score 245% meer dan het jaarlijkse gemiddelde. Ik had al jonge stekken van de Vlijtige Liesjes en Lobelia’s gekocht maar durf hen nog niet uit te planten. Ze verzuipen buiten of vinden een voortijdig einde in het darmstelsel van een bekend tweeslachtig weekdier; een van de weinige diersoorten die floreren bij dit weertype en het strooien van korrels is het enige probate middel tot dusver. Willem wilde ooit biologische Indische eendjes, maar die wroeten te veel en de gedachte aan kilometers lange biergootjes, maakt me bepaald neerslachtig.

Gelukkig dat Mary er nog is. Die houdt van aanpakken en niet van zaniken.
We concentreren ons eerst op het zaaigoed. De aubergines en tomaatjes worden deels voorgetrokken in de warme droge kamer van de cottage. De astertjes in de tunnel komen allemaal mooi op, evenals de broccoli. Ze staan op rijen in potjes. De jonge sla schiet uit de grond, evenals de aardappelen die we samen met wat rode bieten hebben gepoot. Timothy maakt ook nog een aardappelbed in Lady Bevir’s Nursery. We hebben ze jarenlang niet gehad omdat ik de ruimte wilde gebruiken voor stekgoed van heggen. De verkoop gaat (helaas) veel trager dan de aanplant en zo langzamerhand is er nu genoeg voorraad opgebouwd. Het idee om kleine jonge aardappelen aan te bieden op de Country Market, kreeg ik aangereikt op een cursus voor boeren “hoe breng ik mijn producten aan de man?” georganiseerd door de boerenbelangenvereniging. Ik ben er een paar dinsdagavonden geweest en vond het hartstikke leuk om mee te doen.
Voor het paasweekeinde is er een eenmalige verkoop via de Country Market en er gaan warempel al sla, snijbiet en verschillende kruiden naar toe.

De eerste kikkerdril ligt opgeblazen op het vijveroppervlak. Mary maakt er een paar mooie foto’s van als het weer dit toelaat. Wij hebben ons jaarlijkse uitje naar Nederland weer, maar leveren eerst nog 30 jonge hortensiaplanten af bij een tuinontwerpster in Dublin. Het zijn stekken van de hortensia die bij ons pal aan de zeemuur groeit en ze gaan naar de tuin aan zee van de schrijver Colm Toibin die in Wexford woont. 

Dan komen de stormen en is het opnemen van eventuele schade ongeveer het enige dat we buiten kunnen doen. Er zijn al een tijd plannen om een B&B kamer te maken van de bibliotheek en Mary en ik storten ons vol overgave op het sorteren en stoffen van de duizenden boeken. We richten bestaande kasten economischer in, vullen die met boeken, halen de planken leeg, maken nieuwe in Willem’s atelier en houden ons zelf dus aardig bezig. Als de computer ook is verhuisd, moet het lek in het dak nog worden gedicht. Dat moeten mannen doen die nooit tijd hebben op de enkele droge dagen die er zijn…

Geïnspireerd door de sculpturen van een plaatselijke collega, maakt Mary kunstwerken van materiaal dat ze in de tuin, langs de weg of op het strand vindt. Nu nog vangen ze al het licht dat zich filtert door de kale wintertakken. Toch schemert in de silhouetten van de boomkruinen al weer een donzig groen, zoals een spinrag oplicht in de zon door de ochtenddauw.
 


Februari 2008

Ademloos volg ik opnieuw het mirakel van de zwermen spreeuwen die als de avond valt, op zoek zijn naar een slaapplaats. Meestal vinden ze rust op de slordig gespannen draden tussen de telefoonpalen waar ze na, wat geruzie en gedrang, lekker tegen elkaar geschurkt in slaap vallen. Het lijkt alsof de snelheid en wendingen van de honderden vogels worden aangestuurd door één enkel brein en het ingewikkeld patroon van hun bewegingen laat niet toe de vlucht van een enkele vogel te volgen. Overdag voeden de zwermen zich met de zaden van de kale kolven van de Gunnera Tinctoria. Overal in het landschap zijn grote velden te vinden met de winter resten van deze enorme plant. Onder het enorme afgestorven, slijmerig geworden blad wil, behalve het ontkiemend Gunnera zaad, niets meer leven. De zwarte stakerige omhoog gestoken kolven zagen er de laatste maanden uit als geblakerde boomstompjes, alsof er een bosbrand van nat vuur had gewoed. Daartussen verscholen verzamelt zich nieuwe energie in bruine ballen van prikkerig fluweel, waar de eerste groenrode bladeren nu uitrollen om zich klaar te maken voor de zomer. Wij schonen de vijver op. Ik vis de laatste half vergane reuze bladeren van onze eigen, enig geoorloofde Gunnera uit het water en Mary stuit op duizenden crocosmiaknolletjes tussen de boomwortels. Nu mogen de narcissen rond de vijver alle aandacht voor zich gaan opeisen.

Dankzij een hogedrukgebied gaat het toch nog een beetje vriezen. De vorst brengt altijd een heldere hemel en een beetje zomer in de tuin. De eerste slaperige hommels laten zich zien, een enkele vlinder fladdert wat verloren tegen de blauwe hemel, de zangvogels verkeren als bij toverslag in grote opwinding, de krokussen openen hun kelken en de knoppen van de witte, roze en rode Camellia’s barsten uit hun jasjes. Wij drinken buiten onze thee in de beschutting van het huis en de oude Pinus Sylvestris. Tien dagen lang genieten we van dit buitengewone mooie weer.

Timothy heeft de rozen gesnoeid en ze hebben veel mest nodig. Het beste is om de biologische geitenstront van een boerderij hier in de buurt er op te gooien. We mogen de trailer van de boerin gebruiken om de stront te vervoeren en dus gaan we gewapend met vorken op stap. Onder toeziend oog van de vader laden we de trailer vol en het spul barst van de dikke rode wormen. Alles gaat goed maar op weg naar huis lijkt het net alsof de volgeladen trailer grote rookwolken uitblaast. “Het zal de uitlaat wel zijn” zeggen we geruststellend, “zo’n kar is natuurlijk hartstikke zwaar.” Thuisgekomen blijkt de as kromgebogen op een oude breuk en hierdoor rolde het wiel schuin schampend tegen de zijkant van de trailer; door de wrijving ontstond de rook. Gelukkig neemt de eigenaar het sportief op maar het is wel heel vervelend.  

Dan op een dag zet ik de doosjes met de biologische groenten- en kruidenzaden op tafel tijdens het koffiedrinken met Timothy en Mary. De keuze van het winterse voorzaaien wordt gemaakt en op de een of andere manier veroorzaakt dit elk jaar een feestelijke opwinding, alsof we cadeautjes mogen uitpakken. Alle pakjes worden zorgvuldig bekeken en betast. De tomaten, aubergines en courgettes gaan in potjes naar de folietunnel, maar de peulen, een paar soorten sla en spinazie worden direct in de bedden gezaaid. De dille en de koriander mogen het ook gaan proberen en ik kan het weer niet laten om er wat bloemzaden bij te doen.
 

 
 
 
 
Januari 2008
 
 
 

Het nieuwe jaar begint voor ons bij familie in Friesland. Als we om even over middernacht het vuurwerk willen bewonderen, stuiten we op een muur van mist. Het knalt overal om ons heen, maar de kleurige effecten blijven onzichtbaar. Zelfs het licht van de straatlantaarns lijkt gedoofd en er hangt een doordringende geur van vocht en zwavel op de drempel van de voordeur. Ik hoop maar dat het niet een slecht voorteken is van het jaar dat nog zo maagdelijk voor ons ligt. Een paar dagen later gaan we terug naar huis en op het vliegveld in Dublin maken we kennis met Mary die met ons mee gaat. Ze houdt een sabbatical in de cottage en zal ons helpen met klussen in de tuin.

Het regent hard en veel. De grond in de tuin is lange tijd veel te drassig om iets te kunnen doen. De kruiwagen blijft steken in het gras en het getrokken onkruid houdt natte kluiten aarde vast. Gelukkig lukt het ons nog om de laatste tulpenbollen te planten, maar echt aangenaam is deze januarimaand niet. De andijvie waarmee we de sla planten in de moestuin hadden vervangen, overleven wel maar groeien niet.
Mary begint al snel met het afmaken van het ronde pad dat gelegd moet worden met de platte witte stenen die we vinden bij de heilige bron St. Finnigan aan het strand van Dookinella. Ik vul de voorraad stokken aan met omgezaagde esdoorn en geknotte wilg, zodat die de wallen weer kunnen verstevigen.
Zodra de tuin ietsje droger wordt, schonen we de enorme borders van de ronde tuin. We halen alle Vinca er uit, knotten de woekerende Persicaria en ruimen de Gypsophila plus een hoogbenige witte astersoort. Timothy geeft de borders een dressing van onze eigen vette compost. Ik zie tot mijn grote vreugde dat het vol zit met kluwens krioelende wormen. De borders zien er nu sappig en veelbelovend uit. 

Om Mary ook te laten genieten van bedrijvige zangvogels, heien we samen twee dikke takken in de moestuin voor het raam van de cottage. We spannen er een pindasnoer tussen en hangen er een vetbol bij. Al snel vinden de mezen, putters en roodborsten hun weg er naar toe. De grote vogels krijgen regelmatig een hapje van brood en resten die ik over de muur voor hen uitstrooi: meeuwen, veelsoortige kraaien en eksters laten het zich goed en schreeuwend naar elkaar smaken. De ekster is het kleinst en moet het hebben van slimheid. Hij duikt op het brood af als een roofvogel op de prooi en laat het lekkers tussen de hortensiastruiken vallen. Zodra de drukte voorbij is zie ik hem scharrelen tussen de takken van de hortensia om hem even later triomfantelijk met het brood in de snavel op de zeemuur te zien.

Tot mijn grote verrassing komt er op de dag dat de koningin jarig is, een mailtje van de redactie van het tuinblad “Onze Eigen Tuin”. Mijn verhaal “Een Atlantische tuin” heeft de prijs gewonnen van hun schrijf competitie. Het wordt in het zomernummer gepubliceerd.

Op de momenten dat het weer een beetje opklaart, maken Mary en ik onze dagelijkse (strand)wandeling. Daar halen we diep adem en blazen we uit om in de pas te blijven met het ritme van de natuur om ons heen.

 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                                   Page designed by Ferdinand

- omhoog -