|
|
|
December 2008
De hele maand stond in het teken van kerst, nu
anders dan voorgaande jaren, omdat de recessie een
mengeling van fatalisme en voorzichtigheid teweeg
bracht. De huizen werden pas vanaf de 20ste
in lichterlaaie gezet met dansende kerstmannen en
duizenden flikkerlichtjes. Sommigen hebben in hun
voortuin waanzinnige kuddes van lichtgevende frames
die beesten voorstellen. We konden best een beetje
extra verwarmend licht gebruiken, want de dagen
waren grijs en somber en ik kwam nauwelijks de deur
uit.
Tijdens
de feestdagen landt er godzijdank een hogedrukgebied
op de wereld van hier tot Tokio. Warm gekleed ga ik
naar buiten, om de herinneringen een plek te geven
in het hier en nu en langzaam, stap voor stap
hervind ik de tuin.
Het
heeft een beetje gevroren. De blaadjes op het pad
knisperen onder mijn voeten. Kleine mugjes worden
zwarte stipjes in het helderwitte zonlicht en vormen
nu een samenhangend beven boven de verhoogde bedden
als zichtbaar gebalde energie. Meeuwen scheren boven
de droogvallende baai en hun witte buiken vangen
zonlicht. Twaalf Rotganzen scharrelen over het wad
en de anders zo forse regenwulp lijkt er kleintjes
bij. Aan de pindavoerbakjes in het vogelhuisje
hangen mezen en vinken; ze pikken verwoed door het
gaas en er springen kleine spetterende pindastukjes
tussen de grote bladeren van de Zantedeschia waar
ongetwijfeld muizen huizen, maar de roodborst houdt
het ook in de gaten en pikt ze van de grond.
De
slakkenkorrels die we begin september op de dahlia’s
in het botenhuis hadden achtergelaten, zijn
getransformeerd tot een dikke witte schimmellaag.
Alles is er afwerend vochtig, koud en muf en de
poster op de deur van de w.c. met de belofte van een
“Secret Garden” hangt daar nu slap, als een verlepte
bloem, als een vaag souvenir uit de dagen van olim.
In de folietunnel heerst chaos. Toen ik er bijna
vier maanden geleden voor het laatst was, waren de
veelbelovende paprika’s groen en glanzend en de
aubergines hadden schattige purperviolette
bloempjes. Het is duidelijk dat Timothy zich tijdens
onze afwezigheid niet met de folietunnel heeft
beziggehouden. De aubergines zijn verrot in hun pot.
De paprika laat uitgeput het blad vallen en de
vruchten zijn weinig uitnodigend naar een doforanje
verkleurd. De druif, passiebloem, salie en lavendel
moeten nog gesnoeid en de warrige bos
Nieuw-Zeelandse spinazie gekortwiekt.
Er ligt een beetje sneeuw op het gras langs de grote
afvoergreppel. De das heeft er met z’n snuit putten
in gemaakt op zoek naar voedsel. Ik volg zijn spoor
langs de grote schutting en loop achter de
Griseliniaheg die toch nog behoorlijk is
doorgeschoten. De bamboe is bijna zomers groen en op
de vijver ligt een vliesje ijs, waarin het blad van
de grote roze waterlelie is bevroren. Er steken
groene punten uit de zwarte grond in de borders en
natuurlijk is er overal onkruid. Er is genoeg te
doen.
De dagen
zijn nog steeds kort, maar er is ’s nachts een
sterrenhemel zo oneindig en licht dat onze dromen
zich erin opgetild weten.
|
|
|
|
|
November
2008
Aan het
eind van de maand maken we een moeizame terugreis
naar Achill; een sneeuwstorm van Hoorn tot Europoort
beneemt elk zicht, gladde wegen in het oosten van
Engeland vertragen het zondagsverkeer en een storm
op de Ierse Zee laat de geplande ferry uitvallen
zodat we 13 uur later in het holst van de nacht de
oversteek maken. Rond het middaguur ontwaren we
eindelijk de nieuwe brug over The Sound. Het is een
rond gebogen gevaarte van wit geverfde stalen buizen
die ongetwijfeld fluiten als het hard waait. De brug
is nog steeds niet helemaal klaar en we moeten net
als op de heenreis wachten voor het verkeerslicht:
dat voelt weer als thuis.
De auto wordt uitgepakt en we stallen de meegenomen
bloembollen uit in het huisje op de gerenoveerde
divan van wijlen John de tuinman. Vrolijk gekleurde
verpakkingen suggereren de mooiste borders. Nog even
wachten met planten, want het is bitter koud, erg
nat en de sneeuw op de toppen van de heuvels
bevestigen de noodzaak van geduld. Inmiddels weet
het eiland dat we terug zijn en heet ons welkom.
Vrienden komen langs of bellen en buren schudden
mijn hand in de dorpswinkel.
Pas als
Timothy op een redelijk droge dag langs komt om te
werken ga ik de tuin even in om te zien wat hij
allemaal heeft gedaan. Het winterklaar maken van de
ronde tuin kreeg de meeste aandacht, het gras is nog
een keer gemaaid en hij kortwiekte de wilgen achter
de moestuin tijdens het verbranden van snoeihout en
onkruid. Om ons te verrassen maakte hij in het
kleine schuurtje twee planken met haken waaraan nu
heel keurig het tuingereedschap hangt. Ik haast me
het huis weer in en maak koffie. Mijn broekspijpen
zijn grijs van opgespatte natte grond.
Willem
heeft zich voorgenomen om de 12 beuken in de oude
tuin voor de kortste dag aan te pakken. Deze zomer
was er geen tijd om ze tot een vierkant te snoeien
en het leken net punks in smoking.met die steile
ongeoorloofde bosjes op hun kruin. Ik was opgelucht
dat Willem niet 3 weken lang op een wiebelig
keukentrapje met een grote zaag in de weer kon zijn.
Ben altijd bang dat er iets mis gaat en had daarom
de goede raad van onze boomdeskundige vriend Jan
ingewonnen. Hij ried aan om de beuken in de winter
drastisch te knippen en af te zagen tot een
bereikbare werkhoogte. Nu worden de slapende bomen
gehalveerd en ineens lijken ze heel klein als ik
hogerop, achter de vijver over hen heen kan kijken.
Gelukkig
bloeien er nog steeds bloemen en ik maak boeketjes
van Amarant, graspluimen, Alstroemeria, goudsbloemen
en andere eenjarigen. Oogst de peterselie, selderij
en broccoli, maar bewaar de rode kropjes radicchio
voor later. Ze zien er geteisterd uit, maar
worstelen zich nog steeds door alle bedreigingen
heen.
Na elf
weken strooi ik weer eens broodkorsten over de muur
voor de grote vogels. De geconditioneerde
herinnering stroomt als een levende energie door de
baai en in een oogwenk zijn er lawaaierige meeuwen,
kraaien en eksters. Ik denk dat ik een jonge sperwer
zie die aan komt duiken, dan als het ware steigert
in de vlucht bij het zien wat de opwinding
veroorzaakt en als de bliksem rechtsomkeer maakt.
|
|
|
Oktober 2008
Het is oktober en ik ben in Zuid Frankrijk.
Natuurlijk schijnt de zon en is het hier buiten rond
het middaguur warmer, dan het op Achill kan zijn in
juli. Roerloze cipressen springen naar de blauwe
hemel vanaf de glooiende flanken die ons omringen.
De grond zweet kalk en slaat wit uit. Een schichtig
muisgrijs vogeltje verstopt zich tussen de grote
vijgenbladeren en pikt zich dronken aan alle
dieppaarse zoetigheid. In Achill blijven de vijgen
altijd groen en onrijp.
Zonet heb ik buiten een schaaltje druiven geplukt.
De oogst van sappige druiven in onze folietunnel mag
weliswaar tot de wereldwonderen gerekend worden,
maar de vruchten missen deze fruitige smaak van
gegiste hitte. Nu loop ik hier in m’n hemd door de
boomgaard, snoep nog maar eens een paar vijgen uit
de boom en warm heerlijk op in de zon.
Ik stel
me voor dat Sheila op dit zelfde moment de
grasvelden in onze tuin harkt, mopperend op het
grote blad van de Catalpa en op de ontelbare
kleintjes van de berken. Misschien gaat het harken
niet, omdat regen en wind er een Sisyfusarbeid van
maken. Atlantische herfststormen dwingen de tuin
vaak tot een vroege winterslaap en jagen Xena de
poes doodsbang naar de duisternis onder de zwiepende
laurierboom. Hier krijgt het najaar alle tijd die
nodig is. Alleen de geluiden zijn hetzelfde:
ruziënde eksters, blaffende honden en het notoire
gebrom van werkende tractoren. Heb me -dom
natuurlijk- eigenlijk nooit gerealiseerd dat ook
Franse boeren moeten ploegen en oogsten. Frankrijk
wordt altijd gepresenteerd als een
intellectualistische samenleving waar geleefd wordt
in de grote stad en waar het daarbuiten eeuwig
vakantie is.
In de
bermen staan de Ecinops en de vaste Lathyrus, de
wilde artisjok, peen, tijm, lavendel en Ruta. Naast
de roos en braam, schieten buxus en eikenbomen op
als onkruid.
Willem benoemt de vlinders die we tegenkomen: de
distelvlinder en de rouwmantel, blauwtjes in
verschillende kleuren en het groot koolwitje, de
luzerne, het hooibeestje en een rood weeskind. De
enorme zwarte spinnendoder speurt de muur af en
sluipwespen in oranjeroze maillots waaieren in en
uit door het open raam.
Dan krijgen we een regendag en schuilt een grote
schorpioen op de muur van de w.c. Ook brengt de
regen liefdestragedie voor de zwartgele salamanders
die op het bergweggetje zijn platgereden. Bovendien
blijken we een prachtige bruine hagedis te hebben
geplet op het raamkozijn. Het moet gisteren aan het
eind van de middag zijn gebeurd, toen we de ramen
sloten. Het wordt ‘s avonds koud, zodat het dier
geen snelheid meer kon ontwikkelen om weg te komen.
Dan is het net als in het sprookje van Doornroosje;
zodra de kou invalt, staat alles stil. De prooi en
de jager bevriezen als in een dia.
In het midden van de maand gaan we met een
boemeltreintje naar Nice. Manshoge cactussen staan
in de spoorwegberm. Palmbomen, bougainville en
oleander bij de Mediterrane waarin enkele mensen
zwemmen en anderen er vanaf de promenade naar
kijken.
Een krekel op de muur van het hotel, slijpt elke
avond keihard de vleugels.
|
|
|
|
|
September 2008
Met
excuses aan de trouwe lezer voor de late publicatie.
Op 1
september ben ik letterlijk en figuurlijk uitgeteld:
officieel is de tuin dicht en een zekere
seizoensmoeheid loert om de hoek. Bovendien heeft de
regen in augustus kletsnatte grasvelden en zompige
bloemenhoofdjes in de borders achtergelaten, vooral
bij asters en dahlia’s. Sommige bloemen zijn al in
de knop verdronken en zullen nooit bloeien. De Inula
Magnifica heeft het ook opgegeven en zakt langzaam
in elkaar. Haar bladeren, groot als roeispanen maar
zacht als verendonsjes hebben menigeen vertederd
doen glimlachen. Zelfs het blad van de stralende
tijgerlelie vergeelt vroegtijdig van een teveel door
vocht.
Het zou treurig stemmen als ik de tijd had om het te
worden, maar die tijd heb ik niet.
We besluiten namelijk om voor de aftocht naar
Nederland een “private view” aan huis te organiseren
van Willem’s nieuwe werk. Onze lange gang wordt voor
deze gelegenheid ingericht en in het botenhuis wacht
de ongeveer 50 belangstellenden een drankje.
Vlak
voor ons vertrek krijgen we ineens het verzoek om de
tuin alsnog open te stellen voor een bus toeristen.
Die betreffende donderdag regent het ‘s ochtends zo
hard, dat ik de vakantiegangers per mobiel adviseer
om naar een museum te gaan. Maar ze komen toch, zij
het veel te laat na een dwaaltocht op Corraun
Peninsula. Tegen die tijd schijnt de zon als een
geschenk aan de hemel.
Ik sluit de tuin en maak de balans op: er kwamen
bijna 300 mensen bij ons langs.
Ik heb er plezier aan beleefd en ontdekte dat de
meeste mensen vooral vreugde beleven aan de sfeer in
de tuin en de onderlinge gesprekken. De
soortenrijkdom bijvoorbeeld is van minder invloed en
mijn kennis kan zelfs hinderlijk zijn.
De
knalrode lange bottels van de Rosa Geranium sieren
de blauwe border samen met de Ecinops. Toch is er te
weinig blauwe nazomerbloei en volgend jaar wil ik
graag meer Agapantus. Achter de vijver bloeit de
heide op het enige stukje natuurlijk veen dat de
tuin rijk is. Het beeld van de vogelvrouw, gemaakt
door Corneille, staat pront en keurig in het gelid
van de slanke populieren die als zuilen zullen gaan
groeien. De wilde rododendrons begonnen aan een
tweede bloei en hun lila bloemen verkennen schuchter
de herfst.
Wij moeten gaan en laten de tuin achter. Het is er
nog steeds zo groen. Duizenden hortensiabloemen
zwaaien ons uit. Het was een rijke, mooie zomer.
Door het
gefilterde licht hangt Willem’s werk erg mooi in de
Kunsthal van Slochteren. Peti zal de opening van de
tentoonstelling weer verrichten, maar eerst is er
een grootse ontvangst die broer Jan en zwager Sible
bereid hebben. Iedere genodigde die kans ziet om te
komen, is present.
De tafels buiten zijn overvloedig gedekt met de
heerlijkste Italiaanse anti-pasti en wijnen. Tussen
de Buxus en bloeiende Cosmea’s bewegen de gasten
zich zichtbaar genietend. Een bescheiden
geelbloeiende Clematis tuimelt over oude
bessenstruiken. Door het plukken van de bessen is
hier, op deze plek mijn relatie met tuinen begonnen
en kijk wat er van mij geworden is.
De koele
avondzon kleurt de omringende akkers roze-grijs.
|
|
|
Augustus 2008
De regen in het begin van augustus veranderde
allengs in hoosbuien, ging geleidelijk over in een
waterval die zich uit de hemel stortte op het oosten
van Ierland, zodat Dublin dreigde te verzuipen en
ondergelopen viaducten de snelwegen afsloten.
Zo’n regenachtige en winderige augustusmaand
verandert de tuin meestal in een treurig druipend
kleurenpalet, waarin hoog opschietende planten over
elkaar heen waaien en in elkaar verstrikt op de
grond vallen om daar als slakkenvoer te dienen.
Toch valt het deze maand reuze mee. De tuin raakt
steeds meer beschut en Willem heeft het zo druk met
de voorbereiding van de expositie dat hij veel meer
aan Timothy moet overlaten. Die is weliswaar minder
precies maar hij kan de heggen in no time
terugscheren tot de gewenste proporties. Willem
knipt het dan soms nog bij. Ook schoffelt Tim paden
en plant hij allerlei los goed tussen de planten in
de borders.
Omdat
augustus van oudsher de drukste vakantiemaand is,
besluiten we om tot september elke dag een
rondleiding door de tuin aan te bieden. Anne slooft
zich dus opnieuw uit met het ontwerpen, laten
drukken en bezorgen van een speciale augustus-folder
in Achill en omgeving. Tijdens mijn wandelingen door
de tuin met allerlei mensen, zie ik wekenlang hoe de
knoppen van de tijgerlelie beloftevol opzwellen en
hun dikke stelen zich naar boven boren. Nu ze in
volle bloei zijn, torenen ze weer hoog boven me uit
en verbinden daarboven de 4 kwartieren van de ronde
tuin tot een prachtige cirkel. De lila lelies geuren
tot in de grijze tuin.
Er
vallen stukken wespennest op het nieuwe brugje dat
Timothy maakte tussen de boomgaard en de gele tuin.
We laten het een paar dagen liggen maar er is geen
wesp meer te zien. De nesten zijn inmiddels verlaten
en verregend. Het enige dat aan hen herinnert is dit
ingenieuze bouwwerk dat nu als een natte krant op de
traptreden ligt. Ik vertel bezoekers altijd iets
over het leven van wespen, want de meeste mensen
hebben een blinde afkeer van het insect. Eén keer
hield een dame op leeftijd een tak omhoog en vroeg:
“Wat is dit?”
Dat nest was zo dicht bij het pad dat Willem de
kolonie heeft vernietigd.
Het is leuk om met kinderen door de tuin te gaan. Ik
vertel hen over onze eigen fairy tree, de oude
meidoorn bij de appelbomen. Volgens de mensen hier
verbindt deze boom hemel en aarde waardoor je
gebeden rechtstreeks naar de hemel gaan. Sommige
kinderen vouwen na het verhaal vroom hun handen. Met
de hele kleintjes loop ik soms fluisterend tussen de
hoge esdoorns op zoek naar kabouters en dan leggen
we ons oor te luisteren op de grond.
De
folietunnel is zoals altijd weer een feest. De
passiebloem bloeit elke dag met grote nieuwe bloemen
en maakt daarvan gelige vruchten, die weliswaar
intrigeren maar oneetbaar blijken. Ik heb ooit
gladioolbollen in de tunnel geplant en die steken nu
vloekend zuurstokroze af tegen het geel van de
courgette bloemen. Buurvrouw Sheila maakt pakjes van
alle rode tomaten die naar de Country Market kunnen
om de inkomsten wat bij te spijkeren. Aan het ronde
dak verstoppen de druiven zware, glanzende trossen
tussen hun bladeren. Daarboven zoemen voor mij
onzichtbare hommels en hoor ik het tikken van
allerlei vlinders, die ongedurig naar het in plastic
gesloten licht willen doordringen. |
|
| |
|
|
|
Juli
begint druk want de Achill Marathon wordt gehouden
en er komen duizenden mensen op af. Iedereen op het
eiland is op de een of andere manier betrokken in de
organisatie. Het toeristenbureau blijft maar vragen
om vrijwilligers die het verkeer regelen, aan de
deelnemers flesjes water geven, bananen uitdelen,
blaren verzorgen, kaarten afstempelen, hamburgers
heet bakken, massages kunnen geven enzovoorts. De
strenge veiligheidseisen en de laissez faire houding
van de eilanders bezorgt de organisatie veel stress,
maar dankzij improvisatie en provisorische
maatregelen komt alles op het allerlaatste moment
weer dik voor elkaar. Alleen de mensen achter de
schermen weten dat de ogenschijnlijke samenhang
letterlijk en figuurlijk bijeen wordt gehouden door
plakband en veiligheidsspelden.
Het is winderig, behoorlijk koud, zelfs grauw in dit
eerste weekend van juli. Ik sta die dag samen met
Anne te blauwbekken in een kraam achter het strand
om reclame te maken voor de “Secret Garden” en om
haar handgemaakte juwelen te verkopen. Die ochtend
stond ik vroeg op om mijn eerste officiële
ontbijtjes te serveren, zowel op de nieuwe B&B kamer
als in de cottage. Eerder die week had Heidi van het
restaurant mij de finesses van een “Full Irish” en
“scrambled eggs” onthuld.
De
eenjarige zaailingen in het bedje voor het raam van
de cottage beginnen ook weer op te komen. Het wordt
net zo mooi als vorig jaar. Daarvan is toen de foto
genomen die nu bij mijn verhaal in het zomernummer
van Onze Eigen Tuin staat. Het (avond)licht op die
foto is echt, vooral in augustus en dus niet
gemanipuleerd zoals sommigen denken. Links van het
cottage raam, naast het leeggegeten aardbeienbed,
bloeit de Alstroemeria samen met de laatste lupines
en de eerste Achillea. Voorbij de slipway en de
dijkjes staat de sterk geurende en veelkleurige
lathyrus als een lust voor de zintuigen tussen de
broccoli. De peulen overgroeien het voor hen
gespannen net en tuimelen over elkaar heen in een
wirwar van vruchten, bloemen en zoekende
tastsprieten voor een houvast nog weer verder,
hoger. Oost-Indische kers, goudsbloemen en
komkommerkruid hebben zich overal in de moestuin als
onkruid verspreid, maar de wat stijve, gekochte
afrikaantjes worden door de slakken opgegeten.
Timothy oogstte eerder 3 tot 4 meter hoge
bamboestokken en maakte hiervan tipi’s voor de
boontjes, waarvan de ranken nu hoog en boven de
dakgoot van het botenhuis reiken. We kunnen een
behoorlijke oogst van de aardappelen in Lady
Beevir’s Nursery achter de Grote Muur dit jaar wel
vergeten; de planten staan veel te donker nu de
jungle van esdoornblad zich in de volle gloria boven
hun hoofdjes heeft opengevouwen en de takken nog
dichter en dikker zijn geworden. Zelfs de lobelia’s
in hun pot voor de Muur blijven armetierig in deze
eeuwige schemer.
Ik heb dit jaar als experiment bloemen in de
moestuin om boeketten op de Country Market te kunnen
verkopen, maar de klanten hebben er kennelijk niet €
4.-- voor over. Nu geniet ik zelf van hun schoonheid
en geef ik deze & gene een boeketje cadeau.
De
vijver tintelt van leven: Willem plant een Rheum
tegenover de Gunnera, zodat beide majestueuze
giganten over het water naar elkaar staan te kijken.
De Rodgersia bloeit er met zachtroze pluimen en
iedereen wil ineens weten wie zij is. De lelies
bloeien op levendig water achter de laatste Primula
Candelabra. De ooit in een storm gesneuvelde esdoorn
ontwikkelt giga paddestoelen op de stam. Bij de
vijver is altijd wel iets te beleven. |
|
|
|
|
Juni
2008
Er waait een zwoel warm windje door de tuin op deze
eerste dag in juni. De cipressen staan torenhoog te
zwaaien naar de azuurblauwe hemel om zo een groet
over te brengen naar hun verwanten in de subtropen.
De borders geuren, de sneeuwklokjesboom bloeit met
witte hangende trosjes, de “wilde” rododendron
bedekt de grond met lila bloesem, dommelende jonge
vogels wanen zich veilig en sperren hun oogjes
nieuwsgierig bij elk insect dat overvliegt. Het
sperwerjong imiteert de eksters met klikkende
geluidjes en zweeft van een hoge wiebelige
eucalyptustak naar de stevige roodgloeiende beuk.
Vandaag kan het nergens op de wereld mooier zijn dan
hier en ik wied tussen de rozenbottels allerlei
behalve brandnetels want die zijn voor de rupsen van
de dagpauwoog. Dan trekt er ineens een huivering
door de hitte. Kippenvel op m’n armen en ik kijk op.
Gebiologeerd staar ik naar de heuvels tussen de
Atlantische Oceaan en The Sound (d.i. de zeestraat
tussen Achill en Corraun). Een sliert mist danst
daar onderlangs de hellingen door het dal op de
golven van een oceaanbries, steekt in vertraagd
ritme The Sound over op weg naar het vasteland en
blijft vervolgens plakken tegen de heuvels van
Corraun. Ik begrijp later dat het verschijnsel zich
ook aan de Noordzeekust voordoet, waar het de mooie
naam “zeevlam” heeft.
In de
afgelopen weken leerde ik Anne, de bevriende
buurvrouw van de stille meditatie steeds beter
kennen. We praatten over het organiseren van
workshops en trainingen, wat aansluit op mijn werk
van Hollands weleer, maar haar man Robert zei:
“alles goed & wel dames, maar eerst moet er wat
verdiend worden. De tuin moet naamsbekendheid
krijgen; zelfs op Achill weten ze niet van het
bestaan af.” Dit was allemaal op een zondagmiddag
toen hij foto’s stond te nemen in de tuin voor een
goeddoekalender voor 2010. Robert bedacht de naam
“Achill Secret Garden”.
Ons marketingplan voorzag in de uitnodiging van de
voorzitter van Achill Tourism om zelf eerst te komen
kijken, gevolgd door een etentje. Met een goed glas
wijn bij de hand gidste ik het gezelschap door de
tuin. Jon van het Zwitserse restaurant was er ook,
want –zo redeneerde hij: “we doen veel samen en ik
weet dat hij dol is op struisvogelbiefstuk. Ik help
je met koken.” De struisvogel was inderdaad
verrukkelijk gemarineerd en werd geserveerd met een
dressing van blauwe kaas.
Het gevolg is dat Achill Tourism aanbood om de
boekingen voor een “garden tour” te doen. Anne
ontwierp, printte en bezorgde in elke kroeg, hotel
en B&B op het eiland een nieuwe kleurige poster voor
“Achill Secret Garden”. Willem schilderde de nieuwe
naam op de buitenmuur bij de entree. Met de trouwe
ondersteuning van Ferdinand kwam er een nieuwe
(voorlopige) website
www.achillsecretgarden.com
en schreef ik een rondleiding voor de tuin. Al deze
samengebalde energie maakt de tuin nu, zomaar ineens
bekend en laat de mensen verbaasd staan. Toch wil ik
de bijzondere sfeer van de tuin bewaken door tijd in
te ruimen om op adem te komen na zoveel
populariteit.
De
mensen die het huisje huren nadat ze mijn verhaal in
Onze Eigen Tuin hebben gelezen, maken een foto van
de jonge vos die voor hun raam onze aardbeien eet.
Ik zie
in Keem Bay voor het eerst in mijn leven 4
reuzenhaaien. Ze zwemmen zij aan zij, hun vinnen
vangen het zonlicht en veranderen van zwart in
zilver. Te veel, te mooi voor woorden.
|
|
|
|
|
|
Veel mensen zijn vrij in de eerste week van mei en
het stralende weer maakt er een nationaal
vakantiefeest van. In het kielzog van de toeristen
arriveert ook onze dochter met enkele vrienden om
haar verjaardag hier te vieren.
We besluiten om naar Achill
Beg (“Klein Achill”) te gaan. Dat kan,
omdat de “Heinrich
Böll Foundation” de
trip mogelijk maakt. Deze organisatie biedt elk
eerste meiweekend een aantal activiteiten aan op
Achill.
Wij zijn geen van allen ooit naar Achill
Beg geweest, het
eilandje dat als een voetbal onder de tenen van
Achill Island ligt.
Hemelsbreed is het vlakbij want ons huis zit
ongeveer in de knieholte. We gaan er met nog 80
andere mensen in een speedbootje vanaf het oude
haventje in Cloughmore
naar toe. Het is er adembenemend stil, vredig en
prachtig. We wandelen over de oude ongeplaveide
wegen langs de verlaten huizen naar de vuurtoren.
Via de heilige bron van St.
Dympna naar de “Promontory
forts” die dateren uit
de IJzertijd. Onaanzienlijke, maar niet
natuurlijke verhogingen in het landschap verraden
hun vindplaats. Het blijft gissen waarom er zoveel
langs de kust werden aangelegd en hoe de mensen
hier destijds, tenminste 5000 jaar geleden, hebben
geleefd.
De zondag hierop wordt de tuin
bezocht door een groep vrouwen, die een
stilteworkshop volgen bij een bevriende buurvrouw.
Ze lopen via de kustlijn van haar naar ons huis en
spreken geen woord. Ik wied kleefkruid in het
Kabouterbos, terwijl de dames zich in de tuin
vertreden. Sommigen knikken me vriendelijk gedag,
anderen vermijden oogcontact om hun innerlijke
-misschien schuwe stilte niet te laten verstoren.
Bij de vijver valt iemand op het gras in slaap.
Van de weeromstuit word ik me zomaar ook bewust
van de communicatie binnen het zwijgen en het
opent een heel nieuwe wereld. Het daglicht lijkt
ineens intenser en verdiept de kleuren,
de gebruikelijke
mengelmoes van geluiden onderscheidt zich in
prettige klanken en vervelende herrie en ik voel
me letterlijk en figuurlijk verlicht door de mij
omringende energie. Wat een wonderlijke ervaring.
Het is een drukte van belang in en
rond het huis, met mem (mijn moeder) en vriendin
Lineke die bij ons logeren, huurders in de
cottage, 2 mannen die het huis in de verf zetten
en Timothy die lange
dagen maakt omdat er een bus met 25 Duitsers langs
zal komen om de tuin te zien. Ank en Els, onze
vriendinnen die een huis in de
Burren hebben, vullen
het parkeerterrein met hun grote bus als zij
de prachtige leisteen
brengen om daarmee de drie bankjes in de tuin te
gaan bouwen die we hadden besteld.
Alles, behalve mijn Duits, is perfect als de grote
groep arriveert. De bankjes zijn direct een groot
succes; mem en Lineke serveren koude muntthee in
het botenhuis na de rondleiding. Hun rode
zomerhoedjes lijken te dansen door de menigte en
zo zijn ze altijd te vinden.
Ik heb mijn jaarlijkse
confrontatie met de Gunnera aan de rand van de
vijver weer en druk korrels waterlelievoer in een
onzichtbare donkere diepte. Het zomert vroeg dit
voorjaar en de bloesem van meidoorn, appels,
rododendrons en azalea’s leeft kort, heftig en
uitbundig.
Het is heel warm op de laatste dag
van mei als we terug keren van een bezoek aan
Dublin. Op het grote zandstrand van
Mulranny staat een
kudde koeien roerloos af te koelen; hun hoeven
omspoeld door het oceaanwater van
Clew
Bay. Onderweg laten de
buien een spoor van mist na op het hete asfalt.
|
|
|
|
|
April
2008
Na de vroege Pasen die we dit jaar hebben, klaart
alles op. In de eerste week van april is de grond
nog zeiknat en koud, maar toch is het hard werken
geblazen, want ik heb het in m’n hoofd gehaald om
een open tuindag te organiseren in het weekend van
19/20 april. De bezoekers krijgen een rondleiding
van ondergetekende, daarna zijn er koekjes en een
kopje thee in het botenhuis en als toegift krijgen
de tuinliefhebbers een jong plantje mee naar huis.
De entree die we gaan heffen is bestemd voor de
Achill Lifeboat en hun secretariaat vertelt over ons
voornemen in het plaatselijke R.K. kerkblad. Dat
wordt door iedereen in Achill gelezen en hopelijk
geeft het de tuin wat meer bekendheid.
Ter voorbereiding maakt Timothy veilige bruggetjes
over de greppels door antisliptegels op
trottoirbanden te metselen. Willem strooit zand op
de nog natste plekken van de paden die bewandeld
moeten worden. Will, die bij ons logeert, trekt
emmers vol onkruid uit de borders, Sheila, de
buurvrouw stort zich op het wieden van de grintpaden
en ik plant nu de eenjarigen uit.
Als het zover is, wachten we op de mensen van de
Lifeboat die volgens afspraak de bezoekers welkom
heten en de thee zullen serveren, maar er draaft
niemand van de organisatie op. Gelukkig wordt de
taak overgenomen door vriendinnen die een helpende
hand reiken. Er komen ongeveer 40 mensen en we
dragen 350 euro aan de Lifeboat af. Dat is bepaald
geen overdonderend succes en aanvankelijk zijn we
teleurgesteld in de ongeïnteresseerdheid van de
Lifeboat organisatie en het geringe aantal
belangstellenden. Dat is gauw over als we genieten
van de schoonheid in de tuin en ach, het werk had
immers evengoed gedaan moeten worden.
Elk jaar
in april denk ik dit wel de mooiste maand van het
jaar zal zijn. De hele tuin staat op barsten. De
solitaire schoonheid van de tulpen siert elke border
en hier en daar duiken ze trots op uit het gras. De
azalea’s bloeien in een extravagant kleurenpalet en
geuren door de hele tuin. De meidoorns hullen hun
doornachtige naaktheid in een zachtgroene jas en de
kastanje opent behoedzaam haar groot handvormig
blad. De essen en esdoorns zijn echter nog niet
helemaal wakker.
“Never a dull day” zeggen ze hier als het gaat
zomeren. En zo is het.
Niet alleen de natuur, maar ook het eiland en de
mensen laten de introversie van de winter achter
zich en maken zich letterlijk en figuurlijk op voor
de zomergasten.
Wij
verwachten onze eerste gasten in de nieuwe B&B kamer
aan het eind van de maand. Willem timmert aan een
boekenkast en maakt in de hoek een keurig rond
kastje waar de kleren in kunnen hangen. Zwitserse
Jon drapeert lange lappen boven en om het bed, zodat
het er uit gaat zien als een hemelbed. De rode
chaise-longue die we een paar jaar gelden op een kar
uit Nederland verscheepten, maakt het romantische
tafereeltje helemaal af.
Door het
prachtige weer wordt het voorjaar al snel verdreven
door een vroege zomer. Timothy had de rabarberplant
onder een grote zwarte pot gezet en die heeft nu
zachtroze stengels, zacht & zoet van smaak.
Uit nieuwsgierigheid en om te kunnen snoeven, hield
ik vanaf 14 februari de jaarlijkse
narcissenboekhouding bij. Aan het eind van deze
maand is het echt gedaan met de bloei en ik kom op
3445 gesnelde hoofdjes.
|
|
|
|
|
Harde wind en hagelbuien. Dat is een
korte samenvatting van het buitenleven in deze
maartmaand. Het valt niet mee om iets positiefs over
de tuin te vertellen. Honderden narcissen zijn
gesneuveld: de bloemblaadjes gekneusd door de
beukende wind en regen, regen, regen…. Halverwege de
maand was de score 245% meer dan het jaarlijkse
gemiddelde. Ik had al jonge stekken van de Vlijtige
Liesjes en Lobelia’s
gekocht maar durf hen nog niet uit te planten. Ze
verzuipen buiten of vinden een voortijdig einde in
het darmstelsel van een bekend tweeslachtig
weekdier; een van de weinige diersoorten die
floreren bij dit weertype en het strooien van
korrels is het enige probate middel tot dusver.
Willem wilde ooit biologische Indische eendjes, maar
die wroeten te veel en de gedachte aan kilometers
lange biergootjes, maakt me bepaald neerslachtig.
Gelukkig dat Mary er nog is. Die
houdt van aanpakken en niet van zaniken.
We concentreren ons eerst op het zaaigoed. De
aubergines en tomaatjes worden deels voorgetrokken
in de warme droge kamer van de cottage. De astertjes
in de tunnel komen allemaal mooi op, evenals de
broccoli. Ze staan op rijen in potjes. De jonge sla
schiet uit de grond, evenals de aardappelen die we
samen met wat rode bieten hebben gepoot.
Timothy maakt ook nog
een aardappelbed in Lady Bevir’s Nursery. We hebben
ze jarenlang niet gehad omdat ik de ruimte wilde
gebruiken voor stekgoed van heggen. De verkoop gaat
(helaas) veel trager dan de aanplant en zo
langzamerhand is er nu genoeg voorraad opgebouwd.
Het idee om kleine jonge aardappelen aan te bieden
op de Country Market,
kreeg ik aangereikt op een cursus voor boeren “hoe
breng ik mijn producten aan de man?” georganiseerd
door de boerenbelangenvereniging. Ik ben er een paar
dinsdagavonden geweest en vond het
hartstikke leuk om mee te
doen.
Voor het paasweekeinde is er een eenmalige verkoop
via de Country Market en
er gaan warempel al sla, snijbiet en verschillende
kruiden naar toe.
De eerste kikkerdril ligt opgeblazen op het
vijveroppervlak. Mary maakt er een paar mooie foto’s
van als het weer dit toelaat. Wij hebben ons
jaarlijkse uitje naar Nederland weer, maar leveren
eerst nog 30 jonge hortensiaplanten af bij een
tuinontwerpster in Dublin. Het zijn stekken van de
hortensia die bij ons pal aan de zeemuur groeit en
ze gaan naar de tuin aan zee van de schrijver
Colm
Toibin die in
Wexford woont.
Dan komen de stormen en is het
opnemen van eventuele schade ongeveer het enige dat
we buiten kunnen doen. Er zijn al een tijd plannen
om een B&B kamer te maken van de bibliotheek en Mary
en ik storten ons vol overgave op het sorteren en
stoffen van de duizenden boeken. We richten
bestaande kasten economischer in, vullen die met
boeken, halen de planken leeg, maken nieuwe in
Willem’s atelier en houden ons zelf dus aardig
bezig. Als de computer ook is verhuisd, moet het lek
in het dak nog worden gedicht. Dat moeten mannen
doen die nooit tijd hebben op de enkele droge dagen
die er zijn…
Geïnspireerd door de sculpturen van een plaatselijke
collega, maakt Mary kunstwerken van materiaal dat ze
in de tuin, langs de weg of op het strand vindt. Nu
nog vangen ze al het licht dat zich filtert door de
kale wintertakken. Toch schemert in de silhouetten
van de boomkruinen al weer een donzig groen, zoals
een spinrag oplicht in de zon door de ochtenddauw.
|
|
|
|
|
Februari 2008
Ademloos volg ik opnieuw het mirakel van de zwermen
spreeuwen die als de avond valt, op zoek zijn naar
een slaapplaats. Meestal vinden ze rust op de
slordig gespannen draden tussen de telefoonpalen
waar ze na, wat geruzie en gedrang, lekker tegen
elkaar geschurkt in slaap vallen. Het lijkt alsof de
snelheid en wendingen van de honderden vogels worden
aangestuurd door één enkel brein en het ingewikkeld
patroon van hun bewegingen laat niet toe de vlucht
van een enkele vogel te volgen. Overdag voeden de
zwermen zich met de zaden van de kale kolven van de
Gunnera Tinctoria. Overal in het landschap zijn
grote velden te vinden met de winter resten van deze
enorme plant. Onder het enorme afgestorven,
slijmerig geworden blad wil, behalve het ontkiemend
Gunnera zaad, niets meer leven. De zwarte stakerige
omhoog gestoken kolven zagen er de laatste maanden
uit als geblakerde boomstompjes, alsof er een
bosbrand van nat vuur had gewoed. Daartussen
verscholen verzamelt zich nieuwe energie in bruine
ballen van prikkerig
fluweel, waar de eerste groenrode bladeren nu
uitrollen om zich klaar te maken voor de zomer. Wij
schonen de vijver op. Ik vis de laatste half vergane
reuze bladeren van onze
eigen, enig geoorloofde Gunnera uit het water en
Mary stuit op duizenden
crocosmiaknolletjes tussen de boomwortels. Nu
mogen de narcissen rond de vijver alle aandacht voor
zich gaan opeisen.
Dankzij een hogedrukgebied gaat het toch nog een
beetje vriezen. De vorst brengt altijd een heldere
hemel en een beetje zomer in de tuin. De eerste
slaperige hommels laten zich zien, een enkele
vlinder fladdert wat verloren tegen de blauwe hemel,
de zangvogels verkeren als bij toverslag in grote
opwinding, de krokussen openen hun kelken en de
knoppen van de witte, roze en rode Camellia’s
barsten uit hun jasjes. Wij drinken buiten onze thee
in de beschutting van het huis en de oude Pinus
Sylvestris. Tien dagen lang genieten we van dit
buitengewone mooie weer.
Timothy
heeft de rozen gesnoeid en ze hebben veel mest
nodig. Het beste is om de biologische
geitenstront van een
boerderij hier in de buurt er op te gooien. We mogen
de trailer van de boerin gebruiken om de
stront te vervoeren en
dus gaan we gewapend met vorken op stap. Onder
toeziend oog van de vader laden we de trailer vol en
het spul barst van de dikke rode wormen. Alles gaat
goed maar op weg naar huis lijkt het net alsof de
volgeladen trailer grote rookwolken uitblaast. “Het
zal de uitlaat wel zijn” zeggen we geruststellend, “zo’n
kar is natuurlijk hartstikke zwaar.” Thuisgekomen
blijkt de as kromgebogen op een oude breuk en
hierdoor rolde het wiel schuin schampend tegen de
zijkant van de trailer; door de wrijving ontstond de
rook. Gelukkig neemt de eigenaar het sportief op
maar het is wel heel vervelend.
Dan op een dag zet ik de doosjes met
de biologische groenten-
en kruidenzaden op tafel tijdens
het koffiedrinken met Timothy
en Mary. De keuze van het winterse voorzaaien wordt
gemaakt en op de een of andere manier veroorzaakt
dit elk jaar een feestelijke opwinding, alsof we
cadeautjes mogen uitpakken. Alle pakjes worden
zorgvuldig bekeken en betast. De tomaten, aubergines
en courgettes gaan in potjes naar de folietunnel,
maar de peulen, een paar soorten sla en spinazie
worden direct in de bedden gezaaid. De dille en de
koriander mogen het ook gaan proberen en ik kan het
weer niet laten om er wat bloemzaden bij te doen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het nieuwe jaar begint voor ons bij
familie in Friesland. Als we om even over middernacht
het vuurwerk willen bewonderen, stuiten we op een muur
van mist. Het knalt overal om ons heen, maar de kleurige
effecten blijven onzichtbaar. Zelfs het licht van de
straatlantaarns lijkt gedoofd en er hangt een
doordringende geur van vocht en zwavel op de drempel van
de voordeur. Ik hoop maar dat het niet een slecht
voorteken is van het jaar dat nog zo maagdelijk voor ons
ligt.
Een paar dagen later gaan we terug naar huis en op het
vliegveld in Dublin maken we kennis met Mary die met ons
mee gaat. Ze houdt een sabbatical
in de cottage en zal ons helpen met klussen in de tuin.
Het regent hard en veel. De grond in de tuin is lange
tijd veel te drassig om iets te kunnen doen. De
kruiwagen blijft steken in het gras en het getrokken
onkruid houdt natte kluiten aarde vast. Gelukkig lukt
het ons nog om de laatste tulpenbollen te planten, maar
echt aangenaam is deze januarimaand niet. De andijvie
waarmee we de sla planten in de moestuin hadden
vervangen, overleven wel maar groeien niet.
Mary begint al snel met het afmaken van het ronde pad
dat gelegd moet worden met de platte witte stenen die we
vinden bij de heilige bron St. Finnigan aan het strand
van Dookinella. Ik vul de voorraad stokken aan met
omgezaagde esdoorn en geknotte wilg, zodat die de wallen
weer kunnen verstevigen.
Zodra de tuin ietsje droger wordt, schonen we de enorme
borders van de ronde tuin. We halen alle
Vinca er uit, knotten de
woekerende Persicaria en
ruimen de Gypsophila plus een hoogbenige witte
astersoort. Timothy geeft de
borders een dressing van onze eigen vette compost. Ik
zie tot mijn grote vreugde dat het vol zit met kluwens
krioelende wormen. De borders zien er nu sappig en
veelbelovend uit.
Om Mary ook te laten genieten van
bedrijvige zangvogels, heien we samen twee dikke takken
in de moestuin voor het raam van de cottage. We spannen
er een pindasnoer tussen en hangen er een vetbol bij. Al
snel vinden de mezen, putters en roodborsten hun weg er
naar toe. De grote vogels krijgen regelmatig een hapje
van brood en resten die ik over de muur voor hen
uitstrooi: meeuwen, veelsoortige kraaien en eksters
laten het zich goed en schreeuwend naar elkaar smaken.
De ekster is het kleinst en moet het hebben van
slimheid. Hij duikt op het brood af als een roofvogel op
de prooi en laat het lekkers tussen de hortensiastruiken
vallen. Zodra de drukte voorbij is zie ik hem scharrelen
tussen de takken van de hortensia om hem even later
triomfantelijk met het brood in de snavel op de zeemuur
te zien.
Tot mijn grote verrassing komt er op de
dag dat de koningin jarig is, een mailtje van de
redactie van het tuinblad “Onze Eigen Tuin”. Mijn
verhaal “Een Atlantische tuin” heeft de prijs gewonnen
van hun schrijf competitie. Het wordt in het zomernummer
gepubliceerd.
Op de momenten dat het weer een beetje
opklaart, maken Mary en ik onze dagelijkse
(strand)wandeling. Daar halen we
diep adem en blazen we uit om in de pas te blijven met
het ritme van de natuur om ons heen. |
|
|
|
|
Geschiedenis
van Bleanáskill
Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder,
in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van
ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen
wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken
en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de
Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn
deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline
van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of
andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling
van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.
Filosofie
achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische
tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben
op elkaar, dus:
- romantisch en
gestructureerd,
- uitbundig
kleurrijk en meditatief,
- nieuw maar met
behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
- creatief en
zakelijk,
- speels en leeg,
ingekeerd,
- architectonisch
en praktisch tegelijk,
- met zowel
formele als natuurlijke gedeelten.
Doutsje heeft de
supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen
liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden
beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en
een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier
herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte
vasthoudt.
|
|
|
| | |