Achill-Art-Garden
 
De tuin
Gastenboek
Homepage
Tuindagboek 2005
Tuindagboek 2006
Tuindagboek 2007
Tuindagboek 2008
Tuindagboek 2010


Tuindagboek Doutsje Nauta 2009
 


Welkom

Dit is het tuindagboek van Doutsje Nauta. Hier maakt u kennis met ons, Willem van Goor en Doutsje Nauta en met onze tuinavonturen in Bleanáskill Garden.  Wij emigreerden naar deze plek aan de uiterste westkust van Ierland in de zomer van 1997.

Ons huis ligt op Achill Island aan de Atlantic Drive, die beroemd is vanwege de prachtige uitzichten over de Atlantische Oceaan. Onze ca. 1 ha. tuin grenst aan een rustige inham van The Sound, de zeestraat die Achill en Corraun Peninsula van elkaar scheidt. De naam “Bleanáskill” is ontleend aan de landtong aan de andere kant van de baai en die ons huis beschermt voor het wilde water in The Sound.

Ik hoop u via dit dagboek het komend jaar mee te nemen in de soms angstwekkende betovering van de tuin.

Onder aan deze pagina leest u nog meer over de geschiedenis van onze tuin en onze tuinfilosofie.

Voorgaande jaargangen van het dagboek vanaf 2005 vindt u via de navigatie aan de linker kant.
 

 

Herfst 2009

In september slaat de vermoeidheid toe. Het is alsof mijn fysieke conditie parallel loopt aan die van de tuin. Er hangt een sfeer van uitputting tussen de bomen, hoewel we een echte Indian Summer hebben; een opleving na de regen in augustus. Het rustige, zonnige najaarsweer kleurt de bladeren voordat ze vallen, maar de grote verstilling treedt nog niet in. Voor Willem is het een enerverende maand, want hij zit namens Achill in de sollicitatiecommissie voor de werving van een nieuwe dominee. Bovendien gaat hij naar de Galway Clinic voor een staaroperatie aan het linkeroog. Het rechter was al eens gedaan in Nederland.  

Christine uit Duitsland is de laatste die dit jaar bij ons komt via de WWOOF. Zij en ik ruimen en sorteren meer dan duizend bloempotten. Zij en Sheila harken blad. Het wordt op grote hopen tussen de bomen gebracht. Het is teveel voor de composthopen. Ik geef zoveel mogelijk planten van eigen kweek weg om van de voorraad af te komen.
Verder staat oktober voor ons in het teken van de familie bijeenkomst die gepland is voor de herfstvakantie. Met negen logé’s is het huis vol en ons 25 jarig huwelijk wordt een groot feest.
We kunnen de kamers nog opsieren met bloemen uit eigen tuin. Vooral de éénjarigen staan nog na te gloeien. Van de vaste planten valt de stevige, manshoge Rudbeckia op met een zee van citroengele bloemen. Ook de rozen weten nooit van opgeven.

“Opruimen” is het sleutelwoord in november. We willen de oude Nissen Hut gaan renoveren.  Ze lekt als een gieter en stort langzaam maar zeker in elkaar. De herbouw moet wat hoger boven zeeniveau komen en goed geïsoleerd worden. Het is nu zaak om de werkplaats leeg te maken. We hebben al bijna dertien jaar alles wat wel bewaard zou kunnen worden maar niet direct gebruikt, hier gestald. Er komt van alles te voorschijn: kinderfietsjes, verroeste kachels, planken, gereedschap en onnoembaar veel anders. We rijden af en aan naar het stort. Willem spuit flessen antihoutworm leeg op oude houten dingen, die nu naar de zolder verhuizen. Ik schift intussen 150 kilo Nederlandstalige boeken uit de boekenkast die aan een goed doel in Nederland worden gegeven.
In het kleine schuurtje naast het botenhuis wordt een nieuwe werkplaats getimmerd. Dan vragen we voor de herbouw offertes aan bij de lokale aannemers. Ze komen allemaal een kijkje nemen, maar niemand geeft een prijs. Voorlopig gebeurt er nog niets.

In december is de werkplaats is nog steeds niet leeg, maar we gaan (met de boeken) op reis. Eerst naar vrienden in het prachtige Oxford. We genieten van het intieme stadscentrum met de vele kathedralen en universiteitsgebouwen. Elke universiteit is z’n eigen universum, gecreëerd in perfectie en exotische Britse koloniën komen volop in de tuinen en architectuur tot uitdrukking. Het is van ver naar deze wetenschapsbolwerken op het Britse eiland gebracht en trots gekoesterd. Hollanders droegen Nederland uit in hun koloniën, bouwden in exotische oorden trapgevels op grachtenpanden, maar lieten zich nooit zo zichtbaar door de kolonies in eigen land beïnvloeden.

Het wordt een wonderschone witte Kerst in Nederland. Op oudejaarsavond is er een Blauwe Maan en we beginnen hoopvol aan het nieuwe jaar als de happinez ballonnen op hun hemelreis een roze gloed achterlaten op het besneeuwde landschap.

 
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 

Zomer 2009

In mei daalt een zoete geur uit de bloeiende esdoorns en van heel hoog daalt een luid geneurie van zoemende insecten als ik het brandnetelveldje wied. De eerste verse planten in het voorjaar prikken gemeen en ik schuif het elastiekje om de plastic huishandschoenen nogmaals hoog op. De brandnetels zijn onontbeerlijk voor de vlinderpopulatie. Zo nu en dan valt er een onthoofd hommellijfje uit het bladerdak voor m’n voeten.
De buurvrouw organiseert les in het bespelen van een Indiaas harmonium dat het zingen van de mantras begeleidt. De workshop is bij haar thuis. Op de slotavond besluiten de deelnemers bij ons op de slipway een proeve ten gehore te geven.
Er wordt gehoopt dat de spirituele energie de midges uit de buurt zal houden, maar het tegendeel blijkt. Ter bescherming omwikkelen de deelnemers het hoofd in sjaals. Dan klinkt hun gezang hoog in de lucht en wordt tot ver over de baai gehoord.

De ronde border is in juni een plaatje met stevige Digitalissen tussen Geum, Astrantium, Allium en Thalictrum. Op een dag komt er een mevrouw langs die de tuin wil opnemen in het programma voor een dagtoer met Bus Eirann. Vanaf dan komt er elke dinsdag een bus met toeristen langs. Ze krijgen voor half geld een rondleiding door de tuin, koffie en koek. Ook moet iedereen nodig naar de WC.
Het is deze maand prachtig zomerweer en alle borders, potplanten, moestuin en folietunnel moeten bewaterd. Het neemt bijna de hele dag in beslag. Daardoor wordt de tuin onmetelijk groot en we memoreren weer dat er toch nog eens een vijver moet komen als wateropslag. Natuurlijk zijn we dit meteen vergeten als het in juli gaat gieten van de regen.

Weer of geen weer, de bus komt elke dinsdagochtend weer langs. Soms komen er maar 10 mensen en soms zijn het er 25. Het is in juli best druk op het eiland en het huisje is gelukkig alle weken verhuurd. Het begint met een overvol eiland als de marathon wordt gelopen. Het tuinbezoek druppelt de hele dag door en ik sta tot vervelens toe de rondleiding af te draaien en zoem in op de bezoekers. Toch is het vaak bijzonder om te doen. Veel mensen hebben een verhaal en vertellen over hun leven. Soms gaat het ook nog over planten en tuinieren.
Bijna alle zondagen is er een stille omgang in de tuin, die wordt geleid door Sheila McHugh. Ze is geboren en getogen in Bullsmouth, waar curraghs liggen om de overtocht te maken van Achill naar Inishbiggle.

In augustus geef ik samen met haar een workshop. Het thema is: “Be(e) in the garden”. We hebben ons goed voorbereid, maar ik vind het moeilijk om een samenhangend programma te maken. Sheila vertrouwt in hoge mate op mijn inventiviteit en na afloop is zij erg tevreden over het resultaat. Ik veel minder. Ik wil mijn eigen aandeel goed evalueren om volgend jaar beslagen ten ijs te komen.

Treurig maar waar; voor de derde achtereenvolgende keer valt de herfst al in augustus in. De Inula Magnificat straalt als een zonnetje maar druipt van de regen. Veel planten lijden eronder en Willem vult de gaten in de border met potten pracht Dahlia’s. Ze verdoezelen het verval en trekken de aandacht met hun opvallend grote bloemen. 

   

April

Het is 4 april en nog heel vroeg in de morgen als ik in de richting van de regen rijdt, van vliegveld Knock terug naar Achill in het westen. De zon gaat achter mij op en kleurt de hele omgeving roodkoper tegen de donkergrijze achterwand van de naderende regen. Nu zie ik heel goed hoe ver het voorjaar is. Het rode licht valt over de takken van de bomen en toont het prille zachtgroene blad dat sprookjesachtig oplicht in de ochtendzon. 

De Achill Island Artists, een groep waaraan Willem deelneemt, heeft een expositie in het Keulse Kunsthaus Rhenania op initiatief van The Heinrich Böll Foundation. We reizen dus naar Keulen en slenteren in de warme zon met duizenden anderen langs de Rijn. Hier barst het voorjaar uit haar voegen, explodeert na een koude lange winter. Tulpen, ribes, forsythia, narcissen en krokussen bloeien allemaal gelijktijdig. Eenden broeden op aangespoeld wrakhout.

Bij ons hebben de narcissen ruim veld gemaakt voor de Blue Bells. De tulpen schieten op en in bloei. Bij het Monet brugje staan gele, oranje en rode te stralen in het gras; samen hebben ze de kleur van vuur en warmte. De kievitsbloemen trekken hun paarse rokjes aan en hebben zich spontaan uitgezaaid. De keizerskronen staan fier in de borders.
Maar het is vooral weer de Roze Azalea met het rode hartje dat de aandacht trekt. De oude dame staat elk jaar blozend van verrukking tegen de gevlochten heg van de Grijze Tuin.

In het huisje zijn nieuwe WWOOFers aangekomen, Damien en Sylvain komen uit het Franse Bretagne. Ik wilde altijd al graag om het terrein heen kunnen lopen en nu slopen de 2 jongens het oude hek van schapengaas dat parallel aan de weg loopt. Ze trekken de bramen en de gaspeldoorn uit op een tot dusver ontoegankelijke strook. Het is een oude wens van mij om een pad te hebben dat het terrein omzoomt. Als deze klus geklaard is, gaan de jongens verder met het heropenen van een doorloop die ik acht jaar geleden eens heb aangelegd aan de kant van de buurman. Nu is er een mooi romantisch pad waar je tussen de stammen van de bomen door, de zee kunt zien.
De paars bloeiende kroon van de sierappel kijkt uit over de oceaan en is zichtbaar vanaf de overkant van de baai als een sappige vlek in het groen.

Willem maakte een opstelling van de afgezaagde beukenkronen op het veldje voor de folietunnel. Als er op Goede Vrijdag een Meditatieve Wandeling in de tuin wordt georganiseerd, lijken de gevlochten takken op een reusachtige doornenkroon.

Het goudhaantje lag dood voor onze voeten toen we de deur van de eetkamer open deden.
Het is het kleinste vogeltje dat in onze tuin woont. Ze foerageren in de dennen en sparren. Was het uit de lucht gevallen? Gepakt en verloren door de sperwer? Tegen het raam gevlogen? De oogjes onder het oranje kuifje zijn donker en open, alsof het hartje zo snel stopte dat het de oogjes niet meer kon sluiten.

 
 
 
 
 
   
Maart 2009
 
 
 


Het water en de wind kunnen nog aardig tekeer gaan in de baai waar nu ongeveer 14 rotganzen zwemmen. We tellen ze regelmatig maar op een zonnige middag knalt er een schot boven de baai en blijft daar een tijdje oorverdovend hangen. We schieten beiden de tuin uit en klimmen op de zeemuur, waar we met de hand boven de ogen de onverlaat ontdekken. De schapenhond begrijpt eerst niet goed dat hij het water in moet om de geschoten gans te halen en daarom duurt het tafereel langer dan de jager lief is. We blijven als zichtbare getuigen op de muur staan totdat de man verdwijnt. De pezige gans gaat met de natte hond in de bak van zijn dure jeep.

Hans is er al in het eerste weekend van maart en zal de hele maand in de cottage blijven in het kader van een opleiding. Zijn opdracht is om “los te laten”. Daar leent deze omgeving zich goed voor: tijd en tempo zijn traag, aandacht, acceptatie en inspiratie blijken vanzelfsprekend, weer en wind bepalen het ritme van de dag.
De dingen zijn zoals ze zijn en gaan zoals ze gaan.
Op de site: WaarBenJij.Nu | Hans gaat naar Ierland schreef Hans zijn verslag. Het is erg leuk om te lezen. Doen!
Ik ga een week naar Nederland en vergelijk natuurlijk de vorderingen van het voorjaar hier met die in onze tuin. Nederland lijkt in de naweeën van een stevige winter te zitten en het is nog niet echt warm. De sneeuwklokken staan nog in bloei, de krokussen komen er aan en de narcissen staan nog niet eens in knop. In Ierland heb ik de eerste bossen al geplukt. Net voor Sint Patrick’s Day ben ik terug om wat publiek rond te leiden in de tuin op deze nationale feestdag. In de bijna twaalf jaar dat we hier nu wonen, is het weer nog nooit zo stralend geweest op de 17e maart.

De sperwers zijn weer boven de tuin gesignaleerd en ik lees in de Guardian dat we de eksternesten zouden moeten uithalen om de zangvogelstand op peil te houden. Het voorjaar maakt de vogeltjes onvoorzichtig en zij lijken niet bijster onder de indruk te zijn van de omringende gevaren.
Willem is de hele maand bezig om de Irisborder uit te breiden. Hij maakt een terrasachtige afscheiding tussen de vijver en de gesnoeide beuken met grote stenen en veel grond. Verschillende Irissoorten worden zorgvuldig uitgezet langs de rand. Er komen stenen potten met Agapanthus tegenover de border, zodat er ook in juli en augustus nog wat te zien is.
Mijn vriendin Will neemt veertien dagen lang de onthoofding van de uitgebloeide narcissen op zich en telt er meer dan 4000. Ondertussen bloeien ook de eerste tulpen, de ribes, camelia’s en natuurlijk forsythia: een feest van kleur, vormen en beginnend leven.

Aan het eind van de maand wandelen Hans, Will en ik gedrieën naar Ashleam Bay; we gaan er heen via de berg en terug over de weg. De wereld toont een oneindig perspectief en blauwe vergezichten over de kliffen die oker oplichten in de zon.
Ik vraag Hans om een foto te maken van de gele gaspeldoorn voor Lineke, want daar houdt ze zo van. Tot dusver kwam ze hier elk jaar samen met mem maar door hele verdrietige omstandigheden zullen beiden er dit jaar niet zijn.
Het wordt april en er bloeien nog steeds narcissen. Willem fotografeert 32 verschillende soorten.
 


Februari 2009

De witte camelia had net 2 stralende bloemen en talloze veelbelovende in knop toen er een paar nachtvorsten kwamen. De mooie bloemen vielen op de grond en de knoppen leken opgelost in het niets. Het was tot dusver steeds koud gebleven en de gaspeldoorn die in sommige jaren vanaf oktober tot april okergele vlekken in het landschap zet en een tropische kokosgeur verspreidt, had er tot voor kort nog geen zin in.
Nu flakkeren de bosjes op tussen de paarse mediterrane boomheide bij Mulranny, als vriendin Anne me meeneemt naar een opera in Galway. Zij rijdt me er naar toe en weer terug. Er zijn gaten in de wegen gevallen. Er zijn gaten in alle budgetten gevallen. Het nieuws schreeuwt oorverdovende boodschappen uit over de teloor gang van de Keltische tijger. De tijger is gestorven, afgeslacht door de hebzucht van bankmanagers en door corrupte, ondeskundige politici.

Toen kwam Benjamin uit Toulouse. Een paar weken eerder had ik me aangemeld bij de WWOOF. De organisatie bestaat al heel lang en brengt biologische boeren en tuinders in contact met jonge mensen die wat van de wereld willen zien en meer thuis willen raken in een andere taal. De aangesloten boeren geven hen onderdak en eten en in ruil helpen zij een handje mee.
“Ai oop, ai ken elp” zei Benjamin vriendelijk en een grote kuif met zwarte krullen wuifde mee op het knikken van z’n hoofd. We stortten ons op het leegruimen van de Nursery. Het besluit is gevallen; we stoppen er mee. Een aantal struiken houden we zelf en de rest geven we ze veel mogelijk weg: Olearia, Griselinea, Hortensia en Nitida.
Ik leer Benjamin hoe hij jonge groenblijvende heesters tussen de wilde kers in de berm moet planten. De kersen langs de weg zijn oud en broos en soms wordt er ruw in om gehakt door mensen van de Co. Counsel om het verkeer op de doorgaande weg niet te belemmeren.

Op Valentijnsdag wordt de tuin geopend. De meisjes van het toeristenbureau hebben bedacht dat het leuk is om verliefde stellen in de tuin uit te nodigen. Op het bankje bij de vijver worden huwelijksaanzoeken gedaan en als de bruidegom op één knie in de blubber ligt, maken zij er een leuke foto van die in de krant komt.
Gelukkig doet Bernadette al het schrijfwerk. We hebben haar via de meditatiegroep leren kennen. Zij had een succesvol marketingbedrijf in Londen, maakte daarna documentaires voor de BBC en kreeg toen de ziekte van Lyme. Ze schrijft een wervend artikel en het komt in alle lokale kranten. Iedereen weet er van en spreekt er over. Helaas komt er op Valentijnsdag echter niemand opdagen. Toch was het een leuke publiciteitsstunt.
Het leven herneemt z’n ritme en Willem gaat rustig verder met het kruien van 3 ton zand en grint voor het ophogen van de paden.

De sneeuwklokken zijn nog maar amper op dreef als ineens aan het eind van de maand de zon gaat schijnen. Honderden narcissen komen binnen een paar dagen uit en de krokusjes staan stralend in het ochtendlicht.
Kraaien deinen schreeuwend op de hoogste takken van de cipressen en buitelen door de lucht. Eksters vliegen over, de snavel gevuld met stro en gras. Er komt een groenling langs en er zijn soms putters in het vogelhuis. De mezen verkennen nestkastjes.

 

 
 
 
 
 
Januari 2009
 
 
 


De oostenwind op nieuwjaarsdag brengt koud en zonnig weer.
Op het strand van Dugort dromt weer een kleumende meute samen om de dapperen toe te juichen die de zegen van het grote water over het nieuwe jaar willen afroepen. Het is het enige evenement dat in Achill op tijd begint. De zwemmers wachten niet op laatkomers. Ze rennen de golven in, duiken onder, rennen er weer uit, grissen in het voorbijgaan de handdoek uit de armen van een betrokken toeschouwer op het strand en beginnen zich klungelig, omslachtig en bibberend in de auto om te kleden. Daarna zijn er bergen sandwiches en sterke hete thee met melk en suiker in het Strandhotel. Dit hotel is een soort Fawlty Towers. De Ierse eigenaar woont in Engeland en komt volgens ingewijden, elke zomer een paar weken langs om met zijn gasten te drinken en feest te vieren. Het hotel wordt gerund door een plaatselijke vrijgezel, die in Londen als chef in een hamburgertent heeft gewerkt. Hij bakt nu friet met biefstuk, houdt de kamers min of meer schoon en bedient de bar. Wij gaan liever naar huis. We hebben op de avond er voor al feest gevierd en zijn het nieuwe jaar zingend ingegaan.

De tuin droomt. Het zonlicht vervaagt de kleuren, maakt verblindende witte vlekken en enorme schaduwen. De zwart-witte tegenstelling geeft een diepere dimensie aan de pluizige heggen en de ronde vormen van de boomstammen.
Onopvallend bloeit de Helleborus achter de oude appelbomen; de bloemen zien er kwetsbaar en schoon als pas gevallen sneeuw uit. Sneeuwklokken zijn vooral te vinden op de oprit. Hun wit vormt juist een opvallend contrast met het vale groen van de mossen en de duistere schors van iepen. Er ligt mooi schoon zeewier op het wad voor het huis. De aanhoudende oostenwind heeft het de baai ingerold. Het zoete water van de beken dat de baai instroomt, ligt elke ochtend bevroren op de in de vloed achtergelaten parafernalia en ijs bedekt het zeewier langs de kustlijn.

Het verrukkelijke winterse weer houdt lang stand en de natte herfstpoelen drogen eindelijk op. Dan is er ineens een grote veenbrand op Minaun Heights, waarbij 300 acres in vlammen opgaat. Er wordt gezegd dat een of andere idioot de gaspeldoorn heeft aangestoken. De brandweer wordt ondersteund door 200 vrijwilligers die geulen graven en water spuiten. Er zijn net geen huizen afgebrand.
Een dag later begint het te hozen en de veengrond is te droog om al het regenwater op te nemen, zodat de wegen direct blank komen te staan en er van alles onderloopt.
De hoosbuien gaan over in de jaarlijkse januaristormen. Arctische en Caribische luchtstromen zullen boven ons hoofd met elkaar gaan botsen en wij dat wordt omgezet in windkracht 10/11. Het voelt als een voorbereiding op een overval of een beetje in oorlog zijn. Willem haalt 20 pakken briketten in huis, extra brood, melk en de krant. De auto’s worden in een luw hoekje naast elkaar geparkeerd. Ik pluk peterselie, rozemarijn, selderijblad en oogst de laatste kervel. In elke ruimte van het huis staan kaarsen en liggen de lucifers klaar.
Daarna maak ik een wandeling door de tuin. De paden lijken dof in het donkere, grijze weer en ik schreeuw de nog wiegende boomkruinen wakker: “Er komt storm! Houd je haaks”.
Laten we hopen dat het helpt.

 

Geschiedenis van Bleanáskill Garden
De schilder Alexander Williams kwam hier 90 jaar eerder, in 1907 wonen en hij hield een dagboek bij. Een vriend van ons heeft kopieën van dit dagboek, waarin we kunnen lezen wat hij zoal in de tuin aanplantte en waar hij z’n stekken en jonge boompjes haalde. Hij spreekt al over de vijver, de Monterey Cypres en de Cordyline. Volgens een dendroloog zijn deze bomen zeker 125 jaar oud en is het de oudste cordyline van Ierland. Alle bewoners na Alexander hebben op de één of andere manier hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van het terrein. Hun sporen zijn nog steeds te traceren.

Filosofie achter het concept
Willem ontwerpt de tuin. Hij streeft een harmonische tuin na waarin tegenstellingen een versterkend effect hebben op elkaar, dus:
    -     romantisch en gestructureerd,
    -     uitbundig kleurrijk en meditatief,
    -     nieuw maar met behoud van de bestaande en volgroeide tuinelementen,
    -     creatief en zakelijk,
    -     speels en leeg, ingekeerd,
    -     architectonisch en praktisch tegelijk,
    -     met zowel formele als natuurlijke gedeelten.

Doutsje heeft de supervisie over de moes- en kruidentuinen. Deze tuinen liggen tegen de zee aan, waar het zonnig is. Ze worden beschermd tegen de wind door de zeemuur, het botenhuis en een hoge wal met heggen. Het grijs van de zee wordt hier herhaald in het vele gebruik van beton, dat de warmte vasthoudt.

 


     

                Page designed by Ferdinand

- omhoog -